Herman Felix Wirth (Utrecht, 6 mei 1885 – Kusel, 16 februari 1981), officieel Hermann Felix Wirth, na 1945 ook Herman Wirth Roeper Bosch, was een Nederlands-Duitse germanist, oudheidkundige, musicoloog en amateurmusicus.Zie vooral de biografieën van Ingo Wiwjorra (1988-2018) en Bernhard Mees (2006), verder Buning (1974), Häke (1981), Doegin (1993, 22008), Baumann (1995), Van Gilst (2006), Alexander (2010) en Huussen (2018). Gegevens uit andere bronnen zijn voorzien van annotatie. De onkritische studies van Alexander, Baumann, Doegin en Van Gilst zijn afkomstig uit het zelfde milieu als waarin Wirth zich bewoog en dienen met voorzichtigheid geraadpleegd te worden. Thematische bijdragen betreffen studies over Wirths runologie (Hunger 1984), zijn muziekhistorische werk (Godwin 2002; Huussen 2018), zijn studie naar rotsinscripties (Löw 2009, 2016), zijn godsdiensthistorische opvattingen (Winter 2010, 2017) en zijn taalgebruik (Horňáček 2014). Wirths optreden in Friesland komt vooral aan de orde bij Frieswijk (1999), Eickhoff (2003) en Jensma (2004). Een aardige samenvatting van zijn werk in het Tsjechisch levert: Martin Ulč, 'Herman Wirth: het ontwerpen van een nieuwe wetenschap' (Herman Wirth: Utváření nové vědy), bachelorscriptie Universiteit van West-Bohemen, Plzeň 2013. Gearchiveerd op 18 november 2022. Hij was een van de wegbereiders van het Derde Rijk, maar werd al in 1938 op een zijspoor gezet. Hij werd vooral bekend als medeoprichter van de Deutsche Ahnenerbe en onderzoeker van zinnebeelden uit de volkskunst en archeologie. Wirths symboolhistorische of ideografische methode nam tijdens het Derde Rijk een grote vlucht. Zijn verzameling van pre- en paleohistorische inscripties was befaamd.
Zijn naam wordt in Nederland vooral verbonden met zijn beschouwingen over het Oera Linda-boek (Die Ura Linda Chronik, 1933), waarin hij de echtheid van dit boek verdedigt. In zijn werken over de voorgeschiedenis van de westerse beschaving kent hij het Friese volk een grote plaats toe. Zijn theorie over een prehistorische Atlantisch-Noordse beschaving, Hyperborea of Thule, die aan de basis van de westerse cultuur zou liggen, is invloedrijk, niet alleen bij radicale politieke stromingen, ook in de sciencefiction. Zijn naar verluidt verloren gegaan Palestinabuch speelt een rol in complottheorieën. Zijn gedachten over de Ario-Germaanse oorsprong van het christendom sluiten aan bij het neopaganisme.
Wirths boeken worden nog steeds gelezen, zowel in esoterische en ecologische kringen als door aanhangers van extreemrechts. Zijn werk is een belangrijke inspiratiebron voor de aanhangers van het esoterische neonazisme en voor het neo-eurazianisme in de Russische Federatie. Zijn geopolitieke theorieën worden vooral door Russische intellectuelen bestudeerd. Binnen het feminisme maakte hij naam door zijn pleidooi voor het matriarchaat.
Betekenis Wirths studies zijn een schoolvoorbeeld van pseudowetenschap. Zijn theorieën zijn speculatief, racistisch en antisemitisch, maar ze vonden veel weerklank bij het publiek. Vakonderzoekers beschuldigden hem niet ten onrechte van fantasterij, dilettantisme en eclecticisme. Hij voegde heterogene gegevens samen tot één systeem op grond van uiterlijke overeenkomsten of analogieën, zonder veel rekening te houden met de context of met alternatieve interpretaties.
