Ridda (Arabisch: ارتداد, irtidād of ردة, ridda) is een term voor de daad waarmee een moslim formeel afstand doet van de islam. Met deze daad kan een persoon die in een islamitisch gezin is opgevoed of voorheen de islam aanhingPeters & De Vries (1976), Apostasy in Islam, Die Welt des Islams, Vol. 17, Issue 1/4, p. 3, citaat: "By the murtadd or apostate is understood as the Moslem by birth or by conversion, who renounces his religion, irrespective of whether or not he subsequently embraces another faith". zich bekeren tot een andere religie of zich volledig afkeren van geloof (apostasie) en niet-religieus worden. De definitie van ridda en of, en zo ja hoe, deze daad zou moeten worden bestraft, zijn omstreden kwesties – islamgeleerden zijn het erover oneens.Peters & De Vries (1976), Apostasy in Islam, Die Welt des Islams, Vol. 17, Issue 1/4, p. 16
Volgens het merendeel van de islamitische fiqhgeleerden en theologen verdient een moslim die van het geloof afvalt de doodstraf, maar men verschilt van mening of dit gepleegde feit wel voldoende is om een oordeel te vellen en uit te voeren.Nieuwe inleiding tot de islam, Dr. J.J.G. Jansen, Uitgeverij Coutinho, 1998, CIP, blz 92 Doorgaans moet eerst geprobeerd worden de afvallige terug te brengen tot het geloof. In tegenstelling tot moord of ontucht is ridda omkeerbaar, waarvoor dan geen vaste straf gegeven kan worden. Een afvallige dient zijn leven lang geadviseerd te worden terug te keren naar de islam, behalve als deze zich agressief ten opzichte van de islam opstelt.Wat moslims geloven, John Bowker, Uitgeverij Elmar, Rijswijk, 2001, , blz 98 Een moslim zal zich dan eveneens vijandig opstellen tegenover de afvallige, maar zelfs dat is controversieel.
Wanneer is er sprake van ridda Geloofsafval wordt irtidād (hetgeen letterlijk "terugval" of "teruggang") of ridda genoemd in islamitische literatuur. Een afvallige wordt een murtadd genoemd, wat betekent 'iemand die terugkeert' van de islam.Heffening, W. (2012), "Murtadd." Encyclopaedia of Islam, Second Edition. Onder redactie van: P. Bearman, Th. Bianquis, C.E. Bosworth, E. van Donzel, W.P. Heinrichs; Brill Volgens sommigen wordt iemand die door de ouders islamitisch is opgevoed of zich ooit bekeerd heeft tot de islam een murtadd als zij of hij een van de grondbeginselen van het geloof zoals voorgeschreven door de Koran of de Hadith ontkent, afwijkt van de goedgekeurde islamitische geloofspunten (ilhad) of als hij of zij godslastering pleegt door bijvoorbeeld een exemplaar van de Koran respectloos te behandelen.Watt, W. M. (1964). Conditions of membership of the Islamic Community, Studia Islamica, (21), pp. 5–12Burki, S. K. (2011). Haram or Halal? Islamists' Use of Suicide Attacks as Jihad. Terrorism and Political Violence, 23(4), pp. 582–601
Een persoon die islamitisch wordt opgevoed door zijn ouders en later de islam afwijst, heet een murtad fitri, en iemand die zich bekeerd heeft tot de islam en haar later afwijst wordt een murtad milli genoemd.Mousavian, S. A. A. (2005), A Discussion on the Apostate's Repentance in Shi'a Jurisprudence, Modarres Human Sciences, 8, Boek 37, pp. 187–210, Mofid-Universiteit (Iran), citaat: "Shi’a jurisprudence makes a distinction between an apostate who is born to Muslim parents (murtad-i fitri) and an apostate who is born to non-Muslim parents (murtad-i milli)." (sectie 1.3)Advanced Islamic English dictionary Расширенный исламский словарь английского языка (2012), zie lemma Fitri MurtadAdvanced Islamic English dictionary Расширенный исламский словарь английского языка (2012), zie lemma Milli Murtad
Jurist Imam Ibnul Humam (†681 AH) schreef in zijn boek Fathul Qadir:
Er zijn verschillende manieren binnen de islam om in ongeloof te vervallen. Dit kan geuit worden door o.a. uitlatingen of handelingen. Een aantal mogelijkheden zijn: shirk plegen, het gelijkstellen van iets of iemand aan God, de grootste zonde binnen de islam, Gods heerschappij verwerpen of Zijn Eenheid, een eigenschap van God verwerpen, één of meerdere van de islamitische Heilige Boeken of boodschappers verwerpen, God of de profeet Mohammed beledigen, iets dat haram verklaard is proberen toegestaan te maken, een verplichting van een van de vijf zuilen verwerpen of erover twijfelen, twijfelen aan de getrouwheid van een van de profeten, twijfelen aan de Dag des oordeels, neerbuigen voor iets of iemand anders dan God, verrichten van seksuele handelingen met een niet-moslim (voor mannen geldt het alleen voor het huwelijk).
