thumb|rechts|Een nog niet schoongemaakte behandelkamer voor spoedeisende hulp na de opvang van een patiënt. thumb|Een Amerikaans traumateam aan het werk op de spoedeisende hulp.Spoedeisende hulp is een gespecialiseerde afdeling van een ziekenhuis die erop gericht is ongeplande en dringende medische en verpleegkundige zorg te verlenen aan patiënten met acute aandoeningen of verwondingen. Daartoe beschikken deze afdelingen over eigen ruimtes in het ziekenhuis, eigen personeel en eigen materieel. Spoedeisende hulpafdelingen nemen een belangrijke plaats in in de gezondheidszorg van elk ontwikkeld land. Ze maken deel uit van een breder geheel van acute zorg waarin ook andere actoren dringende en minder dringende medische hulp bieden, waaronder georganiseerde wachtdiensten voor apotheken en huisartsen (al dan niet via een huisartsenpost), verloskundigen, ambulancediensten, meldkamers en gespecialiseerde hulpdiensten zoals MUG-diensten in België en MMT's in Nederland. Wel zijn er verschillen tussen landen en regio's in onder andere de manier waarop patiënten naar de spoedeisende hulp komen, de soorten patiënten dat er behandeld worden, het niveau van zorg dat er geboden kan worden en de samenwerking en integratie met andere diensten en zorgaanbieders.

De gebruikte terminologie voor spoedeisende hulpafdelingen hangt ook af van de regio. Zo spreekt men in Nederland van de spoedeisende hulp (vaak afgekort tot SEH), spoedpost of eerste hulp. In België gebruikt men de term spoed(gevallen)dienst, spoedafdeling, spoedopname of veelal gewoon kortweg de spoed. In de internationale wetenschappelijke literatuur, die vaak in het Engels is, gebruikt men meestal de term emergency department.

Geschiedenis Vroeger, voor er gespecialiseerde spoedeisende hulpafdelingen ingericht werden, werden patiënten met een dringend probleem opgevangen op een van de bestaande ziekenhuisafdelingen. Traumapatiënten (patiënten met ernstige verwondingen) werden meestal opgevangen in een vrije zaal op het operatiekwartier. Overdag was er permanentie door het personeel van het operatiekwartier, terwijl er 's nachts en tijdens het weekend vaak een verpleegkundige van wacht aanwezig was die indien nodig ander personeel kon oproepen. Patiënten met internistische problemen werden opgenomen op een van de gewone verpleegafdelingen naargelang hun aandoening. Patiënten met minder ernstige problemen werden gezien op een van de consultatieafdelingen. Sinds het ontstaan van intensievezorgafdelingen werden patiënten met ernstige internistische aandoeningen meestal rechtstreeks op die afdeling opgevangen.

Werkwijze thumb|200px|Veel patiënten worden per ambulance naar de spoedeisende hulpafdeling gebracht. Na binnenkomst van een of meerdere patiënten (met een ambulance, doorverwezen door de huisarts of op eigen houtje - de zogenaamde "zelfverwijzers") wordt meestal een triage uitgevoerd waarbij de aard van de verwonding of aandoening vastgesteld wordt en daarmee ook de prioriteit. Uiteraard zullen mensen met een ernstige aandoening eerder behandeld worden dan mensen met een minder spoedeisende aandoening. Het werk op de spoedeisende hulp is divers en omvat diagnostiek en soms behandeling op het terrein van onder meer de volgende disciplines: Traumatologie Kleine verwondingen zoals botbreuken of huidwonden Grote trauma's (doorgaans opgevangen in gespecialiseerde traumacentra in Nederland) Algemene chirurgie Diagnostiek van een acute buik (zoals een appendicitis) ... Cardiologie Diagnostiek en soms behandeling van hartritmestoornissen Diagnostiek van pijn-op-de-borstklachten, hartinfarcten of dreigende hartinfarcten Analyse van wegrakingen ... Interne geneeskunde Ontregelde diabetes Ernstige infectieziekten ... Neurologie en neurochirurgie Analyse van beroertes of wegrakingen Mede-opvang van trauma's met hersenletsels ... Kindergeneeskunde Ontregelde diabetes mellitus Ernstige infectieziekten ...