Centraal in het werk van Wirth staat de bestudering van schrifttekens en symbolen (Schrift- und Sinnbildforschung), waarvan hij meende dat de diepere betekenis in het onderbewuste van de bevolking is opgeslagen en door de eeuwen heen gelijk is gebleven. Deze methode noemde hij paleo-epigrafie. Vanwege de centrale rol van die betekenisvolle symbolen of ideogrammen hierin spelen, kunnen we ook spreken over ideografisch onderzoek. De Australische historicus Bernard Mees stelt in zijn boek The Science of the Swastika (2006) dat Wirth de grondlegger was van deze ideologisch gekleurde tak van wetenschap, die de leiders van het Derde Rijk in staat stelde politieke sentimenten met behulp van historische beladen symbolen te mobiliseren.Zie vooral: Mees, Science of the Swastika. Zo ook James Dow, Heinrich Himmler's Cultural Commissions: Programmed Plunder in Italy and Yugoslavia, Wisconsin 2018, p. 41. Gearchiveerd op 20 januari 2022. Wirths aanpak leidde tot het ontstaan van een zelfstandig vakgebied dat na 1945 weer werd afgebouwd.Vgl. Rudolf W. Brednich, 'Germanische Sinnbilde und ihre vermeintliche Kontinuität: Eine Bilanz', in: Dez. en Heinz Schmitt (red.), Symbole: Zur Bedeutung der Zeichen in der Kultur; 30. Deutscher Volkskundekongreß in Karlsruhe vom 25. bis 29. September 1995, Münster/New York 1997, p. 80-93. Ook in Nederland genoot zijn werk een zekere vermaardheid. Binnen het naziregime was Wirths positie echter marginaal; dwarse geesten als hij werden toen de oorlog dichterbij kwam buiten spel gezet, omdat hun afwijkende ideeën de nationale eenheid onder druk zetten.Horst Junginger, 'Nordic Ideology in the SS and the SS Ahnenerbe', in: Dez. & Andreas Åkerlund (red.), Nordic Ideology between Religion and Scholarship, Frankfurt am Main 2013, p. 39-71, hier 66. Gearchiveerd op 21 april 2023.
Na de Tweede Wereldoorlog belandde deze tak van onderzoek in de taboesfeer. De volkskundige Gottfried Korff spreekt in dit verband over de naoorlogse angst voor symboliek. Er was sprake van een blinde vlek en zelfs van een zekere vijandigheid ten opzichte van het onderwerp, waardoor men de rol die symbolen in sociale en politieke processen spelen uit het oog verloor.Gottfried Korff, 'Antisymbolik und Symbolanalytik in der Volkskunde', in: Brednich & Schmitt, Symbole: Zur Bedeutung der Zeichen in der Kultur, 1997, p. 11-30. Gearchiveerd op 29 juli 2023. Het gold als ongepast naar het werk van Wirth en zijn medestanders te verwijzen. Speculatieve benaderingen die voortbouwden op zijn aanzetten kregen daardoor vrij spel.
Volgens de Moldavische antropoloog Leonid Mosionjik waren Wirths wereldvreemde ideeën bijzonder geschikt om het ideologische vacuüm te vullen dat in Rusland ontstond na de teloorgang van communisme, liberalisme en democratie. In redelijke discussie over zijn stellingen zijn de aanhangers van Wirths leer volgens hem nauwelijks geïnteresseerd.Leonid A. Mosionjnik, Tekhnologiia istoricheskogo mifa (Technology of the Historical Myth), Sint Petersburg 2012, p. 95-102 et passim (hier te downloaden). Gearchiveerd op 8 maart 2021. Niet alleen Wirths geopolitieke opvattingen en symbolenleer, ook zijn esoterische aanpak en antisemitisme sluiten aan bij het traditionalisme dat de voorstanders een Euraziatische machtspolitiek bepleiten.Marlene Laruelle, Russian Nationalism: Imaginaries, Doctrines, and Political Battlefields, Abington, Oxon/New York 2019, p. 95-133 (A Textbook Case of Doctrinal Entrepreneurship: Aleksandr Dugin) (hier te downloaden). Dez., 'Alexander Dugin and Eurasianism', in: Mark Sedgwick (red.), Key Thinkers of the Radical Right: Behind the New Threat to Liberal Democracy, Oxford 2019, p. 155-169, hier 157, 159. Jacob Christiansen Senholt, 'Radical Politics and Political Esotericism: The Adaption of Esoteric Discourse within the Radical Right', in: Egil Asprem, Kennet Granholm (red.), Contemporary Esotericism, Abbington, Oxon/New York 2013, p. 244-264, hier 252-254. Jafe Arnold, 'Alexander Dugin and Western Esotericism: The Challenge of the Language of Tradition', in: Mondi: Movimenti Simbolici e Sociali dell’Uomo 2 (2019), 33-70. Victor Shnirelman, 'Hyperborea: The Arctic Myth of Contemporary Russian Radical Nationalists', in: Journal of Ethnology and Folkloristics 2 (2014), no. 2, p. 121-138. Gearchiveerd op 29 juli 2023.
