thumb|Gemeente Edam-Volendam Het Volendams is een Waterlands dialect dat alleen in het Noord-Hollandse dorp Volendam wordt gesproken.

Geschiedenis Het dialect van Volendam werd pas in de 20e eeuw voor het eerst onderzocht. Op basis van deze onderzoeken, aannames en de beschikbare gegevens over de geschiedenis van het dorp kan de ontstaansgeschiedenis van het Volendams worden gereconstrueerd.

Onderzoek naar het Volendams Het eerste onderzoek naar het Volendams wordt verricht door de taalkundige G.G. Kloeke, die het dialect ook een eigen inventarisnummer geeft (E091b), dat nadien gebruikt zal worden bij nieuwe onderzoeken (bijvoorbeeld de dialectatlassen). Kloekes onderzoek is beperkt. De eerste die uitgebreider onderzoek doet, overigens onder leiding van Kloeke (zijn promotor), is Klaas Hanzen Heeroma, die het dorp in de zomer van 1934 aandoet. In zijn Hollandse dialektstudies geeft hij een overzicht van de Volendamse klanken.K. Heeroma, Hollandse dialektstudies, proefschrift (1935)

Na Heeroma komt Jac. van Ginneken, die een groots opgezette studie wijdt aan het Monnickendams, het Markens en het Volendams. Voor hij dit werk kan voltooien overlijdt Van Ginneken in 1945. Enige jaren later worden de handschriften alsnog uitgewerkt en gepubliceerd.Jac. van Ginneken, Drie Waterlandse dialecten, bezorgd door A. Weynen (1954)

Na de oorlog wordt het Volendams nog verder onderzocht bij het samenstellen van de grote dialectatlassen, de FAND, de MANDMorfologische Atlas van de Nederlandse Dialecten. Amsterdam, Meertens Instituut. URLMAND en de SANDBarbiers, S. et al (2006). Dynamische Syntactische Atlas van de Nederlandse Dialecten (DynaSAND). Amsterdam, Meertens Instituut. URL: .

De onderzoekers komen overigens niet met eensluidende resultaten. Heeroma merkt op dat de Volendamse klanken moeilijk te beschrijven zijn, en dat hij ze zelf ook niet na kan spreken. Hoewel hij een onderscheid vermoedt tussen de twee eu-achtige klanken in woorden als "vogel" enerzijds en "zoon" anderzijds, kan hij hier niet de vinger op leggen en noteert hij in navolging van Heeroma vöjgəl en zöjn. Ook Van Ginneken maakt in zijn handschriften geen onderscheid. Latere onderzoekers lijken Heeroma's aanvoelen toch te bevestigen, maar de precieze weergave van de Volendamse klanken blijft problematisch. Tegenwoordig klinkt "zoon" overigens vaker als zòòn (de uitspraak zeujn is verouderd).

Een en ander leidt tot de ironische situatie dat het Volendams in vergelijking met andere Nederlandse dialecten relatief uitgebreid is bestudeerd, maar dat er tegelijkertijd nog veel vragen open liggen en veel zaken maar zijdelings zijn belicht.

Ontstaansgeschiedenis Op basis van de onderzoeken kan in ieder geval een duidelijke verwantschap met andere Noord-Hollandse dialecten worden aangetoond. Heeroma vermoedt dat het oude Volendams dicht bij met name het Tessels gelegen heeft, maar zich uit die basis op een eigen manier heeft ontwikkeld. Voor die eigenzinnige ontwikkelingen heeft vooral Van Ginneken naar avontuurlijke verklaringen gezocht. Hij veronderstelt bijvoorbeeld dat de Volendammers van Basken afstammen en een aangeboren neiging tot lipronding hebben. Moderne wetenschappers staan sceptisch tegenover dit soort verklaringen.

Het Volendams heeft zijn unieke karakter in de eerste plaats te danken aan het isolement waarin Volendam eeuwenlang verkeerde (onder meer ingegeven door de katholieke bevolking, die niet met protestanten uit de omringende dorpen huwde). Hierdoor konden zich veel typische klanken ontwikkelen, zoals de hierboven al beschreven öj voor de gewone Hollandse ee en de wijde ai voor eê. Er zijn, net als in het Enkhuizens, veel invloeden uit de dialecten van andere vissersplaatsen rond de voormalige Zuiderzee.

Heel bijzonder is het voorkomen van umlaut in de verkleinwoorden: het Volendams is het enige Hollandse/westelijke dialect waarin dit voorkomt (pot-pötje). Deze eigenaardigheid is vermoedelijk in de negentiende eeuw geïntroduceerd door katholieke inwijkelingen van Schokland, die na de ontruiming van hun eiland in 1859 naar Volendam verhuisden, en hun dialect, het Schokkers, meebrachten.

