De boeken 1 en 2 Samuel (Hebreeuws: שמואל), ook bekend als 1 en 2 Koningen in de Vulgaat, zijn onderdelen van de Hebreeuwse Bijbel. De boeken vormen het derde en vierde boek van de Profeten (Hebreeuws: Newie'iem) in de Tenach en volgen op Rechters. In het christelijke Oude Testament vormen ze het negende en tiende boek en volgen ze op Ruth, dat tussen Rechters en 1 en 2 Samuel in is komen te staan. Samen met 1 en 2 Koningen vertellen de boeken Samuel over de opkomst en ondergang van de monarchie in Israël.

Indeling en naamgeving 1 en 2 Samuel vormen een enkel boek en in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst staat de slotmasora pas aan het einde van 2 Samuel 24. De Griekse vertaling, de Septuagint, splitste het boek in twee delen (mogelijk vanwege de lengte) en de Vulgaat en andere vertalingen hebben dat voorbeeld gevolgd. Deze indeling van Samuel in twee delen is later weer door veel gedrukte Hebreeuwse edities overgenomen.

De vertalers van de Septuagint beschouwden de boeken van Samuel en Koningen als een geheel en noemden dit De boeken van het koninkrijk. Deze indeling werd door de vertalers van de Vulgaat overgenomen, maar dan onder de titel De boeken van de koningen. De twee boeken van Samuel noemden zij de eerste twee boeken van Koningen, en niet, zoals in de protestantse edities, het eerste en tweede boek van Samuel. Ze erkenden echter beide indelingen: Liber Primus Samuelis, quem nos Primum Regum dicimus. Het is onder Rooms-Katholieke schrijvers gebruikelijk om met 1 en 2 Samuel de Hebreeuwse tekst aan te duiden, in andere gevallen gebruiken zij 1 en 2 Koningen.

Auteurschap en naamgeving Volgens de Talmoed Baba Batra heeft de profeet Samuel "zijn boek" geschreven.Baba Batra 14b (Baba Batra 14b). Gearchiveerd op 27 september 2022. Samuel kan echter niet de (enige) auteur zijn omdat 1 Samuel 25 over zijn dood vertelt (nog voor het koningschap van David). Volgens de klassieke rabbinale opvatting werden slechts de eerste 24 hoofdstukken door Samuel geschreven en de rest door de profeten Gad en Natan. Dit wordt ook ondersteund door 1 Kronieken 29:29: "De geschiedenis van koning David is van begin tot eind opgetekend in de geschriften van de ziener Samuel, de profeet Natan en de schouwer Gad". Gad zou dan ook degene zijn die verantwoordelijk is voor de huidige vorm.

Tegenwoordig gaat men er meestal van uit dat er sprake is van een deuteronomistische geschiedenis: de boeken Jozua, Rechters, 1 en 2 Samuel en 1 en 2 Koningen vormen een theologische eenheid en zijn het resultaat van een redactieproces dat eindigde in de 6e eeuw v.Chr. De deuteronomistische redacteurs maakten gebruik van bestaand materiaal en oudere overleveringen die zij samenvoegden en waar nodig redigeerden of aanvulden.

Structuur en bronnen Het boek Samuel bestaat voor het grootste deel uit proza. Zowel aan het begin van het boek als aan het eind vinden we echter een poëtische passage. In het begin is dat het loflied van Hanna (1 Sam. 2:1-10) en aan het eind een overwinningslied van David (2 Sam. 22:2-23-7). In beide liederen komen thema's terug die in de rest van het boek een rol spelen.

