De gebroeders Karamazov (Russisch: Братья Карамазовы, Bratja Karamazovij) is de laatste roman van de Russische auteur Fjodor Dostojevski. De schrijver besteedde bijna twee jaar aan het werk, dat van januari 1879 tot november 1880 serieel werd gepubliceerd in 'De Russische Heraut' ('Ру́сский ве́стник'). Dostojevski stierf minder dan vier maanden na de publicatie.

Het is een filosofische en psychologische roman die zich afspeelt in het 19e-eeuwse Rusland en die diep ingaat op debatten over God, de vrije wil en ethiek. De plot draait rond het thema van oudermoord. Sinds de publicatie wordt het geprezen als een van de belangrijkste boeken uit de wereldliteratuur.

De grootinquisiteur van Sevilla (deel II, boek 5, hoofdstuk 5; II-5.5) is het beroemdste hoofdstuk van De gebroeders Karamazov en wordt algemeen beschouwd als een hoogtepunt in de wereldliteratuur. Er is een apart artikel aan gewijd.

Plot Het verhaal gaat over de familie Karamazov, een vader en zijn drie zonen (en mogelijk een vierde onwettige zoon, maar deze speculatie wordt nooit bevestigd.) Rond augustus 1866 komt het gebroken gezin na lange tijd voor het eerst voltallig samen bij vader Fjodor. Na de dood van hun moeders had deze niet omgekeken naar zijn drie zonen Dmitri, Ivan en Aleksei. Daardoor zijn ze uiteen gegroeid en heel verschillend van karakter. Aleksei wil nu het graf van zijn moeder zien en in het klooster treden, Dmitri heeft onenigheid met zijn vader over een erfeniskwestie en Ivan heeft een oogje op de verloofde van Dmitri. De echte dynamiek van het verhaal wordt in gang gezet wanneer vader Fjodor en zoon Dmitri een bittere strijd uitvechten voor de femme fatale Groesjenka. Dostojevski zet de zaak verder op scherp met diepgaande maatschappelijke, theologische en psychologische beschouwingen. 

Vertelinstantie Het verhaal van de gebroeders Karamazov wordt verteld vanuit het standpunt van een biograaf die de gebeurtenissen in het fictieve stadje Skotoprigonjevsk rond het jaar 1866 van dichtbij meegemaakt heeft. In het voorwoord geeft deze verteller aan dat Aljosja zijn hoofdpersonage is, omdat juist hij de kern van het geheel in zich draagt. Na de gebeurtenissen zal Aljosja als het ware de wereld van de lezer binnenstappen, want naast deze roman is er nog een tweede roman, de belangrijkste, waarin mijn held optreedt binnen ons eigen tijdsbestek. Op de eerste pagina weet de lezer al dat Fjodor Karamazov een tragisch en duister einde zal kennen. Het proces Karamazov trok de aandacht van heel Rusland; alle kranten en tijdschriften hadden het erover. Het zou een rijk schouwspel worden. Maar ik doe u evengoed het gerechtvaardigde voorstel aan de hand de roman al bij de eerste episode in de hoek te gooien.

Belangrijkste personages Fjodor Karamazov, de vader Fjodor Karamazov, de vader, is een 55-jarige sluwe sjacheraar van adellijke komaf die drie zonen heeft verwekt tijdens zijn twee huwelijken. Er wordt gesuggereerd dat hij ook de vader is van een onwettige zoon, Pavel Fyodorovich Smerdyakov, die hij als zijn dienaar in dienst heeft. Fjodor interesseert zich niet voor zijn zonen, die bijgevolg gescheiden van elkaar en van hun vader leven. De relatie tussen Fjodor en zijn volwassen zonen bepaalt voor een groot deel het verloop van het verhaal in de roman. Hij laat bij zijn overlijden 200.000 roebel na in baar geld.

Adelaïda Mioesova, zijn eerste vrouw Adelaïda Mioesova stamt uit een rijk en adellijk geslacht van landheren. De klaploper Fjodor Karamazov weet zich, met het oog op zijn carrière, bij een familie van aanzien in te wurmen. Hij maakt haar meteen haar bruidsschat van 25000 roebel afhandig en zij geeft toe aan zijn afpersingspraktijken. Ze leiden samen een wanordelijk leven met onophoudelijke scènes. De echtelieden raken voortdurend slaags, maar de klappen vallen uitsluitend van haar kant, want ze is een heetgebakerde tante. Ze laat hem in de steek en sterft kort daarop in Sint-Petersburg. Fjodor legt dadelijk een harem in zijn huis aan met complete drankorgieën. Hij maakt van zijn huis een hol van ontucht. Haar neef Pjotr Mioesov neemt de opvoeding van de drie jaar oude Dmitri op zich.

