Adriano Celentano (Milaan, 6 januari 1938) is een Italiaanse acteur, regisseur, komiek, songwriter, zanger en televisiepresentator.
Biografie Adriano Celentano is opgegroeid in Milaan, waar hij zijn eerste levensjaren woonde in de Via Cristoforo Gluck 14. Later zou hij hierover het lied schrijven Il ragazzo della via Gluck (de jongen van Via Gluck). Zijn ouders verhuisden vanuit Apulië in het zuiden van Italië naar het noorden om werk te vinden.
In zijn muziek is Celentano sterk beïnvloed door zijn idool Elvis Presley en de opkomst van de rock-'n-rollmuziek in de jaren 50. Celentano is sinds die tijd onveranderd populair: hij verkoopt nog steeds veel albums en hij is nog vaak op tv te zien. In totaal heeft Celentano 41 albums uitgebracht.
Celentano maakte ook films. Deze waren meestal een commercieel succes: in de jaren 70 en een deel van de jaren 80 werd hij beschouwd als de koning van de B-film. Als acteur was hij op zijn best als Serafino (1968), een film geregisseerd door Pietro Germi.
Celentano is getrouwd met Claudia Mori en heeft drie kinderen: Giacomo, Rosita en Rosalinda Celentano, die bekend is als het personage Satan in Mel Gibsons The Passion of the Christ. Tegenwoordig woont hij met zijn vrouw in Galbiate, waar hij in 1994 een villa heeft laten bouwen.
In totaal heeft hij zo'n 70 miljoen albums verkocht.
De jaren vijftig In de jaren vijftig komt uit de Verenigde Staten de boogiewoogie, een nieuwe muziekstijl naar Europa overwaaien. Celentano voelt onmiddellijk dat dit zijn muziek is. Met vier vrienden begint hij in 1956 zijn eerste band, de Rock Boys. In september 1959 vormt Celentano een nieuwe band, I ribelli (De rebellen). Ze debuteren op het Festival dell'Avanti in het park Ravizza in Milaan met het nummer Teddy girl. In deze tijd werkt Celentano voor het eerst samen met Mina Mazzini, een van de bekendste zangeressen van Italië. Deze Tijgerin van Cremona drukt haar stempel op het singletje met het nummer Vorrei sapere perché, een rock-'n-rollnummer dat voor hun geschreven is door "Il Molleggiato" (de bijnaam van Celentano, letterlijk vertaald: "de Verende"). In 1959 maakt Celentano ook zijn eerste film: Il raggazzo del juke box (de jongen van de jukebox).
De jaren zestig In 1960 werken Celentano en zijn Ribelli mee aan de film La dolce vita van Federico Fellini, waarvoor ze het nummer Ready Teddy spelen. Op 30 november 1960 verschijnt Furore, het tweede album van Celentano. In februari 1961 neemt hij deel aan het San Remo festival. Omdat hij in die tijd militair is, moet daar een speciale vrijwaringsverklaring van de toenmalige Italiaanse minister van defensie Giulio Andreotti aan te pas komen. Adriano zingt op het festival het nummer Ventiquattromila baci (Vierentwintigduizend kussen).
Clan Celentano De Clan Celentano ontstaat officieel met het nummer Stai lontano da me, met muziek van Burt Bacharach en teksten van Giulio Rapetti. Celentano neemt met dit nummer deel aan het festival Cantagiro. Hoewel hij er zelf niet bij kan zijn wegens een blessure aan zijn voet, wint het nummer toch, wat bijdraagt aan verdere 45-toeren-successen, als Sei rimasta sola en Amami e baciami.
Van zanger tot prediker Gedurende de periode van de Clan gaat het succes door: in 1962 wint hij de Cantagiro met Pregherò, de Italiaanse versie van Stand by me van Ben E. King. Het is de eerste keer dat hij een tekst met een godsdienstig thema zingt. In de jaren daarna doet hij dit weer met de nummers Ciao ragazzi en Chi era lui.
