Het Koninklijk Paleis op de Meir is een voormalig 18de-eeuws stadspaleis in de Belgische stad Antwerpen. Het was ooit nog de eigendom van belangrijke heersers zoals Napoleon Bonaparte, Willem I der Nederlanden en het Belgisch koningshuis. Het paleis bevindt zich op de hoek van de Meir en de Wapper. Naast een stadspaleis was het ook een keizerlijke en een koninklijke residentie, tot het in 1969 "aan het volk gegeven" is.
Geschiedenis links|miniatuur|250x250px|Koninklijk Paleis op de Meir, 1888, Jozef Linnig, Felixarchief.
Oorsprong Het gebouw werd opgetrokken in opdracht van de rijke koopman Johan Alexander van Susteren (1719-1764), die een vermogen vergaarde met beleggingen in de Oostendse Compagnie, door de Antwerpse architect Jan Pieter van Baurscheidt de Jonge. Van Susteren liet hiervoor in 1745 drie panden afbreken op de Meir om er zijn droompaleis te laten optrekken. De koopman woonde eigenlijk in een kasteel in het landelijke 's-Gravenwezel, maar hij wilde ook in de stad Antwerpen een residentie hebben. Helaas heeft hij zijn droomstekje nooit volledig afgewerkt gezien vanwege zijn kinderloze dood in 1764.
Na zijn dood werd het goed verkocht aan jonkheer Johannes de Fraula, die zorgde voor de verdere afwerking van de woning, de bouw van de stallingen en de aanleg van de tuin.
In 1777 verkocht hij het gebouw aan de graaf Jean Alexandre Roose de Baisy en zijn echtgenote Marie Anne Josephe van de Werve. Hun dochter, Caroline Marie Josephe, gehuwd met de graaf Charles Francois de Brouchoven de Bergeyck, erfde het gebouw in 1798. Na de dood van haar man verkocht ze het gebouw in 1812 aan Napoleon.
Franse periode Door de gunstige ligging wekte het paleis de aandacht van de Franse keizer Napoleon Bonaparte toen onze gewesten na de Franse Revolutie in zijn handen kwamen. Hij kocht het stadspaleis in 1812 voor 170.000 francs. Hij liet het paleis ombouwen tot vier appartementen: eentje voor zijn grootmaarschalk, de hofdame, de keizerin en eentje voor zichzelf. De keizer liet de salons ook verfraaien en inrichten met Franse empiremeubels. Parijse decorateurs zoals Pierre Fontaine werden hiervoor belast. Napoleon liet ook meubels uit Frankrijk en uit het Paleis op de Dam in Amsterdam aanrukken. Kandelaars, wandtafels, meubels van roodbruin mahoniehout werden vervaardigd, net als ornamenten in verguld brons. Napoleon zag het groots voor zijn paleis.
Ondanks alle inspanningen heeft Napoleon nooit in het paleis verbleven. Wanneer het paleis klaar was, zat hij al op het eiland Elba in ballingschap. Nadien kwam het paleis in de handen van zijn rivaal de Russische tsaar Alexander I die er in 1814 zijn intrek nam. Op 28 juni verscheen hij op het balkon om de bevolking van Antwerpen te groeten: het begin van een lange traditie. Na de verdrijving van de Fransen werden de Zuidelijke Nederlanden onderdeel van het nieuwe Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en het paleis ging naar zijn nieuwe koning Willem I der Nederlanden. Deze gaf opdracht tot het inrichten van de Zaal van de XVII Provinciën.
Belgische periode miniatuur|300x300px|Feest aan het paleis n.a.v. de bevrijding van België na WOI Na de Belgische opstand van 1830 werd het Paleis opgeëist door het Belgische Voorlopig Bewind. Het gebouw kwam in de handen van het allereerste Belgische staatshoofd: Regent Erasme-Louis Surlet de Chokier. Een jaar later zou het Paleis op de Meir het middelpunt zijn van de festiviteiten naar aanleiding van de blijde intrede van koning Leopold I. De vorst zou er regelmatig verblijven en hier ook de Britse koningin Victoria tweemaal feestelijk ontvangen. Ook de volgende koningen en andere belangrijke gasten, zoals de Britse premier Winston Churchill, kwamen op het balkon om het volk te groeten en begroet te worden. Ze gebruikten het ook als ontvangstdecor voor gasten die via de haven in het land aankwamen.