Karakter In woordenschat en grammatica vertoont het Volendams sterke overeenkomsten met de overige Noord-Hollandse dialecten. De klanken van het dialect zijn afwijkender en maken het dialect op het eerste gehoor moeilijk te verstaan. Verschillende onderzoekers hadden merkbaar moeite met het noteren van de Volendamse klanken. Heeroma, die veel dialecten heeft beschreven voor zijn onderzoek, had die problemen veel minder bij de andere dialecten, wat de uitzonderlijke positie van het Volendams onderstreept. In de grammatica valt, naast typisch Noord-Hollandse trekken als voltooide deelwoorden zonder ge-, het veelvuldige gebruik van een verleden tijd met "doen" op: è daan lope, hij liep (letterlijk: "hij deed lopen"). Hieronder zullen al deze verschijnselen aan bod komen.

Klankleer Het Volendams heeft een opmerkelijke voorkeur voor geronde klanken. Dit komt vooral tot uiting bij de lange klinkers. We bespreken hieronder eerst de korte klinkers, dan de lange, en vervolgens de medeklinkers.

Korte klinkers De korte klinkers klinken in het algemeen als in de standaardtaal, alleen de a valt in twee klanken uiteen:

a - Een donkere a, weergegeven als ɑ á - Een scherpe a, weergegeven als æ (dus als de Engelse a van "cat")

De eerste a is de gewone. De tweede, de á, komt voor velare medeklinkers voor (k, ng, g, ch), daarnaast in enkele geïsoleerde woorden (gás, gas). Ook voor -r, -st en -sp hoort men meestal á: dárde (derde) rásp, gást. Opmerkelijk is de uitspraak van de a in verkleinwoorden: jas - jássie, zie hierover de paragraaf "vormleer".

De combinaties "or" en "er" klinken in een aantal gevallen als ör: dörp, vörf, störm.

Verder vermeldenswaard is de langgerekte uitspraak van de korte e (ɛ) in woorden als lêgge en bêd. Deze klank komt in veel Noord-Hollandse dialecten voor.

De gerekte i-klank in woorden als weijnd en keijnd (ʋɪːnt, kɪːnt) is ook vergelijkbaar met de situatie in andere Noord-Hollandse dialecten, waar men hier steeds dezelfde klank hoort die in die dialecten de Nederlandse "ij" voorstelt, dus Tessels wiend, kiend, Markens waind, kaind. Vergelijk: roend (rond), oend (hond), tegenover Markens round, ound.

Lange klinkers De lange aa uit de standaardtaal heeft vier veelvoorkomende realisaties:

Als in het AN, weergegeven als aː Als ao, weergegeven als ɒː Als ai, weergeven als ɑːi Als aei, weergegeven als æi

De verdeling van de eerste twee is betrekkelijk eenvoudig: voor tandmedeklinkers wordt de lange a een ao: laot, aon (laat, haan). In andere gevallen horen we de heldere a uit de standaardtaal.

Moeilijker is dat het Volendams de a's die oorspronkelijk uit Oergermaans "æ" zijn ontstaan, bv. de aa in "schaap" en "slaap", nog steeds onderscheidt. Hierin is het Volendams een typisch Noord-Hollands dialect, ook West-Fries, Wierings, Tessels en andere dialecten in de provincie maken dit verschil. Het is ook terug te vinden in het Fries en het Engels. Enkele voorbeelden:

skaip (schaap), West-Fries: skeip, Fries: skiep, Engels: sheep draid (draad), West-Fries: dreid, Fries: tried, Engels: thread slaipe (slapen), West-Fries: sleipe, Fries: sliepe, Engels: sleep

Voor de -r horen we een palatale variant van deze ai: jaeir (jaar), aeirde (aarde), in sommige teksten ook gespeld als aoj, maar meestal kortweg als ai. Deze klank komt ook terug in woorden die in het AN een "auw" hebben: klaeiw, blaeiw. Hier staan echter ook de varianten klaw, blaw tegenover, waarvan gezegd wordt dat de eerste uitspraak bij vrouwen, de tweede bij mannen voorkomt. Dit soort verschillen tussen mannen- en vrouwentaal dragen bij aan de moeilijkheid om de Volendamse klanken goed te omschrijven.