Levensloop Jeugd en studie Herman Wirth was de zoon van Dr. Phil. Ludwig Wirth (1847-1925), een in Leipzig gepromoveerde germanist die als privaatdocent verbonden was aan de Universiteit Utrecht en een tijdlang als leraar aan het Stedelijk Gymnasium; hij stamde uit het in Rijnland-Palts, waar veel rondreizende speellieden vandaan kwamen.Leen Dorsman, 'Germanistik in Utrecht: eine Vorgeschichte', in: Utrechter Blätter 1 (2009), p. 11-19, hier 15-16. Zijn moeder Sophia Gijsberta Roeper Bosch (1851-1891) kwam uit een streng-calvinistisch milieu in Utrecht; twee van haar zwagers waren predikant.Uitvoerige genealogie bij Huussen, Hermann Felix Wirth, p. 206-211 (= Bijlage 4). Zelf beweerde hij dat hij gedeeltelijk van Friese afkomst was en voegde haar achternaam na 1945 toe aan de zijne.Nieuwsblad van Friesland, 14 augustus 1935 (West-Fries). De Waag, 14 november 1941, p. 688 ("Dat was een halve Fries moet u weten"). Buning, 'Notities Wirth', p. 141. Vgl. kennelijk door hemzelf verstrekte gegevens in: Algemene Winkler Prins Encyclopedie, dl. 10, Amsterdam 1960, p. 537. Gearchiveerd op 24 maart 2020. Zijn grootvader stamt echter uit Groningen, diens voorgeslacht kwam uit Amsterdam. Kort na zijn zesde verjaardag overleed zijn moeder; de kinderen werden een tijdlang ondergebracht bij de strenggelovige grootouders.
Samen met zijn oudere broer Peter Hermann bezocht hij het gymnasium te Utrecht en Kampen. Hij studeerde Nederlandse taalkunde, germanistiek, geschiedenis en muziekwetenschap in Utrecht, werkte een jaar als leraar in Doesburg, niet ver van Dieren, waar zijn zuster en haar man een apotheek hadden. Hij voltooide daarna zijn studie in Leipzig bij de musicoloog Hugo Riemann.
Nederlander in Berlijn Wirth werd in 1909 lector aan de Friedrich-Wilhelm-Universität te Berlijn, waar hij tot 1919 Nederlandse taal- en letterkunde doceerde.Tanja Holzhey, 'De Berlijnse neerlandistiek: een bewogen geschiedenis van honderd jaar', in: Matthias Hüning, Jan Konst, Tanja Holzhey (red.), Neerlandistiek in Europa: Bijdragen tot de geschiedenis van de universitaire neerlandistiek buiten Nederland en Vlaanderen, Münster 2010, p. 65-100, hier 68 (vgl. ook p. 56-57). Gearchiveerd op 29 juli 2023. Sinds 1910 organiseerde hij hier met sponsorgelden jaarlijks 'Nederlandse Historische Concerten'.
Hij promoveerde maart 1911 te Bazel bij de bekende volkskundigen John Meier en met een proefschrift over de teloorgang van het Nederlandse volkslied. In dit proefschrift hekelt hij het gebrek aan heroïek in de Nederlandse liedcultuur, waarvoor hij de schuld gaf aan het calvinisme, de rijke burgerij en de stadscultuur in het algemeen. Hetzelfde jaar verbleef hij een tijdlang in Gent.La gazette de Hollande, 8 juli 1920.