Rienzi, der letzte der Tribunen (Rienzi, De laatste volkstribuun; WWV 49) is een vroege opera van Richard Wagner in vijf bedrijven. Het libretto is door de componist zelf geschreven en gebaseerd op de gelijknamige roman van Edward Bulwer-Lytton (1835) die de lotgevallen van de middeleeuwse volkstribuun Cola di Rienzo behandelt. De titel wordt meestal afgekort tot Rienzi. De opera werd geschreven tussen juli 1838 en november 1840 en voor het eerst opgevoerd in het Königliches Hoftheater in Dresden, op 20 oktober 1842. Het was het eerste publieke succes van de componist.
Het werk is opgevat als een Grand Opéra in de stijl van Meyerbeer. Wagner was al vroeg gefascineerd door dit operagenre en wilde met Rienzi alles overtreffen wat tot dan toe in deze stijl was gecomponeerd. Met zijn talrijke koren, balletten en massascènes is het werk zowel scenisch als muzikaal erg veeleisend. Rienzi is in zijn geheel Wagners langste opera. Het bevat een ballet dat alleen al 40 minuten duurt. Tijdens de première in Dresden constateerde Wagner tot zijn ontsteltenis dat de voorstelling meer dan zes uur duurde, inclusief pauzes, waardoor hij de voorstelling snel met iets meer dan een uur inkortte. Het is deze verkorte versie die als basis dient voor hedendaagse opvoeringen. Wagner nam later afstand van het werk en noemde het een "jeugdzonde". De beroemde ouverture, maar ook de monoloog met het gebed van Rienzi, "Almächt'ger Vater, blicke herab", worden regelmatig apart opgevoerd en opgenomen.
Ontstaansgeschiedenis Rienzi is Wagners derde voltooide opera, na Die Feen en Das Liebesverbot. Vorm en inhoud zijn grotendeels georiënteerd op de toen populaire Franse 'Grand Opéra'. De rol van de volksmassa, het vrijheidsethos van de held en de tegenwerking van een reactionaire geestelijkheid zijn elementen die doen denken aan La Vestale van Spontini, Les Huguenots van Meyerbeer, of La Juive van Halévy. Elke akte eindigt met een uitgebreid finale-ensemble en omvat solo's, duetten, trio's en massascènes. Er is ook een uitgebreid ballet in het tweede bedrijf, een vast element in een Grand Opéra. Hans von Bülow grapte later dat "Rienzi de beste opera van Meyerbeer is". Op muzikaal vlak is ook de Italiaanse opera een belangrijke invloed geweest. Vooral de stijl van de door Wagner erg bewonderde Vincenzo Bellini is merkbaar aanwezig.Voss 1993, p.77
Wagner begon aan een schets voor het libretto van de opera in 1837 in Riga. Inspiratiebron voor de verhaalstof was in eerste plaats Lyttons roman die hij vooraf gelezen had. John Deathridge heeft betoogd dat Wagners werk ook de invloed draagt van Mary Russell Mitfords Engelse toneelstuk Rienzi uit 1828.Deathridge 1983 Wagner ontmoette Meyerbeer bij toeval in Boulogne in 1839. Hij kon hem de eerste drie bedrijven van het libretto voorlezen en diens belangstelling wekken. Meyerbeer stelde Wagner ook voor aan Ignaz Moscheles, die eveneens in Boulogne verbleef.Newman 1976 I, 269 Toen de opera in 1840 was voltooid, hoopte Wagner dat hij in de Parijse Opéra in première zou kunnen gaan.
Verschillende omstandigheden, waaronder vooral zijn gebrek aan invloed in de Franse hoofdstad, zouden dit uiteindelijk verhinderen. Wagners eerste vrouw Minna vermeldt in een brief van 28 oktober 1840 aan zijn vriend Apel (die waarschijnlijk als eerste de suggestie had gedaan aan Wagner om Rienzi te componeren)Millington 1992b een plan om de ouverture van Rienzi "over veertien dagen" uit te voeren. Uit dit schrijven blijkt ook dat haar man op dat moment op last van zijn schuldeisers werd vastgehouden. De volledige partituur van Rienzi werd pas voltooid op 19 november 1840. Om aan zijn schuldeiser te ontkomen verhuisde Wagner in 1841 naar Meudon, even buiten Parijs. Van daaruit ijverde hij om het werk opgevoerd te krijgen. Zo stuurde hij ook aan Koning Frederik Augustus II van Saksen een brief met het verzoek het werk in Dresden op te voeren.
