thumb|Vandersteen, de oorspronkelijke auteur van de Suske en Wiske-verhalen, en Geerts samen bij de presentatie van Angst op de "Amsterdam" tijdens een persconferentie van Stichting VOC-schip Amsterdam in juni 1985 Angst op de "Amsterdam" is het honderdvijfenzestigste stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven en getekend door Paul Geerts.

Het werd gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 8 december 1984 tot en met 19 april 1985. De eerste albumuitgave was op 12 juni 1985.

Locaties Hastings met de burcht van Willem de Veroveraar en de Sint-Clemenskerk, Amsterdam met het Rokin en de Schreierstoren, de haven van Texel, de “Amsterdam”, het strand tussen Hastings en Bexhill

Personages Suske, Wiske, Lambik, Jerom, tante Sidonia, professor Barabas, Gerrit van der Heide (maritiem archeoloog), de Raaf, Antoni Watsoni (Italiaans edelman), Jan Jansz (ronselaar), kapitein Willem Klump en zijn vrouw Margareta (en hun kinderen Coenraad en Elisabeth), burgemeester William Thorpe van Hastings, Anthony Watson, witte dame van ruïne

Uitvindingen De teletijdmachine

Achtergronden bij het verhaal Het verhaal is gebaseerd op een historische gebeurtenis die werkelijk heeft plaatsgevonden: de ramp met de Amsterdam. Dit koopvaardijschip van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC), dat in 1748 was gebouwd, verging al meteen tijdens zijn eerste tocht begin 1749. Het galjoen strandde op het strand van Hastings, vlak bij de plek waar Willem de Veroveraar in 1066 de slag bij Hastings met de Angelsaksen had geleverd. 332 opvarenden en 28 kisten konden worden gered, de rest ging met het schip ten onder.

Geerts heeft in Angst op de "Amsterdam" een eigen verklaring bedacht voor het vergaan van het VOC-schip.

Achtergronden bij de uitgaven Bij de uitgave kon een poster worden besteld, waarbij de opgraving van de "Amsterdam", die in die tijd plaatsvond, gesteund kon worden.

Het verhaal

Tijdens de zomer van 1984 zijn de vrienden op een tuinfeestje bij tante Sidonia. Professor Barabas wordt gebeld door een kennis van hem, de bekende scheepsarcheoloog Gerrit van der Heide. Van der Heide vraagt om Barabas' hulp bij een onderzoek naar de “Amsterdam”, een galjoen van de Vereenigde Oostindische Compagnie dat op 26 januari 1749 op weg naar Batavia strandde voor de kust van Hastings en negen meter in het zand wegzonk. Aan boord waren 28 kisten zilver, die zich nog steeds in het wrak van dit schip moeten bevinden. Er komen onduidelijke stemmen ergens vanuit het wrak en het duikteam van Van der Heide durft daarom niet meer naar het wrak te duiken. De vrienden gaan naar Barabas' laboratorium om de teletijdmachine op te halen.

Als de teletijdmachine wordt getroffen door de bliksem, komt er ineens een onbekende gemantelde persoon met een ravenmasker uit de truck van de machine tevoorschijn. Suske en Wiske gaan achter deze "Raaf" aan, richting de ruïne van de burcht van Willem de Veroveraar. Ze verliezen de Raaf echter uit het oog. Het repareren van de teletijdmachine zal enige dagen vergen. Gerrit vraagt aan de vrienden of zij in de tussentijd, als vervangers voor zijn team, naar het wrak willen duiken. Terwijl ze duiken, horen Suske en Wiske de stemmen ook. Intussen wordt Jerom door de Raaf verdoofd en ontvoerd. Even later vinden ze een fles met een briefje, waarin staat dat ze naar de ruïne van het kasteel moeten gaan als ze Jerom levend willen terugzien. In de ruïne vertelt de Raaf dat hij Jerom wil ruilen tegen de kist met de stemmen. Terwijl de vrienden de ruïne weer verlaten, worden ze heimelijk bespied door een mysterieuze vrouw in een wit gewaad.

Professor Barabas flitst de vrienden naar Amsterdam in het jaar 1748 en de vrienden komen hier aan het Rokin terecht. De Raaf is ongemerkt in een koffer met hen meegereisd. De vrienden gaan eerst naar het huis van Willem Klump, de kapitein van de “Amsterdam”, in de Bloemstraat. Klump zelf is op dat moment niet thuis. Suske en Wiske wachten bij zijn vrouw Margareta en haar twee jonge kinderen, Coenraad en Elisabeth. Lambik gaat intussen naar een kroeg, waar hij dronken wordt. Iemand stelt zich aan hem voor als de Italiaanse edelman Antoni Watsoni. Jan Janzs, een ronselaar die samenspant met Watsoni, laat de zwaar beschonken Lambik een contract tekenen waarmee Lambik aanmonstert op de “Amsterdam”. Suske en Wiske mogen van kapitein Klump niet mee aan boord. Rondkijkend zien ze een drukte van belang bij de Schreierstoren; het zijn mensen die aan boord van een platbodem gaan, en afscheid nemen van hun bedroefde echtgenotes. Dan zien ze dat Lambik ook aan boord wordt gebracht. Het blijkt dat dit schip naar Texel zal gaan, waar de mensen zullen overstappen op de “Amsterdam”. Suske en Wiske gaan aan boord van een vissersschip en varen ook naar Texel. Aangekomen op Texel herkent Lambik Watsoni, en beseft dan pas dat hij is geronseld. Woedend gaat Lambik de Italiaan te lijf, maar Klump komt tussenbeide. Watsoni weet door chantage eveneens aan boord van de “Amsterdam” te komen; hij dreigt Klump anders wegens diens onwettige handelspraktijken bij de VOC aan te zullen geven. Suske redt de kapitein even later van een vallende lading. De kinderen mogen hierna van Klump alsnog mee aan boord; Watsoni, Lambik, Suske en Wiske worden niet op de officiële lijst van opvarenden genoteerd.