Verder bestaat het boek uit een collectie van oudere overleveringen en verhalen die tot een geheel samengevoegd zijn. Deze oudere verhalen zijn niet los van elkaar overgeleverd, maar vormden voordat zij in Samuel werden opgenomen al een aantal vaste verzamelingen van verhalen. Deze verhalencomplexen werden al eerder samengesteld, elk met een eigen bedoeling. De deuteronomistische redacteur heeft deze verhalencomplexen waarschijnlijk grotendeels ongewijzigd overgenomen, zonder te proberen ze met elkaar in overeenstemming te brengen. Hierdoor zijn er over een aantal gebeurtenissen verschillende overleveringen in Samuel terechtgekomen. Voorbeelden zijn de dubbele verhalen over de aanstelling van Saul tot koning, over Goliat en over de manier waarop David aan Sauls hof terechtkomt. Dit beeld van het boek Samuel als een lappendeken van verhalencomplexen die op hun beurt weer uit min of meer losstaande verhalen bestaan, is met name ontwikkeld onder invloed van de bronnenkritiek. Hoewel deze theorie een aantal eigenaardigheden in het boek, zoals herhalingen, een aantal inconsequenties en het wisselende standpunt over de monarchie (zie verderop) kan verklaren, is ze niet zonder problemen. Alle informatie over de veronderstelde oudere bronnen is indirect en daarnaast zijn er bepaalde eigenschappen van de tekst die volgens sommige uitleggers op het gebruik van verschillende bronnen duiden terwijl dezelfde eigenschappen volgens anderen juist duiden op een zekerheid eenheid van de tekst.Een voorbeeld zijn herhalingen. Traditioneel wordt de aanwezigheid van herhalingen, soms met kleine variaties, in Samuel als argument gebruikt voor de aanname dat er sprake is van meerdere bronnen. Maar de moderne literaire Bijbelkritiek is echter geneigd deze herhalingen juist te zien als stijlfiguren die getuigen van een kundig auteur in plaats van het gebruik van verschillende bronnen.

Over de vraag welke bronnencomplexen in Samuel onderscheiden kunnen worden en waar de verschillende complexen precies beginnen en eindigen, is geen overeenstemming. De meeste uitleggers onderscheiden in ieder geval: de geschiedenis van de ark van het verbond (1 Samuel 4-7 en mogelijk ook nog 2 Samuel 6) de geschiedenis van de opkomst van David (1 Samuel 16 t/m 2 Samuel 5 of 8) de geschiedenis van de troonopvolging van David (2 Samuel 9 t/m 20 en 1 Koningen 1-2).

Daarnaast worden soms nog de verhalen over de geboorte, jeugd en roeping van Samuel (1 Samuel 1-3) en de verhalen over Samuel en Saul in Mispa en Rama (o.a. 1 Samuel 12 en 15) als bij elkaar horende verhalencomplexen gezien. Mogelijk vormde de "appendix" (2 Samuel 21 t/m 24) ook een bestaande verzameling verhalen. Deze laatste hoofdstukken van 2 Samuel bevatten een aantal losse verhalen die door de deuteronomistische redacteur midden in het verhalencomplex over de troonopvolging van David ingevoegd zijn. Omdat Rechters eindigt met een aantal losstaande verhalen heeft men later mogelijk gemeend dat dit een goede plek was om het boek Samuel te laten sluiten, zodat het boek net als Rechters met een aantal appendices zou eindigen. Hierdoor wordt het verhaal over de troonopvolging nu niet alleen door een aantal losse verhalen onderbroken maar ook door de overgang van het boek Samuel naar het boek Koningen.

De troonopvolging van David Het verhalencomplex over de troonopvolging van David bestaat uit 2 Samuel 9 t/m 20 en 1 Koningen 1 en 2. In deze verhalen staat de kwestie van de troonopvolging centraal: wie van Davids zonen zal hem opvolgen als koning? De verhalen zijn uitvoerig en gedetailleerd. Anders dan bij het verhalencomplex over Davids opkomst wordt er geen bijzonder fraai beeld van David gegeven. Zo wordt er bijvoorbeeld in 2 Samuel 11:1 verteld dat David in het voorjaar, "de tijd waarin koningen gewoonlijk ten strijde trekken", zijn leger eropuit stuurt, maar hij zelf thuis blijft (wat in schril contrast staat met de wens van de Israëlieten in 1 Samuel 8:20: een koning die "voor hen uittrekt en hen voorgaat in de strijd"). Verder speelt hij eigenlijk nauwelijks een actieve rol bij de verschillende gebeurtenissen waarover deze verhalen gaan. Sommige uitleggers zijn van mening dat het hier om historische verhalen gaat, die korte tijd na de beschreven gebeurtenissen opgetekend zijn door iemand uit Davids hofhouding. Anderen menen dat het eerder om politieke propaganda gaat, mogelijk geschreven tijdens de regering van Salomo om Salomo's koningschap te legitimeren.

