De geschiedenis van Jemen kan onderverdeeld worden in de periode voor de onafhankelijkheid en de periode na de onafhankelijkheid. thumb|250px|Kaart van Jemen Prehistorie De gelaagde grotsite van Al-Guza wordt gekenmerkt door een inventaris die typisch is voor Oldowan-sites. Ze is gedateerd op ten minste 730.000 BP. Gevonden Oldowan-werktuigen vertonen gelijkenissen met artefacten uit Oost-Afrika, wat een mogelijke migratie van H. erectus via de Bab el Mandeb suggereert.

Voor de komst van de islam De eerste geciviliseerde bewoners van Jemen waren de Qahtanieten. Zij leefden tussen 2.300 en 800 v.Chr. in het gebied dat nu Jemen is. Er is weinig over dit volk bekend, omdat zij het schrift niet kenden en omdat zij door de Grote Arabische Woestijn geïsoleerd leefden van de Semieten in Mesopotamië. Latere handel met stammen aan de Rode Zeekust bracht ze echter wel in contact met de Feniciërs en van hen werd in de 9e eeuw v.Chr. het schrift overgenomen, waarmee voor Jemen de geschreven geschiedenis begon.

Sabeeërs miniatuur|Jemen rond 230 n.Chr. In de tijd van de Sabeeërs, van de 8e eeuw v.Chr. tot 275 n.Chr., bloeiden de landbouw en de handel volop, waardoor het land grote welvaart kende. Diverse soorten hars, zoals olibanum en mirre, werden geëxporteerd naar India, Abessinië en het Middellandse Zeegebied. Ook had het land een geavanceerd irrigatiesysteem, waaronder de indrukwekkende Maribdam, die rond 700 v.Chr. werd gebouwd en zorgde voor de irrigatie van 100 km² land. Bij de Romeinen, die onder de indruk waren van de welvaart en vooruitgang, stond het land bekend als Arabia Felix, oftewel het gelukkige Arabië. Het Sabeïsche Koninkrijk lag in het zuidwesten van Jemen. De hoofdstad Marib lag in de buurt waar nu Sanaa ligt. Sommige historici denken dat het Sabeïsche Koninkrijk hetzelfde land was als het Koninkrijk Sheba dat in het Oude Testament en de Koran wordt genoemd.

Himyar Naast het Sabeïsche Koninkrijk waren in die periode diverse andere koninkrijken in Jemen: Hadramaut, Ausan, Qataban, Ma'in en Himyar. Himyar veroverde het gebied van de Sabeërs, Qataban en Hadramaut en verenigde hiermee een groot deel van het huidige Jemen. Aan het begin van de 6e eeuw kwam Himyar ten val toen het vanuit Eritrea werd veroverd door het Koninkrijk Aksum.

In 570 werd het veroverd door het Sassanidische Rijk, en tot 628 vormde het de provincie Sassanidisch Jemen.

Islamitische periode tot aan de komst van de Ottomanen Toen Badhan in 628 de Perzische gouverneur van Jemen werd en zich bekeerde tot de islam, werd dit de nieuwe godsdienst. Door de val van het rijk der Sassaniden werd Jemen een deel van het door de profeet Mohammed gestichte Islamitisch Kalifaat, dat geleid werd door de Rechtgeleide Kaliefen. In 661 werden zij opgevolgd door de Omajjaden en in 750 door de Abbasiden.

In 898 stichtte imam Al-Hadi il-al-Haqq Yahya bin Husayn de Zaydi-dynastie in Sa'dah die er - met onderbrekingen - tot 1962 aan de macht zou blijven.

In 1173 werd Jemen veroverd door de Ajjoebiden. Toen zij in 1229 weer vertrokken, kwamen de Rasoeliden aan de macht, die tot het eind van de 15e eeuw zouden heersen in Jemen.

Ottomaanse en Britse periode

Noord-Jemen In 1516 werd Jemen een onderdeel van het Egyptische sultanaat der Mammelukken, maar een jaar later moesten de Mammelukken zich alweer overgeven aan de Ottomaanse Turken en werd Jemen een onderdeel van het Ottomaanse Rijk. De Ottomanen werden op hun beurt echter weer uitgedaagd door de lokale zaiditische imam al-Mansur al-Qasim, waardoor van 1630 tot aan de 19e eeuw alleen de kustgebieden in handen bleven van de Ottomanen, terwijl het binnenland bestuurd werd door de zaiditische imams. Het Zaiditisch Imamaat viel in de 19e eeuw door interne verdeeldheid uiteen, waardoor de Ottomanen in de jaren 1830 het hele noorden van Jemen in handen konden krijgen.

