Apollo 8 was de eerste bemande missie die in een baan om de maan werd gebracht. Voor deze missie werd de Saturnus V als draagraket gebruikt. Dit was pas de derde keer dat een Saturnus V werd gelanceerd en de eerste keer met bemanning. Alle volgende Apollo-missies zouden ook worden gelanceerd met behulp van een Saturnus V.
Bemanning De bemanning van Apollo bestond uit:
commandant Frank Borman, die in 1965 al commandant van Gemini 7 was geweest command/servicemodulepiloot Jim Lovell, die al had deelgenomen aan Gemini 7 en Gemini 12, en later met Apollo 13 in de problemen zou komen maanlanderpiloot William Anders, die reservepiloot voor Gemini 11 was geweest.
De maanlander werd niet meegenomen op deze missie. Een probleem zoals later bij Apollo 13 opdook, zou bij deze missie een fatale afloop hebben gehad.
Doelen missie Oorspronkelijk zou het doel van Apollo 8, net als Apollo 7 en Apollo 9, een testvlucht zijn waarbij de commando-module slechts in een baan om de aarde zou worden gebracht. Het vermoeden was echter dat de Sovjet-Unie een missie naar de maan zou uitvoeren die eerder gepland stond dan de missie van de NASA. Daarom werd besloten Apollo 8 in een baan om de maan te brengen. Tijdens deze missie zijn mogelijke landingsplaatsen voor volgende Apollo-missies verkend.
Landing Nadat de capsule ruim 20 uur in een baan om de maan had verbleven, werd de terugreis naar de aarde aangevangen. Op 27 december 1968 landde de capsule in de Stille Oceaan en werd opgepikt door de USS Yorktown. De capsule werd later tentoongesteld in het Museum of Science and Industry te Chicago, Illinois.
Festiviteiten De bemanning kreeg een officiële ontvangst op het Witte Huis na terugkeer begin januari. Op 14 januari 1969 werd de bemanning feestelijk onthaald in Chicago in het Hilton Hotel. Speciale "astronautcakes", geglazuurde taarten met suikerpoppetjes in de vorm van een astronaut erbovenop, werden geserveerd. - Hotels and Hospitality pagina 53 en 54
Trivia Apollo 8 en Charles Lindbergh De bemanning kreeg op 20 december 1968, de dag voorafgaand aan de lanceringsdag van Apollo 8, bezoek van Charles Lindbergh en zijn vrouw, 41 jaren na Lindberghs solovlucht over de Atlantische oceaan. Tijdens de lunch vertelde Lindbergh over zijn ontmoetingen met Robert Goddard.
Lindbergh vroeg aan de bemanning hoeveel brandstof hun Saturnus V-raket nodig zou hebben om de lancering mogelijk te maken. Een van de astronauten deed een vlugge berekening en deelde mede dat er 20 ton brandstof per seconde zou verbruikt worden. Lindbergh lachte en zei dat gedurende de eerste seconde van de lancering er tien keer zoveel brandstof zou verbruikt worden als hij in 1927 nodig had om met de Spirit of St. Louis de Atlantische oceaan over te steken.Andrew Chaikin: A Man on the Moon (Penguin Books, 1994), pagina 79-80
Tumultueuze lancering Tijdens de lancering van de Saturnus V-raket ging het er aan boord van de capsule niet zachtaardig aan toe. Ten gevolge van opeenvolgende elektrotechnische correcties om de stand van de raket zo verticaal mogelijk te houden, ervoer de bemanning het opstijgen alsof ze gevangen zaten in de muil van een reusachtige kwade hond. Het was een ervaring waar ze tijdens de talloze simulaties niet voor geoefend hadden.Andrew Chaikin: A Man on the Moon (Penguin books, 1994), pagina 86
Telescoopwaarnemingen van Apollo 8 op weg naar de maan De Nederlandse astronoom Gerard Kuiper was erin geslaagd om, met behulp van de 154 cm-telescoop in zijn sterrenwacht te Tucson, Arizona, foto's te maken waarop de Commando/Servicemodule van Apollo 8 was te zien. Op deze foto's is echter niet veel meer te bespeuren dan korte lichtsporen, maar het bewijst wel dat een relatief klein ruimteschip met behulp van een telescoop kan worden waargenomen, ook al bevindt het zich in de buurt van de maan.Chriet Titulaer: Operatie Maan (W. Van Hoeve, Den Haag, 1969), bladzijde 145