Die moeilijkheid komt wel het best tot uiting bij de lange ee, die vaak euj-achtig klinkt. Er zijn talloze weergaven, iedere onderzoeker lijkt deze klank weer anders te noteren, en het verschil met de "eu" wordt zelden duidelijk. Moderne onderzoekers onderscheiden een "ee-achtige" uitspraak əi (bv. in "geven", weergegeven als xəːvə) van een "eu-achtige" uitspraak øi (neus = nøis), maar de precieze verdeling blijft problematisch.

In een aantal gevallen klinkt de lange ee overigens weer als ai (zeep = zaip) of als aei (leren = laeire, meestal gewoon gespeld als laire).

Overzichtelijker zijn de Volendamse tegenhangers van ij en ui. Die zijn ɪː en œ (ook wel weergegeven als əː). Het woord "ijs" klinkt dus 'n beetje als ììs of ees (lange "i" van "schip", "ee" van beer), het woord "buis" klinkt als bùùs of beus (lange "u" van "bus", "eu" van "kleur"). De gebruikelijke spelling voor deze klanken is eijs en uijs (of ûis).

Verder interessant is de lange oo, die in het Volendams weer meerdere realisaties heeft:

Als een langgerekte oh, weergegeven als ɔː Een tweeklank van oh en w, ongeveer als in het gewone Hollands: ɔːu Als een oe, weergegeven als u Als een eu-achtige ee, weergegeven als əːi

De eerste variant is de gewoonste, deze komt in de meeste woorden voor. De tweede staat daar soms tegenover, bijvoorbeeld oop (hoop, hoeveelheid) vs. owp (hoop, verlangen). Mogelijk is het onderscheid vroeger belangrijker geweest (Heeroma noteert het bv. wel, Van Ginneken niet, latere onderzoekers incidenteel).

De "oe" horen we in een groot aantal woorden: boeve (boven), goet (goot), koegel (kogel). Deze oe is regelmatig bij sterke werkwoorden die in het AN een -o- hebben: steujke - stoeke (steken - gestoken), vrieze - vroere (vriezen - gevroren), zuijge - zoege (zuigen - gezogen).

De eu-achtige ee is weer dezelfde problematische klank. Deze klank komt bijvoorbeeld voor in het woord "vogel", dat wel als fəːɣɔɫ wordt genoteerd (vëigel). Andere Noord-Hollandse dialecten hebben hier een echte eu (veugel), maar in het Volendams zou er verschil zijn met de klank in "neus", hoewel niet iedere onderzoeker dat heeft kunnen horen.

Medeklinkers Bij de medeklinkers valt op, dat de h niet uitgesproken wordt (h-deletie). Dit heeft het Volendams gemeen met het Markens en het Enkhuizens, het wordt wel als een typisch verschijnsel voor vissersdialecten gezien. Ook het Derpers (Egmond aan Zee) is bijvoorbeeld h-loos.

Verder worden de fricatieven "g", "v" en "z" meestal stemloos uitgesproken, dus als "ch", "f" en "s". Tussen klinkers en in combinatie met andere medeklinkers komen stemhebbende uitspraken wel voor. Dit verschijnsel is algemeen in het noordelijk deel van het Nederlands taalgebied.

Opvallend is nog de sk-, die in plaats van "sch-" voorkomt: skip, skiete. Dit komt in de meeste andere Noord-Hollandse dialecten ook voor.

Vormleer De Volendamse grammatica verschilt op een aantal punten van de Nederlandse. Het meest opvallend is wel het weglaten van "ge-" bij voltooid deelwoorden, een verschijnsel dat ook bekend is uit het West-Fries en verder noordwaarts in de provincie eigenlijk algemeen is. Volendam vormt de zuidpunt van het "ge-"loze gebied. Marken en de Zaanstreek hebben de tussenvorm "e-" (Volendams ik ew laird, Markens ik ew eleerd, AN "ik heb geleerd").

Een van de opvallendste eigenschappen van het Volendams is de umlaut bij verkleinwoorden. Zo is het verkleinwoord van pot - pötje. Het sterkst is de umlaut aanwezig bij woorden met een korte a: die krijgen in hun verkleinvorm een á (zie "klankleer"):

jas - jássie kat - kátje grap - gráppie

Deze umlaut wordt veelal als een invloed uit het Schokkers gezien. Nergens anders in Noord-Holland komt dit voor, maar aan de overkant van de oude Zuiderzee is het een kenmerk van het Nedersaksisch.

Net als in de omringende dialecten heeft het Volendams in plaats van "-pje" en "-kje" steeds -pie en -kie, maar vormen als "mantje", zoals elders in Noord-Holland, komen niet voor: mannetje.

Zinsleer De Volendamse syntaxis wijkt weinig af van die van het Nederlands. Er is een aantal eigenaardigheden die ook elders in Noord-Holland wel voorkomen.