Jean-Claude Van Cauwenberghe (Charleroi, 28 april 1944) is een Belgisch politicus voor de Waalse partij PS.
Biografie Van Cauwenberghe is de zoon van de PS-politicus André Van Cauwenberghe (1913 – 1994), die onder meer van 1965 tot 1966 staatssecretaris voor Ambtenarenzaken was in de regering-Harmel en schepen van Onderwijs was in Charleroi. Zijn moeder was verpleegster. Van Cauwenberghe deed zijn middelbare studies in het Atheneum van Morlanwelz en behaalde daarna in 1970 in het hoger onderwijs het diploma van doctor in de Rechten aan de ULB. Hij schreef zich in 1975 in als advocaat in aan de balie van Charleroi en liep stage bij het kantoor van André Baudson, een coryfee van de PS in de streek van Charleroi. Van Cauwenberghe specialiseerde zich in strafrecht en stichtte in 1990 met Gérard Lemal een eigen advocatenkantoor. In de jaren zeventig was hij ook docent in allerlei verschillende provinciale onderwijsinstituten.
Het politiek engagement van Van Cauwenberghe begon in zijn studententijd bij de Mouvement des Jeunes Socialistes, waarvan hij van februari 1965 tot oktober 1967 nationaal voorzitter was. Nog tijdens zijn studies ging hij als secretaris aan de slag op het kabinet van Lucien Harmegnies, die van 1968 tot 1972 minister van Binnenlandse Zaken was. Harmegnies was actief geweest bij de Mouvement Populaire Wallon, en van in het begin behoorde ook Van Cauwenberghe bij de sterke Waals-regionalistische stroming binnen de PS. Dit, en wellicht ook het feit dat hij geen Nederlands sprak, heeft ertoe geleid dat Van Cauwenberghe zich vanaf de jaren ‘80 nadrukkelijk in Wallonië engageerde. Binnen de PS vormde Van Cauwenberghe een as met andere notoire Waalsgezinden als José Happart en Jean-Maurice Dehousse, met wie hij in 1986 aan de basis lag van de Waalsgezinde beweging Wallonie Région d'Europe. Bij de vorming van de regering-Martens VIII in mei 1988 verzette hij zich tegen de regeringsdeelname van de PS, omdat hij ontevreden was met de regeling rond de taalstrijd in de Voerstreek die in het regeringsakkoord was opgenomen, hoewel er tezelfdertijd een staatshervorming zou worden doorgevoerd die belangrijke economische bevoegdheden overhevelde naar het Waals Gewest.
Naar aanleiding van de eerste gemeenteraadsverkiezingen in het pas ontstane Groot-Charleroi in oktober 1976 zette Van Cauwenberghe zijn eerste stappen in de actieve politiek. Hij werd dat jaar verkozen tot voorzitter van de lokale afdeling van Charleroi en bleef dat tot in 2007. Hij werd tevens bestuurder van de intercommunale voor sociale werken in Charleroi en gedelegeerd bestuurder van de sociale huisvestingsmaatschappij La Maison pour Tous, het latere La Carolorégienne.
Van april 1977 tot april 1983 zetelde Van Cauwenberghe voor het arrondissement Charleroi in de Kamer van volksvertegenwoordigers, waar hij actief werd in de commissies Binnenlandse Zaken (1977-1979), Justitie (1977-1983), Volksgezondheid en Leefmilieu (1979-1983) en Herziening van de Grondwet (1979-1983). Door de toen bestaande dubbelmandaten maakte hij van 1977 tot 1980 tevens deel uit van de Cultuurraad voor de Franse Cultuurgemeenschap en had hij van 1980 tot 1983 zitting in de Raad van de Franse Gemeenschap en de Waalse Gewestraad. In die laatste assemblee was de politicus van 1981 tot 1983 lid van de commissies Financiën, Begroting en Administratie en Ondergeschikte Besturen en Externe Betrekkingen.
