Intercitymaterieel (kortweg ICM met de materieelnaam Plan Z) is een type treinstel van NS Reizigers dat voornamelijk gebruikt wordt in intercitytreindiensten. De trein heeft de bijnaam Koploper vanwege de doorloopkop onder de verhoogde machinistencabine, die bij koppeling een loopverbinding tussen de treinstellen mogelijk maakte. De doorloopkop bleek storingsgevoelig en bij de modernisering van 137 van de 144 treinstellen in de jaren 2005–2011 zijn de kopdeuren verwijderd. De gereviseerde treinstellen worden aangeduid als Intercitymaterieel gemoderniseerd (ICMm). ICMm wordt sinds 2022 buiten dienst gesteld; het is de bedoeling dat alle treinstellen in 2030 uit dienst zullen zijn.
Het model is ontworpen door Evert Endt van het designbureau van ontwerper Raymond Loewy.Koplopers (IC-III, plan Z, ICM, ICMm), De doorloopkop, met de daarop geplaatste cabine, is ontworpen door Evert Endt van het bureau CEI-Raymond Loewy, naar een idee van de heer Zeevenhoven van NS., geraadpleegd op 2024-01-15 De eerste zeven (prototype-) treinstellen kwamen in 1977 in dienst. Het merendeel van de tussen 1983 en 1994 gebouwde treinen reed in 2022 nog dagelijks over het Nederlandse spoorwegnet.Treinposities NS ICM Geraadpleegd 19 juli 2022
De ICMm's vormen samen met het VIRM en de DDZ het meestgebruikte materieel op de verbindingen tussen de Randstad en het noorden en oosten van het land. De rijtuigen van het type ICR zijn voor een groot deel gebaseerd op het middenrijtuig van ICM-0.
Deelseries Zowel de ICM-0, ICM-1 als de ICM-2 zijn geleverd als driewagenstel; de ICM-3 en ICM-4 zijn geleverd als vierwagenstel. ICM-0 thumb|left|Stel 4002 tijdens testritten in 1977. thumb|De gemoderniseerde 4013 (ICMm) naast een nog niet gemoderniseerde Koploper (ICM); bij de 4013 is de doorloopkop verwijderd, te zien aan het ontbreken van de naad in het midden In 1977 zijn de 4001–4007 als prototypes gebouwd door Talbot te Aken. Destijds werden ze aangeduid als IC3 en later als ICM-0 om ze te kunnen onderscheiden van de latere seriebouw. Ze werden aanvankelijk ingezet tussen Eindhoven en Venlo. Dit baanvak was speciaal geschikt gemaakt voor 160 kilometer per uur. Later werden ze ingezet tussen Amsterdam en Nijmegen.Weg en Werken 1979 Geraadpleegd 19 juli 2022
Vanaf 1983 kwam de vervolgserie 4011–4097 in dienst. Bij deze nieuwere stellen werden diverse zaken anders uitgevoerd dan bij de prototypes. Onder meer de indeling van de ramen (sommige bakken van de prototypes hadden bijvoorbeeld SGM-ramen), vormgeving van bagagerekken (met luchtdouches onder het bagagerek), en de binnendeuren (automatische schuifdeuren in plaats van klapdeuren bij de bakovergang). De nieuwe serie kreeg dezelfde oranje banken als de Intercityrijtuigen (ICR). In ICM-0 4001 werd bij wijze van proef een thyristor-chopper van de firma Holec ingebouwd in plaats van rijweerstanden. Het treinstel heeft hiermee dienstgedaan van 1 maart 1982 tot maart 1983. De doorloopkoppen van de prototypes werden in het najaar van 1984 zodanig aangepast dat ze koppelbaar waren met die van de seriebouw. Door de aanwezigheid van Scharfenbergkoppelingen kunnen alle ICM-varianten met elkaar in treinschakeling rijden, maar niet met andere materieeltypen. ICM-0 is voorzien van Wegmann-draaistellen; dit in tegenstelling tot de vervolgseries, die voorzien zijn van draaistellen van SIG, type GSG 4.
In 2003 zijn de zeven ICM-0-stellen terzijde gesteld. Enkele treinstellen zijn gesloopt door Dotremont in Maastricht. Treinstel 4001 stond lange tijd op Arnhem Goederen. In 2018 is het stel naar Industriepark Kleefse Waard overgebracht waar het als oefenobject door de brandweer wordt gebruikt. Treinstel 4004 is als oefenobject in Ossendrecht in gebruik bij de politieacademie; een kopbak is daarbij gescheiden van de rest. De kopbakken van stel 4005 zijn in gebruik geweest als oefenobject bij Falck BHV in Utrecht. Inmiddels zijn ze gesloopt. De tussenbak AB 4007 is verbouwd tot AB 4044 ter vervanging van een uitgebrande AB.