Sofja Ivanovna, zijn tweede vrouw Fjodor hertrouwt al vrij spoedig met de onbemiddelde Sofja Ivanovna, aangetrokken door haar opvallende schoonheid en onschuldig voorkomen. Ze getuigt van een onwaarschijnlijke onderworpenheid en bescheidenheid. In het bijzijn van zijn vrouw haalt hij allerlei vrouwen over de vloer en zet hij orgieën op touw. Sofja lijdt aan een nerveuze vrouwenziekte van epileptische aard. De ontzettende hysterische aanvallen beroven haar soms van het verstand. Ze bidt heel veel tot God en vereert iconen. Bij haar dood is Ivan zeven jaar en Aleksei nog geen vier jaar oud. Fjodor laat hen aan hun lot over en ze belanden bij zijn knecht. Na drie maanden komen de kinderen terecht bij een generaalsweduwe en later bij haar erfgenaam. Bij hun vader is geen cent los te krijgen voor hun opvoeding.

Lizaveta Smerdjasjtsjaja, bijgenaamd stinkend Liesje Lizaveta Smerdjasjtsjaja wordt door Dostojevski beschreven als een 20-jarige gekkin die door de straten van de stad zwerft: een van die heilige dwazen die in Rusland onaantastbaar zijn als kinderen Gods. Haar hele leven loopt zij rond op blote voeten en in een linnen hemd. Ze slaapt op de grond, in kerkportalen of in een moestuin en voedt zich met niets anders dan zwart brood en water. Ze kan geen woord spreken en bulkt dan iets uit dat op loeien lijkt.

Ten tijde van het overlijden van zijn eerste vrouw verdedigt een boemelende Fjodor Karamazov de vrouwelijkheid van Lizaveta tegenover andere drinkebroers. Voor hem heeft er nog nooit een lelijke vrouw bestaan. Mogelijk is Fjodor daarom degene die haar zwanger gemaakt heeft. Op een gegeven moment verschaft ze zich toegang tot zijn badhuisje, brengt een kind ter wereld en sterft tegen de morgen. Het jongetje wordt Smerdjakov genoemd naar de bijnaam van zijn moeder en opgevoed door de knecht.

Dmitri Karamazov Dmitri Fyodorovich Karamazov (ook bekend als Mitya, Mitka, Mitenka, Mitri) is de oudste zoon van Fyodor Karamazov en de enige nakomeling van diens eerste huwelijk met Adelaida Ivanovna Mioesova. Dmitri wordt afgeschilderd als een zinnelijk mens die net als zijn vader zijn geld verbrast aan champagne, vrouwen en ander plezier. Dmitri komt in contact met zijn familie wanneer hij als luitenant buiten dienst in geldnood verkeert. Bovendien vermoedt hij dat zijn vader een deel van de erfenis voor hem achterhoudt. Hij was verloofd om met Katerina Ivanovna te trouwen, maar breekt dat af nadat hij verliefd op Grushenka was geworden. Dmitri's relatie met zijn vader escaleert tot geweld als hij en zijn vader beginnen te vechten om dezelfde vrouw, Grushenka. Hoewel hij een goede relatie heeft met Ivan, staat hij het dichtst bij zijn jongere broer Alyosha, die hij zijn "cherubijntje" noemt. Zijn motto is: "Alles is geoorloofd".

Ivan Karamazov Ivan Fyodorovich Karamazov (ook bekend als Vanya, Vanka en Vanechka) is de 24-jarige middelste zoon en het eerste kind uit Fyodors tweede huwelijk met Sofia Ivanovna. Hij is enorm begaan met het zinloze lijden in de wereld. Zo zegt hij tegen Alyosha in het hoofdstuk "Opstand": "Het is niet God die ik niet accepteer, Alyosha, alleen geef ik hem het ticket met alle respect terug." Hiermee bedoelt hij dat de prijs die in het vooruitzicht wordt gesteld voor het lijden op aarde hem te hoog is, en hij veruit onbeantwoord lijden verkiest.