Met de steun van Meyerbeer werd een enscenering van Rienzi in Dresden geregeld. Deze schreef aan Baron von Lüttichau, de directeur van de opera in Dresden, dat hij het werk "rijk aan fantasie en van groot dramatisch effect" vond.Becker 1975, p.341 Dit nieuws, samen met de voorgestelde enscenering van Der fliegende Holländer in Berlijn, ook gesteund door Meyerbeer,Becker 1975, p.386 haalde Wagner over om in april 1842 naar Duitsland terug te keren. Tijdens de repetities waren de uitvoerenden alvast zeer enthousiast. De tenor Tichatschek, die de titelrol zong, was zo onder de indruk van een passage uit de derde akte (later geschrapt vanwege de lengte van de opera), dat "bij elke repetitie elk van de solisten een zilveren groschen bijdroeg aan [een] fonds dat Tichatschek was begonnen .... Niemand vermoedde dat wat voor hen een leuke grap was, het middel was om voor hem [Wagner] een extra beetje voeding te kopen."Newman 1976, I, 340.; en Wagner 1992, p. 229.
De première van Rienzi vond plaats op 20 oktober 1842 in het nieuwe Königliches Opernhaus, ontworpen door de architect Gottfried Semper en het jaar daarvoor geopend. Semper en Wagner zouden later vrienden worden in Dresden, een band die er uiteindelijk toe leidde dat Semper ontwerpen leverde die de basis werden van Wagners Festspielhaus in Bayreuth.
Opvoeringsgeschiedenis thumb|350px|left|Interieur van de eerste Semperoper, waarRienzi werd gecreëerd in 1842 (illustratie van J.C.A. Richter)De eerste uitvoering van Rienzi werd in Dresden goed ontvangen ondanks het feit dat de voorstelling meer dan zes uur duurde (inclusief pauzes). Een legende is dat Wagner, uit angst voor het vertrek van het publiek, de klok boven het toneel stilzette. In zijn latere memoires, Mein Leben, herinnerde Wagner zich:Geen enkele latere ervaring heeft mij gevoelens gegeven die ook maar in de verste verte lijken op die welke ik had op de dag van de eerste uitvoering van Rienzi. De maar al te gegronde bezorgdheid over het succes ervan heeft mijn gevoelens bij alle volgende eerste opvoeringen van mijn werken zo beheerst, dat ik er nooit echt van kon genieten of veel aandacht schenken aan het gedrag van het publiek.[...] Het aanvankelijke succes van Rienzi was ongetwijfeld op voorhand verzekerd. Maar de uitzinnige manier waarop het publiek zijn partijdigheid voor mij verklaarde was buitengewoon ... Het publiek was gedwongen het te aanvaarden, omdat iedereen die met het theater te maken had zulke gunstige berichten had verspreid ... dat de hele bevolking uitkeek naar wat werd aangekondigd als een wonder ... Als ik me mijn toestand van die avond probeer te herinneren, kan ik me alleen herinneren dat het alle kenmerken van een droom had.
Na de première experimenteerde Wagner met het opvoeren van de opera verspreid over twee avonden (op voorstel van von Lüttichau), maar ook met coupures om de opvoeringsduur op één avond tot een redelijke lengte terug te brengen. Doordat de tamelijk traditionele stijl van de opera, in tegenstelling tot zijn latere werken, veel beter aansloot bij de verwachtingen van het toenmalige operapubliek beleefde het werk tot aan de tweede wereldoorlog in heel Europa succes. Wagner en zijn opvolgers lieten het werk echter nooit in Bayreuth opvoeren. miniatuur|350px|rechts|Laatste tafereel van het derde bedrijf van Rienzi in het Théâtre Lyrique in Parijs, 1869 Alleen al in Dresden bereikte het in 1873 zijn 100e en in 1908 zijn 200e uitvoering. Al in 1845 was het stuk in het Pruisische Königsberg opgevoerd, in 1847 gevolgd door Berlijn. Op 24 oktober 1859 beleefde het zijn première in Praag. In Zweden volgde een eerste opvoering op 5 juni 1865 in Stockholm. Op 13 november van datzelfde jaar kwam het op de planken in het Oostenrijkse Graz. De 'Hoog Duitsche Opera' gaf de eerste voorstelling op Nederlandse bodem in de 'Groote Schouwburg' van Rotterdam op 13 januari 1868, in de oorspronkelijke taal. Een Franse vertaling van Charles Nuitter en Jules Guillaume ging op 6 april 1869 in het Théâtre Lyrique in Parijs door, onder leiding van Jules Pasdeloup. Ze kwam op 22 maart 1872 voor het eerst in België op de planken in het "Grand Théâtre" van Gent. In de Brusselse Muntschouwburg, vanaf de laatste decennia van de 19de eeuw een bastion van Franstalig "Wagnérisme", zou het werk nooit worden opgevoerd. De Brusselse Wagnerianen richten zich sterk op de 'canon' van Bayreuth waar Rienzi werd geweerd.