In oktober 1982 nam Van Cauwenberghe deel aan de gemeenteraadsverkiezingen als kandidaat-burgemeester in Charleroi, raakte verkozen in de gemeenteraad en nam begin 1983 zijn burgemeestersambt op, waardoor hij besloot ontslag te nemen als parlementslid. Zijn uitdrukkelijke politieke keuze voor Charleroi bracht hem een grote lokale populariteit. Tot in 2000 zou hij burgemeester van Charleroi blijven en maakte hij van de economische heropleving van de oude industriestad een prioriteit. Daartoe lag hij in 1984 aan de basis van de oprichting van de intercommunale Igretec, die als hefboom fungeerde om economische sectoren te overtuigen om te investeren in de stad en waarvan hij voorzitter van de raad van bestuur werd. Tijdens zijn bestuur kwamen de luchthaven van Charleroi (Brussels South Charleroi Airport) en de technologische bedrijven in de industriezone Aéropole tot stand. Daarnaast zette Van Cauwenberghe in op de bestrijding van stedelijke onveiligheid en het probleem rond gebrekkige openbare netheid en haalde hij internationale sportwedstrijden in het tafeltennis, basketbal, volleybal, voetbal en zaalvoetbal naar de stad. Van 1989 tot 1995 stond Van Cauwenberghe eveneens aan het hoofd van de UVCW, de vereniging van Waalse steden en gemeenten en daarenboven was hij vanaf 1996 voorzitter van het stedelijke samenwerkingsverband Communauté Urbaine Charleroi-Val de Sambre et Sud Hainaut en vanaf 2004 voorzitter van de Federatie van Socialistische Mutualiteiten van Charleroi.
thumb|left|Van Cauwenberghe enkele dagen na zijn ontslag, op het congres van de lokale PS-federatie te Fleurus
Toen in de tweede helft van de jaren 90 Guy Spitaels van het politieke toneel verdween, werd Jean-Claude Van Cauwenberghe een van de voornaamste boegbeelden van de Henegouwse federatie van de PS. Bij de Waalse verkiezingen van mei 1995 werd hij voor het arrondissement Charleroi verkozen in het Waals Parlement en onrechtstreeks in het Parlement van de Franse Gemeenschap, waar hij tot in juni 2009 bleef zetelen. Vanwege zijn ministeriële mandaten werd hij tussen juni 1995 en september 2005 evenwel vervangen door een opvolger. Toen hij in juni 1995 minister werd, moest Van Cauwenberghe zich in Charleroi laten vervangen als burgemeester en werd zijn partijgenoot Jacques Van Gompel aangesteld als waarnemend burgemeester. Hijzelf bleef tot april 2000 aan als titelvoerend burgemeester en zetelde daarna nog tot december 2006 in de gemeenteraad.
Van juni 1995 tot juli 1999 was Van Cauwenberghe minister van Begroting, Financiën, Werk en Opleiding in de Waalse regering, terwijl hij tezelfdertijd in de Franse Gemeenschapsregering minister van Begroting, Financiën en Openbaar Ambt was. Hierbij beheerde hij de centen van beide entiteiten en voerde hij doorheen de hele legislatuur via meerjarenplannen miljoenenbesparingen door met het oog op het halen van de Maastrichtnorm om te kunnen toetreden tot de eurozone. Tegelijkertijd trok het Waals Gewest middelen uit om computers aan te kopen voor het Franstalig onderwijs en werkte Van Cauwenberghe een hervorming uit van het kunstonderwijs, met verminderde werktijden voor het onderwijspersoneel. Daarenboven werden renovatie- en bouwwerken opgestart voor schoolgebouwen in het vrij en het officieel onderwijs en maakte hij maximaal gebruik van de beschikbare budgetten om de herlancering van de Waalse economie te ondersteunen, wat evenwel tot extra schulden leidde. Deze probeerde de minister te dekken met alternatieve financiering, door in januari 1999 met de Wall21 een Waalse obligatielening te lanceren.