Ook urologische en dermatologische klachten worden buiten kantooruren soms opgevangen op de spoedeisende hulp.

Infrastructuur thumb|De in drie talen aangegeven spoedingang van de Kliniek Sint-Jan. thumb|De spoedingang van het UZ Leuven, met links de toegang voor voetgangers en rechts de inrit voor personenwagens en ambulances. thumb|In Engelstalige landen wordt de ingang van de spoedeisende hulp meestal aangeduid met (een variant op) het woord 'EMERGENCY'. thumb|Een shockroom in de Universitätsklinikum van Mannheim. Spoedeisende hulpafdelingen kunnen sterk in grootte verschillen, afhankelijk van onder andere hoeveel patiënten ze gewoonlijk behandelen en het profiel van het ziekenhuis. Wel beschikken vrijwel alle spoedeisende hulpafdelingen over een aantal basisruimtes en -voorzieningen die noodzakelijk zijn voor hun kerntaken. Basisvereisten qua infrastructuur kunnen ook in wet- of regelgeving vastgelegd zijn. In België bijvoorbeeld zijn de minimale vereisten voor een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" vastgelegd in het desbetreffende koninklijk besluit. Voor Vlaamse ziekenhuizen heeft het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid aanvullende normen voor de functies "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" opgenomen in zijn eisenkader. Hieronder staan een aantal basisruimtes en -voorzieningen die men in elke spoedeisende hulpafdeling kan terugvinden.

Ingang Spoedeisende hulpafdelingen beschikken normaalgezien over een eigen ingang van buitenaf. Deze ingang is vaak aangegeven met grote letters of borden (al dan niet lichtgevend), zodat patiënten deze snel kunnen vinden in geval van nood. Internationaal gezien wordt voor de bewegwijzering en aanduiding van de spoedeisende hulp vaak de kleur rood gebruikt, als zijnde een opvallende signaalkleur. Soms worden een aantal parkeerplaatsen voorzien nabij de ingang waar begeleiders die een patiënt komen brengen tijdelijk kunnen parkeren. Naast de ingang voor voetgangers hebben spoedeisende hulpafdelingen meestal ook een aparte toegangszone voor ambulances. Dit is ofwel een overdekte buitenzone ofwel een middel van poorten afsluitbare garage waar ambulances tijdelijk kunnen parkeren om hun patiënten uit te laden en op de spoedeisende hulp binnen te brengen. In België is het hebben van een aparte voetgangerstoegang en een afsluitbare ambulancegarage een wettelijke vereiste voor een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg".

Wachtzaal Vaak moeten patiënten met minder dringende aandoeningen even wachten voor ze geholpen kunnen worden. Daarvoor beschikken spoedeisende hulpafdelingen over een wachtzaal waar deze patiënten en hun begeleiders kunnen neerzitten. Eenmaal als het hun beurt is worden ze dan uit de wachtzaal gehaald en naar de behandelruimte gebracht. Soms kunnen patiënten op een ander moment in hun behandelingstraject gevraagd worden om even in de wachtzaal te gaan zitten, zoals wanneer ze even moeten wachten op een röntgenfoto bij een botbreuk. Zo kunnen de behandelruimtes al worden vrijgemaakt voor een volgende patiënt. Grotere spoedeisende hulpafdelingen kunnen over meerdere wachtzalen beschikken voor de verschillende patiëntengroepen, bijvoorbeeld een aparte wachtzaal voor kinderen of een wachtzaal voor patiënten met slechts mineure aandoeningen. Wanneer een spoedeisende hulpafdeling meerdere wachtzalen heeft, sluiten deze vaak aan bij de verschillende 'zorgzones' op de spoedeisende hulp (zie verder). In België is de aanwezigheid van een wachtzaal een wettelijke vereiste voor een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg".

