Luc Tuymans (Mortsel, 1958) is een Belgisch kunstschilder. Hij werkt in Antwerpen en is gehuwd met Carla Arocha, een kunstenares uit Venezuela. Tuymans is een belangrijk figuur in de generatie van Europese figuratieve schilders die roem verwierven op een moment dat velen geloofden dat een aloud medium zoals schilderkunst niet langer relevant was vanwege het nieuwe digitale tijdperk.
Situering Tuymans is bekend van zijn schilderijen die onze relatie met de geschiedenis verkennen en ons confronteren met ons vermogen om deze blijkbaar te negeren. Veel van Tuymans' werk gaat over morele complexiteit, meer bepaald het naast elkaar bestaan van ‘goed’ en ‘kwaad’. Zijn onderwerpen variëren van grote historische gebeurtenissen zoals de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust tot het schijnbaar onbelangrijke of banale, zoals behangpapier, kerstdecoratie of alledaagse voorwerpen.
De figuratieve schilderijen van de kunstenaar bevatten weinig kleur en worden gemaakt met snelle penseeltrekken met natte verf. Tuymans laat zich inspireren door foto’s en filmbeelden die hij haalt uit de media maar ook door zijn eigen foto’s en tekeningen. Hij maakt gebruik van fotografische methodes zoals afsnijding, kadrering, sequentiebepaling en extreme close-up. Zijn werken zijn vaak met opzet onscherp; het wazige effect wordt doelbewust gecreëerd met verfstrepen, het is niet het resultaat van een zogenaamde wegveegtechniek.
Vormelijke en conceptuele tegenstellingen zijn terugkerende elementen in het werk van Tuymans, die daarover zegt: ‘Hoewel het bederf te zien moet zijn in de manier waarop het schilderij wordt gemaakt, schept het maken ervan ook plezier, een soort streling van het doek’. Dit commentaar verwoordt hoe Tuymans semantisch vormgeeft aan de filosofische inhoud van zijn werk. Zijn vaak allegorische titels voegen aan zijn werk nog een laag beeldspraak toe, een laag die verder gaat dan het zichtbare. Het schilderij Gaskamer (1986) illustreert dit gebruik van titels om in het hoofd van de kijker associaties op te roepen. Betekenis is iets wat in zijn werk nooit vaststaat; zijn schilderijen zetten aan tot nadenken. Een kenmerk van Tuymans' werk dat daarmee samenhangt, is dat hij vaak in reeksen werkt, een methode waarbij een beeld een ander beeld opwekt en waardoor beelden tot in het oneindige geformuleerd en geherformuleerd kunnen worden. Beelden worden herhaaldelijk geanalyseerd en gefilterd, en de kunstenaar maakt een groot aantal tekeningen, fotokopieën en aquarellen als voorbereiding voor zijn olieverfschilderijen. Elk schilderij wordt echter uiteindelijk in één dag afgewerkt.
Eerste levensjaren thumb|Luc Tuymans: Antichambre, 1985.Olieverf op doek, 69,9 × 80,1 cm. Collectie Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen. Luc Tuymans werd geboren op 14 juni 1958 in Mortsel, vlak bij Antwerpen, uit een Vlaamse vader en een Nederlandse moeder. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot de familie van zijn moeder zich bij het Nederlandse verzet aan en verborg vluchtelingen, terwijl sommige leden van zijn vaders familie naar verluidt met de nazi-ideologie sympathiseerden. Deze kwestie dook geregeld op in familiegesprekken en gaf aanleiding tot morele vragen en schuldgevoelens. Het onderwerp werd een bron van fascinatie en angst, en speelde later een belangrijke rol in Tuymans' schilderijen.
Dat Tuymans interesse had voor kunst, werd al op jonge leeftijd duidelijk, en zijn talent werd voor het eerst erkend tijdens een zomervakantie in Zundert, waar hij een tekenwedstrijd won. Later zei hij dat deze gebeurtenis hem een idee gaf welke weg hij moest volgen. Toen hij acht of negen was, nam zijn oom hem mee naar het Gemeentemuseum in Den Haag, waar hij een schilderij van Mondriaan zag. In een gesprek geruime tijd later legde hij uit: 'Naar dat abstracte schilderij kijken was mijn eerste kunstervaring… Ik voelde er de magie van kunst in... Ik begreep wel de monumentaliteit van dat werk.'