Na de vorming van de paars-groene regering onder leiding van Elio Di Rupo werd Van Cauwenberghe van juli 1999 tot april 2000 Waals minister van Begroting, Uitrusting en Openbare Werken. In april 2000 volgde hij Di Rupo op als minister-president van het Waalse gewest, die partijvoorzitter werd van de PS na het vertrek van toenmalig voorzitter Philippe Busquin naar de Europese Commissie. Van Cauwenberghe combineerde deze functie met de bevoegdheden Internationale Betrekkingen (2000-2003) en Erfgoed (2003-2004). Tijdens zijn eerste termijn stond hij in voor de uitvoering van het Toekomstcontract van Wallonië, dat zich richtte op de reconversie en diversifiëring van de Waalse economie, met een focus op duurzame ontwikkeling. Na de regionale verkiezingen van 13 juni 2004 begon Van Cauwenberghe (PS) aan een tweede termijn in een rooms-rode regering met het cdH, waarin hij onder andere het “Marshall plan voor Wallonië” ontwikkelde, dat moest uitmonden in een coherent pakket van maatregelen om de Waalse economie te herstellen. Opvallend was dat hij opriep om aan de economische ontwikkeling in Vlaanderen een voorbeeld te nemen. Het Marshall-plan was een ambitieus investerings- en hervormingsplan dat het accent legde op digitale en technologische innovatie, het stimuleren van onderzoek en opleiding, het verbeteren van de competitiviteit, het doorvoeren van administratieve vereenvoudiging en het oprichten van economische zones voor bedrijven. Door zijn aftreden als minister-president in september 2005 was het echter zijn opvolger Elio Di Rupo die de uitvoering van het plan zou overzien. Tijdens zijn tweede termijn als minister-president was Van Cauwenberghe tevens bevoegd voor Buitenlandse Handel, Structuurfondsen, Economische Ontwikkeling en Administratieve Vereenvoudiging.
Van Cauwenberghes macht binnen de PS en de Waalse regering steunde op een sterke lokale basis waarvan hij de onbetwiste leider was. Echter, vanaf 2005 ontdekte het gerecht bij het gemeentebestuur van Charleroi verschillende gevallen van fraude en schriftvervalsing, voornamelijk bij de sociale huisvestingsmaatschappij La Carolorégienne, waar PS-politici uit de kringen rond Van Cauwenberghe bij betrokken waren. Daarbij kwam ook een ongewoon grote cumulatie van ambten door politici aan het licht. Ook Van Cauwenberghe werd, weliswaar indirect, gelinkt aan het affairisme bij La Carolorégienne. Zo bleken personeelsleden van de maatschappij oneigenlijk karweien te hebben uitgevoerd op het advocatenkantoor van Van Cauwenberghe en trad het kantoor ook geregeld op als belangenbehartiger van de sociale huisvestingsmaatschappij bij rechtszaken. Van Cauwenberghe probeerde zijn vel te redden door in een emotionele toespraak in de gemeenteraad van Charleroi drie PS-schepenen vergeefs te smeken om in het belang van de partij ontslag te nemen, maar de politieke druk om op te stappen nam toe en hij bleek ook niet meer over het onvoorwaardelijke vertrouwen te beschikken van het partijbestuur van de PS en van partijvoorzitter Elio Di Rupo. Op 30 september 2005 nam Van Cauwenberghe ontslag als minister-president en enkele dagen later werd hij in deze functie opgevolgd door Di Rupo, die het minister-presidentschap ging cumuleren met de functie van partijvoorzitter.Mark DEWEERDT, Overzicht van het Belgisch politiek gebeuren in 2005, Res Publica, 2006. Na zijn ontslag als minister-president nam Van Cauwenberghe zijn parlementaire mandaten terug op. In het Waals Parlement was hij van 2005 tot 2009 secretaris en had hij zitting in de commissies Algemene Zaken, Administratieve Vereenvoudiging en Europese Fondsen (2005-2006) en Begroting, Financiën en Uitrusting (2005-2009), die tot 2006 tevens was bevoegd voor Erfgoed. Ook zette hij zich in voor een ruimere Waalse autonomie en diende hij in april 2006 een voorstel tot bijzonder decreet in om een Waalse grondwet op te stellen, dat echter niet in overweging werd genomen. In het Franse Gemeenschapsparlement was hij dan weer van 2005 tot 2006 lid van de commissie Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek.