Tijdlijn 1878 De eerste film wordt gemaakt door Eadweard Muybridge en heet Sallie Gardner at a Gallop. 1889 Eastman Kodak is de eerste fabrikant die op commerciële basis celluloid gaat produceren.Kennis, kunstjes en kunnen: kermis, de wondere wereld van glans en glitter, door Johanna Jacobs, uitgegeven in 2002. 1893 Thomas Edison introduceert de Kinetoscoop, een kijkmachinemachine, waarmee men via een kijkgaatje naar een zeer korte film kon kijken. 1894 Thomas Edison kleurt de zwart-witfilm Anabelle's Dance met de hand in en maakt hiermee de eerste kleurenfilm. 1895 Eerste bioskopen: de gebroeders Skladanowsky en de gebroeders Lumière vertonen voor het eerst een film voor een betalend publiek 1902 Le voyage dans la lune, de eerste ruimtereisfilm, wordt uitgebracht. 1906 The Story of the Kelly Gang is de eerste avondvullende film; hij duurt 80 minuten. 1910 De eerste Hollywoodfilm wordt uitgebracht, In Old California van regisseur D. W. Griffith. 1913 Charlie Chaplin brengt zijn eerste films uit. 1914 W. W. Hodkinson richt Paramount Pictures op, de eerste succesvolle Amerikaanse distributeur. 1915 Technicolor wordt geïntroduceerd, het eerste echte systeem om kleurenfilms op te nemen. 1918 Warner Bros. wordt opgericht. 1919 United Artists wordt opgericht. In Duitsland wordt Emelka opgericht, de op een na succesvolste filmstudio van de jaren 20. 1926 Het Vitaphone-systeem wordt op de markt gebracht, waarmee geluid aan een film toegevoegd kan worden. 1928 De eerste tekenfilm met geluid wordt uitgebracht, Dinner Time. 1929 De eerste Academy Awards worden uitgereikt. 1939 Gone with the wind is (rekening houdend met inflatie) de meest succesvolle film ooit 1944 De eerste Golden Globe Awards worden uitgereikt. The Song of Bernadette is de grote winnaar. 1952 Cinerama wordt geïntroduceerd. 1954 Paramount Pictures introduceert het breedbeeldformaat Cinemascope. 1981 Het Gouden Kalf wordt voor het eerst uitgereikt aan de beste Nederlandse film. 1995 Toy Story is de eerste volledig computer-geanimeerde film. 2010 De stereoscopische sciencefictionfilm Avatar is (niet rekening houdend met inflatie) de meest succesvolle film ooit.

De film groeide uit van een kleinschalige nieuwe uitvinding aan het einde van de negentiende eeuw tot een van de belangrijkste vormen van communicatie en amusement, en werd in de 20ste eeuw een van de massamedia. Films hebben invloed op kunst, technologie en politiek.

Ontstaan thumb|210px|left|Fragment uit Roundhay Garden Scene

Voorlopers van de bioscoop Het medium film als kunstvorm kwam voort uit, en heeft invloeden ondergaan van, onder andere de literatuur, het theater en de fotografie. Het idee achter film, namelijk een realistische representatie van bewegende beelden, is al heel oud. Reeds in de prehistorie werd met schaduwspellen getracht dit te bewerkstelligen. En in de klassieke oudheid beschreef Plato in zijn allegorie van de grot een tafereel dat veel weg heeft van een "bioscoopbezoek".

De nieuwe technologie was erop gericht om bewegende beelden vast te leggen, om ze vervolgens op een scherm te kunnen projecteren. Aan het einde van de negentiende eeuw leidde dit tot het ontstaan van de filmzaal ('cinema'). Verschillende technische ontwikkelingen hebben hiertoe bijgedragen. In China werden al in de 2e eeuw apparaten gemaakt waarmee een illusie van beweging kon worden geproduceerd. Vervolgens nam de kennis omtrent de optica en het menselijk gezichtsvermogen toe: wetenschappers ontdekten dat het menselijk oog beelden die snel achter elkaar worden gezien waarneemt als één vloeiend en bewegend geheel. Op basis van deze kennis werd in de negentiende eeuw allerlei optisch speelgoed ontworpen, zoals de fenakistiscoop en de zoötroop. Met deze apparaten keek men door kijkgaatjes naar een draaiende schijf met afbeeldingen die telkens een beetje anders waren, waardoor een illusie van beweging werd gecreëerd.

