miniatuur|De char van HKV Mannen van de Met jaar 2023 getrokken tijdens de doop van de char (foto: Shoni Ransy) Het Halse carnaval is een carnaval in België. Halle draagt de titel van "Carnavalhoofdstad van Vlaams-Brabant". Volgens de krant Het Nieuwsblad was in 2006 het Halse carnaval het grootste carnaval van het land (volgens het aantal feestvierders en gespreid over de carnavalsdagen).

Geschiedenis Van de middeleeuwen tot de 19e eeuw Onderzoek heeft uitgewezen dat het Halse carnaval zeker sinds 1403 bestaat, Archief halle.be 2003 uiteraard in een andere vorm dan nu. Dit jaartal is vastgesteld aan de hand van de stadsrekeningen waarin melding wordt gemaakt van betalingen aan doortrekkende "pijpers en blazers":

Op Laetare werd net zoals in Brabant en Vlaanderen 'Sinte Greef' gevierd (Halle was een Henegouwse stad). Men kocht dan koeken mannetjes in de vorm van dit figuur. Opmerkelijk is dat de heilige niet bestaat. De Luuper van Halle 3

Van ban naar nieuwe start Eind 19e eeuw, begin 20e eeuw poogde de Kerk carnaval uit het land te bannen omdat het een verderfelijk feest van ontucht zou zijn. Daarom trok menig Hallenaar met de trein naar Binche op Vastenavond. Hiertoe werden zelfs speciale spaarkassen opgericht. Hal fournit son gros contingent Wel waren er 'lopers' op pad tussen Vastenavond en Halfvasten.

Om de Halse bevolking haar spaarcenten in de eigen stad te laten uitgeven verenigden de handelaars zich op 10 april 1905 in Halattraction en haalden met Halfvasten een kermis en stoet naar de stad. De economie stimuleren stond hoog op de agenda maar men had ook oog voor volksvermaak en liefdadigheid. Die liefdadigheidsdoelstelling leeft nog altijd voort in het goede doel dat Halattraction ieder jaar voorstelt. De Luuper van Halle 1 Deze foor groeit uit tot het grote moderne carnavalsfeest waarvoor Halle vandaag bekendstaat.

Aangezien de bevolking arm was, verkleedden vele mensen zich met oude kleren van hun eega. Wanneer de koopkracht steeg kozen meer feestvierders voor andere kostumering en zodoende is net als in vele andere carnavalssteden de vuil jeanet in Halle nog zelden te zien.

In de jaren vlak voor de Eerste Wereldoorlog reed de stoet niet altijd uit en vlak erna en in de jaren 20 werd ze ook niet meer georganiseerd. Sinds 1932 is de stoet al elk jaar door de straten getrokken.

Groei in de late 20e eeuw Na de Tweede Wereldoorlog werden er met Halfvasten ook carnavalsbals georganiseerd. Vanaf de jaren '70 is Krottenmaandag toegevoegd aan het carnavalsweekeinde.

Traditioneel mochten de top 5 chars op de Grote Markt blijven staan, na 2001 gebeurt dit nog slechts symbolisch omdat deze veel te groot zijn geworden. In de praktijk halen de groepen van categorie A altijd deze plaatsen. Deze categorie bevat de grote groepen, die naar hun omvang ook grotere chars bouwen. Deze chars bestaan geregeld uit een trekwagen en een twee tot drietal aanhangwagens. Soms bestaat een char uit vijf stuks. Als dit geweten is, is het begrijpelijk dat deze chars niet meer op de Grote Markt kunnen blijven staan. Dit zou het feestgewoel te veel hinderen (er zou geen plaats meer zijn) en de veiligheid zou ook drastig dalen (brandgevaar).

Aanvankelijk bestond de stoet nog uit buitenstedelijke groepen uit o.a. Aalst en Nederland. Gedurende de jaren '70 en '80 beginnen meer en meer plaatstelijke groepen het daglicht te zien. Zo ontstaan in 1965 KHKV De Boerkes en zullen HKV Dei van Sinte Roukes wagens uit polyester introduceren. Tot hiertoe maakte men carnavalwagens uit papier-maché. Met de groei van deze Halse verenigingen worden buitenstedelijke carnavalsgroepen verbannen en treedt de Halse carnavalstoet toe tot het selecte clubje van stoeten met groepen van eigen bodem en makelij. Voortaan rijdt op zondagnacht ook de Lichtstoet uit.