Het schip vertrekt naar Batavia. Lambik wordt door Klump van zijn handboeien verlost. Wiske ontdekt ’s nachts de kist met de geheimzinnige stemmen in het scheepsruim, maar ze wordt door de Raaf betrapt en aan de mast gebonden. Suske kan haar net op tijd redden. De volgende ochtend ontdekken ook kapitein Klump en zijn bemanning de kist. Watsoni maakt zich nu bekend als de eigenaar van de kist. Door een beroep te doen op het eigendomsrecht voorkomt hij dat iemand de kist zal openen. Lambik dringt echter het ruim binnen en opent de kist toch, waarna er ogenschijnlijk niets in zit. Hij en Suske worden betrapt door Watsoni, die Suske gevangenneemt en hem vastbindt aan een kanon. Suske weet zichzelf uiteindelijk te redden. Dan komt de “Amsterdam” in een storm terecht en ’s avonds wordt dit een orkaan. Lambik ziet dat het roer is doorgezaagd en hij treft Suske aan, die door de Raaf bewusteloos is geslagen. Als ze de kist naar boven willen brengen valt Antoni Watsoni hen opnieuw aan, maar door een losgeraakt kanon valt hij overboord. Kapitein Klump vuurt alarmschoten af, die aan de kust van Enegland in de Sint-Clemenskerk worden gehoord. De “Amsterdam” strandt even later tussen Hastings en Bexhill, waar de vrienden door een bende rovers worden overvallen. Dan is Watsoni weer ter plekke. Hij blijkt in werkelijkheid de beruchte Britse roverhoofdman Anthony Watson te zijn. Watson neemt de vrienden mee naar een hoeve, om hen daar te dwingen te vertellen waar de kist met stemmen nu is. Professor Barabas flitst de drie net op tijd terug voordat een kanonskogel hen doodt, maar per ongeluk reist ook Watsoni/Watson met hen mee naar de 20e eeuw.

Terug in het jaar 1984 graven de vrienden de kist op en brengen hem naar het strand. Na 235 jaar zal de kist nu eindelijk worden geopend. Er blijken drie kleine mannetjes in de kist te zitten, die even later ontsnappen. Suske, Wiske en Lambik gaan naar de ruïne, de enige plek waar de mannetjes logischerwijs heen kunnen zijn gevlucht. Ze treffen hier de Raaf weer aan. Dan blijkt dit een alter ego van Anthony Watson/Antoni Watsoni te zijn. Hij is in werkelijkheid een zwarte magiër, die enkele gesneuvelden uit de slag bij Hastings die plaatsvond in 1066 terug tot leven wist te brengen. Ze bleven echter door een fout in zijn toverkunst klein. Door zich uit te geven voor een Italiaanse edelman wist de Raaf bij de “Amsterdam” aan te monsteren, waarbij hij de kist met de drie verkleinde mannetjes erin mee aan boord smokkelde. Helpers moesten het schip saboteren, zodat hij zich de schatten aan boord kon toe-eigenen. Nu de vrienden echter het hele plan van de Raaf hebben doen mislukken, wil hij hen uit wraak doden. Dan verschijnt de witte dame van de ruïne weer. Ze eist dat de Raaf de vrienden vrijlaat, anders zal hij zelf worden vernietigd. De Raaf geeft zich gewonnen en hij blijft bij de vrouw in de ruïne. Ook laat de Raaf Jerom, die niets van het hele avontuur heeft meegekregen, eindelijk ontwaken.

De vrienden gaan naar huis, terwijl de drie verkleinde mannetjes nog steeds vrij rondlopen.

Winnaar in De perfecte podcast (2025) Trouwe fans van Suske en Wiske riepen dit verhaal van Geerts in april 2025 uit tot het 'Beste Suske en Wiske album aller tijden'. Dat gebeurde middels een verkiezing die in het leven werd geroepen door de maker van De perfecte podcast. Luisteraars van deze podcast en vaste lezers van de strip hadden een speciaal verzoek gekregen om hun top 3 van favoriete verhalen door te geven. Hiermee liet Angst op de "Amsterdam" andere bekende klassiekers als De schat van Beersel, De apekermis, De gouden cirkel en De kaartendans achter zich.

Uitgaven

Externe link Angst op de "Amsterdam", Suske en Wiske op het WWW Beste Suske en Wiske Album Aller Tijden, De Gooi en Eemlander

Categorie:Stripverhaal van Suske en Wiske Categorie:Stripverhaal uit 1985