Passive Thermal Control Om de hitte, afkomstig van de zon, gedurende de gehele tocht naar de maan op het metalen omhulsel van het ruimteschip niet te doen inwerken, liet de bemanning het ruimteschip ronddraaien. Dit ronddraaien verliep uiterst traag. Een volledige omwenteling nam een uur in beslag. De astronauten gaven aan deze omwenteling de bijnaam Barbecue Mode. De officieel erkende benaming ervan was Passive Thermal Control (P.T.C.).National Geographic, May 1969: A Most Fantastic Voyage, the story of Apollo 8's rendezvous with the moon (Lt. Gen. Sam C. Phillips), pagina 607
Op weg naar de maan: niets te zien Gedurende de tocht naar de maan ervoeren de astronauten van Apollo 8 absoluut niets van de snelheid van hun capsule, hoewel deze constant toenam. Als ze naar buiten keken, door de relatief kleine raampjes, zagen ze enkel het zwart van de ruimte. Toen Capcom Jerry Carr aan de bemanning vroeg wat ze zagen, antwoordde William Anders dat het was alsof ze in het binnenste van een duikboot zaten. Volgens Anders was de maanreis betrekkelijk saai en duurde schijnbaar veel langer doordat niets erop wees dat deze reis werkelijk aan de gang was.Andrew Chaikin: A Man on the Moon (Penguin books, 1994), pagina 104
Fotografie van de volledige aardbol De missie van Apollo 8 betekende niet alleen de eerste bemande reis naar de maan, maar ook de mogelijkheid om de volledige aardbol te fotograferen. De meeste foto's van de Aarde werden genomen door William Anders, waaronder de legendarische foto Earthrise, genomen in omloop rond de maan.
De gevreesde maanberg met een hoogte van 70 mijlen Het doel van de missie van Apollo 8 was om de capsule in een omloop rond de maan te brengen, waarbij de afstand tot het maanoppervlak niet minder dan 69 mijlen mocht bedragen. Tijdens de NASA simulaties deed echter het grapje de ronde dat de astronauten vooral moesten opletten dat ze niet tegen het topje van de gevreesde maanberg met een hoogte van 70 mijlen mochten aanvliegen. Deze berg was betrekkelijk onbekend omdat die zich op de achterzijde van de maan bevond. Andrew Chaikin: A Man on the Moon (Penguin Books, 1994), pagina 106
Kleurloze maan Toen de astronauten van Apollo 8 de maan te zien kregen vonden ze dat deze er relatief kleurloos uitzag. James Lovell beschreef het maanoppervlak als grijs, volstrekt kleurloos, op pleister gelijkend.Andrew Chaikin: A Man on the Moon (Penguin Books, 1994), pagina 110 Ervaren amateurastronomen en maanwaarnemers weten ondertussen dat er op de maan wel degelijk kleuren voorkomen,A.J.M.Wanders: Op Ontdekking in het Maanland (Het Spectrum, 1949) in het bijzonder het gebied ten noordwesten van de heldere stralenkrater Aristarchus, ook wel bekend als Wood's spot,V.A.Firsoff: The Old Moon and the New (Sidgwick and Jackson, London, 1969), pagina 193 naar de Amerikaanse wetenschapper en uitvinder Robert W. Wood die onderzoek deed naar de samenstelling van deze op mosterd of licht kaki gelijkende kleur. De kleuren op de maan kunnen vergeleken worden met beigeachtig grijs en blauwachtig grijs, met hier en daar geelachtige of oranjeachtige schakeringen. Tijdens de missie van Apollo 14 werden vanuit de baan rond de maan een aantal roestkleurige gebiedjes ontdekt in de krater Langrenus. Tijdens de missie van Apollo 16 werd een opvallend beigekleurig gebied ontdekt nabij de krater Lassell C. Ook tijdens de orbitale waarnemingen van Apollo 17 werden kleine roestkleurige gebiedjes ontdekt, net ten westen van het Haemus-gebergte.
Orbitale maanfotografie Het doel van de reis, de maan, werd uitvoerig gefotografeerd met behulp van een in de hand gehouden Hasselbladcamera. Er werd zowel zwart-wit- als kleurenfilm gebruikt. De kleine vensterraampjes van de capsule verhinderden echter dat er optimaal naar de maan gekeken kon worden alvorens de foto's werden gemaakt. Het vensterraampje dat zich aan de kant van William Anders bevond vertoonde een streperige structuur teweeggebracht door een onvolkomenheid in de samenstelling van de verschillende glasplaten. William Anders had de taak gekregen om een groot deel van de foto's te nemen. Zo goed als alle foto's, afkomstig van Apollo 8, tonen het gebied omstreeks de evenaar van de maan, in het bijzonder de oostelijke kant daarvan, die tijdens de missie door de zon verlicht werd.