In 1999 kan de stoet voor de eerste maal zonder onderbreking van de wijk Sint-Rochus doortrekken naar de Grote Markt. Met de HST-werken en de bouw van het nieuwe station zijn de spoorwegen overkapt en verdween dus de overweg. Het nieuw ontstane Stationsplein op de overkapping herbergt ook een deel van de carnavalskermis.

Het hedendaagse feest miniatuur|Optocht met groepen en praalwagens De gemaskerde bals uit de jaren 70 en 80 worden niet meer georganiseerd. Zij hebben plaats geruimd voor openluchtfuiven in het centrum van de stad, jaarlijks verzamelen duizenden feestvierders zich voor drie dolle nachten op de Grote Markt, Beestenmarkt en Maandagmarkt. Ook de kroegen zijn populair tijdens de feestdagen en de Halse carnavalsverenigingen trekken vaak rond tussen de cafés. Praalwagens kunnen niet meer met de groepen rondreizen buiten de stoeten tussen deze kroegen. In de stadskern leidde dit soms tot hachelijke situaties in de smalle straten waar deze wagens elkaar niet kunnen kruisen en iemand achteruit moest.

Het feest blijft nog slachtoffer van haar succes wanneer de verbrandingen niet meer op hun traditionele tijd of plek kunnen doorgaan. De Verbranding van de Heerschappij wordt helemaal uit het weekeinde getild naar twee weken eerder en de Verbranding van Carnaval moet verhuizen naar het, in de volksmond, Leeuwenplein (Oud-Strijdersplein).

Bij aanvang van de 21e eeuw zijn wagens opgebouwd uit piepschuim nog de uitzondering. HKV De Gebeure zal de lokale pionier en leermeester in dit materiaal zijn, later zullen ook HKV Troep in Kannekes voor het materiaal kiezen. In de jaren '10 is er dan een plotse ommekeer en krijgt piepschuim de overhand over polyester, zodoende dat anno 2017 de verhoudingen bijna helemaal omgekeerd zijn tegenover vijf jaar eerder. Argumenten die groepen aanhalen om over te stappen zijn properder en sneller werken, daarnaast stinkt het bewerken van polyester en kruipt deze geur in de kleren. De tegenargumenten zijn dan het meer fragiel materiaal en het gebrek aan duurzaamheid. Polyester is steviger dan piepschuim en daardoor aantrekkelijker voor andere groepen om zulke wagens aan te kopen.

Desondanks is de wagen van papier-maché nog niet verdwenen. Jonge en kleine groepen durven nog wel voor dit materiaal kiezen. Ook hout en karton kunnen gebruikt worden, in deze gevallen gaat het normaliter over niet-gemotoriseerde voertuigen van beperkte omvang.

Een ander fenomeen dat komt overwaaien uit Aalst en Ninove is de opkomst van stoetliedjes. Een stoetlied is een lied in het thema van de carnavalsgroep in overeenstemming met de praalwagen en het kostuum. Zulk lied kan het uitgewerkte thema duidelijker tot uitdrukking laten komen voor toeschouwers van de optochten. HKV De Leste Kannekes was de eerste Halse carnavalsvereniging die een stoetlied inzong in 2013, zij kregen hiervoor ook de vernieuwingsprijs van Halattraction. In 2014 is dit voorbeeld overgenomen door vier andere groepen. Sporadisch vindt het stoetlied ingang bij andere carnavalsgroepen.

In de moderne tijden zijn niet enkel de praalwagens verlicht, maar ook de meeste kostuums van de figuranten. Een andere vernieuwing is het populaire gebruik van schuimrubber om grootsere kostuums (en voornamelijk hoofddeksels) te maken.

Eigenheden Het Halse carnaval wordt gevierd rond Halfvasten, aan de vooravond van de strenge vasten.

In het Halse carnaval zijn kenmerken van het Bourgondisch straatcarnaval en Rijnlands carnaval terug te vinden. Opmerkelijk is dat men hier niet de Raad van Elf kent, wel heeft men een carnavalsraad waar vertegenwoordigers van de verenigingen in zetelen. Het college van burgemeester en schepenen verkleedt zich traditioneel ook elk jaar in een gezamenlijk thema. Het Halse carnaval is het carnaval dat het meest verweven is met het katholieke geloof. Dit uit zich o.a. in de kaarsofferande van de Gilles op zondag en het dragen van eieren naar het klooster door het heersende prinsenkoppel.

