thumb|Francisco Goya ca. 1797: El sueño de la razón produce monstruos (De slaap van de rede brengt monsters voort). De titel die de Spaanse kunstenaar Goya aan zijn gravure gaf, lijkt wel een boodschap uit de gothicliteratuur: als het bewustzijn slaapt, verschijnen de onderdrukte monsters van de verbeelding De gothic novel, gotische roman of romantische griezelromanZo noemt literatuurwetenschapper Hendrik Van Gorp het in De Romantische Griezelroman: Gothic Novel Een Merkwaardig Rand-Verschijnsel in De Literatuur uit 1998. is een literair genre dat mystery, romantiek en horror vermengt. Het ontstond in de tweede helft van de 18e eeuw in Engeland en kende ook nog veel succes tijdens de periode van de romantiek met Mary Shelleys Frankenstein en werken van Edgar Allan Poe. Een latere (uit het victoriaans tijdperk daterende) bekende roman in dit genre is Bram Stokers Dracula. De naam 'gothic' verwijst naar de (pseudo)middeleeuwse gebouwen waarin veel van deze verhalen zich afspelen. Terwijl deze extreme vorm van romantiek in zijn bloeiperiode in Engeland en Duitsland bijzonder geliefd was, waren er in het Nederlandse taalgebied niet zo veel auteurs die zich tot dit genre aangetrokken voelden.Letterkundig lexicon van de neerlandistiek. Gearchiveerd op 23 januari 2023. De Engelse gothic novel stond echter wel aan de wieg van romantypes als de Duitse Schauerroman en de Franse roman noir.H. van Gorp: De receptie van de Gothic Novel (griezelroman) in de Nederlandse literatuur (1790-1850) (Gutenberg e-book online)

De 'uitvinder' van de gothic novel is de Engelse auteur Horace Walpole, die in 1764 met The Castle of Otranto: A Gothic Story de eerste roman in dit genre schreef.H. Van Gorp, De Receptie van de Gothic Novel: "De terminus post quem ligt voor iedereen vast: het genre start met The Castle of Otranto (1764) van Horace Walpole." In zijn voetsporen volgde Clara Reeve met haar The Champion of Virtue: A Gothic Story (1777). Hun verhalen spelen zich af in duistere, middeleeuwse kastelen waar bovennatuurlijke gebeurtenissen het lot van de personages bepalen. Heel wat van de schrijvers van gothic novels waren vrouwen; een van de invloedrijkste, Ann Radcliffe, schreef The Mysteries of Udolpho (1794) en The Italian (1797).

Na de bloeiperiode van de traditionele gothic novel (midden 18e tot midden 19e eeuw) volgde een periode van verminderde interesse, waarna het genre tijdens het fin de siècle werd geherwaardeerd. Het was vooral onder invloed van het succes van bioscoopfilms en pulpmagazines dat het genre in de 20e eeuw nieuw leven werd ingeblazen.

Achtergrond van de gothictraditie Tot ongeveer het midden van de 18e eeuw betekende de term 'gothic' in Engeland in hoofdzaak barbaars en middeleeuws.Hendrik Van Gorp: De romantische griezelroman, hoofdstuk 1. Barbaars verwees naar de Germaanse stam van de Goten, die destijds gezien werden als de vernietigers van de klassieke cultuur. Etymologisch zou 'gothic' trouwens afgeleid zijn van het Italiaanse 'gotico' dat op een pejoratieve manier verwees naar de wilde Goten. Middeleeuws betrof vooral de gotische bouwstijl die als ongeordend en dus barbaars werd beschouwd in vergelijking met de 'horizontale' klassieke bouwkunst. Rond het midden van de 18e eeuw gebeurde er iets merkwaardigs en was er sprake van een betekenisverschuiving. Zo kwam er binnen de kunstkritiek meer aandacht voor het eigene van de gotiek als bouwkunst en werd er niet langer meer op neergekeken. De betekenis van gothic als middeleeuws bleef, maar dan zonder de negatieve connotatie. Een derde associatie die gotisch kreeg was bovennatuurlijk, omdat de "duistere middeleeuwen" een uitstekend decor waren voor verhalen over spoken en allerlei bijgeloof. Het leende zich ook goed voor de literaire vorm van de romance waarbij het geheimzinnige en schrikwekkende een belangrijke rol kregen. In de poëzie uitte de hernieuwde belangstelling voor het bovennatuurlijke en de middeleeuwen zich eveneens, namelijk in de balladen uit deze periode.L.H.Hornstein, G. D. Percy, Calvin S. Brown, The Readers Companion To World Literature Second Edition, p. 307

