thumb|300px|Deze afbeelding uit de Martelaarsspiegel van Van Braght wordt vaak gebruikt als een voorbeeld van heksenverbranding. Het gaat hier echter om de terechtstelling van ketters, de wederdopers Maria van Beckum en haar schoonzuster Ursel (Jan Luyken) Een heksenjacht heeft primair betrekking op het vervolgen van vermeende heksen. Daarnaast wordt de term gebruikt voor een hetze ten aanzien van afwijkende meningen die het meedogenloos vervolgen van groepen personen tot gevolg heeft.Van Dale:Heksenjacht

De klassieke periode van heksenvervolgingen in Europa en Noord-Amerika valt in de Vroegmoderne Tijd tussen circa 1480 en circa 1700. In dit woelige tijdperk, waarin ook de reformatie en de Dertigjarige Oorlog plaatsvonden, werden naar schatting 40.000 tot 100.000 personen als heks geëxecuteerd.De meest voorkomende schattingen spreken over 40.000 tot 60.000 doden. Brian Levack (The Witch Hunt in Early Modern Europe) vermenigvuldigde het aantal bekende Europese heksenprocessen met het gemiddeld aantal veroordelingen en executies, en kwam zo aan het cijfer 60.000. Anne Lewellyn Barstow (Witchcraze) paste Levacks schatting aan om rekening te houden met verloren verslagen van rechtszaken, wat haar schatting bracht op 100.000 doden. Ronald Hutton (Triumph of the Moon) stelt dat Levacks schatting hier reeds rekening mee hield en brengt het aantal na herziening op ongeveer 40.000 De laatste executies van heksen vonden in Europa plaats in de 18e eeuw. In Groot-Brittannië maakte de Witchcraft Act van 1735 het vervolgen van heksen tot een strafbaar feit. In Duitsland bleef hekserij bij wet verboden tot in de late 18e eeuw.

Hedendaagse heksenjachten worden nog steeds gemeld uit Sub-Saharisch Afrika, India en Papoea- Nieuw-Guinea. Officiële wetgeving tegen hekserij is nog steeds van kracht in Saoedi-Arabië en Kameroen.

Historische vervolging van vermeende heksen Heksenvervolgingen in Europa thumb|Afbeelding van heksenverbranding uit de Wickiana (verzameling van Johann Jakob Wick, Zürich Centrale Bibliotheek)

Tot omstreeks 1000 ontkende de Kerk het bestaan van heksen en tovenaars, het was zelfs verboden om er überhaupt in te geloven. Aan het einde van het eerste millennium veranderde de Kerk echter haar visie: heksen konden vanaf nu gestraft worden voor het bedrijven van magie en hekserij. Gevangenisstraffen op water en brood van 1 tot 7 jaar werden toen uitgesproken.

Tijdens de oorlog die de Kerk voerde tegen de katharen in Frankrijk en Italië richtte paus Gregorius X in 1226 kerkelijke rechtbanken op die bekend geraakten als de inquisitie. Hun taak was om ketters op te sporen, te trachten hen te bekeren en desnoods te straffen of te doden.

In 1252 verleende paus Innocentius III de inquisiteurs nu ook het recht om de verdachten te folteren, waardoor duizenden tot bekentenissen overgingen. Pas vanaf 1326 begon de inquisitie zich op het vervolgen van heksen te richten. Van heksen werd verondersteld dat ze een pact met de duivel (Satan) afsloten, met hem copuleerden en dat ze zich schuldig maakten aan afschuwelijke wreedheden zoals het eten van kinderen.

1346 was een rampjaar voor Europa: de pest maakt miljoenen doden. De verantwoordelijkheid voor deze catastrofe werd vooral gelegd bij heksen, melaatsen en Joden.

Vanaf 1450 vonden grootschalige heksenvervolgingen plaats in Europa. In 1486 werd het boek Malleus Maleficarum (de Heksenhamer), geschreven door de Dominicaanse prior Heinrich Kramer, beter bekend onder de naam Institoris, uitgebracht. Ook de naam van de toentertijd beroemde Dominicaanse pastoor Jakobus Sprenger prijkte op de kaft. Mogelijk heeft Sprenger weinig met het schrijven en de bepaling van de inhoud te maken gehad en werd zijn toentertijd bekende naam vooral gebruikt om interesse te wekken. Dit boek werd gehanteerd bij de jacht op, en het ondervragen en berechten van vermeende heksen en ketters.