Opleiding Zijn kunststudies begon Tuymans toen hij 18 was, aan het Sint-Lukasinstituut in Brussel (1976-1979). In deze periode reisde hij naar Boedapest, waar hij in het Museum voor Schone Kunsten de schilderijen van El Greco zag. In een interview in 2020 legde Tuymans uit dat deze schilderijen een shock voor hem waren en dat El Greco hem ook vandaag nog blijft fascineren. Hij vervolgde zijn studies aan de École nationale supérieure des arts visuels de La Cambre in Brussel (1979-1980) en trok daarna naar de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (1980–1982), waar hij schilderen inruilde voor film maken. Na zijn kunststudies schreef Tuymans zich aan de Vrije Universiteit Brussel in voor een academische graad in Kunstgeschiedenis (1982-1986).
Werk (schilderijen) Vroege werken, 1972-1994 thumb|Luc Tuymans: Body, 1990.Olieverf op doek, 48,5 × 38,5 cm. Verzameling S.M.A.K. Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Ghent thumb|Luc Tuymans: Der diagnostische Blick IV, 1992. Olieverf op doek, 57 × 38,2 cm. Private collectie, permanente bruikleen afgestaan aan het Museum De Pont, Tilburg. Tijdens de cruciale eerste fase van Tuymans' artistieke ontwikkeling evolueerde zijn schildermethode snel. Volgens de catalogue raisonné maakte hij in deze periode bijna 200 schilderijen op doek of op hout.
Zijn eerste bekende schilderij dateert uit 1972 en het eerste schilderij dat publiek werd tentoongesteld, maakte hij in 1977 en kreeg de titel Self-Portrait. Hij was op dat moment student, nam met het werk deel aan de jaarlijkse Nationale wedstrijd (‘Lijn-Kleur-Vlak’) van het Gemeentekrediet van België (het huidige Belfius) en won de eerste prijs.
In 1979-1980 werkte Tuymans met Marc Schepers samen aan twee lokale projecten onder de titel Morguen. Aan families in een Antwerpse buurt vroegen ze historische familiefoto’s, die de kunstenaars op hun beurt aanvulden met eigen documentatie van die wijk. Het jaar daarop publiceerden ze het project in het Tijdschrift voor levende Volkskunst, in de vorm van een dagboek, naar het voorbeeld van het historische tijdschrift Volksfoto. Zes maanden later zetten ze een tweede fotoproject op poten. Dit keer concentreerden ze zich op de arbeiderswijk rond de Sint-Andrieskerk in Antwerpen.
Tussen 1980 en 1985 stopte Tuymans met schilderen en ging hij experimenteren met film. Zo maakte hij onder andere Feu d’artifice en maakte hij plannen voor een semi-documentaire langspeelfilm, maar die is nooit gerealiseerd. Sommige van zijn gefilmde fragmenten zullen later wel dienen als inspiratie voor schilderijen.
Toen Tuymans in 1985 opnieuw begon te schilderen, veranderde hij zijn techniek en sindsdien heeft hij nooit meer langer dan één dag aan een schilderij gewerkt. 1978 focust Tuymans zich met zijn schilderijen op de Europese nagedachtenis van de Tweede Wereldoorlog, waarmee hij ingaat tegen de beroemde vraag van Adorno over de onmogelijkheid van kunst na de Holocaust en de ineenstorting van elke coherente traditie in het schilderen. Een van zijn werken uit deze periode is een klein schilderij uit 1986 van de gaskamer in Dachau, getiteld Gaskamer. Het uitgangspunt voor dit schilderij was een aquarel die hij ter plaatse had gemaakt. Zoals J.S. Marcus van The Wall Street Journal schreef, heeft dit schilderij 'de manier van schilderen vereenvoudigd… het perspectief afgeplat, de kleur en de richting van de compositie verzacht… Om het schilderij te redden doet hij het bijna verdwijnen.' Andere schilderijen die uit deze periode dateren, zijn het vierluik Die Zeit uit 1988, waarin hij een portret van nazikopstuk Reinhard Heydrich combineert met twee spinazie-tabletten en een stadsgezicht, en het schilderij Die Wiedergutmachung uit 1989, dat de ogen afbeeldt van zigeunerkinderen waarop de nazi’s experimenten hadden uitgevoerd.
