Walcheren (Zeeuws: Walher) is een landstreek en een schiereiland in het westen van de Nederlandse provincie Zeeland en bestaat sinds 1997 uit de drie gemeenten Middelburg, Veere en Vlissingen. Walcheren wordt omsloten door de Noordzee, de Westerschelde, het Veerse Meer en het ingepolderde Sloe.
Het voormalig eiland Walcheren vormt een voortzetting van het schiereiland Zuid-Beveland. Walcheren telt ongeveer 115.000 inwoners op een oppervlakte van 216 km² en is daarmee het dichtstbevolkte voormalige eiland van Zeeland.
Geografie + Plaatsen op Walcheren Plaats Gemeente InwonersMiddelburgMiddelburgVlissingenVlissingenOost-SouburgVlissingenArnemuidenMiddelburgKoudekerkeVeereWestkapelleVeereOostkapelleVeereSerooskerkeVeereVeereVeereSint LaurensMiddelburg1.630DomburgVeereAagtekerkeVeereZoutelandeVeereMeliskerkeVeereGrijpskerkeVeereNieuw- en Sint JooslandMiddelburgVrouwenpolderVeereBiggekerkeVeereRitthemVlissingenGapingeVeereDishoekVeere225KleverskerkeMiddelburg70
Walcheren is een overwegend landelijke regio. De twee grootste plaatsen op het eiland zijn de provinciale hoofdstad Middelburg en de havenstad Vlissingen. Het dorp Oost-Souburg (na deze twee steden de grootste plaats van Walcheren) is onderdeel van de agglomeratie van Vlissingen. Het haven- en industriegebied Vlissingen-Oost bevindt zich grotendeels in het ingepolderde, zuidelijke deel van de Sloe en loopt door tot aan Borssele op Zuid-Beveland. Samen vormen Middelburg en Vlissingen het grootste stedelijk gebied van Zeeland met ca. 93.000 inwoners.
Walcheren is verdeeld in drie gemeenten: Vlissingen, Middelburg en Veere. Het gebied van de eerste twee gemeenten is beperkt tot de directe omgeving van de gelijknamige steden; vrijwel alle plaatsen op het Walcherse platteland behoren bij de gemeente Veere.
Enkele plaatsen op Walcheren hadden stadsrechten en worden daarom ondanks hun geringe omvang nog wel stad genoemd, zoals Arnemuiden ten noordoosten van Vlissingen. Aan de noordoostkant van het eiland, aan het Veerse Meer, ligt Veere, in vroeger eeuwen een belangrijke havenstad. Op het meest westelijke puntje van Walcheren ligt het oude vissersstadje Westkapelle. Nog oudere wortels heeft Domburg aan de noordwestkust.
Walcheren telt diverse badplaatsen, waarvan Domburg wellicht de bekendste is. Andere badplaatsen zijn Zoutelande, Dishoek, Westkapelle, Oostkapelle en Vrouwenpolder. De grootste dorpen op het platteland van Walcheren zijn Koudekerke (ten noorden van Vlissingen maar behorend tot de gemeente Veere), met 3500 inwoners, en Serooskerke.
Het dorpje Kleverskerke is, met slechts 70 inwoners, een van de kleinste dorpen van Nederland.
Geschiedenis Romeinse tijd miniatuur|Willibrord verkondigt het geloof op Walcheren Walcheren was al in de Romeinse tijd een bewoond gebied, met een vestiging genaamd Walachria of Walichrum als belangrijke handelsplaats. Deze plaats lag waarschijnlijk ergens ten noorden voor de kust van Domburg. Deze plaats verklaart de oorsprong van de naam Walcheren. In 1514 werd een altaarsteen, gewijd aan Hercules Magusanus, gevonden op het strand van Westkapelle. Later, in 1647, zijn resten gevonden van een aan de godin Nehalennia gewijde tempel. Er werden ook altaren gevonden. Die werden door kooplieden aan de godin opgedragen, uit dankbaarheid voor hun behouden overtocht. In de 3e en 4e eeuw overstroomde een groot deel van Zeeland en het gebied bleef zo goed als onbewoond.
Middeleeuwen Eind 7e eeuw landde Willibrord op Walcheren, waarschijnlijk bij de oude handelsplaats Walichrum. Hier vernielde hij volgens de overlevering een plaatselijk afgodsbeeld, waarna hij aangevallen werd door de bewaker van het beeld, diens zwaardslag werd echter op wonderbaarlijke wijze afgewend. Later zouden er op Walcheren twee kerken aan Willibrord gewijd worden, de Sint-Willibrorduskerk in Westkapelle en de Willibrordkerk in Oostkapelle. De kerk in Westkapelle groeide uit tot het centrum van de Willibrordverering, de kerk bezat relikwieën van de zendeling en het verhaal ging dat Willibrords bloed zichtbaar was op het altaar in de kerk. Ook de Willibrordusput in Zoutelande, volgens de legende ontstaan door toedoen van Willibrord zelf, verwijst naar de aanwezigheid van Willibrord op Walcheren.