Behandeling in geschriften Koran De Koran bespreekt geloofsafval in een groot aantal verzen. Bijvoorbeeld:Declan O'Sullivan (2001), The Interpretation of Qur'anic Text to Promote or Negate the Death Penalty for Apostates and Blasphemers, Journal of Qur'anic Studies, Vol. 3, No. 2, pp. 63–93
Andere Koranverzen verwijzen ook naar apostasie.Zoals Koran 4:137, 2:217, 2:108 en 88:23–24. Volgens professor antropologie Dale F. Eickelman lijken sommige verzen in de Koran dwang en zware bestraffing van afvalligen te rechtvaardigen. Daarentegen schrijf rechtshistoricus Wael Hallaq dat "niets in de wet betreffende afvalligen en afvalligheid wordt afgeleid van de letter" van de Koran. Er wordt geen specifieke lijfstraf genoemd voor afvalligen die zij zouden moeten ondergaan in deze wereld (ten opzichte van een verondersteld hiernamaals),Asma Afsaruddin (2013), Striving in the Path of God: Jihad and Martyrdom in Islamic Thought, p. 242. Oxford University Press. . Citaat: "He [Al-Banna] notes that the Qur’ān itself does not mandate any this-worldly punishment for religious apostasy but defers punishment until the next (cf. Qur’ān 2:217)." noch verwijzen Koranische verzen expliciet of impliciet naar een noodzaak om een afvallige te dwingen om naar de islam terug te keren of om hem te doden als hij dit weigert. (vert. Nancy Roberts)
Hadith Hoewel de Koran niet zulke ayaat kent, is de doodstraf voor ridda vastgelegd in een groot aantal hadiths.
Bukhari 4:52:260 Bukhari 9:83:17 Bukhari 9:83:37 Bukhari 9:84:57 Bukhari 9:84:58 Bukhari 9:84:64 Bukhari 9:89:271 Muslim 16:4152 Muslim 16:4153 Muslim 16:4154 Muslim 16:4155 Muslim 20:4490 Abu Dawud 4351 Abu Dawud 4352 Abu Dawud 4352 Tirmidhi 1458 Ibn Majah 2533 Ibn Majah 2534 Ibn Majah 2535 Nasa'i 4060 Nasa'i 4061 Nasa'i 4062 Nasa'i 4063 Nasa'i 4064 Nasa'i 4065
Enkele voorbeelden: 'De Profeet heeft gezegd: "Wie zijn religie verandert, vermoord hem."' (Bukhari 4:52:260) "Bij Allah, de Boodschapper van Allah heeft nooit iemand gedood behalve in een van de volgende gevallen: (1) Een persoon die onterecht een ander doodde werd in Qisas [=wraak] gedood; (2) een getrouwd persoon die onwettige seksuele omgang heeft gehad en (3) een persoon die tegen Allah en Zijn Boodschapper heeft gestreden en de islam heeft verlaten en een afvallige is geworden." (Bukhari 9:83:37) "Wie ook maar zijn islamitische religie verandert, dood hem." (Bukhari 9:84:57) 'Er was een vastgebonden man naast Abu Musa. Mu'adh vroeg: "Wie is deze (man)?" Abu Musa zei: "Hij was een jood, werd een moslim en keerde daarna terug naar het jodendom." Toen verzocht Abu Musa aan Mu'adh om te gaan zitten, maar Mu'adh zei: "Ik ga niet zitten totdat hij gedood is. Dit is het oordeel van Allah en Zijn Boodschapper (voor zulke gevallen)" en herhaalde het drie keer. Toen beval Abu Musa dat de man gedood moest worden, en hij werd gedood.' (Bukhari 9:84:58)
Bestraffing thumb|250px|Executie van de Marokkaanse Jodin Sol Hachuel (1834). Alfred Dehodencq, 1860.
Veel auteurs beschouwen apostasie van moslims om de islam te verlaten en zich tot een andere religie te bekeren als een religieuze misdaad.J. Sperber (2000), Christians and Muslims: The Dialogue Activities, Theologische Bibliothek Topelmann, Walter de Gruyter, p. 66David Kerr (2000), "Islamic Da 'wa and Christian Mission: Towards a comparative analysis", International Review of Mission, Volume 89, Issue 353, pp. 150–71 In de geschiedenis van de islam werden bekering en geloofsafval van moslims bij wet verboden.
