thumb|Jodenbuurt in Amsterdam, 1889, Eduard Alexander Hilverdink. thumb|Verspreiding van de Joden over de gemeente Amsterdam per mei 1941 (gemaakt in opdracht van de bezetters) De Jodenbuurt, ook wel Joodse Buurt of Wijk in Amsterdam, was vanaf de late zestiende eeuw tot de periode van de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog, een buurt waar veel Joden woonden. De buurt strekte zich uit langs de Jodenbreestraat, Uilenburg, Vlooienburg, Waterlooplein, Marken, Rapenburg en Nieuwe Herengracht, later ook Nieuwmarkt, Sint Antoniesbreestraat, de Plantage, Weesperstraat en Weesperplein tot aan de Nieuwe Kerkstraat.

Geschiedenis Ontstaansperiode tijdens de Republiek In 1593 vestigden zich uit Portugal en Spanje afkomstige, Sefardische Joden in de omgeving van de Amsterdamse Breedestraat en Vloonburg. Enkele jaren eerder had men daar, aan de rand van de stad, vier stadseilanden aangeplempt. Op de nog drassige eilanden Uilenburg, Valkenburg en Rapenburg waren aanvankelijk scheepsbouwbedrijven gevestigd. Op VlooienburgOorspronkelijk Vloonburg, zie Balthasar Florisz. van Berckenrodes kaart van Amsterdam uit 1625 bouwde men woningen. Na de vierde stadsvergroting in 1663 verplaatste men de scheepsbouwactiviteiten in oostelijke richting en bouwde men ook woningen op Uilenburg, Valkenburg en Rapenburg.De sanering van de Amsterdamse Jodenbuurt 1900-1940. Masterscriptie Mandy Hakker, UvA Faculteit der Geesteswetenschappen 2015. In de loop van de zeventiende eeuw vestigden zich ook Asjkenazische Joden uit Centraal-, Oost-, en deels West-Europa in de wijk. In 1612 bestond de gemeenschap uit zo’n 500, in 1672 uit 2500 personen. In 1616 legaliseerde het stadsbestuur de aanwezigheid van Joden.

thumb|left|De Portugees-Israëlietische Synagoge gravure, Fouquet-Atlas (1760-1783).

In de protestantse Republiek was het niet toegestaan een andere religie in het openbaar te belijden. In de buurt van de Leprozen- en Houtgracht (nu het Waterlooplein) bouwde men drie, niet vanaf de straat herkenbare, Sefardische synagoges:. Gearchiveerd op 18 januari 2017. Bet Jacob tussen 1602 en 1610, Neve Sjalom tussen 1608 en 1612 en Bet Israël, 1618. Vanaf 1622 werken de synagoges samen. In 1639 voegde men de gemeentes samen tot de gemeente Talmud Tora. In hetzelfde jaar opende de eerste openbare synagoge haar deuren aan de voormalige Houtgracht. De in 1671 gebouwde Grote Sjoel vormt tegenwoordig samen met de Obbene Sjoel (1685), de Dritt Sjoel (1700/1778) en de Neie Sjoel (Nieuwe Synagoge) (1750/1752) het Joods Museum.http://www.jhm.nl/cultuur-en-geschiedenis/gebouwen. De ook aan het Jonas Daniël Meijerplein grenzende Portugees-Israëlitische Synagoge werd in 1675 geopend. Romeyn de Hooghe maakte diverse prenten ter gelegenheid. De Uilenburger Synagoge aan de Uilenburgerstraat werd in 1765 gebouwd voor de Hoogduitse gemeente.

Bedrijvigheid en sociale omstandigheden tijdens de Republiek en in de 19e eeuw thumb|De 'Deventer Houtmarkt' – nu J.D. Meijerplein – in 1861, Willem Hekking. thumb|De inmiddels gedempte Leprozengracht met de Mozes en Aäronkerk, J. Lamers 1895, naar Corn. Chr. Dommershuizen (1842-1928).

Bepalingen van de meeste gilden stonden Joden niet toe een ambacht uit te oefenen, al waren er enkele uitzonderingen. De meeste Joden waren actief in de handel en beroepen waarvoor geen gilde bestond. Tot de 18e eeuw ging het veel Sefardim voor de wind. De beter gesitueerden vestigden zich onder meer op de oostelijke grachten. De Nieuwe Herengracht en later ook delen van de Plantage waren geliefde locaties voor welgestelden. Maar het merendeel (in de 18e eeuw twee derde: ca. 20.000) van de Joodse inwoners van Amsterdam woonde onder erbarmelijke omstandigheden op, of in de omgeving van Vlooienburg, Valkenburg/Marken, Uilenburg en Rapenburg.