Omdat hij vliegangst heeft, slaat hij een uitnodiging van Frank Sinatra af om naar de Verenigde Staten te gaan. In 1966 komt Celentano na een afwezigheid van vijf jaar op het festival van San Remo terug met het nummer Il ragazzo della via Gluck. Hij bereikt ermee slechts een plaats in de achterste gelederen. Door de tekst van het nummer, die gaat over Celentano's jeugd en het verdwijnen van natuur die wordt vervangen door bebouwing, wordt het echter wel een verkoopsucces. Het verhaal gaat dat Celentano met een ander nummer (Nessuno mi può giudicare) zou hebben moeten deelnemen, maar dat hij er niet van overtuigd was dat dit nummer succes zou hebben en dat hij daarom koos voor Il ragazzo della via Gluck. Het nummer wekt ook de belangstelling van Pier Paolo Pasolini, die een film over het verhaal hiervan wil draaien. Dit project komt ondanks een ontmoeting tussen Pasolini en Celentano niet tot uitvoering.
Film Celentano blijkt goed in staat te zijn om muziek en film te combineren. Zijn filmdebuut vindt plaats in de periode van 1958 tot 1962. In 1961 werd de film Serafino van Pietro Germi uitgebracht, waarin het leven van pastoor Fiorin Serafino in beeld gebracht wordt en die de harde strijd tussen familieleden over erfeniskwesties laat zien. De single van de titelsong La storia di Serafino is een groot succes. In 1985 komt een keerpunt met de gedenkwaardige film Joan lui, geschreven en geregisseerd door Adriano zelf. Aan de film, die 20 miljard lire kost (ongeveer 5 miljoen euro), wordt acht maanden lang onafgebroken gewerkt, maar desondanks wordt hij in Italië geen hit. In Rusland daarentegen wordt de film wél een succes. Celentano slaagt er zelfs in om ondanks zijn vliegangst in het vliegtuig naar Moskou te stappen.
Claudia Mori Celentano heeft een relatie met Claudia Mori, actrice en zangeres van romantische nummers, vanaf dat ze elkaar ontmoetten tot de dag van vandaag. In 1964 trouwen ze in het geheim, 's nachts, in de kerk van de Heilige Franciscus in Grosseto. Uit het huwelijk worden drie kinderen geboren: Rosita in 1965, Giacomo in 1966 en Rosalinda in 1968. In de jaren tachtig komt het huwelijk in een crisis en een scheiding dreigt, maar in 1985 vinden de twee opnieuw de liefde. Vanaf 1991 is Claudia Mori ook algemeen uitvoerend manager van de Celentano Clan Srl, de besloten vennootschap waarin Celentano's activiteiten zijn ondergebracht.
De jaren zeventig In het begin van de jaren zeventig komt Adriano met Viola en Prisencólinensináinciúsol. Het laatste nummer, dat op 3 november 1972 wordt uitgebracht, is een van de vreemdste stukken die Celentano heeft gemaakt. Het nummer, dat hij zingt in het Celentanesca, een zelfbedacht pseudo-Engels, verovert de hele wereld. Het komt in de Amerikaanse hitparade binnen op nummer 70 nog voordat het in Italië in de hitlijsten staat, iets wat voor een Italiaans nummer tamelijk uitzonderlijk is.
In 1973 kondigt Celentano wederom aan deel te zullen nemen aan het Festival van San Remo, met het nummer L'unica chance. Op het laatste besluit hij echter niet te komen vanwege een aanval van gastritis, zoals de officiële verklaring luidt. De organisatoren beschuldigen hem ervan weg te blijven uit vrees dat het festival veel minder bezoekers dan gewoonlijk zal trekken, doordat er volgens hem dat jaar te weinig grote namen zijn geboekt. Pas in 1977 begint Celentano weer met optredens.
De jaren tachtig In 1982 publiceert Celentano met hulp van Maria Ripa di Meana het autobiografisch boek Il paradiso è un cavallo bianco che non suda mai (letterlijk vertaald: Het paradijs is een wit paard dat nooit zweet). Hij blijft actief in de filmindustrie en speelt in films als Bingo Bongo, Il bisbetico domatoe en Asso.
De jaren negentig Tussen 1987 en 1990 brengt Celentano geen enkel album uit. In 1991 keert hij terug met het album Il re degli ignoranti, dat echter al na een paar weken uit de winkels wordt teruggehaald vanwege problemen met auteursrechten. Zijn laatste film, Jackpot uit 1992, blijkt een gedenkwaardige flop en zelfs Celentano zelf heeft er kritiek op. Zijn televisieshow Svalutation, uitgezonden door RAI Tre, trekt in 1992 echter wel meer dan 13 miljoen kijkers.