Zuid-Jemen miniatuur|Vlag van de Kolonie Aden In de tijd dat de Ottomanen bezit namen van het noorden van Jemen kregen de Britten interesse in het zuiden van Jemen. In 1832 kwam de Britse Oost-Indische Compagnie in de havenstad Aden aan, die zij kon gebruiken om kolen te leveren aan de schepen die onderweg waren naar Brits-Indië. Om de piraterij in het gebied een halt toe te roepen, werd Aden in 1839 officieel door de Britten in bezit genomen. Door de opening van het Suezkanaal werd het strategische en economische belang van de haven steeds groter.

De rest van Zuid-Jemen was in die tijd verdeeld in allerlei sultanaten, emiraten en sjeikdommen. Aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw sloten de Britten met al deze staatjes verdragen en werd het Protectoraat Aden opgericht. Om administratieve redenen was dit protectoraat gesplitst in een westelijk en een oostelijk protectoraat. Het oostelijke protectoraat bestond uit het Quaïtisultanaat Shir en Mukalla, het Kathirisultanaat Seiyun en het Mahrasultanaat Qishn en Socotra. De andere staatjes maakten deel uit van het westelijke protectoraat. In 1904 spraken de Britten en Ottomanen een grens af tussen het Ottomaanse Rijk in Noord-Jemen en het Britse Protectoraat Aden, maar de grenzen in het binnenland werden niet goed vastgelegd doordat de Ottomanen in het noorden alleen de belangrijkste steden in handen hadden. Het overige deel van Noord-Jemen was weer in handen gekomen van de Zaidieten.

Het zuiden bleef nog in Britse handen. De stad Aden werd tot 1937 vanuit Brits-Indië bestuurd en werd toen een aparte Engelse kroonkolonie, de Kolonie Aden. In 1959 gingen zes staten van het Protectoraat Aden in de nog altijd onder Britse protectie staande Federatie van Zuid-Arabische Emiraten op. Dit waren de sultanaten Audhali, Fadhli en Neder-Yafa, de emiraten Beidhan en Dhala en het sjeikdom Opper-Aulaqi. Later traden nog negen andere staten toe tot deze federatie. In 1962 werd de federatie weer opgeheven toen de nieuwe Zuid-Arabische Federatie werd opgericht. In 1963 trad ook de Kolonie Aden tot deze federatie toe. De staten die niet toetraden tot de federatie vormden het Protectoraat Zuid-Arabië.

Inmiddels waren er diverse bevrijdingsbewegingen opgericht, onder andere het Nationaal Bevrijdingsfront van het Bezette Zuid-Jemen (FLOSY) en het marxistische Nationaal Bevrijdingsfront (NLF). De FLOSY verloor steeds meer bevrijd terrein aan het NLF. Op 27 november 1967 riep het NLF de onafhankelijke Volksrepubliek Zuid-Jemen uit en op 29 november 1967 trok het Verenigd Koninkrijk zich terug.

Onafhankelijkheid In 1918 werd Noord-Jemen onafhankelijk van het Ottomaanse Rijk. In 1967 verlieten de Britten het protectoraat Aden dat zij in het zuiden hadden, en dat later Zuid-Jemen werd. In 1990 werden Noord-Jemen en Zuid-Jemen verenigd in de Republiek Jemen.

Jemenitische staten Vlag Naam Hoofdstad Begin Einde MunteenheidOpmerking 40px|rand Democratische Republiek Jemen Aden 1994 1994 Zuid-Jemenitische dinar Niet-erkende staat hield enkele maanden stand. 40px|rand Democratische Volksrepubliek Jemen Aden 1967 1990 Zuid-Jemenitische dinar 40px|rand Jemenitische Arabische Republiek Sanaa 1962 1990 Noord-Jemenitische rial 40px|rand Mutawakkilitisch Koninkrijk Jemen Ta'izz 1918 1962 Noord-Jemenitische rial 40px|rand Republiek Jemen Sanaa 1990 Heden Jemenitische rial

Noord-Jemen miniatuur|De Noord-Jemenitische Burgeroorlog Na het beëindigen van de Eerste Wereldoorlog kregen de zaidische imams de macht over geheel Noord-Jemen en was er geen gebied in Jemen meer onderdeel van het Ottomaanse Rijk. De zaidische imams stichtten het Mutawakkilitisch Koninkrijk Jemen.