Joodse marktkooplieden stonden op het Waterlooplein, de Nieuwmarkt en op het Amstelveld. De markt in de Nieuwe Uilenburgerstraat werd vooral op zondagmorgen druk bezocht.

In de 17e eeuw was het bewerken van diamanten als een kleinschalige Sefardische huisnijverheid begonnen. In de 19e eeuw werd Amsterdam een internationaal centrum voor de diamant-handel en -industrie. In de buurt lagen meerdere diamantslijperijen. Aan de Zwanenburgerstraat 12 (de voormalige verlenging van de Staalstraat) lag de stoomslijperij van Coster. In de Verversstraat op 57 lag de slijperij van J.M. Beffie (J.W. Meyer1884). Slijperij Van Moppes (na 1884 uitgebreid door J.W. Meyer) lag aan de Plantage Middenlaan 14 en de diamantslijperij van R.C. Ziekenoppasser aan de Paardenstraat op 11-13. In 1879 bouwde men in de zuidoosthoek van Uilenburg, naar ontwerp van J.W. Meyer, de Diamantslijperij Boas. Dit was de grootste door stoom aangedreven diamantslijperij in Europa. Aan de Nieuwe Achtergracht stonden vier bedrijven; slijperij Benjamin A. Soep (G. van Arkel, 1906) lag op nummer17-23, op nummer 104-104a de slijperij Coëlho (J.W. en G.W. Meijer 1887) en op 134-138 de slijperij Van Weeren Frères (L. Vernooys 1888), voor Benoit en Jacques van Weerden en S.E. Slijper jr., met 163 slijpmolens. De Diamantslijperij-Maatschappij (1846/1870) op nummer 168 gold na 1893 als de oudste en grootste.

De in 1894 opgerichte Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond kwam voort uit een der eerste vakbonden. In 1900 verrees het monumentale vakbondsgebouw bekend als de Burcht van Berlage aan de voormalige Plantage Franschelaan. (In 1945 vernoemd naar de eerste voorzitter van de bond: de Henri Polaklaan.) Tegenover het vakbondsgebouw stond het PIZ ; het Portugees Israëlitisch Ziekenhuis.

Aan het Weesperplein tegenover de Diamantbeurs (1910 Gerrit van Arkel) bouwde men het verpleegtehuis De Joodse Invalide (1924 Harry Elte). De uitbreiding in de stijl van de nieuwe zakelijkheid aan de Nieuwe Achtergracht 100 (Jan Frederik Staal) werd in 1937 ingewijd. Het NIZ (Nederlands Israëlitisch Ziekenhuis) lag aan de Nieuwe Keizersgracht 104-114. Het CIZ (Centrale Israëlietische Ziekenverpleging), gebouwd in 1915, stond in de Jacob Obrechtstraat.

Ook gedurende de 19e en het begin van 20e eeuw heerste bittere armoede in de sloppen van het deel van de buurt – gelegen tussen het Centraal Station, de Kloveniersburgwal, Waterlooplein, Valkenburgerstraat en Prins Hendrikkade – dat men in de volksmond de Jodenhoek noemde. De levensomstandigheden in dit overbevolkte deel van de buurt waren schrijnend. Een initiatief van de, ter verbetering van de omstandigheden van Joodse Amsterdammers in 1869 opgerichte vereniging Handwerkers Vriendenkring resulteerde in 1895 in de oprichting van het eerste Amsterdamse ziekenfonds.

Ontwikkelingen 1900-1940 thumb|Judenstraße in Amsterdam Max Liebermann (1906). In 1901 kreeg de stad een dienst Bouw- en Woningtoezicht. Een jaar later maakte de Woningwet het mogelijk verwaarloosde panden onbewoonbaar te verklaren, te onteigenen en te slopen. In 1908 omvatte een gemeentelijk plan onder meer het dempen van de Marken- en Uilenburgergracht en het tot één straat samensmelten van de verkrotte Batavierstraat en de Uilenburgerstraat. De toenemende woningnood en verschillen van inzicht rond onteigeningen, onbewoonbaarverklaringen, en herhuisvesting vertraagden de verbeteringsplannen. Het zou tot in de jaren twintig duren voor de sanering, mede dankzij de inspanning van wethouder Monne de Miranda, kon worden voortgezet. Op de hoek van de brede Nieuwe Uilenburgerstraat verrees in 1920 een gemeentelijk badhuis In 1927 bouwde de gemeente in samenwerking met het Bouwfonds Handwerkers Vriendenkring naar een ontwerp van Jan Hendrik Mulder Jr. (1888-1960) op Uilenburg een blok van 72 woningen in de stijl van de late Amsterdamse School. Toen Valkenburg, de Joden Houttuinen, Rapenburg en de destijds beruchte Foeliestraten op de schop moesten stuitte men op een financieringsprobleem; de gemeente en het Rijk verschilden van mening over de vraag in welke mate de plannen verbetering van de verkeersinfrastructuur of verbetering van de volkshuisvesting beoogden. In 1940 waren de saneringsplannen ook daardoor maar voor een deel gerealiseerd.