Het eiland was een 'kroondomein' en groeide in rijkdom.
Ten tijde van het Frankische Rijk was sprake van een graafschap Walcheren. Ter bescherming tegen invallen van Noormannen werden in de negende eeuw ringwalburgen aangelegd bij de plaatsen Middelburg, Domburg (de duinburg) en Oost-Souburg (de zuidburg). De plaatsnamen herinneren hier nog aan. De aarden burg van Oost-Souburg is gerestaureerd, de burg van Middelburg is herkenbaar in het stratenplan.
Walacria (Walcheren, de handelsnederzetting Domburg) was door de handel met Engeland de bekendste landingsplaats in het zuidelijke Noordzeebekken. Vanwege de strategische ligging was het ook een garnizoensplaats. De Vikingen hadden er een haven voor hun vloot en organiseerden ook hiervandaan plundertochten in het Scheldegebied. Walacria, de nederzetting Domburg, is door de zee verzwolgen. De laatste resten verdwenen in de 19e eeuw.
Tijdens de aanval van de Noormannen in 837 werd het eiland verdedigd door graaf Ekkehard (Eggihard) en hertog Hemming, een broer van de Deen Harald Klak. Het eiland werd geplunderd, Hemming en Ekkehard kwamen om bij de aanval, er werden grote verwoestingen aangericht en er waren veel slachtoffers. De overvallers, onder leiding van Hemmings neef Harald junior, gingen er met een rijke buit vandoor en namen veel vrouwen in gevangenschap mee. In 841 gaf Lotharius I Walcheren in leen aan deze Harald om zo nieuwe bondgenoten te werven, dit leidde tot een langdurige aanwezigheid van de Vikingen in het gebied, dat toen een deel van West-Frisia was. Walcheren was een uitstekende uitvalsbasis voor Harald. Walcheren zou tientallen jaren een 'piratennest' blijven.L.v.d.Tuuk (2015), Vikingen, Omniboek, Utrecht, 2016, pp 134, 169-173 De handelsnederzetting Walcheren zou vanaf deze tijd sterk in betekenis afnemen, totdat deze eind 9e eeuw van geen belang meer schijnt te zijn. Vanuit Walcheren konden de Vikingen oversteken naar Oost-Engeland. Ze konden er foerageren en een gunstige wind afwachten. In de tweede helft van de 9e en de vroege 10e eeuw blijkt Walcheren dan ook een geliefde uitvalsbasis voor Vikingen. Zo geliefd zelfs dat deze Vikingen Scaldingi of Scaldi oftewel Schelde-Vikingen genoemd worden. De burg in Middelburg is de enige van de drie die bewoond blijft. De burg van Souburg werd in de 10e eeuw verlaten en de burg van Domburg zou pas vanaf de 11e eeuw bewoond worden. Deze laatste omdat de bewoners van de oude handelsnederzetting Walacria zich meer landinwaarts vestigden. Hiermee ontstaat de positie van Middelburg als centrale nederzetting op Walcheren.
Walachria-Bevelandia (behorend tot Rijks-Vlaanderen) was een eenheid die later Zeeland Bewestenschelde werd genoemd (de huidige regio Midden-Zeeland). Het behoorde in 972 tot de bruidsgift aan de toekomstige keizerin Theophanu (zie Huwelijksoorkonde van keizerin Theophanu). Hierin is sprake van Walacra waarmee een veel groter deel van de Scheldedelta bedoeld werd dan enkel Walcheren: het betreft met name ook de Vier Ambachten, terwijl de huidige Westerschelde nog gevormd moest worden en de huidige rivierbedding dus als destijds bewoond kan worden verondersteld. De Vlaamse graaf Boudewijn IV werd in 1012 de eerste graaf van een deel van het gebied dat, tussen 1162 en 1189, Zeelandia/Zeeland zou gaan heten. Het gebied stond toen, zoals vermeld, bekend als Walachria-Bevelandia en Middelburg was, kort na de eerste millenniumwisseling, door de Duitse koning Hendrik II de Heilige (973 - 1024) aangewezen als bestuurscentrum. Middelburg ontstond bij/in een ringwalburg die, rond 880-890, als middelste burg tussen Domburg (Duinburg) en Souburg (Zuidburg) werd aangelegd.
