Johannes Hermanus Gunning jr. (Vlaardingen, 20 mei 1829 - Arnhem, 21 februari 1905) was een Nederlands kerkelijk hoogleraar in de theologie. Gunning was in de 19e eeuw een vooraanstaand theoloog en voorvechter van de ethische theologie van Daniël Chantepie de la Saussaye. Hij was een verklaard tegenstander van politieke partijvorming op religieuze basis en stond daarmee lijnrecht tegenover Abraham Kuyper, de oprichter van de Anti-Revolutionaire Partij.Friesch Dagblad d.d. 14 februari 2005
Broers thumb|Gunning door Bernardus Arps Gunning jr. was een lid van de familie Gunning en zoon van de predikant Johannes Hermanus Gunning (26 februari 1802 - 1 maart 1889) en Anna Elisabeth van Campen (Arnhem, 23 april 1805 - Leeuwarden, 31 oktober 1855)over Anna Elisabeth van Campen. Gearchiveerd op 19 augustus 2023.. Hij studeerde evenals zijn drie broers aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Jan Willem (1827) studeerde chemie en werd later rector-magnificus, Marius (1834) studeerde geneeskunde en Edward (1836) studeerde evenals Johannes Hermanus theologie.
Loopbaan Na zijn studie werd Gunning achtereenvolgens hulppredikant te Antwerpen en Heusden en predikant te Blauwkapel, Hilversum en 's-Gravenhage. In 1882 werd hij benoemd tot kerkelijk hoogleraar aan de Universiteit van AmsterdamDigitale Bibliotheek voor de Nederlandse letteren en in 1889 tot gewoon hoogleraar in de ethiek en de wijsbegeerte van de godsdienst aan de Universiteit Leiden.
Zoon Johannes Hermanus Gunning trouwde met Johanna Hoog. Hun zoon Johannes Hermanus Gunning werd eveneens predikant en schreef een zesdelige biografie over het leven en werk van zijn vader.
Publicaties (selectie) Beginsel en meeningen, of: Hoe gaat vastheid van beginsel met wisseling van meeningen samen? Utr. 1864 Blikken in de openbaring, 4 dln., Amst. 1866-'69 De profeten in Israël, Amst. 1869 Dante Alighieri, eene studie, Amst. 1870 Schiller's Taucher, eene studie, Amst. 1871 Goethe's Faust, eene studie, Amst. 1872 Het leven der menschheid en der menschen, eene divina commedia, Amst. 1875 Lijden en heerlijkheid, Amst. 1875, 2e dr. 1876 Spinoza en de idee der persoonlijkheid, eene studie, Utr. 1876 (met prof. P.D. Chantepie de la Saussaye Dz.) Het ethische beginsel der theologie. Gron. 1877 Het leven van Jezus, 2 dln., 's-Hage 1878-'80 Een persoonlijk woord bij het gedenken aan 25jarige evangeliebediening, 's-Hage 1879 Overlevering en Wetenschap met betrekking tot de evangelische geschiedenis, inzonderheid van de eerste levensdagen des Heeren, 's-Hage 1879 Deze wereld of de toekomende? Utr. 1880 Een woord over onzen kerkelijken toestand, 's-Hage 1880 Het kruis des Verlossers, Amst. 1881 Het kruis, de waarheid voor wetenschap en kerk. Redevoering, Amst. 1882 Discipelen des woords, redevoering, Amst. 1883; Zelfstandigheid der gemeenten, Amst. 1884 Jezus Christus de middelaar Gods en der menschen, Amst. 1885 De vrije universiteit en de Ned. Herv. kerk, Utr. 1885.
Categorie:Hoogleraar aan de Universiteit Leiden Categorie:Hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam Categorie:Nederlands predikant