Noord-Jemen was sinds 1918 een onafhankelijk vorstendom onder de sjiitische imam, en vanaf 1926 tevens koning, Yahya ibn Muhammad. De imam regeerde met harde hand als een conservatief en feodaal vorst, maar introduceerde tevens de westerse techniek en wetenschap in zijn land. In de jaren twintig was er een kortstondig grensconflict met de Saoedische koning Abdoel Aziz al Saoed. In 1924 versloeg al Saoed de imam Yahya ibn Muhammad in een oorlog, waarna het grensconflict werd opgelost in het voordeel van de Saoedi's.

Jemen behoort tot de medeoprichters van de Arabische Liga in 1945. Anti-Joodse rellen in Aden in 1947 doodden 82 Joden en verwoestten honderden huizen. Dit leidde tot Operatie Magic Carpet (1949-1950), waarbij bijna 50.000 Joden naar Israël werden geëvacueerd.

Op 17 februari 1948 kwam koning Yahya om het leven tijdens een mislukte staatsgreep van opstandige officieren. Nadat de staatsgreep een dag later was onderdrukt, volgde de zoon van Yahya, Ahmad Saif al-Islam hem op. Ook deze imam/koning regeerde despotisch, maar moderniseerde zijn land verder.

In 1955 werd er opnieuw een mislukte staatsgreep uitgevoerd door ontevreden legerofficieren. De imam liet de leiders van de couppoging terechtstellen. De imam begreep dat, wilde hij de ontevredenheid van het leger, maar ook van de overwegend soennitische bevolking, wegnemen, hij verregaande hervormingen moest doorvoeren. In augustus 1955 installeerde de koning een kabinet, waarvan hijzelf premier werd. In 1956 werden diplomatieke betrekkingen aangeknoopt met de Sovjet-Unie en richtte de imam zijn aandacht op Egypte, waar president Nasser aan de macht was gekomen. In februari 1958 trad Noord-Jemen als derde land toe tot de Verenigde Arabische Republiek [Egypte-Syrië]. In maart 1962 raakte de imam bij een aanslag ernstig gewond en in september 1962 liet hij het leven.

Op 19 september 1962 werd Muhammad al-Badr de nieuwe imam/koning van Noord-Jemen, maar een week later pleegde de Club van Vrije Officieren een coup en verdreven de imam naar het berggebied. Generaal Abdullah as-Sallal, een lid van de Vrije Officieren, werd Voorzitter van de Revolutionaire Commandoraad en daarmee de facto president van de nieuw uitgeroepen Jemenitische Arabische Republiek. De republiek werd onmiddellijk erkend door de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie en Jemen verkreeg een zetel in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

Imam Muhammad al-Badr organiseerde echter met Saoedische hulp het verzet vanuit de bergen. De regeringstroepen van de republiek verkregen steun van Egypte. In 1965 sloten president Nasser van Egypte en koning Faisal van Saoedi-Arabië een overeenkomst en trokken beide landen zich uit Jemen terug. In 1965 vond er tevens een mislukt overleg plaats tussen royalistische en republikeinse afgevaardigden in Harad.

In 1968 trok Egypte zich uit Noord-Jemen terug, waarna de royalisten een grootscheeps offensief inzetten, dat echter door het regeringsleger werd gesmoord dankzij de hulp van de nieuwe republiek Zuid-Jemen (zie hieronder) en de Sovjet-Unie. In 1967 werd imam al-Badr afgezet en vervangen door de royalistische opperbevelhebber prins Muhammad al-Hussein, terwijl in het republikeinse kamp president al-Sallal werd vervangen door generaal Hasan al-Amri. Dankzij de bemiddeling van de Saoedische koning Faisal kwamen de republikeinen en monarchisten in maart 1970 tot een akkoord dat een einde maakte aan de burgeroorlog. De leden van het koningshuis konden naar Noord-Jemen terugkeren en enkele royalisten werden in het kabinet opgenomen. Na de verkiezingen van 1971 werd een Republikeinse Raad geïnstalleerd met als voorzitter Abd al-Rahman al-Iriani, die daarmee staatshoofd werd.

In 1971 ontstond er een conflict met het pro-communistische buurland, de Democratische Volksrepubliek (Zuid-)Jemen. Dit conflict leidde tot een korte grensoorlog in 1972. Noord-Jemen ontving steun van Saoedi-Arabië, terwijl Zuid-Jemen werd gesteund door de Sovjet-Unie. Op 28 november 1972 werd in Libië een vredesverdrag ondertekend en beide partijen beloofden te gaan zoeken naar mogelijkheden om beide landen samen te voegen tot één Jemen. Toch was er in 1973 weer sprake van schermutselingen in het grensgebied.