Van jongs af aan is Ivan nors en geïsoleerd. Zijn vader vertelt Alyosha dat hij Ivan meer vreest dan Dmitri. Enkele van de meest memorabele en veelgeprezen passages van de roman betreffen Ivan, waaronder het hoofdstuk "Opstand", het opvolgend hoogtepunt is zijn gedicht "De grootinquisiteur van Sevilla" en zijn nachtmerrie van de duivel. Ivans relatie met zijn vader en broers is in het begin nogal oppervlakkig. Hij walgt eigenlijk van zijn vader en voelt geen genegenheid voor Dmitri. Voor Alexei voelt hij evenmin diepe genegenheid. Tegen het einde van de roman wordt zijn relatie met zijn broers echter gecompliceerder. Ivan wordt verliefd op Katerina Ivanovna, die verloofd was met Dmitri. Zij zal pas veel later zijn gevoelens beantwoorden. Dmitri noemt hem een sfinx.

Aljosja Karamazov Alexei Fyodorovich Karamazov (ook bekend als Alyosha, Alyoshka, Alyoshenka, Alyoshechka, Alexeichik, Lyosha en Lyoshenka) is met zijn 20 jaar de jongste van de gebroeders Karamazov. Als kind van Karamazovs tweede vrouw is hij de volle broer van Ivan. De verteller wijst hem in het eerste hoofdstuk al meteen aan als de held van de roman, net als de auteur dat doet in het voorwoord. Hij wordt beschreven als buitengewoon sympathiek. Aan het begin van de gebeurtenissen is Alyosha een novice in het plaatselijke Russisch-orthodoxe klooster. Zijn geloof staat in sterk contrast met het atheïsme van zijn broer Ivan. Zijn leraar, vader Zosima, en de abt sturen hem de wereld in, waar hij betrokken raakt bij de smerige zaakjes van zijn familie. In een aparte verhaallijn raakt Alyosha bevriend met een groep schooljongens, en het lot dat hen is beschoren zal zorgen voor een hoopvolle boodschap aan het einde van de roman.

Pavel Smerdjakov, de onwettige zoon Pavel Smerdjakov (24 jaar) is een buitenechtelijke zoon van Fjodor Karamazov. Als kind was hij een onhandelbaar jochie wiens meest geliefde spel het ophangen van katten was. Hij is verschrikkelijk eenzelvig en zwijgzaam, heeft het op niemand begrepen en voelt geen behoefte om zich bij een groep aan te sluiten. Hij doet niets anders dan vragen en uithoren, maar geeft zelf nooit antwoord. Geloven doet hij niet. Hautain en kieskeurig, maar zijn grenzeloze eigenliefde is van gekwetste aard. Zijn voorkomen is onberispelijk, gekleed als een echte dandy. Hij lijdt aan epilepsie, van heel licht tot werkelijk ontzettend zwaar. De dag voor het proces hangt hij zich op, na een drietal ruzieachtige bezoeken door Ivan. Daarin bekent hij de moord en de diefstal van de 3000 roebel. Hij geeft het geld af aan Ivan. Voor mijn part hadden ze me in de moederschoot mogen mollen, zo zegt hij al eerder tegen zijn buurmeisje Marja. Hij laat een zelfmoordbriefje achter met de tekst: Ik vernietig mijn leven vrijwillig en graag om niemand te hoeven beschuldigen.

Katerina Ivanovna, de verloofde van Dmitri Katerina Ivanovna is een schoonheid van een rijke adellijke familie. Haar vader is kolonel en superieur van Dmitri. Wanneer haar vader financieel in de knoei zit, wil Mitja 4.500 roebel geven als Katerina er persoonlijk om zou komen. Ze vertelt dat ze toen een heel diepe buiging voor hem maakte tot op de grond. Niemand weet wat er precies gebeurd is. Had ze als maagd de heren cavaliers afgelopen voor centen? Is ze haar schoonheid komen verkopen? Hun allereerste ontmoeting is in haar hart blijven steken als een grove belediging. Niettemin komt er drie maanden later een verloving tot stand. Mitja is naar zijn geboortestad teruggekomen en er verliefd geworden op Groesjenka. Wees geworden komt zijn verloofde Katerina daar ook wonen op een ander adres. Katerina geeft hem drieduizend roebel om ze via de post over te maken aan haar zus. Deze roebels zullen later cruciaal zijn voor het verhaal.Het is moeilijk een exacte voorstelling van de waarde van 3000 roebel te krijgen in de beschreven tijd. Wellicht kan helpen dat later in het boek de aangezochte advocaat de strafzaak eveneens aanneemt voor een vast bedrag van 3000 roebel. Volgens aandelenkoersen van de Russische spoorwegen komt 1 roebel ongeveer overeen met destijds een Nederlandse gulden. Een zilverroebel is 2 gulden waard.prijscourant januari 1871. Gearchiveerd op 22 juni 2023.

Agrafena Svetlova, bijgenaamd Groesjenka