Green Day is een Amerikaanse punkrockband opgericht in 1987 in East Bay, Californië. Aan Green Day wordt samen met de Californische punkbands The Offspring en Blink-182 vaak het doen herleven van de belangstelling voor punkrock in de jaren 90 en begin jaren 2000 toegeschreven.
De eerste albums van Green Day kwamen uit onder het onafhankelijke platenlabel Lookout! Records. Hiermee kregen ze steeds meer bekendheid en meer fans. In 1994 werden ze wereldwijd bij het grote publiek bekend met hun album Dookie, dat uiteindelijk alleen al in de Verenigde Staten meer dan 10 miljoen keer verkocht is. De drie opvolgende albums van Green Day, Insomniac, Nimrod en Warning hadden niet het enorme succes van Dookie, maar waren ook succesvol. Insomniac en Nimrod haalden dubbel platina en Warning kreeg de gouden status toegewezen. De rockopera American Idiot (2004), deed het succes van de band weer herleven bij de jongere generatie. Van deze plaat zijn er in de Verenigde Staten 5 miljoen verkocht. Het achtste studioalbum van de band, 21st Century Breakdown, verscheen in 2009. De band bracht in 2012 een trilogie van nieuwe albums uit, te weten ¡Uno!, ¡Dos! en ¡Tré!. De band bracht hun twaalfde studioalbum Revolution Radio uit in oktober 2016. In februari 2020 kwam hun dertiende studioalbum Father of All Motherfuckers uit. Hun veertiende album, getiteld Saviors, kwam op 19 januari 2024 uit.
Green Day heeft wereldwijd meer dan 65 miljoen albums verkocht. De groep heeft vijf Grammy Awards gewonnen. In 2010 werd een musicalversie van American Idiot voor het eerst opgevoerd op Broadway. De musical is genomineerd voor 7 Tony Awards, de belangrijkste prijzen op musicalgebied, en heeft over het algemeen positieve recensies gekregen.
Biografie Oprichting en beginjaren (1987-1993) In 1987 richtten de twee vrienden Billie Joe Armstrong en Mike Dirnt, toentertijd 14 jaar oud, een band op onder de naam Sweet Children. Vrij snel kwamen bassist Sean Hughes en drummer Raj Punjabi bij de band. Het eerste live-optreden vond plaats op 17 oktober 1987, in Rod's Hickory Pit in Vallejo, Californië. Armstrongs moeder werkte daar. Vrij snel werd Raj Punjabi vervangen door voormalig Isocracy-drummer John Kiffmeyer, ook bekend als Al Sobrante. Kiffmeyer was de drummer en de manager van de band, hij regelde de boekingen voor optredens van de band en hielp een achterban opbouwen. Zoals in de dvd Punk's Not Dead door Armstrong geciteerd wordt, was Operation Ivy een grote invloed van de band, en de groep die de twee had geïnspireerd om een band te vormen.
Nadat Hughes uit Sweet Children was gestapt in 1988, zag Larry Livermore, eigenaar van Lookout! Records, de band spelen in een show en hij bood hen een platencontract aan. In 1989 nam de band hun eerste ep op, genaamd 1,000 Hours. Voordat 1,000 Hours uitkwam, veranderde de band de naam naar Green Day, om verwarring met een andere lokale band, genaamd Sweet Baby, te voorkomen.
Lookout! Records bracht ook het eerste studioalbum van Green Day uit, genaamd 39/Smooth, begin 1990. Green Day zou later dat jaar nog twee ep's uitbrengen, Slappy en Sweet Children, die oudere nummers bevatten die de band had opgenomen voor het platenlabel Skene! Records, en opnieuw hadden opgenomen. In 1991 werd 1,039/Smoothed out slappy hours uitgebracht, dat de nummers van alle voorgaande ep's en van het album bevatten. In het najaar van 1990, vlak na de eerste landelijke tournee van de band, ging Sobrante studeren. De drummer van The Lookouts, Tré Cool, zou zijn plaats als drummer tijdelijk innemen. Echter, wanneer het duidelijk werd dat Sobrante niet van plan was zich fulltime op de band te richten, werd de plaats van Cool permanent. De band toerde het grootste deel van 1992 en 1993, en speelde een aantal concerten in Europa. Het tweede album Kerplunk verkocht 50.000 exemplaren in de Verenigde Staten.