Koning Leopold II liet het paleis verfraaien tijdens zijn regeerperiode en bouwde onder andere een grote spiegelzaal. Hij gaf de opdracht voor het bouwen van een verbindingsgalerij tussen de twee zijvleugels. Modern sanitair werd ook pas in zijn periode geïnstalleerd. Koning Albert I verbleef er kort tijdens de Eerste Wereldoorlog, het was een tijdje zijn residentie toen hij moest vluchten uit Brussel. In de jaren 60 achtte de Koninklijke Huishouding het paleis niet meer geschikt en men dacht aan een culturele bestemming voor het geheel. Koning Boudewijn schonk het paleis "aan het volk", het werd samen met het meubilair in 1969 overgedragen aan het Ministerie van Cultuur. Sindsdien grepen in het gebouw culturele happenings, performances plaats en huisvestte het tijdelijke installaties.
Restauratie
Voorbereiding en onderzoek Na de overdracht van het paleis door koning Boudewijn aan het Ministerie van Nederlandse Cultuur in 1969, werd het pand in gebruik genomen door het Internationaal Cultureel Centrum (ICC). In deze periode onderging het interieur ingrijpende wijzigingen om tentoonstellingen van avant-gardekunst mogelijk te maken; zo werden historische wandbespanningen met triplexplaten afgedekt en oorspronkelijke wanden wit overschilderd. Aan het begin van de jaren 1980 verkeerde het monument in een ernstige staat van aftakeling.miniatuur|Het Paleis op de Meir voor de aanvang van de grootschalige restauratiewerken.In 1983 gaf toenmalig minister Karel Poma aan architectenbureau De Winter en Van Hunsel de opdracht voor een integrale restauratie. De werken werden voorafgegaan door uitgebreid bouwhistorisch onderzoek door Mimi Debruyn en materiaal-technisch onderzoek door Lode Declercq. Vanwege budgettaire beperkingen en het ontbreken van een definitieve herbestemming werd besloten de restauratie gefaseerd uit te voeren, waarbij van buiten naar binnen werd gewerkt.
Exterieurrestauratie (2001–2004) Erfgoed Vlaanderen startte in 2001 met de restauratie van de gevels en het dak, evenals van het interieur, waaronder de empiresalons.
Dakrenovatie (2001): De werken omvatten de ontmanteling en vernieuwing van de bedaking, de curatieve behandeling van de daktimmer en de consolidatie van natuurstenen schoorstenen en gevelelementen zoals het kuifstuk.
Buitenschrijnwerk (2003): Het historische buitenschrijnwerk werd gerestaureerd, waarbij de kenmerkende luiken opnieuw werden geplaatst op basis van modellen uit de Hollandse periode. Voor de reconstructie werd Franse eik gebruikt.miniatuur|Gevel voor reinigingGevelrestauratie (2004): de natuurstenen gevels aan de Meir en de Wapper werden gereinigd met het hydro-pneumatische Torbo-systeem. Dit systeem maakte het mogelijk om verschillende zandsteensoorten, zoals Bentheimer en Oberkirchner, zonder schade te reinigen. Een verdwenen engel in het gebeeldhouwde kuifstuk werd gereconstrueerd met een speciale natuursteenmortel.
Sinds 2004 draagt Erfgoed Vlaanderen de verantwoordelijkheid van het paleis.
Structurele ingrepen en technieken (2005–2008) Vanaf 2005 werden aanpassingen doorgevoerd om het gebouw te laten voldoen aan moderne normen voor brandveiligheid en toegankelijkheid.miniatuur|Integratie van ventilatietechnieken in de historische schouwkanalen boven de spiegelzaal.Veiligheid en toegankelijkheid: Er werd een liftkoker ingewerkt in de linkerokselsbouw en houten trappen werden vervangen door brandveilige betonnen constructies.
Innovatieve ventilatie: Om de historische zalen niet te ontsieren, werden de 18e-eeuwse schouwkanalen benut voor ventilatie en verwarming via expanderende kousen, waardoor roetdeeltjes geïsoleerd bleven.
Verwarming en elektriciteit: De historische gietijzeren radiatoren uit de periode van Leopold II werden behouden en geïntegreerd in een nieuw, regelbaar circuit. Voor de verlichting werd gebruikgemaakt van draadloze zenders om kap- en breekwerk in de gedecoreerde wanden te minimaliseren.
Interieurrestauratie (2006–2010) De laatste fase richtte zich op het herstel van de gedecoreerde ruimten en kunstwerken. Maarschalksalons: In 2006 werden de wandschilderijen van Balthasar Beschey gerestaureerd. De doeken werden gereinigd van verdonkerde vernislagen en oude, onzorgvuldige herstellingen.
Spiegelzaal: De restauratie omvatte het herstel van de kristallen luchters, de wandarmaturen en het Versailles-parket. De wanden en het plafond werden behandeld met behoud van het gepatineerde beeld.
Hollands Salon: Het zwaar beschadigde polychroom stucwerkplafond met de schilden van de "Zeventien Provinciën" werd gestabiliseerd met een aluminium draagstructuur en inox draadstangen.
Wandbespanningen: waar mogelijk werd de historische zijde geconserveerd met tule. Voor zalen met ernstige schade, zoals het blauw salon, werd nieuwe zijde geweven in Lyon volgens de oorspronkelijke 18e-eeuwse motieven.
Herbestemming Na de voltooiing van de werken in 2010 werd de erfgoedorganisatie Erfgoed Vlaanderen (sinds 2012 Herita) aangesteld om het monument te beheren en inkomsten te genereren voor het onderhoud. Op 12 maart 2010 keerden de 150 historisch waardevolle meubels terug op hun oorspronkelijke bestemming.Historische meubelen Paleis op de Meir zijn terecht Deze vonden tot die datum een onderkomen op het Koninklijk Paleis van Brussel. Volgens kenners verkeerden de meubels in goede staat. Op 8 en 9 mei 2010 werd een openingsweekend gehouden en was het gerestaureerde interieur samen met het meubilair er voortaan te bewonderen. miniatuur|409x409px|Plan van Paleis op de Meir. Groen: 18de eeuwse salons (rechter okselbouw) Paars: atelier en Maarschalksalons Geel: museale rondgang Rood: spiegelzaal Gelijkvloers: De rechtervleugel wordt geëxploiteerd door chocolatier Dominique Persoone (The Chocolate Line). De winkel is ondergebracht in de Maarschalksalons, terwijl het atelier is gevestigd in de oorspronkelijke keukenruimte, waar de historische faience-wandtegels bewaard zijn gebleven. De salons aan de kant van de Wapper en de binnenkoer met terras zijn in gebruik door The Bistro. De rechter okselbouw biedt onderdak aan personeelsruimten en burelen.
Eerste verdieping: Deze verdieping heeft een museale functie. Bezoekers kunnen een rondgang maken langs de origineel bemeubelde salons en de keizerlijke slaapkamer. De Spiegelzaal wordt, samen met het aansluitende ontvangstsalon, verhuurd voor recepties, diners en modeshows. Opmerkelijk is dat de slaapkamer van de keizerin bij deze herbestemming werd ingericht als dienstruimte met een verdeeltoog ten behoeve van de catering in de Spiegelzaal.
Ongebruikte ruimten: De zolderruimten boven de rechtervleugel, die oorspronkelijk bestemd waren voor gastenkamers of een tentoonstelling over architect Van Baurscheit, blijven gesloten voor het publiek vanwege budgettaire beperkingen en het ontbreken van een lift. Ook de gewelfde kelders, die men deels als publieke bierkelder wilde inrichten, worden hoofdzakelijk als dienstruimten gebruikt.
Huidige functie Na de restauratie werd het Paleis op de Meir in 2013 tijdelijk opengesteld voor het publiek. In 2021 opende het Paleis na jaren, tijdelijk en voor een tweede keer, de deuren voor het publiek. Die opening paste in de feestelijkheden rond 800 jaar 't Stad. De historische meubels werden weer van zolder gehaald en tentoongesteld. Deze keer kon het publiek ook de prachtige spiegelzaal en het bed van de keizerin aanschouwen. De verdere toekomst van het paleis is nog onduidelijk. Herita is volop aan het zoeken naar een geschikte invulling.
Externe link website Paleis op de Meir
Categorie:Belgisch vorstenhuis Meir Categorie:Onroerend erfgoed in Antwerpen (stad) Categorie:Beschermd monument in Vlaanderen