In 1994 gaat Celentano op tournee door Europa, waarbij hij onder meer Berlijn aandoet. Daarna stopt hij helemaal met optredens. In 1996 komt het album Arrivano gli uomini uit. Het artistieke concept is doordacht, zowel wat de muziek betreft als met betrekking tot de confronterende teksten, maar het grote publiek waardeert dit niet: er worden maar 150.000 exemplaren van verkocht.
Celentano neemt in 1998 samen met de populaire zangeres Mina, een vriendin met wie hij in de jaren vijftig ook al had samengewerkt, het album Mina Celentano op, met vooral Mina's muzikanten. Deze productie blijkt met 1,6 miljoen exemplaren een geweldig succes. Een van de nummers op dit album is Che t'aggia di. De bijbehorende videoclip, waarin Celentano en Mina in een grappige tekenfilm als ganzen (naar het voorbeeld van de familie Donald Duck) te zien zijn, wordt veelvuldig vertoond op de Italiaanse televisie.
Het jaar daarop wordt Celentano's album Io non so parlar d’amore meer dan 2 miljoen keer verkocht, waarmee het een ware hit is. Er staan songs op als Gelosia, L’emozione non ha voce, L’arcobaleno en Senza amore van de jonge Carlo Mazzoni.
21e eeuw In 2000 brengt Celentano Esco di rado e parlo ancora meno uit en verkoopt daarvan 1,8 miljoen exemplaren. Het album bevat het nummer Io sono un uomo libero van Ivano Fossati. Ook zingt Celentano een duet met Nada, Il figlio del dolore. Het nummer vertelt het verhaal van een verkrachting tijdens de oorlog. Ook brengt hij het nummer Per averti uit.
Per Sempre In 2002 komt Per Sempre uit, een album waaraan opnieuw door het team Mogol-Bella wordt bijgedragen. Het bevat nummers als Confessa, mi fa male en de titelsong Per sempre. Op dit laatste nummer wordt net als aan Radio chick meegespeeld door pianist Chick Corea. Op het album staat ook een oud nummer, I passi che facciamo.
C'è sempre un motivo In 2004 wordt het album C'è sempre un motivo uitgebracht. Het bevat onder andere de nummers Quel Cashina(Il ragazzo della via Gluck), Valeva la Pena en L’indiano geschreven door Paolo Conte die 37 jaar daarvoor ook al het nummer Azzurro schreef voor Celentano.
Rockpolitik Op 20 oktober 2005 begint op RaiUno de televisieshow Rockpolitik, met Celentano als presentator. De show heeft hoge kijkcijfers, met een gemiddelde van 46%. De meestbekeken aflevering is die met Roberto Benigni, gezien door meer dan 16 miljoen mensen. Een uitvoering van Il ragazzo della via Gluck samen met Eros Ramazzotti heeft zelfs een kijkdichtheid van bijna 70%. Andere gasten in de show zijn Gérard Depardieu, Valentino Rossi, Franco Battiato, Riccardo Cocciante, Patti Smith, de Eurythmics en Carlos Santana. Op 20 november 2006 publiceert Celentano een boek over de geschiedenis van het programma.
Unicamentecelentano Op 10 november 2006, lanceert Celentano een megacollectie (een box met de drie cds), met 42 liedjes de periode 1957-2006. Let op de aanwezigheid van nummers als Miseria nera en L'unica chance die niet de beroemdste nummers zijn van "Il Molleggiato", maar die gaan over buitengewoon nieuws en behoren tot de oudste nummers van zijn repertoire.
In de collectie zit ook het nieuwe duet met Paul Anka, een nieuwe versie van het lied Diana nu genoemd Oh Diana met tekst van Mogol en Celentano. De collectie oogstte al snel succes: de compilatie bevindt zich in de eerste week op de derde plaats (FIMI), waarna het bijna drie maanden in de Italiaanse top tien staat. In de laatste twee weken van 2006 worden er meer dan 350.000 exemplaren van verkocht. Volgens Rolling Stone magazine zijn er 500.000 exemplaren verkocht.
Op 2 december 2006 wordt Adriano geïnterviewd op Rai Tre door Fabio Fazio, in het programma Che Tempo Che Fa (Wat is het weer). Een unieke gebeurtenis, gezien de onwil van de zanger voor dit soort optredens. Ook dit keer is het een groot kijkcijfersucces. 6,2 miljoen mensen zien het interview op tv, een bijna historisch aantal voor de zender Rai Tre (zo meldden een dag later de kranten de gegevens van Auditel.
Dormi amore, la situazione non è buona