Inhoud De boeken Samuel vertellen de geschiedenis van Israëls laatste rechter, Samuel, en van de overgang van het rechterstijdperk naar het koningschap, eerst onder Saul en daarna onder koning David. De regering van Davids opvolger Salomo, de splitsing van het koninkrijk in het zuidelijke koninkrijk Juda en het noordelijke koninkrijk Israël en de rest van de geschiedenis van deze koninkrijkjes tot aan de ballingschap, wordt verteld in de boeken 1 en 2 Koningen die op 1 en 2 Samuel volgen.

Een korte schematische indeling: 1 Samuel 1-3: de geboorte, jeugd en roeping van Samuel 1 Samuel 4-6: de omzwervingen van de Ark 1 Samuel 7-12: Israël vraagt en krijgt een koning 1 Samuel 13-31: Sauls ondergang en Davids opkomst 2 Samuel 1-8: David koning over Israël 2 Samuel 9-20: de troonopvolging van David 2 Samuel 21-24: Appendices

Samuel (1 Samuel 1 t/m 3) Een kinderloze getrouwde vrouw, Hanna, vraagt tijdens een bezoek aan het heiligdom in Silo in een gebed aan God of hij haar een zoon wil geven. Als dat gebeurt, zo belooft ze, zal ze het kind aan God geven. Haar gebed wordt verhoord, ze krijgt een zoon die ze Samuel noemt en als hij oud genoeg is brengt ze hem naar Silo. Het heiligdom in Silo, waar de Ark van het Verbond staat, wordt beheerd door de priester Eli en zijn twee corrupte zonen, en bij hen groeit Samuel op. Op een nacht hoort Samuel de stem van God en hij ontvangt een openbaring. Alles wat hij van God geopenbaard krijgt gaat in vervulling en Samuel groeit uit tot een profeet met gezag in heel Israël.

De ark in Filistijnse handen (1 Samuel 4 t/m 6) De Israëlieten zijn in oorlog met de Filistijnen en om een overwinning af te dwingen besluit men om de ark uit Silo te halen en naar het legerkamp te brengen. De Israëlieten lijden echter een zware nederlaag waarbij 30.000 man omkomen. Ook de zonen van Eli komen om, en de ark wordt door de Filistijnen buitgemaakt. Als Eli het bericht over de dood van zijn zonen en de buitgemaakte ark ontvangt, valt hij van de bank waarop hij zit en hij breekt zijn nek.

De ark brengt de Filistijnen ondertussen weinig goeds. Als de ark in een tempel van Dagan in de plaats Ashdod wordt gezet, valt het beeld van Dagan van zijn sokkel. Vervolgens krijgen de inwoners van Asdod last van aambeien. In andere Filistijnse steden waar de ark vervolgens naartoe wordt gebracht gaat het niet veel anders. Uiteindelijk besluiten de Filistijnen de ark aan de Israëlieten terug te geven. De ark komt eerst in Bet-Semes terecht. Hoewel de Israëlieten in Bet-Semes blij zijn dat de ark weer terug is, sterven er zeventig inwoners van de stad omdat ze naar de ark gekeken hebben. Hierop wordt de ark naar Kirjat-Jearim gebracht.

Koning Saul (1 Samuel 7 t/m 15) Als Samuel ouder wordt en zijn zonen ongeschikt blijken om hem op te volgen, vragen de Israëlieten hem een koning aan te stellen, zoals bij de omliggende volken. Samuel gaat met tegenzin akkoord en op aanwijzing van God zalft hij de boerenzoon Saul tot koning, een keuze die later in het openbaar door het lot bevestigd wordt. Sauls eerste daad als koning is een ontzetting van de Israëlische stad Jabes die door de Ammonieten bezet wordt.

Nadat Sauls zoon Jonatan een Filistijnse wachtpost verslaat, trekt een groot leger Filistijnen ten aanval tegen de Israëlieten. Terwijl het leger van de Israëlieten teruggedreven wordt bevindt Saul zich in Gilgal, waar hij op Samuel wacht. Wanneer Samuel na de afgesproken zeven dagen niet komt opdagen besluit Saul om zelf het brandoffer te brengen in plaats van te wachten tot Samuel dat komt doen. Als Samuel vervolgens arriveert verwijt hij Saul dat deze zich niet aan Gods gebod heeft gehouden en dat zijn koningschap daarom niet zal standhouden.