In de 10e, en vooral de 11e eeuw begint de bevolking flink toe te nemen. Boeren in het nog niet ingepolderde gebied wierpen kleine heuveltjes (vliedbergen) op ter bescherming tegen overstromingen. Begin 11e eeuw werd het gebied getroffen door de stormvloed van 1014. Vanaf de 11e eeuw werd Zeeland stukje bij beetje ingepolderd door monniken uit Vlaanderen waardoor steeds minder land overstroomde. De vruchtbare Zeeuwse klei was zeer geschikt voor landbouw, en de welvaart in het gebied nam toe dankzij de handel overzee. Vele Walcherse dorpen ontstonden rond kerken die door een van vijf moederkerken werden gesticht. Eerst was enkel de Sint-Maartenskerk in Middelburg zo'n moederkerk, deze zou zich later opsplitsen in de Westmonsterkerk en de Noordmonsterkerk. Later werden ook de in de vroege 11e eeuw gestichte Sint-Willibrorduskerk van Westkapelle, de Willibrordkerk van Oostkapelle en de Kerk van West-Souburg moederkerken op Walcheren. Vanuit deze vijf kerken zouden in de late 12e en 13e eeuw alle andere kerken op walcheren gesticht zijn. Waar rond de dorpen en steden zouden ontstaan. Middelburg kreeg in 1217 (wellicht al eerder) als eerste Walcherse plaats stadsrechten. Niet veel later, in 1223, volgden Domburg en Westkapelle. Pas in de 14e eeuw kregen de volgende Walcherse plaatsen stadsrechten, Vlissingen in 1315 en Veere in 1355. Vlissingen werd gesticht door graaf Floris V door in het zuiden van het eiland vanaf 1294 havens aan te leggen, waar rondom de stad zou ontstaan. Veere ontstond in dezelfde tijd als Campvere rond een aanlegplaats voor het veer van Zanddijk naar Campen.
Vanwege de goede bereikbaarheid over zee nam het belang van steden als Middelburg, Veere en Vlissingen vanaf de 14e eeuw snel toe.
De zestiende en zeventiende eeuw Het kanaal van Welzinge verbond van 1532 tot 1817 Middelburg (via het oude Havenkanaal) met het Sloe en de Westerschelde. (Tot 1532 werd als vaarroute het bochtige riviertje de Arne gebruikt, dat via Arnemuiden uitmondde in het Sloe). 88px|thumb|links thumb|Walcheren in 1681. In de 16e en 17e eeuw groeide Middelburg uit tot de grootste haven- en handelsstad en later, na Amsterdam, de tweede handelsstad van de Noordelijke Nederlanden. Vlissingen nam 20% van de Zeeuwse handel voor haar rekening en Veere was tot 1576 de belangrijkste Marinehaven van de Nederlanden. Tussen de drie steden werd van 1539-1649 een van de eerste bestrate wegen in de Noordelijke Nederlanden aangelegd. De Admiraliteit van Zeeland was nadat men eerst 10 jaar vanaf 1576 in Vlissingen had vergaderd, van 1586 tot 1795 in het Hof van Zeeland in Middelburg gevestigd.
In het Verdrag van Dover hadden Frankrijk en Engeland in 1670 onder meer afgesproken, dat de Engelsen, na het gezamenlijk verslaan van de Republiek, Walcheren mochten bezetten. Door de Engelse nederlagen in de zeeoorlog van 1672 - 73 is dat niet doorgegaan.
De achttiende en negentiende eeuw De welvaart van de steden in de 17e eeuw had geleid tot de bouw van vele buitens op Walcheren. Buiten de steden lagen de hofstedes, waar de burgerij zich 's zomers verpoosde. Verder weg lagen de grote landgoederen van de Zeeuwse patriciërs. Om al deze buitens werd Walcheren wel "het prieel van Zeeland" genoemd.Martin van den Broeke: Het Pryeel van Zeeland. Buitenplaatsen op Walcheren 1600-1820.Uitg. Verloren, 2016 Toch is dit beeld te rooskleurig: de armoede op het platteland en de regelmatig terugkerende watersnoden leidden ertoe, dat de vijf wateringen van Walcheren in de 18e eeuw de status kregen van Calamiteus waterschap.
De economie stagneerde in de 18e eeuw, met uitzondering van de landbouw. Omstreeks 1759 werd het eiland verdeeld in 212 blokken met een eigen naam en nummer, op de hoeken afgebakend met tiendpalen. Dat maakte de registratie en inning van de tienden ten behoeve van de landeigenaar of de kerkelijke gemeente eenvoudiger. Er zijn nog 95 van deze palen bewaard gebleven.