Vanaf 1550 begint de periode waarin de meeste heksenvervolgingen, met foltering en executie (zoals verbranding), voorkwamen. In de hiernavolgende honderd jaar, tot ca. 1650, zouden tussen de vijftig- en honderdduizend als heks beschouwde personen ter dood veroordeeld worden. Hiervan was tachtig procent vrouw.

De laatste heksenexecutie vond plaats in Polen, in 1792. In de jaren voordien waren Frankrijk, Duitsland en Zwitserland - de landen waar het grootse aantal heksen werden gedood - daar reeds mee gestopt. Ook in Engeland zou vanaf de late 17e eeuw het vervolgen van heksen sterk afnemen omdat er nog weinigen in geloofden. Nog voor de Witchcraft Acts van 1736 werd het vanwege het veranderde intellectuele klimaat tijdens de Verlichting moeilijk om nog iemand door de rechtbank als heks te laten veroordelen. De Nederlandse predikant en theoloog Balthasar Bekker verzette zich in zijn ophefmakende boek De betoverde weereld reeds in 1691 hevig tegen het veronderstelde bestaan van heksen, tovenaars en spoken. Ook het bestaan van satansverering trok hij in twijfel en door zijn scepticisme ondermijnde hij de vooronderstellingen waarop heksenvervolging steunde.

Heksenvervolgingen van Salem thumb|De dood van Giles Corey (19 september 1692) door opstapeling van zware stenen na veroordeling als een heks in de heksenprocessen van Salem. Illustratie van ca. 1923

De heksenprocessen van Salem tussen februari 1692 en mei 1693 startten in koloniaal Massachusetts als een reeks hoorzittingen voor de lokale magistraten waarbij mensen beschuldigd werden van hekserij in de counties (provincies) Essex, Suffolk en Middlesex. Ondanks het feit dat het algemeen bekendstaat als de heksenprocessen van Salem, werden de voorlopige hoorzittingen in 1692 uitgevoerd in een verscheidenheid van steden in de provincie: Salem Village (nu Danvers), Ipswich, Andover en Salem Town. De bekendste rechtszaken vonden in 1692 plaats aan het Hof van Oyer en Terminer in Salem. Meer dan 150 mensen werden gearresteerd en gevangengezet en nog meer werden beschuldigd, hoewel de overheid hen niet formeel vervolgde. Alle zesentwintig gedaagden voor deze rechtbank werden veroordeeld.

De aanleiding tot de vervolgingen die in het stadje Salem plaatsvonden was een spel dat enkele jonge meisjes in de zomer van 1692 speelden. Zij begonnen zich bijzonder vreemd te gedragen nadat ze elkaar de toekomst hadden voorspeld. Ze kregen zenuwtrekkingen en stuiptrekkingen die de dorpelingen interpreteerden als een geval van demonische bezetenheid en hekserij. Kort daarop begonnen ook andere meisjes en jonge vrouwen dezelfde symptomen te vertonen. Toen de meisjes werden ondervraagd, wentelden zij de schuld af op drie vrouwen die meteen door de dorpsgemeenschap beschuldigd werden van hekserij: Sarah Goode, Sarah Osborne en een West-Indische slavin, Tituba. Om onduidelijke redenen bekende Tituba dat ze inderdaad een heks was die een pact met de duivel had gesloten. Vanaf dan escaleerde de toestand volledig en de ene beschuldiging volgde op de andere. Om deze epidemie van hekserij in te dijken, werd de hulp ingeroepen van puriteinse predikanten zoals Cotton Mather. Deze laatste spoorde de lokale autoriteiten zelfs aan om de heksen nog strenger te vervolgen. In de periode van 10 juni tot 22 september 1692 werden 19 mensen geëxecuteerd door ophanging en één persoon werd met een steen verpletterd.

Deze episode uit Amerika's koloniale geschiedenis is een van de bekendste gevallen van massahysterie waar in politieke retoriek en populaire literatuur naar verwezen wordt als waarschuwing tegen de gevaren van isolationisme, religieus extremisme en overheden die inbreuk plegen op de individuele vrijheden.

Moderne heksenwaan en -vervolging In tal van gebieden in de wereld komt heksenwaan nog voor.