Velen verkozen de nieuwe buurten als de naar stedenbouwkundige ideeën van Samuel Sarphati ontstane woonwijk De Pijp, de Watergraafsmeer en de in de eerste decennia van de 20e eeuw ontwikkelde Transvaalbuurt en de Rivierenbuurt. Een toenemend aantal leden van de Joodse middenklasse, assimilerende Joden en gemengd-gehuwden vestigden zich verspreid over de stad.Tammes, P. (2010) Jewish–Gentile intermarriage in pre-war Amsterdam, The History of the Family 15(3), 298-315, In en om de Weesperstraat en de ‘Afrikaansche buurt’ behoorde meer dan de helft van de bewoners tot het Nederlands- of Portugees-Israëlitisch Kerkgenootschap. In en om de Plantage, de Muiderschans en de Weesperzijde was dat zo’n 40% en in de Oosterparkbuurt en de Noorder en Zuider Amstellaan en omstreken ongeveer een derde. In een tiental andere wijken varieerden de percentages tussen de 5 en 30%.Tammes, P. (2011) Residential segregation of Jews in Amsterdam on the eve of the Shoah. Continuity and Change 26(2), 243-270, De gezinsomvang van Joodse huishoudens buiten de oude Jodenbuurt daalde gemiddeld sterker dan die in de oorspronkelijke Jodenbuurt.Tammes, P. & F. van Poppel (2012) The impact of assimilation on family structure of Jews in Amsterdam, 1880-1940. Journal of Family History 37(4), 395-416. In de oude buurt nam het aantal niet-joodse bewoners toe. In 1940 was ongeveer 50% joods.

Tweede Wereldoorlog Vanaf 1941 verplichtte de Duitse bezetter alle Nederlanders van veertien jaar en ouder een persoonsbewijs te bezitten. Ambtenaren en mensen werkzaam in het onderwijs moesten een ariërverklaring overleggen en ‘personen van geheel of gedeeltelijk joodschen bloede’ dienden zich te laten registreren. Als onderdeel van de lange reeks stap voor stap geïntroduceerde racistische verordeningen was het Joden sinds 1941 verboden zonder toestemming te reizen of te verhuizen. Sinds mei 1942 was het Joden verplicht op hun kleding een zespuntige gele ster met daarin het woord "jood" te dragen.

In februari 1941 greep de Duitse bezetter een knokpartij, waarin een NSB'er dodelijk verwond was geraakt, aan om de Jodenhoek (tussen het Centraal Station, de Kloveniersburgwal, Waterlooplein, Valkenburgerstraat en Prins Hendrikkade) enige tijd af te sluiten. Hier woonden meer dan 25.000 Joden.Nederland in de Tweede Wereldoorlog – De Februaristaking. Gearchiveerd op 16 juli 2023. Niet alleen kwamen er bordjes met het opschrift “Judenviertel / Joodsche Wijk”, ook werden versperringen aangebracht, bruggen opgehaald en wachtposten van de Nederlandse en Duitse politie geplaatst. In dezelfde maand vond in de buurt de eerste razzia plaats. De bevolking in Amsterdam en sommige andere plaatsen protesteerden hiertegen met de Februaristaking.

Hoewel de afsluiting van de Joodse Wijk tijdelijk was, bleven de bordjes staan en het beleid om de Joden te concentreren in een beperkt gebied ging door. Veel Joden die in andere plaatsen woonden, werden verplicht om naar Amsterdam te verhuizen, en dan in het bijzonder in de Jodenhoek. Dit was een tussenstap naar deportatie. Vele Joodse inwoners van Nederland en van de Jodenbuurt werden in de periode tussen augustus 1942 en september 1943 aangehouden tijdens razzia’s. De bewoners van dit deel van Amsterdam werden door de bezetter bijeengebracht in de Hollandse Schouwburg aan de Plantage Middenlaan en van daaruit gedeporteerd. Tienduizenden Joodse Amsterdammers werden in concentratie- en vernietigingskampen ter dood gebracht; bij benadering 75% van alle Amsterdamse Joden. Ongeveer de helft van hen kwam om in Auschwitz, een derde in Sobibor, de overige slachtoffers in kampen als Mauthausen en Bergen-Belsen.Tammes, P. Eur J Population (2017) 33: 293.

Na de deportaties stond de buurt grotendeels leeg. Tramlijn 8, die sinds 1905 het Centraal Station via de Nieuwmarkt, het Waterlooplein en het Weesperplein verbond met de Van Woustraat en later de Rivierenbuurt, werd in de zomer van 1942 opgeheven.