Tsiolkovsky Vrijwel de meest tot de verbeelding sprekende fotoreeks werd gemaakt ter hoogte van de opvallende krater Tsiolkovsky, op de achterzijde van de maan.Fotoreeks AS08-14-2447/2448/2449/2450/2451 (Magazine B) Deze krater bezit een uiterst donkere vlakke vloer en een heldere centrale piek die sterk doet denken aan een eiland of aan de typische bergformaties op Aarde. Zich baserend op deze foto's, alsook op de foto's afkomstig van Apollo 15, stelde de wetenschappelijke astronaut Harrison Schmitt voor om de landing van Apollo 17 te laten plaatsvinden in of omstreeks Tsiolkovsky, maar omdat deze krater zich op de achterzijde van de maan bevindt werd deze risicovolle onderneming niet overwogen. Tijdens het verblijf op de maan zou communicatie met de aarde onmogelijk zijn.
Rode en blauwe maanbollen In Magazine B van de Hasselblad-foto's zijn enkele opvallende rode en blauwe maanbollen te zien. Het plan was om zwart-wit foto's door rode en blauwe filters te nemen, om op die manier eventuele flauwe verschillen in kleuren (zichtbaar als helderheidsnuances) op de maan te zien te krijgen. Dit experiment werd echter verkeerd uitgevoerd met een rol kleurfilm in plaats van zwart-wit.
Achtergebleven restanten van koude houtskolen Toen de astronauten werden gevraagd gedetailleerde beschrijvingen te geven van het bekraterde maanoppervlak dat ze vanuit de kleine raampjes van hun capsule zagen, vergeleek William Anders het met een strand dat verdonkerd werd door de achtergebleven restanten van koude houtskolen, afkomstig van vreugdevuren, ofwel met een strand waar ooit uitvoerig volleyball werd gespeeld, maar er sedertdien verlaten bij lag. Hij vergeleek de achterzijde van de maan met een hoop zand waar zijn kinderen lange tijd in hadden gespeeld. Alles zag er overhoop gegooid uit. Een onoverzichtelijke hoeveelheid putten en bulten. Deze beschrijvingen veroorzaakten een storm van haatberichten afkomstig van dichters die veel meer poëtisch getinte beschrijvingen verwachtten.Andrew Chaikin: A Man on the Moon (Penguin books, 1994), pagina 615, voetnoot 110
Pete Conrad De relatie maan-poëzie werd andermaal verstoord toen Pete Conrad van Apollo 12 aan een Italiaanse journaliste vertelde dat hij op de maan iets heel persoonlijks had achtergelaten. De Italiaanse journaliste had zich daar echter iets totaal anders van voorgesteld, vooral toen Conrad haar plots mededeelde dat hij op de maan een hermetisch gesloten kistje met daarin zijn eigen uitwerpselen had gedeponeerd. Hij zei dat omdat de journaliste danig op zijn zenuwen alsook op die van de andere Apollo-astronauten begon te werken. Conrad loste het probleem op, zij het op een schalkse manier.Jacques Ros, Hendrik Jan van Brandwijk: In de ban van de maan (Het Spectrum, 1989), bladzijden 41-42
Mount Marilyn Een driehoekig schiereiland ten westzuidwesten van de krater Secchi kreeg van James Lovell de bijnaam Mount Marilyn,Andrew Chaikin: A Man on the Moon (Penguin Books, 1994), pagina 116 om zijn vrouw, Marilyn Lovell, een plezier te doen. Dit driehoekig schiereiland, dat van de IAU de erkende aanduiding Secchi theta had gekregen, is vrij gemakkelijk op te sporen met behulp van elk type amateurtelescoop, en wel het best tussen nieuwe maan en eerste kwartier. Het bevindt zich in de oostelijke equatoriale zone waar nog veel meer NASA-gerelateerde bijnamen aan oppervlaktestructuren werden gegeven. Mount Marilyn is de meest geprononceerde en meest herkenbare ervan.
In het westelijk deel van deze equatoriale zone lagen de eerste mogelijke landingsplaatsen voor bemande maanlanders, waaronder de eigenlijke landingsplaats van Apollo 11 in het zuidwestelijke gedeelte van Mare Tranquillitatis (Zee der Stilte).
Het luik