Heksenvervolgingen in Afrika Miljoenen mensen in Oost-, Zuid-en West-Afrika geloven dat er heksen, zowel mannelijke als vrouwelijke, bestaan. Zakenmensen beweren dat een tegenslag in hun loopbaan te wijten is aan hekserij van een collega. Rijke zakenlieden laten hun producten beschermen door waarzeggers voor het geval dat een concurrent zijn toevlucht neemt tot hekserij. Politici wijten het verliezen van een verkiezing aan het gebruik van hekserij door hun tegenstanders. Religieuze mensen van elk geloof zorgen ervoor dat bij het knippen van hun haar of nagels de resten niet worden achtergelaten, zodat een heks ze niet kan meenemen voor vervloekingen. Traditioneel zou de straf voor hekserij in veel gemeenschappen verbanning of dood zijn. Tegenwoordig zijn er meldingen van toename van heksenjachten en lynchpartijen van de verdachten in een aantal Afrikaanse landen.

Vaak zijn mensen die in Afrika beschuldigd worden van hekserij arm, ze kunnen misvormd zijn, of bij anderen gevoelens van haat en jaloezie uitgelokt hebben. Iemand kan ook gewoon te mooi, te slim, te succesvol zijn in de ogen van de gemeenschap. Uit Onderzoek door studenten in het Lands-Instituut van Dar es Salaam is bijvoorbeeld gebleken dat geloof in hekserij een belemmering vormt voor de ontwikkeling van het noordelijke district van het Tanzaniaanse Handeni.

Volgens de opvattingen van diverse Afrikaanse volkeren kunnen heksen vliegen. Ze dansen naakt op begraafplaatsen en eten het vlees van de lijken. Ze paren met dieren, doen aan incest en eten hun eigen kinderen op. Zij kunnen naar achteren op hun handen lopen, eten zout als ze dorst hebben, en hangen ondersteboven aan een boom om te rusten. Zij komen vaak 's nachts, stelen het hoofd van een slachtoffer en gebruiken het als een bal in een spel, om het de volgende morgen terug te brengen zonder dat de benadeelde er iets van gemerkt heeft.

De gelijkenissen met vroegmoderne Europese opvattingen over heksen en hekserij zijn opvallend:Witch Hunts in Africa, op liberatedthinking.com/ Afrikaanse heksen zijn over het algemeen vrouwelijk. Mannen worden zelden beschuldigd van hekserij, maar zijn meestal bekend als tovenaar - iemand die magie gebruikt voor kwaadaardige doeleinden deze vrouwen ontmoeten elkaar 's nachts tijdens geheime vergaderingen ze reizen daarnaartoe in de vorm van een dier en laten hun fysieke lichaam achter vaak wordt van een heks gezegd dat zij het lichaam of de geest van haar slachtoffer consumeert. Als gevolg daarvan lijden de slachtoffers aan vreemde, chronische kwalen en ziekten van heksen wordt soms gedacht dat zij hun krachten ontlenen aan een hekserij-substantie, die ofwel buiten of in het lichaam van de heks verborgen wordt een gruwelijke overeenkomst is de manier waarop de heksendokters heksen opsporen: meestal krijgen de verdachten een gif toegediend waarna de schuld bepaald wordt door de mate waarin iemand ziek wordt. Om vergissingen uit te sluiten dwingt men vervolgens de verdachte met martelingen tot een bekentenisHeksen en demonen, Standaard Uitgeverij, 1974 In veel samenlevingen van Sub-Saharisch Afrika leidt de angst voor heksen tot periodieke heksenvervolgingen met gespecialiseerde heksenzieners die verdachten identificeren die vervolgens door de menigte ter dood worden gebracht.Mohammed A. Diwan: Conflict between state legal norms and norms underlying popular beliefs: witchcraft in africa as a case study; in: 14 Duke J. of Comp. & Int'l L. 351 Dit gebeurt in de Democratische Republiek Congo, Tanzania, Ghana, Sierra Leone, Kameroen, Kenia, Gambia en Zambia.

Congo en Tanzania In 1999 meldde de BBC dat heksenjachten tegen kinderen plaatsvonden in Congo en Tanzania. In Tanzania trad de regering op tegen aanvallen op vrouwen die als heks beschuldigd werden omdat ze rode ogen hadden. Een rechtszaak werd in 2001 begonnen in Ghana, waar heksenjachten eveneens niet ongewoon zijn, door een vrouw die was beschuldigd van hekserij. In Afrika worden deze heksenjachten vaak geleid door familieleden die op het eigendom van het slachtoffer azen.

Gambia