Vervolgens is een tweede technische benodigdheid voor de filmtechnologie, die van de weergave op een scherm. Sinds het einde van de 18e eeuw werden er shows opgevoerd waarbij stilstaande beelden of silhouetten op een scherm werden geprojecteerd, met behulp van toverlantaarns en fantasmagorieën. Door deze vormen van amusement raakte het publiek ook langzaam gewend aan de door Plato beschreven kijkervaring in donkere ruimtes.

Een derde belangrijke technische ontwikkeling die tot de filmtechnologie heeft geleid komt uit de fotografie. Meer in het bijzonder de mogelijkheid om meerdere beelden achter elkaar te schieten; een film bestaat immers uit zo’n 16 tot 24 beelden (frames) per seconde, en soms is de beeldfrequentie nog hoger. Na de eerste geslaagde foto duurt het nog een halve eeuw, tot 1878, voordat de belichtingstijd is teruggedrongen van Niépces 8 uur tot een fractie van een seconde. Fotografisch materiaal wordt dan nog afgedrukt op glas, metaal, papier of afgeleiden daarvan.

De oppervlakte waarop de negatieven van de fotografische beelden werden geplaatst was voor foto's nog niet van enorm belang, maar voor film was het noodzakelijk dat dit materiaal flexibel genoeg zou zijn om snel door een camera te gaan. De introductie van celluloid-rollen in 1889 was in dit verband een belangrijke doorbraak, in de eerste plaats voor de fotografie, maar later ook voor film.

Een vijfde en laatste grote voorwaarde was namelijk dat de flexibele filmrol zeer snel door het filmapparaat moest kunnen draaien om daar meerdere beelden per seconden mee op te nemen. De filmrol moest voor ieder van deze frames kort stilstaan om het beeld op te nemen, om daarna weer snel door te draaien. Bij de projectie vond hetzelfde proces plaats. De eerste succesvolle ontwerpers van opnameapparatuur voor films konden gebruikmaken van andere uitvindingen uit het victoriaans tijdperk, zoals de naaimachine. De intermitterende werking van dit apparaat bracht de verschillende (gelijktijdige, Amerikaanse en Europese) uitvinders van de filmcamera op het idee om op dezelfde manier de inmiddels beschikbare flexibele filmstock snel van meerdere opnames per seconde te voorzien.

Uitvinding van filmcamera's Rond 1895 waren al deze technologische voorwaarden aanwezig, en werden deze onafhankelijk van elkaar door wetenschappers en uitvinders uit Europa en Noord-Amerika gecombineerd, om zo tot de eerste opname- en projectieapparatuur te komen. Deze pioniers waren voorafgegaan door verschillende personen die soortgelijke processen ontwikkelden, zonder echter de weergave van bewegend beeld als doel te hebben. Zo maakte Eadweard Muybridge in 1878 een serie van twaalf foto's die vlak achter elkaar werden gemaakt van een galopperend paard, genaamd Sallie Gardner. De fotoserie was bedoeld om de galop van paarden te onderzoeken, maar achter elkaar geprojecteerd vormen de foto's een 3 seconde durend filmpje, die Muybridge middels zijn Zoopraxiscope (misschien wel de eerste filmprojector) aan een publiek toonde. De Fransman Étienne-Jules Marey deed soortgelijke experimenten, gebruikte daarvoor een fotografische revolver en fotografeerde vogels. Hij gebruikte later een camera die door middel van een intermitterend mechanisme liefst 120 beelden per seconde op flexibel materiaal (papier) kon opnemen. Daarmee was hij de eerste die deze twee kernprincipes van filmopname combineerde, maar hij deed dat voor wetenschappelijke doeleinden. Marey's landgenoot Charles-Émile Reynaud ontwierp de praxinoscoop, die net als een zoötroop een soort ronddraaiende trommel was waarbinnen een strip met losse afbeeldingen zat, maar deze konden vlak achter elkaar worden geprojecteerd. Een andere Fransman, Louis Le Prince kwam dicht bij het ontwikkelen van film. Hij wist in 1888 Roundhay Garden SceneIMDb.com - Triviasectie Roundhay Garden Scene. Gearchiveerd op 8 mei 2023. te maken, maar wist het niet te projecteren door het ontbreken van flexibel celluloid.Bordwell, David, Kristin Thompson. Film History: An Introduction. New York: McGraw-Hill, 2003. 2nd edition. p.14-16thumb|left|De kinetoscoop van Edison.