Er bestaan meningsverschillen tussen islamgeleerden over de vraag of, wanneer en hoe ridda bestraft zou moeten worden.Rudolph Peters & Gert De Vries (1976), Apostasy in Islam, Die Welt des Islams, Vol. 17, Issue 1/4, pp. 8–9, 1–25
Executie In het islamitisch recht (sharia) vonden tijdens de middeleeuwen de meeste juristen (faqīh) dat een mannelijke afvallige moest worden gedood, tenzij hij aan een psychische aandoening leed of zich bekeerde in een noodsituatie, bijvoorbeeld als hij direct gevaar liep om vermoord te worden. Een vrouwelijke afvallige moest ofwel worden geëxecuteerd (volgens de rechtsscholen van de sjafieten, malikieten en hanbalieten), ofwel gevangengenomen totdat ze terugkeert naar de islam (volgens de hanafieten en de sjiieten).
Veel islamgeleerden hebben geloofsafval gezien als een hadd (meervoud hoedoed): een misdaad waarvoor in de heilige geschriften een straf is vastgelegd.Rudolph Peters & Gert De Vries (1976), Apostasy in Islam, Die Welt des Islams, Vol. 17, Issue 1/4, pp. 1–3, 5–7, 1–25Mohamed El-Awa (1993), Punishment in Islamic Law, American Trust Publications, , pp. 53–54, 1–68 Deze classificatie wordt echter betwist door hanafitische en sjafitische juristenRudolph Peters & Gert De Vries (1976), Apostasy in Islam, Die Welt des Islams, Vol. 17, Issue 1/4, p. 5. en ook door enkele prominente geleerden van andere rechtsscholen, zoals de malikiet Abu al-Walid al-Baji (1013–1081) en de hanbaliet Ahmad ibn Tajmijja (1263–1328).
Volgens traditioneel islamitisch recht mag aan een afvallige in gevangenschap een wachttijd worden gegeven om tot inkeer te komen en de islam wederom te aanvaarden; zo niet, dan dient de afvallige zonder enig voorbehoud te worden gedood.Rudolph Peters & Gert De Vries (1976), Apostasy in Islam, Die Welt des Islams, Vol. 17, Issue 1/4, pp. 5–7, 1–25. Deze traditionele zienswijze van de soennitische en sjiitische islamitische juridsprudentie varieert per rechtsschool en kan afhankelijk zijn van sekse:Frank Griffel (2001), "Toleration and exclusion: al-Shafi ‘i and al-Ghazali on the treatment of apostates", Bulletin of the School of Oriental and African Studies, 64(03), pp. 348-349David F Forte (2011), "Islam’s Trajectory", Revue des Sciences Politiques, No. 29, pp. 93, 97–98, 92–101. Hanafieten – adviseert drie dagen gevangenschap voorafgaand aan executie, hoewel dit uitstel van executie voor afvallige moslims niet verplicht is. Afvalligen die mannen zijn moeten gedood worden, terwijl vrouwen eenzaam opgesloten moeten worden en om de drie dagen worden geslagen totdat ze hun afvalligheid intrekken en terugkeren naar de islam. Bestraffing voor geloofsafval beperkt zich tot degenen die, na de islam te hebben verlaten, hirabah veroorzaken ("piraterij", "onwettige oorlog", "oorlog tegen God"), niet als men persoonlijk van religie verandert.Marie-Luisa Frick, Andreas Th. Müller Islam and International Law: Engaging Self-Centrism from a Plurality of Perspectives Martinus Nijhoff Publishers 2013 p. 95. Malikieten – gunnen de afvallige hooguit tien dagen om de afvalligheid in te trekken, waarna hij of zij gedood moet worden. Zowel mannen als vrouwen verdienen de doodstraf volgens de traditionele malikieten. Sjafieten – een afvallige heeft recht op drie dagen wachttijd om tot inkeer te komen en terug te keren naar de islam. Als deze tijd verstreken is, is executie de traditioneel aanbevolen straf voor zowel mannelijke als vrouwelijke afvalligen. Hanbalieten – een wachttijd is niet nodig, maar mag verleend worden. Executie is de traditioneel aanbevolen straf voor zowel mannelijke als vrouwelijke afvalligen. Jafarieten – een wachttijd is niet nodig, maar mag verleend worden. Mannelijke afvalligen moeten worden geëxecuteerd, terwijl vrouwelijke afvalligen eenzaam opgesloten moeten worden totdat ze terugkeren naar de islam.
Oppositie tegen executie