ICM-1 en ICM-2 Tussen 1983 en 1990 zijn de Koplopers 4011–4097 gebouwd. Het eerste treinstel werd op 11 december 1983 officieel door Talbot overgedragen aan NS; de overdrachtsrit vond plaats op 10 januari 1984. Met ingang van de zomerdienstregeling 1984 kwamen de eerste vier ICM-1's in dienst op de verbinding Amsterdam – Zwolle – Groningen / Leeuwarden.
Deze treinstellen hebben twee motordraaistellen (vier aangedreven assen) onder een van de koprijtuigen. De motordraaistellen zijn van het type SIG NM: L-GA 2 en de loopdraaistellen zijn van het type NL: L-GA 2. De ICM-1's (4011–4050) hebben geen choppers, maar rijweerstanden voor het aansturen van de tractiemotoren. Vanaf nummer 4051 kregen ze choppers, en veranderde het serienummer in ICM-2. De tractiemotoren hebben ieder een vermogen van 344 kW.
ICM-3 en ICM-4 Tussen 1990 en 1994 zijn vijftig vierdelige Koplopers gebouwd (4201–4250). Deze treinstellen hebben zes aangedreven assen (drie motordraaistellen). De vierdelige Koplopers hadden bij hun aflevering al magneetremmen. Van treinstel 4231 was van 1996 tot en met 2007 een tweedeklas rijtuig verbouwd naar eersteklas. Het stel werd daarbij vernummerd in 4444. Dit treinstel deed tot eind 2006 voornamelijk dienst in de 'Ambtenarentrein' Groningen – Den Haag. Nadat het treinstel weer de normale verhouding 1e/2e klas teruggekregen had, droeg het nog steeds het speciale nummer 4444. Pas bij de revisie in 2011 kreeg het het nummer 4231 weer terug.
Kenmerken Doorloopkop
miniatuur|ICM tijdens het koppelen van de doorloopkoppen Dit type trein kreeg de officiële bijnaam Koploper na het uitschrijven van een prijsvraag in 1987. Het woord verwijst naar de karakteristieke doorloopkop van de trein. Deze constructie, bedacht door Niko Zeevenhooven, maakte het reizigers, cateringpersoneel en conducteurs mogelijk om tijdens de rit van treinstel te wisselen. Reizigers konden zo van treinstel wisselen als ze in het verkeerde deel waren ingestapt of omdat het treinstel waar ze waren ingestapt te vol was. Zwartrijders hadden in deze treinen geen mogelijkheid meer om de conducteur te ontlopen, waar dat bij andere gekoppelde treinen betrekkelijk eenvoudig is door het treinstel zonder conducteur te selecteren vlak voor vertrek.
De doorloopkoppen werden sinds 31 oktober 2005 niet meer gebruikt. De doorloopkoppen waren een ingewikkelde constructie, die onderhevig was aan slijtage, met kostbaar onderhoud als gevolg. De storingen bij koppelen en ontkoppelen, met vertragingen als gevolg, waren mede reden om ze buiten werking te stellen.
NS was bij de revisie op zoek naar bezuinigingen en besloot de doorloopkoppen eerst onbruikbaar te maken en bij de latere modernisering zelfs te verwijderen. De zware deuren aan beide koppen van de trein zijn hierbij verwijderd en vervangen door een lichtere polyester plaat. Door het verwijderen van de doorloopkoppen is de trein lichter geworden. Dit levert een kostenbesparing op door een lager energieverbruik en lagere onderhoudskosten.
Indeling van compartiment De Koploper was de eerste Nederlandse trein waar vanaf de bouw behalve het gebruikelijke vis-à-vis (met de banken tegenover elkaar) ook de coachopstelling (met de banken achter elkaar) werd toegepast. Hondenkoppen hadden die opstelling al eerder, maar pas bij renovatie in de jaren zeventig. Bovendien was voor de beenruimte een zogenoemde unisteek toegepast. De beenruimte in de tweede klas was in de oorspronkelijke uitvoering even groot als in de eerste klas. Voor de unisteek was mede gekozen om de rentabiliteit van de eerste klas te verbeteren (door af te zien van een extra grote beenruimte). De zitplaatsen in de tweede klas stonden daarmee verder uit elkaar dan bij andere treinen.
In niet-gemoderniseerde ICM-treinstellen had elke reiziger de beschikking over een zogeheten luchtdouche. Deze voorziening was in ICM-0 nog niet aanwezig en is in het gemoderniseerde ICMm komen te vervallen omdat daar airconditioning in zit. Bij al het Intercitymaterieel zijn boven de ramen leeslampen aanwezig die de reizigers zelf kunnen in- en uitschakelen. De eerste klasse is sinds de modernisering tevens voorzien van 230 V-aansluitingen, voor gebruik van bijvoorbeeld laptops.
Modernisering Vanaf maart 2005 werd het Intercitymaterieel gemoderniseerd, te beginnen met de driedelige stellen (serie 4011–4097). In april 2007 werd het eerste treinstel door NedTrain werkplaats Haarlem afgeleverd en in de gewone treindienst opgenomen. Ter onderscheiding van de nog niet gemoderniseerde stellen werden de gemoderniseerde treinstellen aangeduid als ICMm. Deze treinstellen kregen een geheel vernieuwd interieur, met ongeveer 13% meer zitplaatsen. Daarnaast werd het onderscheid tussen de eerste en tweede klas visueel verduidelijkt; de eerste klas kreeg rode stoelen, de tweede klas blauwe. Verder is ICMm voorzien van extra faciliteiten als een rolstoeltoilet, airconditioning, digitale reisinformatie, een digitaal koersbord en een statische omzetter in plaats van de eerdere motorgenerator.
De doorloopkoppen werden bij deze revisie bij alle treinen verwijderd; de twee deuren aan de buitenzijde werden vervangen door een gesloten kunststof plaat. De nog niet gemoderniseerde ICM-IV 4206 en 4248 hadden bij herstel van botsschade bij een van de kopdeuren al zo'n plaat gekregen, omdat de kopdeuren bij een aanrijding beschadigd waren geraakt. Het totaalgewicht van een treinstel verminderde met ongeveer 1.000 kilogram na vervanging van beide doorloopkopconstructies door kunststof afdekplaten. Dit heeft een gunstige invloed op het energieverbruik en dus de CO2-uitstoot per gereden kilometer.Nieuwe neus voor koploper NS - Kunststof Composieten Nederland
Het interieur van de ICMm is ontworpen door ontwerpbureau Puur|Ruimte en vormgegeven door kunstenares Anna Ostrowska. De nieuwe stoelen zijn geleverd door het Franse Compin.
Bij de modernisering van de Koplopers werd het aantal toiletten gehalveerd. Hier kwam kritiek op van onder andere mensen met darmziektes en ouders met kinderen. NS gaf geen gehoor aan deze klachten.
Tijdlijn Treinstel 4011 werd in maart 2005 als eerste gemoderniseerd, om na tests in de klimaatkamer in Wenen en een serie proefritten, controles en instructies aan het personeel per 16 april 2007 de dienst in te gaan.
De verbouwing van de driedelige Koplopers (4011–4097) duurde tot het tweede kwartaal van 2010. Treinstel 4205 werd op 22 februari 2009 als eerste vierdelig proefstel binnengehaald in de Hoofdwerkplaats Haarlem voor modernisering en kwam begin januari voor het eerst in de dienst. Hierna diende de 4203 als tweede proefstel; dit stel kreeg als eerste de mogelijkheden voor draadloos internet en actuele reisinformatie (het OBIS-systeem). In februari 2010 werd begonnen met de seriematige verbouwing van de vierdelige treinstellen. Opvallend was dat de stellen niet meer op nummervolgorde werden binnengenomen voor revisie. De laatste ICMm - de 4240 - werd op 6 oktober 2011 afgeleverd.
Begin 2012 is NedTrain begonnen met de vervanging van de stoelbekleding in de 2e klasse. Deze bleek moeilijk schoon te houden en werd vervangen door een kunststofachtige bekleding.
Opvallende treinstellen thumb|Koploper met KLM-uitmonstering in 1986 thumb|Koploper 4012 met Aegon-totaalreclame in Apeldoorn thumb|Kinderboekentrein 4028 in Zwolle thumb|Olympische Koploper 4201; 13 mei 2006 thumb|Schaalmodel 1:25 in Miniatuurstad Madurodam; 2014
Totaalreclame