Tijdens de driedaagse wordt de gemeente verdeeld in drie zones. In de eerste zone, die de Grote Markt, Beestenmarkt en Maandagmarkt bevat, mag muziek buiten afgespeeld worden tot 6 uur. De tweede zone beslaat ongeveer het hele stadscentrum en hier mag muziek weerklinken tot 3 uur. De laatste zone is de foor en alle andere straten en pleinen van de gemeente en er mag tot 1 uur muziek gespeeld worden. 's Nachts mag er nergens op het grondgebied van Halle muziek uit de praalwagens klinken, om overlast te voorkomen.Stad Halle

Waar normaliter veelvouden van tien jaar bestaan extra gevierd worden, zijn voor Halse carnavalsverenigingen en prinsen/prinsessen veelvouden van elf extra speciale jaren. Dit wordt speciaal in de verf gezet door een stapje verder te gaan dan andere jaren of een speciaal hieraan gewijd 'jubileumfeest' te geven voor of na carnaval. Wanneer het een prins of prinses carnaval betreft mogen zij op carnavalszondag het gulden boek ondertekenen als onderdeel van de pronkzitting.

Elk jaar sinds 1959 krijgt Reus Vaantjesboer een peter of meter. Deze traditie was sinds de jaren 1990 enige tijd onderbroken maar is wederom opgenomen sinds 2016. Net als de reus krijgt ook het standbeeld van de kleine Vaantjesboer zijn peter, een overlevering die is opgestart in 1990. Het peterschap bij deze instituten wordt meestal opgenomen door een groep of instelling zoals er waren de Politiezone Halle, HKV De Maskottes of De Wijngeuzen. Ook de praalwagens krijgen hun meter en peter aangesteld door de groepen en de Orde der Prinsessen heeft elk jaar haar ambassadeur.

Carnavalsverenigingen In Halle wordt het onderscheid gemaakt tussen vriendenkringen en groepen. Het verschil bestaat erin dat de groepen een praalwagen, in Halle char (uitgesproken als sjaar) genoemd, bouwen. In de praktijk bouwen de grotere verenigingen jaarlijks een char. Deze chars worden opgetrokken in papier-maché, piepschuim, polyester of polythuraan. Een rollenpatroon dat bij veel groepen voorkomt is dat vrouwen hoofdzakelijk aan de kledij werken terwijl mannen zich vooral bezighouden met het bouwen van de praalwagen. Als een groep er niet in slaagt haar praalwagen te verkopen zal zij deze moeten slopen om plaats te maken voor een nieuwe. Dit betekent ook een financiële kater voor de groep daar de opbrengst besteed wordt om de nieuwe wagenbouw te bekostigen, in de jaren 90 kon de kostprijs van een char al oplopen tot 400.000 BEF (9.915,74 euro). De Luuper van Halle 2 Halle kent geen centrale werkhal zoals men dit heeft in Bergen-op-Zoom of Aalst en het thema wordt quasi jaarlijks opgeborreld maar ook binnen de carnavalsgemeenschap zelf is er geen eensgezindheid over de noodzaak aan zo een werkplaats.

Halle telt ongeveer 50 officiële carnavalsverenigingen, in 1986 stond dit aantal nog op een dertigtal. In de opsomming duidt het jaartal op de eerste deelname in de stoet, voor de gewezen verenigingen is dit het laatste jaar van deelname. Op de Nachtratten na is elke groep die met polyester werkte in het tweede decennium van de 21e eeuw overgestapt naar piepschuim.

Groepen en vriendenkringen Naam Sinds OpmerkingAzuu en nie Anders D'Afzakkers 1996 Den Belleman, de Bellevraa en ons Belleke 2003 in zijn jubileumjaar 2013 als groep i.p.v. als individueel De Boerkes 1965 Koninklijke vereniging sinds 2017 Dei van ba Chic 1992 polyester tot 2015 Dei van Ouver 't Woeter 2012't Droit Veerkant2023 't Es Allemoe Da Nie 2016 De Fleerefluiters 2003 De Froesjeleirs 1974 De Gebeure 1976 stoetlied sinds 2014 De Gigippekes 2017 De Hallemettekes 2003 in 2017 HKV Zu Geboure opgenomenDe Kalisjkes2022De Kameroete2023 De Ketjes 2011 Groep vanaf 2020, voorheen vriendenkring. De Leste Kannekes 2006 samensmelting 'De Leste' en 'Troep in Kannekes'