Hendrik van Nassau-Saarbrücken, volledige voornamen Hendrik Lodewijk Karel Albrecht, (Saarbrücken, 9 maart 1768Huberty et al. (1981), die in een voetnoot vermeldt: “Zie Köllner (1841); de datum (en waarschijnlijk de plaats) worden bevestigd door een kennisgeving van de geboorte in het Staatsarchiv te Wiesbaden (130II 7727) d.d. 11-3-1768: ‘am 9ten dieses … bei Taufe Heinrich Ludwig Karl Albrecht genannt’.” Medieval Lands - Nassau vermeldt ook Saarbrücken 9 maart 1768. Becker (1989), Reichert (1989), Dek (1970), Van der Venne & Stols (1937) en Schwennicke vermelden allen 9 maart 1768. Gearchiveerd op 23 juli 2023. - Cadolzburg, 27 april 1797)Huberty et al. (1981), die in een voetnoot vermeldt: “Zie Mitteilungen des historischen Vereins für die Saargegend Band VII, 1900, gepubliceerd door A. Krohn, p. 344, brief van de vorst van Solms geadresseerd aan de vorst van Usingen om het overlijden van de erfprins te melden, dat plaats vond te Cadolzburg op 27-4-1797, om tien uur 's ochtends. Zie kennisgeving in het Staatsarchiv te Marburg (4f., Nassau-Usingen, 27) d.d. Rumpenheim 2-5-1797 en kennisgeving in het Staatsarchiv te Wiesbaden (130II 2352) d.d. Wiesbaden 4-5-1797: de twee kennisgevingen specificeren dat het overlijden plaats vond: ‘am 27ten nächtsverwichenen Monaths zu Cadolzburg in Franken, allwo derselbe durch die französische Invasion von Land und Leute vertrieben sich bisher aufgehalten hatte, an den Folgen eines unglücklichen Sturzes vom Pferd in dem kaum angetriebenen 30ten Jahr seines Alters …’. Het overlijden vond plaats te Cadolzburg, bij Ansbach, op 27-4-1797 volgens Algemeines genealogisches und Staatshandbuch 1811 en Vorsterman van Oyen (1882). Spielmann geeft 27-4-1797, Schwennicke 27-4-1799, Dek (1970) zegt overleden te Radolzburg (sic) op 27-4-1799. Köllner (1841) citeert de Bayreuther Zeitung van 28-4-1797, die zegt dat de prins stierf op de 27e in Kloster Heilsbronn, de voormalige begraafplaats van de markgraven van Brandenburg-Ansbach, in de buurt van Ansbach. We zouden kunnen denken dat de begrafenis van de prins van Nassau plaatsvond in deze crypte. Maar Mitteilungen des historischen Vereins für die Saargegend Band VII, 1900, gepubliceerd door A. Krohn, p. 346, zegt dat de begrafenis plaatsvond op 5-5, in de kerk van Cadolzburg. Hij citeert precies de Bayreuther Zeitung met het hierboven vermelde verhaal van de dood van de prins gemeld door Köllner (1841). Nu lezen we dit: De prins viel van een paard in de buurt van het dorp Habersdorf. Na het behandelen van een wond aan het voorhoofd in een dorpshuis: ‘er setzte sich … wieder zu Pferde um nach Cadolzburg seinem Aufenthaltsorte, zu reiten. Er konnte diesen aber nicht erreichen, übelbefinden nöthigte ihn, plötzlich abzusteigen, u. gleich darauf versank er in Betäubung, ward so nach Cadolzburg gebracht, und endete in derselben am 27ten früh, aller ausgewendeten Hülfe, ohngeachtet sein Leben’.” Medieval Lands - Nassau vermeldt ook Cadolzburg 27 april 1797. Becker (1989) vermeldt 27 april 1799. Van der Venne & Stols (1937) vermeldt Cadolzburg 27 april 1799. Gearchiveerd op 23 juli 2023. was erfprins van Nassau-Saarbrücken. Na het overlijden van zijn vader werd hij de jure vorst, maar hij werd door de Franse bezetting van Nassau-Saarbrücken geen regerend vorst. Met hem stierf het Huis Nassau-Saarbrücken uit. Hij stamde uit de Walramse Linie van het Huis Nassau.
Biografie Hendrik was het enige kind van vorst Lodewijk van Nassau-Saarbrücken en Wilhelmina Sophia Eleonora van Schwarzburg-Rudolstadt,Huberty et al. (1981).Medieval Lands - Nassau. Gearchiveerd op 23 juli 2023.Dek (1970). dochter van vorst Johan Frederik van Schwarzburg-Rudolstadt en Bernhardina van Saksen-Weimar. Het huwelijk tussen Lodewijk en Wilhelmina was ongelukkig, zodat Wilhelmina zich terugtrok in Slot Halberg en daar hun zoon grootbracht.
Hendrik werd in 1773 luitenant in het regiment Nassau-Infanterie. Hij studeerde eerst aan de Universiteit van Straatsburg en daarna van 1782 tot 1785 natuurkunde aan de Universiteit van Göttingen. Daarna maakte hij reizen: in 1786 was hij in Berlijn en in het voorjaar van 1787 in Italië.
Op 14 mei 1793 moest Hendrik voor de Fransen uit Slot Neunkirchen vluchten en trad hij in Pruisische militaire dienst. Hij keerde in de herfst van 1793 met Pruisische troepen terug in Saarbrücken. Hij moest in oktober 1793 toezien hoe Slot Saarbrücken in vlammen opging. Op 14 november 1793 werd hij kolonel van de Pruisische cavalerie. In 1794 stierf zijn vader en hij erfde de vorstelijke waardigheid. Koning Frederik Willem II van Pruisen verleende Hendrik asiel op Slot Cadolzburg bij Ansbach. Reeds in 1797 stierf Hendrik na een val van een paard. Zijn rechten op Saarbrücken vielen toe aan vorst Karel Willem van Nassau-Usingen.
In zijn testament had Hendrik, in herinnering aan zijn jeugd, de Saarbrücker Halberg als de plaats van zijn laatste rustplaats aangewezen. Het door graaf Lodewijk Crato van Nassau-Saarbrücken gebouwde (barokke) Slot Monplaisir lag echter als gevolg van de verwoestingen in de Eerste Coalitieoorlog in puin, bovendien hield het revolutionaire Frankrijk het grondgebied nog steeds bezet. Daarom werd het lijk van Hendrik in Cadolzburg begraven. Pas in 1976 maakte het initiatief Freundeskreis Erbprinz Heinrich de overdracht en herbegrafenis van zijn gebeente op de Halberg mogelijk. Een obelisk aan het einde van de toegangsweg naar het huidige (historicistische) Slot Halberg markeert de plek.
Huwelijk