miniatuur|Boards miniatuur|Twee midzwaarden miniatuur|Vroeg type surfplank miniatuur|De gijp miniatuur|Voorwaartse rol miniatuur|Tekening uit de patentaanvraag op het idee van de windsurfplank miniatuur|Professioneel windsurfster Silvia Alba Orozco E-67 op Gran Canaria ( Pozo ) miniatuur|Windsurfer in actie op de Plage du Prado, Marseille, bij aantrekkende Mistralwind Windsurfen of plankzeilen is een watersport die wordt beoefend met behulp van een surfplank waarop een mast met een zeil is gemonteerd. Daarnaast wordt een giek gebruikt om het zeil te bedienen. Verder wordt achteraan onderop de surfplank een vin bevestigd, om de koers te stabiliseren. Voor beginners wordt in het midden van de plank onderop een zwaard gemonteerd dat afdrijven (verlijeren) tegengaat. Om te kunnen windsurfen zijn, in tegenstelling tot golfsurfen, geen grote golven nodig, behalve bij de variant "waven". Uiteraard moet er wel voldoende wind zijn om deze sport te kunnen uitoefenen.

Geschiedenis Hoewel het Engelse hooggerechtshof in 1982 bepaalde dat de twaalfjarige Peter Chilvers reeds in 1958 een prototype van een zeilplank had ontworpen, werd het pionierswerk op het gebied van plankzeilen geleverd door de Amerikanen Jim Drake en Hoyle Schweitzer. NASA-ingenieur Drake experimenteerde met nieuwe vormen van zeilen en ontmoette eind van de jaren zestig golfsurfer Schweitzer. Hun bedoeling was om een zeil op een surfplank te plaatsen, zodat het zeil wind zou vangen en vooruit zou gaan. Het was eenvoudiger dan de zeilsport, omdat de plank en het tuig veel makkelijker te vervoeren waren. In 1968 vroegen zij patent aan op hun uitvinding. De eerste planken - van "Windsurfer", het merk van Schweitzer - verschenen op de Europese markt in 1972. Eind 1972 verkreeg het Nederlandse bedrijf Ten Cate licentierechten voor de productie en verkoop van de originele Windsurfer zeilplank voor heel Europa, waarmee Ten Cate niet alleen de Nederlandse, maar ook de Europese markt openbrak.

In de jaren 70 kwam het windsurfen vooral in de VS tot bloei. In de jaren 80 werd de sport verspreid over de hele wereld. Hoewel het materiaal in de beginperiodes heel zwaar en onhandig was, werd het windsurfen vanaf die tijd snel een zeer populaire watersport. In 1984 was windsurfen voor het eerst present op de Olympische Spelen. Het board was destijds een Windglider. Tijdens de volgende Spelen werd er gevaren op de Lechner Olympische Zeilplank. Deze werd opgevolgd door de Mistral. Sinds 2008 wordt er gevaren op de RS:X-zeilplank.

Tot op heden wonnen drie Nederlanders op de Spelen in de Olympische Klasse (Formula) goud. Stephan van den Berg in 1984, Dorian Van Rijsselberghe in 2012 en 2016 en Kiran Badloe in 2021. De OS2020 werden in verband met de coronapandemie in 2021 gehouden.

Voor de Spelen van 2024 zal het windsurfen vervangen worden door windfoilen.

Disciplines Slalom (zo snel mogelijk een parcours afleggen dat halve wind ligt) Slalom-X (een slalomparcours afleggen met een aantal vooral bepaalde obstakel(s) zoals een "sausage", een speedrun, of een beachstart. Dit is een nieuwe discipline in de PWA, Sinds 2024 is deze discipline ontstaan en is in het eerste jaar gewonnen door de Fransman Pierre Mortefon. De discipline is een mix tussen het bekende Slalom en het vroegere Super-X. Wave (springen en golfrijden in de golven) Freestyle (springen en trucjes uithalen op vlak water) Course Race (zo snel mogelijk een parcours afleggen dat zowel halve wind als in de wind ligt) Formula (variant van course race waarbij gebruikgemaakt wordt van een veel groter zeil (9,5-12m²) en board (100 cm)) Olympische Klasse (Formula): een eenheidsklasse waarbij iedereen op hetzelfde merk en type materiaal vaart. Speedsurfen (zo snel mogelijk varen, bij voorkeur op ruimwindse koers en gericht op pieksnelheden, of bijvoorbeeld een gemiddelde over 10 seconden, of een vaste baan van 500 meter) Super-X [Deze discipline is vervallen] (een slalomparcours afleggen waarbij verplichte obstakels worden genomen en verplichte trucjes worden uitgevoerd. Bij elke boei moet een duckgijp worden gedaan. Verder is het een slalomwedstrijd; wie het eerst de finish haalt, wint.) Techno 293 (jeugdklasse met lage instapdrempel waar zo snel mogelijk een parcours moet worden afgelegd dat zowel halve wind als in de wind ligt) Windfoilen (plankzeilen / windsurfen op een zeilplank / windsurfplank uitgevoerd met een lift genererende hydrofoil, ook wel draagvleugel genoemd) In het verleden werd deze specifieke discipline van het plankzeilen / windsurfen aangeduid met de term: "hydrofoilen".

Uitrusting Surfplank Er zijn verschillende typen windsurfplanken. Om optimale prestaties te bereiken bij elke individuele discipline van de windsurfsport (zie sectie disciplines boven), wordt dan ook bij voorkeur een speciaal voor die individuele discipline “gevormde” en geoptimaliseerde windsurfplank gebruikt. Bij het ontwikkelen en creëren (vormgeven) van een windsurfplank gebruikt men dan ook wel de term shapen. Dit is de Engelse uitdrukking voor het woord vormgeven. Bij het spreken over de vorm van een windsurfplank, gebruikt men dan ook vaak de term “shape”. Een van de belangrijkste aspecten aan de plank is het volume of drijfvermogen. Meer drijfvermogen is stabieler en zorgt ervoor dat de plank eerder planeert, nadeel is dat de plank bij hardere wind 'te groot' wordt en vaak letterlijk gaat opstijgen. Kleiner volume is geschikt voor de hardere dagen en gevorderde surfers en mensen met minder gewicht, zoals kinderen. 150 liter drijfvermogen betekent dat de plank 150 kilogram kan dragen. Om het benodigde volume te bepalen om te blijven drijven, wordt het gewicht van de surfer opgeteld bij dat van zijn tuigage (grofweg 10 à 15 kilo) plus 15 - 20 liter, maar dit verschilt ook afhankelijk van iemands niveau en het type plank. Voor freestyle en formula is altijd al een groter formaat van plank nodig dan voor wave en slalom. Beginnende windsurfers varen (windsurfen) meestal met windsurfplanken van meer dan 150 liter, die mede als gevolg van hun relatief grote volume vaak ook breder zijn uitgevoerd en daarnaast over een zwaard beschikken dat afdrijven (verlijeren) tegengaat.

Behalve het volume is ook de breedte van de plank belangrijk. Hoe breder de plank, hoe meer stabiliteit. De kern van de plank bestaat uit schuim, de huid bestaat uit in een vorm geblazen polyetheen of een samenstelling van materialen.

Elke plank heeft een vin (ook wel een skeg genoemd). Zonder de vin zou de plank geen koers houden en zou de tail (de achterkant van de plank) slippen. Vinnen kunnen vervaardigd worden van koolstofvezel, van verstevigd fiberglas of een combinatie hiervan. In de loop van de jaren zijn er verschillende vinbox-types verschenen, de meest gebruikte types zijn: Powerbox (één bout, niet verstelbaar), US-Box (één bout, verstelbaar) en Tuttlebox (twee bouten, niet verstelbaar). Vinnen zijn er in vele soorten en maten.

Verder zit er nog boven op de plank een mastrail, waarin de voet van het tuig vast zit aan de plank. Er zijn twee verschillende typen mastrailen: vast en verstelbaar. De vaste rail bestaat uit een rail met groeven midden op de plank. De tuigage wordt bevestigd met een schuifplaat, die met een bout en hamermoer overal in de rail kan worden geplaatst. Na het vastzetten blijft de tuigage op haar plaats.

Onder de surfplank kan een zwaard zitten (een belangrijk kenmerk van longboards). Het kan worden neergelaten of in de romp worden weggeklapt. Wanneer het zwaard is neergelaten, functioneert het als de kiel van een schip (maar er hangt geen gewicht onder). Het biedt extra stabiliteit en maakt het eenvoudiger hoogte te lopen (aan de wind te varen).

Vaak zitten er op een surfboard voetbanden. Wanneer een windsurfer planeert staat hij in de voetbanden om de krachtoverbrenging van het tuig zo direct mogelijk te krijgen en om stabiel op de plank te blijven bij hoge snelheden. Als een surfer in de voetbanden staat, kan hij in overpowerde condities meer hangen aan het zeil en ook verder buiten de plank gaan hangen. Hierdoor ontstaat er meer liftwerking waardoor de surfer nog harder planeert. Dit is een vaardigheid die soms wat lastig te leren is.

Zeil Surfzeilen zijn opgebouwd uit banen zeildoek die aan elkaar worden geplakt en genaaid. Ze worden gemaakt van een combinatie van monofilm (dunne laag doorzichtig pvc) en gekleurd dacron (geweven polyester). Tegenwoordig wordt er ook al x-ply gebruikt voor extra stevigheid. Het zeil wordt ondersteund door roeden van fiberglas, zeillatten genoemd, die worden bevestigd in nauwsluitende lattenzakjes. De zeillatten zorgen voor het profiel van het zeil. Vaak worden kevlar- of dyneema-draden gebruikt om het zeil te verstevigen (bepantseren). Dit gebeurt vooral bij zeilen die veel te verduren krijgen (zoals zeilen die gebruikt worden om op zee te gebruiken). Bij deze zeilen komt het ook voor dat er andere monofilmachtige (maar veel stevigere) materialen gebruikt worden, zoals X-ply etc.

De zeilkeuze wordt bepaald door het lichaamsgewicht, de vaardigheid van de surfer, windomstandigheden en bovenal door de discipline (wavers en freestylers gebruiken veel kleinere zeilen dan bijvoorbeeld slalommers of Formula-riders). Hoe zwaarder de surfer is, hoe meer zeil hij nodig heeft om gebruik te maken van de wind, en hoe groter de windsnelheid, hoe kleiner het benodigde zeil. Met de windsnelheid zal namelijk ook de kracht op het zeil toenemen, waardoor meer inspanning en techniek nodig is om het onder controle te houden.

Over powered surfen: Surfen met een te groot zeil in verhouding tot de windkracht. Zeil minderen: Het terugbrengen van de zeilgrootte. Zeil bijzetten: Het vergroten van de zeilgrootte.

Er zijn grofweg drie typen zeilen: Speed-, slalom- en racezeilen zijn prestatiegericht en bedoeld om met grote snelheid in een rechte lijn te surfen. Ze hebben een ontwerp dat een zo groot mogelijke kracht en acceleratie geeft en zijn herkenbaar aan een ruimere mastslurf, lange giek, lager voorlijk (deel van het zeil dat dicht bij de mast ligt) en onderlijk (onderkant van het zeil), en een grote hoeveelheid zeillatten met meestal vier cambers. Deze zeilen zijn vaak laag uitgesneden zodat de surfer het zeil op de plank kan leggen en dus geen windverlies heeft onder het zeil tevens zorgt dit voor een verminderde turbulente wind tussen de plank en het zeil. Dit zorgt voor hogere snelheden. Foilzeilen zijn racezeilen speciaal gemaakt voor de klasse windfoilen (met een draagvleugel i.p.v. een vin), deze zeilen zijn nog lager uitgesneden dan racezeilen. Dit omdat bij surfen op een foil het zeil rechter op gehouden kan worden. Hierdoor kan het onderlijk nog lager uitgesneden worden wat resulteert in meer zeiloppervlakte. Allround, Freeride-zeilen zijn voornamelijk bedoeld voor recreatief gebruik. Veel voorkomende kenmerken zijn de vijf of zes zeillatten en een vorm die tussen die van een racezeil en een wavezeil in ligt. Wavezeilen zijn makkelijker te hanteren onder ruige omstandigheden. Ze hebben een kortere giek, minder zeillatten en een hoger opgesneden onderlijk. Dit zeil is hoger opgesneden, omdat de golven dan minder snel tegen het zeil aankomen en dus comfortabeler gevaren kan worden.

Mast en giek