thumb|250px|Fosfolipiden vertonen amfifiele eigenschappen Een amfifiele of amfipatische verbinding bevat zowel hydrofobe als hydrofiele eigenschappen. Algemene amfifiele stoffen zijn zeep, detergenten en lipoproteïnen. Een hydrofobe groep is waterafstotend. Een lange koolwaterstofketen, met de formule CH3(CH2)n (met n tussen de 4 en 16) is hydrofoob. Een hydrofobe groep heeft het karakter van een apolaire verbinding.

Een hydrofiele groep heeft een polair karakter en trekt daardoor water aan. Hydrofiele groepen zijn: Anionen, bijvoorbeeld: vetzuren: RCO2− Na+ sulfaten: RSO4− Na+ sulfonaten: RSO3− Na+ Kationen (Amfifiele verbindingen met kationen zijn meestal niet biologisch afbreekbaar) amfotere moleculen Niet-ionogene verbindingen (bijvoorbeeld een polymeer met polaire groepen) Blok copolymeren

Voorbeelden Tensiden: worden als zeep gebruikt Emulgatoren: worden in levensmiddelen gebruikt; bijvoorbeeld lecithine Fosfolipide: een hoofdbestanddeel van celmembranen Amfipatische helices: voor de verankering van proteïnen in een fosfolipidenmembraan Niet-ionische amfifilie, zoals in PTS (polyoxyethanyl α-tocopheryl sebacaat), dat als hulpmiddel voor het oplossen van organische moleculen in water gebruikt wordt.

Zie ook Oppervlakte-actieve stof

Categorie:Stofeigenschap