In 1874 kwam Rienzi wel in Venetië en Boedapest op de planken. Met een opvoering op 5 februari 1876 in Madrid, was Rienzi het eerste werk van Wagner dat in Spanje werd uitgevoerd. In de Baltische Staten kwam de opera in Riga en in Tallin in respectievelijk 1878 en 1902 voor het eerst op de affiche. De vroegste opvoering in het Engels vond plaats op 4 maart 1878 in de Academy of Music in New York en werd op 27 januari 1879 gevolgd door de eerste Britse uitvoering in Her Majesty's Theatre in Londen. De populariteit van de ouverture als concertstuk blijkt uit het feit dat het werd gekozen als opener (na God Save the Queen) voor de allereerste Night of the Proms op 10 augustus 1895 in de Queen's Hall in Londen. In Rusland verscheen Rienzi op 3 november 1879 op de affiche. Nog tijdens Wagners leven kwam het ook in Zürich tot een eerste opvoering op 22 december 1880.
Opvoeringen in vertaling door de "Nederlandsche Opera" kwamen er in de Amsterdamse Stadsschouwburg in 1894 en 1899 onder de titel "Rienzi, de laatste der Tribunen". De voorstellingen van 1894 waren trouwens de eerste operaopvoeringen die in het nieuwe gebouw doorgingen.Cornelissen 2015 Bij het "Vlaamsch Lyrisch Toneel", later de Koninklijke Vlaamse Opera in Antwerpen, bleef Rienzi nog tot aan de Tweede Wereldoorlog tot het repertoire behoren. Dit kwam ook doordat de instelling niet mocht concurreren met het plaatselijke Franstalige operagezelschap dat het monopolie had op het Franse en Italiaanse repertoire. Het gezelschap moest het dus stellen met het minder omvangrijke Duitse, Tsjechische, of Russische repertoire in vertaling, of met stukken van eigen bodem. Er bestaat een opname van heldentenor Marcel Vercammen, na de oorlog verbonden aan de Vlaamse Opera, die het 'Gebet' van Rienzi zingt.
De Vlaamse Opera liet het werk nog in 1995 concertant opvoeren, net als het Théâtre du Châtelet in Parijs in 2002. Na de Tweede Wereldoorlog zijn ensceneringen tamelijk zeldzaam geworden. De meeste regisseurs plaatsen de handeling in een ander tijdvak. In een enscenering bij de English National Opera in Londen, geproduceerd door Nicholas Hytner in 1983, stond de held in de context van het 20e-eeuwse totalitarisme. Een productie door David Pountney in de Weense Staatsopera in 1999 plaatste het werk in de "nabije toekomst". Over deze productie schreef Pountney: "Wagner investeerde de muzikale realisatie van Rienzi met de ongegeneerde extravagantie en smakeloze overdrijving van een Las Vegas hotel ... alleen het zelfbewust opzettelijk en ongegeneerd gebruik van kitsch kon deze muzikale egomanie evenaren."
Andere moderne ensceneringen werden gebracht in het Theater Bremen in april/mei 2009 en in de Deutsche Oper Berlin en Oper Leipzig in april/mei 2010. In juli 2013, het tweehonderdste geboortejaar van Wagner, werden alle drie de vroege opera's van Wagner, waaronder Rienzi, voor het eerst uitgevoerd in Bayreuth. Dit gebeurde niet in het Festspielhaus maar in de Oberfrankenhalle. Bij deze uitvoering werden enkele delen ingekort, waaronder het ballet in de tweede akte. Ook het Théâtre du Capitole de Toulouse presenteerde in het seizoen 2012-13 een enscenering van de hand van Jorge Lavelli.
Er waren ook tal van concertante opvoeringen. In Boston werd het werk in september 2013 concertant uitgevoerd door Odyssey Opera als hun inaugurele voorstelling. Ook de Australische première was een concertuitvoering door de Melbourne Opera in december 2013, als onderdeel van de viering van de tweehonderdste verjaardag."Melbourne Opera's performs Rienzi, a lumpish curiosity piece not one of Wagner's best" door Michael Shmith, The Sydney Morning Herald, 10 december 2013