Het grote succes (1994-1996) Het succes van Kerplunk leidde tot een groot aantal bekende platenlabels die geïnteresseerd raakten in Green Day, en de band verliet uiteindelijk Lookout! Records op vriendschappelijke wijze en tekende een contract bij Reprise Records. Ze kwamen bij dit label door producer Rob Cavallo, wiens werk hun aandacht trok. De groep was zeer te spreken over zijn werk met de Californische band The Muffs, en later hebben ze gezegd dat Cavallo "de enige was waar wij echt mee konden praten". Voor veel fans was dit het punt waarop gedacht werd dat Green Day te commercieel zou worden. Terugkijkend op deze periode heeft Armstrong aan Spin Magazine verteld: "Ik kon niet terug naar de punkscene, wanneer we het grootste succes ter wereld waren, of de grootste blunder ... Het enige dat ik kon doen was op mijn fiets stappen en vooruit kijken." Na het contract met Reprise Records getekend te hebben, begon Green Day te werken aan hun eerste A-labelalbum, Dookie.
Dookie is in drie weken opgenomen, en is uitgekomen in februari 1994. Het werd een commercieel succes, geholpen door het veelvuldige spelen van de video's van Longview, Basket case en When I come around op MTV. Elke van deze nummers bereikten nummer 1 in de Amerikaanse Modern Rock Tracks-lijst. Dat jaar deed Green Day een landelijke tournee met de band Pansy Division als openingsact. Op 9 september 1994, tijdens een optreden bij Hatch Memorial Shell in Boston, braken rellen uit tijdens de set van de band (die daardoor werd verkort tot 7 nummers). Bij de rellen raakten 100 mensen gewond en werden 45 mensen gearresteerd. De band trad ook op bij het Lollapaloozafestival en Woodstock '94, waar ze tot ongenoegen van velen een moddergevecht startten. Tijdens het concert herkende een beveiliger Mike Dirnt niet. Hij dacht dat het een fan was die binnengedrongen was en heeft een aantal van zijn tanden eruit geslagen. Doordat Woodstock '94 door miljoenen mensen op televisie werd bekeken, werd het succes van en de erkenning voor Green Day steeds groter. Dit heeft geleid dat het album uiteindelijk een diamanten status kreeg. In 1995 won Dookie de Grammy Award voor Beste Alternatieve Album en de band was genomineerd voor negen MTV Video Music Awards.
In 1995 werd een single voor de Angus soundtrack uitgebracht, getiteld J.A.R.. De single debuteerde op nummer één op de Billboard Modern Rock Tracks-lijst. Het nummer werd gevolgd door de band haar vierde studioalbum, Insomniac, dat in de herfst van 1995 werd uitgebracht. Insomniac was een veel donkerdere en hardere plaat als antwoord op de nieuwe populariteit, vergeleken met het meer melodische Dookie. Het album ontving warme kritiek door critici. Het muziekblad Rolling Stone gaf het album 4 van de 5 sterren. Er werd gezegd dat "in punk wordt het goede werk uit zich en krijgt betekenis wanneer je het luistert zonder opoffering van iets van het elektrische directheid. Green Day is zo goed als dit kan zijn". De singles uitgebracht van Insomniac waren Geek stink breath, Stuck with me, Brain Stew / Jaded en Walking contradiction. Hoewel het album niet de verkoopcijfers van Dookie bereikte, werden in Amerika toch twee miljoen albums verkocht. Daarbij kreeg het album verschillende nominaties voor Grammy's en American Music Awards. De Europese tournee die daarop volgde, werd afgezegd vanwege vermoeidheid.