William Kennedy Laurie Dickson, hoofd-techniek van Edison Laboratories, staat bekend als de uitvinder van de celluloidstrip die geschikt is voor het opslaan van beelden (de basis van een van de methodes om te fotograferen), en voor het opslaan van bewegende beelden. Eerst werd een blok celluloid in smalle plakjes gesneden. De beschadigingen die bij het snijden aan het materiaal ontstonden werden met verhitte platen verwijderd. Om de plakjes vervolgens geschikt te maken voor de opslag van beelden werd er een lichtgevoelige gelatine-emulsie op aangebracht. Op de Wereldtentoonstelling van 1893 in Chicago introduceerde Thomas Edison een nieuwe uitvinding aan het publiek, de Kinetoscoop, de eerste filmprojector. Dit was een kastje waarin een celluloidfilm van Dickson door een elektrische motor werd aangedreven. Door een gloeilamp die door een lens scheen kon de kijker door middel van een oculair naar de beelden op de film kijken. Dickson en Edison werkten samen, Dickson maakte de films, van onderwerpen als acrobatiek, zangers en boksen, en Edison verzorgde de techniek. In 1895 besloot Edison de kinetoscoopfilm Anabelle's Dance met de hand in te kleuren, waarmee het de eerste kleurenfilm was.

Kinetoscopen werden al snel succesvol geïntroduceerd in Europa. Edison deed echter nooit een poging zijn uitvinding te patenteren in Europa omdat het succes van Edisons kinetoscoop gedeeltelijk was te danken aan eerdere experimenten en uitvindingen in Europa. Dit gaf in Europa wel de gelegenheid tot de bouw van imitaties van Edisons uitvinding. Zo bouwden Robert W. Paul en Birt Acres een verbeterde versie van Edisons kinetoscoop.

Filmtechnologie vertoond miniatuur|links|Affiche (31 december 1895) voor vertoning in Parijs met de "Bioscop" van de Gebroeders Skladanowsky. Paul had het idee om films te vertonen aan meer dan één persoon. Dat was tot dan toe onmogelijk met Edisons uitvinding. Paul vond een filmprojector uit, en vertoonde daarmee zijn eerste film aan het publiek in 1896.IMDb: Robert W. Paul. Gearchiveerd op 1 juni 2023. In diezelfde tijd ontwierpen Auguste en Louis Lumière in Frankrijk de cinématographe, een draagbaar drie-in-een-apparaat: het bevatte een camera, een optische printer en een projector. Vader Antoine Lumière begon later in 1895 met experimenten om het publiek te laten betalen voor het kijken van films. De familie Lumière werd al snel een van de belangrijkste filmproducenten. Hun eerste echte productie was La Sortie de l'usine Lumière à Lyon. (Het verlaten van de Lumière-fabriek in Lyon). Op 22 maart 1895 werd deze film vertoond voor een publiek van ongeveer tien personen. Dat was later dan de vertoning van de eerste film door Woodville Latham en zijn bedrijf door middel van de eidoloscoop. Met dat apparaat werd in mei 1894 een filmvertoning gegeven aan zo'n twintig zakenmannen. De eidoloscoop liep echter ver achter bij cinématographe van de gebroeders Lumière.

Op 28 december 1895 vertoonden de broers hun films in het Salon indien du Grand Café aan de Boulevard des Capucines in Parijs. Dit wordt over het algemeen beschouwd als de eerste betaalde publieke vertoning van een film, maar in feite waren de gebroeders Skladanowsky hen op 1 november 1895 in Berlijn voor. Hun toestel was echter inferieur aan dat van de Lumières. Later maakten dezen de film L'Arroseur arrosé, vermoedelijk de eerste komediefilm ooit. Beide films werden gemaakt in 1895. In 1897 volgde in Barcelona Fructuós Gelabert i Badiella met de vertoning van Riña en un café, opgenomen met een zelfgebouwde camera en de eerste commerciële film uit Catalonië.«Fructuós Gelabert i Badiella» in Gran Enciclopèdia Catalana