Een belangrijk aandeel in de ontwikkeling van het verhaalgenre van de gothic novel speelde de architectuur. Gedurende de hele 18e eeuw gaven rijke Engelse aristocraten opdracht tot de bouw van gotische gebouwen en de aanleg van gotische 'landschappen'. Ook schrijvers van gothic novels zoals Horace Walpole en William Beckford bleken geld te hebben om dergelijke neogotische gebouwen te laten oprichten. Een van de meest gevraagde architecten voor deze bouwopdrachten was William Kent (1686–1748). Onder zijn invloed werden nabootsingen van middeleeuwse abdijen en kastelen gebouwd, vaak met nieuw aangelegde ruïnes en dode bomen om het 'gotische' effect te versterken.

Inspiratiebronnen Veel van de vroegste invloeden kwamen dus niet uit de literatuur, maar uit de architectuur. Deze vorm van beleving van 'gothic' was uiteraard voorbehouden aan de rijken. Lezen daarentegen was in de 18e eeuw een sterk opkomend tijdverdrijf, zeker voor de vrouwen uit de middenklasse die, hoewel ze op andere gebieden werden gediscrimineerd, toch vaak geletterd waren. In de beeldende kunsten reageerden kunstenaars als Goya en William Blake op het strenge neoclassicisme. In hun werken overheerst de verbeelding. Zij beeldden de demonen, angsten en verschrikkingen uit die op de loer liggen als de mens het rationele te zeer benadrukt. De associaties met de uitgebeelde wereld van de gothic novel liggen voor de hand. thumb|upright=0.75|Hamlet (circa 1864) door William Morris Hunt thumb|upright=0.75|Macbeth en de heksen door Johann Heinrich Füssli William Shakespeare was ook een inspiratiebron voor de gothicliteratuur. De openingsscène in Hamlet bijvoorbeeld, met soldaten die op de burcht angstig de komst van een geest afwachten, of de dood van Romeo en Julia in de duistere gewelven van het familiegraf, of Macbeths ontmoeting met de heksen op de hei. Shakespeare toont zich een meester 'avant la lettre' van het gothic taalidioom. In diezelfde Romeo en Julia spreekt de jonge Julia deze woorden als ze protesteert tegen de voorbereidingen die haar vader treft om haar tegen haar zin met Paris te laten trouwen:

Een andere bron waar de gothicliteratuur inspiratie uit putte, was de 18e-eeuwse 'Kerkhofschool van poëzie' (Graveyard school of Poetry), die melancholische gedichten leverde over de dood met meestal een kerkhof als achtergrond. Een voorbeeld ervan is Night Thoughts (1742) van Edward Young, geïllustreerd door William Blake:Night Thoughts op Google Books

Ook Robert Blairs The Grave (1743) bevat evocaties van de dood, wat het tot een van de populairste gedichten van zijn tijd maakte:Originele Engelse tekst van The Grave

Kenmerken van het genre Thema's De gothic novel bloeide binnen de stroming van de (pre)romantiek en heeft dan ook veel kenmerken gemeen met genres als de romance en het spookverhaal die al veel langer bestonden. Met het spookverhaal deelt hij de fascinatie voor het bovennatuurlijke. Met de romantische literatuur – en de romantiek in het algemeen – heeft hij de verheerlijking van het 'Verhevene', 'Sublieme' gemeen. Het sublieme heeft betrekking op de verwondering over datgene dat de mens lijkt te overstijgen. Zo kan de aanschouwing van prachtige landschappen in de mens een emotionele respons teweegbrengen van grandeur en spiritualiteit. Het begrip bestond al langer, maar het werd vooral bekend door Edmund Burkes filosofisch essay A Philosophical Enquiry into the Origin of Our Ideas of the Sublime and Beautiful uit 1757. Als de gothic novel al een grondthema heeft dan is dat angst, en het doel van elke plot is de lezer te laten huiveren om de fysieke en psychologische terreur die de personages ondergaan.