Middeljaren en afname in commercieel succes (1997-2002) Na een korte stop in 1996, begon Green Day in 1997 aan een nieuw album te werken. Vanaf het begin wist de band, net als producer Cavallo, dat het album een compleet nieuwe sound moest krijgen vergeleken met de afgelopen albums. Het resultaat was Nimrod, een experimentele afwijking van de bands standaard pop-punkwerk. Het nieuwe album werd uitgebracht in oktober 1997. Het brengt een variëteit aan muziekstijlen, van pop-punk, surf rock, en ska, tot een akoestische ballad. Nimrod kwam op nummer 10 op de Amerikaanse hitlijst binnen. Het succes van Good Riddance (Time of Your Life), bracht de band een MTV Video Award voor Beste Alternatieve Video, voor de video van het nummer. Deze liet mensen zien die grote veranderingen in hun leven hadden begaan terwijl Armstrong zijn akoestische gitaar bespeelt. Het nummer is ook gebruikt in de tweede "clip show" episode van Seinfield en in twee episodes van ER. De andere singles uitgebracht van Nimrod waren Nice guys finish last, Hitchin' a ride en Redundant. De band maakte een gastoptreden in een episode van King of the Hill, getiteld The man who shot Cane Skretteberg, dat uitgezonden werd in 1997. Eind 1997 en het grootste deel van 1998 werd er getoerd.
In 2000 bracht Green Day hun zesde studioalbum, genaamd Warning, uit. Deze was een stap verder in de stijl die ze hadden gebruikt op Nimrod. Om het album te promoten, nam de band deel aan de Warped Tour in 2000. De band had ook een eigen tournee voor het album in 2001. De reviews voor het album waren verschillend. Allmusic gaf het 4,5/5, waarbij gezegd werd: "Warning is op zich geen innovatief album, maar het is verschrikkelijk tevredenstellend". Rolling Stone was kritischer, met 3/5 sterren. Deze had als kritiek: "Warning... geeft de vraag: Wie wil nummers van geloof, hoop en sociaal commentaar luisteren van wat de snot-cores best verkopende band hoort te zijn?" Hoewel het de hit Minority gaf, en de kleinere hit Warning, waren sommige luisteraars het eens met de conclusie dat de band relevantie verloor, en dat de populariteit afnam. Terwijl alle Green Day-albums ervoor minstens dubbel platina hadden bereikt, kreeg Warning alleen goud.
Bij de California Music Awards won Green Day alle acht van de prijzen waarvoor ze waren genomineerd. De groep won de prijs voor Beste Album (Warning), Beste Punk Rock/Ska Album (Warning), Beste Groep, Beste Mannelijke Zanger, Beste Bassist, Beste Drummer, Beste Songwriter en Beste Artiest.
Het uitbrengen van twee verzamelalbums, International superhits! en Shenanigans, volgden op Warning. International Superhits! en de verzameling van muziekvideo's, International Supervideos!, verkochten goed, en kregen platina in de Verenigde Staten. Shenanigans bevatte een aantal B-kanten van de band, onder andere Espionage, dat in de film Austin Powers: The Spy Who Shagged Me zat en genomineerd werd voor een Grammy Award.
In het voorjaar van 2002 was Green Day het hoofdprogramma in de Pop Disaster Tour samen met blink-182. Ondanks dat ze het co-hoofdprogramma te zijn, speelde de band elke show voor blink-182, die in die tijd meer succes had. De tournee werd vastgelegd op de dvd Riding in Vans with Boys.
American Idiot: een nieuw succes (2003-2006) In de zomer van 2003 ging de band de studio in om nieuw materiaal te schrijven en op te nemen voor een nieuw album, dat de naam Cigarettes and Valentines zou krijgen. Nadat 20 nummers waren opgenomen, werden de master tapes gestolen van de studio door een tot nog toe onbekend iemand. In plaats van dat de gestolen nummers opnieuw werden opgenomen, werd besloten om het oude materiaal weg te doen en een heel nieuw project te starten. Dit omdat het materiaal niet representatief genoeg was voor de band haar beste werk. Het was in die tijd dat het bekend werd dat een band genaamd The Network een platencontract had getekend bij Armstrongs platenlabel Adeline Records. Na een mysterieuze uitgave van een album genaamd Money Money 2020, ging het gerucht dat The Network Green Day zelf zou zijn, doordat de bands eenzelfde soort sound hadden. Echter, de geruchten werden noch door de band, noch door Adeline Records, bevestigd. Het enige dat bekendgemaakt werd was een verklaring op de Adeline Records website, waarin een geschil tussen de twee bands werd behandeld.
Green Day ging samenwerken met Iggy Pop op twee tracks van zijn album Skull ring in november 2003. Op 1 februari 2004 werd een nieuw nummer, een cover van I fought the law, uitgebracht via iTunes.