Triageruimte Op de meeste spoedeisende hulpafdelingen vindt er bij elke patiënt een triage plaats kort na binnenkomst om snel de dringendheid van zijn aandoening te beoordelen. Hiervoor is veelal een aparte ruimte voorzien vlak bij het onthaal (de receptie) en de wachtzaal. Een triageruimte is meestal voorzien van apparatuur waarmee snel enkele vitale parameters gecontroleerd kunnen worden (zoals de zuurstofsaturatie, de bloeddruk en de lichaamstemperatuur) ten behoeve van het triageproces. Een afgescheiden triageruimte draagt ook bij tot de privacy van de patiënt, doordat deze zijn klachten niet hoeft uit te leggen aan het onthaal waar anderen ze kunnen horen. Bij een massale toestroom aan patiënten kunnen ook andere ruimtes van de spoedeisende hulp zoals de ambulancezone of een daartoe opgezette tent ingezet worden voor de grootschalige triage van patiënten. In België is het hebben van een ruimte die voor triage gebruikt kan worden bij massale toestroom van slachtoffers een wettelijke vereiste voor een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg".

Onderzoeks- en behandelruimtes Spoedeisende hulpafdelingen beschikken over onderzoeks- en behandelruimtes waar patiënten kunnen worden onderzocht en de nodige zorgen kunnen worden toegediend. Dit kan in de vorm van een grote zaal zijn, met meerdere bedden of ziekenhuisbrancards die door gordijnen gescheiden worden. Tegenwoordig beschikken spoedeisende hulpafdelingen echter voornamelijk over individuele behandelkamers omdat dit de privacy van de patiënten beter beschermt (in België spreekt men ook van 'boxen'). De organisatie van de behandelkamers verschilt van ziekenhuis tot ziekenhuis. Bij grotere spoedeisende hulpafdelingen zijn deze vaak georganiseerd in 'zorgzones' voor de verschillende patiëntengroepen, bijvoorbeeld in een zone voor patiënten met mineure problemen die waarschijnlijk snel weer naar huis kunnen (ook wel fast-track genoemd) en een zone voor patiënten die uitgebreider onderzoek nodig hebben en dus waarschijnlijk wat langer op de spoedeisende hulp zullen moeten blijven. Een andere mogelijke opdeling in zones is een zone voor wandelende patiënten die niet per se een bed nodig hebben en een zone voor liggende patiënten die er wat erger aan toe zijn. Ook kunnen er aparte behandelkamers of een aparte zone voor kinderen zijn, zodat deze niet in contact hoeven te komen met bijvoorbeeld zwaargewonden op de rest van de afdeling. Behandelkamers voor kinderen zijn vaak ook voorzien van knuffels of tekeningen om hen wat meer gerust te stellen.

Shockrooms Dit zijn behandelruimtes die uitgerust zijn voor de opvang van patiënten met ernstige of levensbedreigende aandoeningen of verwondingen. Afhankelijk van het ziekenhuis worden de shockrooms ook crashrooms, reanimatiekamers (eventueel afgekort tot rea), traumakamers of acute kamers genoemd. Een shockrooms heeft een scala aan geavanceerde apparatuur om patiënten te reanimeren en de vitale levensfuncties te bewaken en te ondersteunen, zoals beademingsapparatuur, een defibrillator, allerlei monitors en een elektrocardiogramtoestel. Ze kunnen ook uitgerust zijn met bijkomstige apparatuur, bijvoorbeeld een via een rail verschuifbaar röntgentoestel aan het plafond. Spoedeisende hulpafdelingen kunnen over meerdere shockrooms beschikken die elk voor één patiënt bedoeld zijn, of over een grote shockroom bedoeld voor meerdere patiënten. In België moet een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" beschikken over minstens twee bedden voor de opvang van kritieke patiënten (en dus een of meerdere shockrooms). Bij grotere spoedeisende hulpafdelingen en met name bij traumacentra kan er soms een onderscheid gemaakt worden tussen de traumakamers, die dienen voor de opvang van zwaargewonde patiënten, en de shockrooms, die dienen voor patiënten met ernstige niet-traumatische (internistische) problemen.

Observatieruimte