Eind jaren 70 begint Tuymans ook portretten van zichzelf te schilderen, net als denkbeeldige portretten, anonieme personen en historische en publieke figuren. Op het eerste gezicht lijken de meeste van deze afbeeldingen traditionele portretten; de benadering is emotieloos en niet psychologisch. Zijn portretten nemen alle persoonlijkheid weg, waardoor het lichaam gaat lijken op een lege huls en het gezicht op een masker. Een ander voorbeeld van deze figuratieve portretten is Der diagnostische Blick, een reeks van tien schilderijen uit 1992, gebaseerd op klinische afbeeldingen van lichamen en lichaamsdelen die hij vond in een handboek geneeskunde over lichamelijke aandoeningen.
Zoals Meyer-Hermann in de catalogue raisonné schreef, verduidelijkte de kunstenaar zijn theoretische aanpak voor het eerst in een voorstel voor een groepstentoonstelling – die uiteindelijk niet is doorgegaan – met de titel Virus of the Vanities. Daarin definieert hij sleutelbegrippen en ontwikkelt hij een dialectiek tussen het 'virus' als vertegenwoordiger van de 'cultus' en 'ijdelheid' als een projectie van 'cultuur'. Hij plaatst ook het ‘anekdotische’ (zoals in een portret of een stilleven) tegenover het 'symbolische' (zoals in voorstellingen van de tijd of de dood). Om zijn ideeën kracht bij te zetten, verwijst Tuymans naar negen van zijn schilderijen uit de periode 1978-1990.
Het jaar 1992 betekende de internationale doorbraak voor de carrière van Tuymans. Verschillende solotentoonstellingen van zijn werk (in Kunsthalle Bern bijvoorbeeld) en zijn deelname aan documenta IX te Kassel, met Jan Hoet als curator, vergroten zijn internationale faam.
Tuymans' eerste tentoonstelling in Noord-Amerika, Superstition, vond in 1994 plaats in de David Zwirner Gallery (grotere of andere tentoonstelling met dezelfde titel later was ze ook te zien in de Art Gallery of York University in Toronto, The Renaissance Society van de University of Chicago en het Londense ICA Institute of Contemporary Arts). De tentoonstelling weerspiegelde het scepticisme van de mensheid en de spirituele onverschilligheid die blijken uit onze houding tegenover recente historische gebeurtenissen.
1995-2006 thumb|Luc Tuymans, Lumumba, 2000. Olieverf op doek, 62 × 46 cm. Collectie MOMA Museum of Modern Art, New York. Sinds 1995 verwierf Tuymans almaar meer internationale roem. Hij nam deel aan meer dan 140 groepstentoonstellingen en verzorgde 47 solotentoonstellingen in Europa, Noord-Amerika en Azië. Tussen 1995 en 2006 maakte hij 198 werken die hij klasseerde als schilderijen, verschillende muurschilderingen en wandtapijten.
De eerste tentoonstelling in de Verenigde Staten vond plaats in 1995 in "The Renaissance Society" in Chicago.
Zijn tentoonstelling Heimat, die in 1995 plaatsvond in de Antwerpse kunstgalerie Zeno X en het Musée des Beaux Arts in Nantes, vormde een reactie op de politieke gebeurtenissen in Vlaanderen en nam het Vlaams-nationalisme op de korrel. Tentoongestelde werken, allemaal in 1995 geschilderd, waren onder andere The Flag, A Flemish Village, het Vlaamse monument IJzertoren, een portret van de Vlaamse schrijver Ernest Claes, getiteld A Flemish Intellectual, en Home Sweet Home. Verschillende schilderijen van de tentoonstelling Heimat waren het jaar daarop (1996-1997) te zien in de tentoonstelling Face à l‘histoire in het Centre Georges Pompidou in Parijs. Deze expo was gewijd aan het antwoord van moderne kunstenaars op grote historische en politieke gebeurtenissen van de afgelopen zestig jaar. In een interview met De Witte Raaf in 2014 over de Heimat-reeks geeft Tuymans uiting aan zijn afkeer van de separatistische, extreemrechtse Vlaamse politieke partij het Vlaams Blok (nvdr het huidige Vlaams Belang), die in 1994 in Antwerpen zijn beste verkiezingsresultaat ooit had behaald. Daarover zei hij: 'Ik schaamde me dat ik van Antwerpen was!’