Setting Gothicauteurs hebben een voorkeur voor exotische locaties. De meeste van hun verhalen spelen zich ofwel af in het (vanuit Engeland geziene) verre Italië, Spanje of een ander Zuid-Europees land, ofwel in het Verre Oosten. De ruimte waarin de acteurs zich bewegen beperkt zich vaak tot één locatie zoals een geheimzinnig kasteel of landhuis. De sfeer wordt bepaald door de beschrijving van sublieme landschappen zoals woeste hoogten en de actie speelt zich af in een aantal steeds weerkerende loci terribilis: vervallen ruïnes, oude kastelen en kloosters, liefst met een doolhof van griezelige gangen en kerkers waar de krijsende maagden met groot effect kunnen worden achternagezeten.

Personages In een gothic story zijn twee groepen van personages te onderscheiden: negatieve en positieve acteurs, of zij die de angst veroorzaken en zij die deze angst ondergaan. Typisch wordt een wellusteling tegenover een vervolgde maagd geplaatst, waarbij de schurk aangetrokken wordt door de zuiverheid van zijn slachtoffer, terwijl de onschuldige heldin van haar kant gefascineerd geraakt door het dierlijke van haar overweldiger. Een bijzondere rol is weggelegd voor het bovennatuurlijke, dat als helper of tegenstander in het verhaal optreedt, bijvoorbeeld in de figuur van een spook. Soms wordt de afloop van het verhaal bepaald door de strijd tussen de machten van Goed en Kwaad die zich voltrekt boven de hoofden van de machteloze menselijke personages. Hier wordt in feite dan de techniek van de deus ex machina toegepast die reeds populair was in het oude Griekse theater.

Vertelperspectief Het komt voor dat de handelingen van de personages door een of meer van die personages wordt verteld. Meestal wordt het verhaal echter vanuit een auctoriële vertelsituatie gepresenteerd, waarbij dus een buiten en boven de tekst staande verteller optreedt. Verteltechnische kunstgrepen zoals het uitstellen van de handeling door op een crisismoment over te schakelen naar een andere verhaallijn (de cliffhanger-techniek) kunnen de spanning nog verder opvoeren. Een voordeel van een alwetende verteller is dat hij de lezer kan manipuleren, informatie onthouden, en direct kan toespreken.

Conventies en motieven Volgens J.A. CuddonJohn Anthony Bowden Cuddon (1928-1996), auteur van Dictionary of Literary Terms wordt het genre getypeerd door het volgen van een aantal conventies. In de verhalen wordt vaak gebruikgemaakt van dezelfde elementen: woeste landschappen, oude gebouwen, kloosters, kathedralen en kastelen met kerkers, martelkamers, geheime deuren en wenteltrappen; verschijningen zoals spoken, demonen en dodenbezweerders, een sfeer van broedende somberheid, jonge, knappe helden en flauwvallende (of schreeuwende) heldinnen die zich verzetten tegen corrupte aristocraten, boze heksen of perverse monsters. Vrouwelijke personages worden bedreigd door machtige of onstuimige mannelijke figuren, en de beschrijvingen hebben als doel angst, afschuw, walging of terreur op te roepen.

H. Van GorpH. Van Gorp: De romantische griezelroman, hoofdstuk 2: 'Corpus en genreproblematiek' onderscheidt bij de afbakening van het genre vier groepen kenmerkende motieven: een sociale motiefgroep: zo draait de plot vaak rond onrechtmatig verwerven van landbezit, een sociaal recht of macht; een seksuele motiefgroep: zo zijn bijvoorbeeld een verboden passie, allerlei excessen, een gedwongen huwelijk, verkrachting en incest vaak gebruikte verhaalmotieven; een religieuze motiefgroep: wanneer bijvoorbeeld de held(in) slachtoffer wordt van religieus fanatisme zoals een aanklacht door de inquisitie of gedwongen noviciaat; een psychologisch-ethische motiefgroep: een overdreven kennisdrang om alle geheimen te ontsluieren om zo een aan God gelijke macht te verwerven (hybris zoals bij Faust, Prometheus, Frankenstein).

Structuur