De MIM-14 Nike Hercules is een Amerikaanse luchtdoelraket voorzien van vaste brandstof. Dit type raket werd door de United States Army en de meeste NAVO-strijdkrachten gedurende de Koude Oorlog als standaardafweer gebruikt voor de luchtverdediging op grote en middelgrote hoogte. miniatuur|US Army Nikes De Nike kon ook in een grond-grondconfiguratie gronddoelen bestoken.

Er werden door de jaren heen door de US Army alleen in de Verenigde Staten al 145 operationele Nike Hercules-sites bezet. Ook in voormalig West-Duitsland, Noorwegen, Denemarken, Turkije, Frankrijk, Italië, Griekenland en Zuid-Korea ontstonden vele Nike-sites; deels onder supervisie van de US Army en in Europa onder supervisie van de NAVO.

De productie van deze raketten werd in 1964 gestopt; de geleidelijke uitfasering van de Nike in de Verenigde Staten begon in 1962 en eindigde in 1975. In Europa werd de laatste US Army Nike-site in 1984 gedeactiveerd toen het nieuwe MIM-104 Patriot-systeem werd geïntroduceerd.

De Nike Hercules was vergelijkbaar met de Russische SA-2 Guideline-raket voor de middellange afstand. Dit type raket werd in de Vietnamoorlog veelvuldig en met succes tegen Amerikaanse vliegtuigen ingezet.

In totaal werden meer dan 25.000 Nike Hercules-raketten in allerlei versies afgeleverd; de meeste waren van het type MIM-14B. miniatuur|Nike Hercules op dolly in het Site Gunfire Brasschaat-Museum miniatuur|Een Nike-site van de Koninklijke Luchtmacht in Handorf (West-Duitsland)

Technische specificaties Raket: Nike Hercules Lengte: 12,53 m totaal en 8,18 m voor de tweede trap Diameter: 0,80 m voor de booster en 0,53 m voor de tweede trap Vin-spanwijdte: 3,50 m voor de booster en 1,88 m voor de tweede trap Massa: 4850 kg totaal en 2505 kg voor de tweede trap V-Max: mach 3,65 (ca. 4.470 km/h) Bereik: meer dan 140 km Plafond: 45.700 m Boostertrap: cluster van raketten op vaste brandstof Hercules M42 (4x M5E1 Nike-boosters) 978 kN totaal Tweede trap: raket op vaste brandstof Thiokol M30, 44,4 kN Conventionele lading: T-45 High Explosive-springkop van 500 kg met ca. 270 kg HBX-6 M17-fragmentatiedeeltjes Atoomlading: W31-atoombom van 2 kt TNT-equivalent (M-97), 20 kt (M-22) of 40 kt (M-23)

Werking miniatuur|Lanceren Nike Hercules tijdens jaarlijkse oefening bij NAMFI op Kreta van 220 Squadron van de KLu (1970 of 1971) Door het ontbranden van de booster na het afvuursignaal ging de raket bijna verticaal omhoog. Na het uitbranden (ongeveer 3 seconden) werd door het afvallen van de booster de hoofdmotor in de eigenlijke raket ontstoken. Afhankelijk van de richting, hoogte en afstand tot het doel draaide en neigde de raket naar een vlucht in de richting van het berekende onderscheppingspunt van de raket met het doel. Na het uitbranden van de hoofdmotor (ongeveer 30 seconden) was de raket in feite een zweefvliegtuig. Juist voor aankomst op het onderscheppingspunt werd de explosieve lading van de raket tot ontploffing gebracht om het doel uit te schakelen.

De Nike Herculesraket was een geleide raket. Voor de besturing ontving de raket stuurinformatie vanaf het grondstation (Integrated Fire Control, IFC). De door de raket ontvangen stuursignalen werden doorgegeven aan de stuurvlakken (vinnen) waarmee de raket bestuurd werd. Ook werd vanaf het grondstation het signaal naar de raket gestuurd om de explosieve lading tot ontploffing te brengen.

De IFC beschikte over een rondzoekradar (Low Power Acquisition Radar, LOPAR) waarmee vliegtuigen konden worden gedetecteerd. Na detectie van een vijandelijk vliegtuig werd met een doelvolgradar (Target Tracking Radar, TTR) de plaats en beweging van het vliegtuig zeer nauwkeurig gevolgd. Een analoge computer (later digitale computer) berekende aan de hand van deze informatie naar welk punt in de lucht de raket gestuurd moest worden om het doel te raken (onderscheppingspunt of intercept point). De afdelingsofficier (Battery Control Officer, BCO) bepaalde wanneer de raket gelanceerd moest worden. Een raketvolgradar (Missile Tracking Radar, MTR) volgde de raket en de computer berekende doorlopend, ook als het doel bijvoorbeeld van richting veranderde, de richting waarheen de raket gestuurd moest worden. Ook berekende de computer wanneer de raket het doel zeer dicht genaderd was om het ontploffingssignaal (burst signal) te geven. De raketvolgradar verzond naast de stuursignalen ook het ontploffingssignaal.

In geval van vijandelijke stoorsignalen (jamming) beschikte de IFC over een aparte afstandsradar (Target Range Radar, TRR) om ondanks de storing nauwkeurig de afstand tot het doel te kunnen bepalen. Om vast te kunnen stellen of het vliegtuig vijandelijk was, werd beschikt over een Identification Friend or Foe (IFF)-installatie. Daarnaast beschikte een IFC ook onder andere over een digitale dataverbinding (Coder Decoder Group, CDG, AN/MSQ18, later Battery Terminal Equipment, BTE) met een commandocentrale op een hoger niveau voor het ontvangen van orders (voor Nederland was dit een Groeps Operatie Centrum, GOC). Omdat de LOPAR een beperkt bereik had, beschikte iedere Nike-groep over minstens één HIPAR (High Power Acquisition Radar) om het detectiebereik te vergroten.

Galerij

Bediening en personeel (Nederlandse situatie, omstreeks 1970) Voor de bediening van het Nike-systeem beschikte ieder squadron over drie operationele crews die, afhankelijk van de operationele status, in ploegendienst werkten.

IFC Battery Control-van (BC-van) Battery Control Officer (Eerste luitenant), algemene leiding IFC en LA, vuurleiding Acquisitie-operator (Sergeant), bediening rondzoekradar en IFF Computer-operator (Korporaal), bediening computer Switchboard-operator (Soldaat, Korporaal), bediening telefooncentrale Early Warning Plotting Board-operator (Soldaat, Korporaal), plotten van het luchtbeeld Radar Control-van (RC-van) Track Supervisor (Sergeant-majoor, Adjudant), leiding RC-van, bediening TRR MTR-operator (Sergeant), MTR TTR Range-operator (Korporaal, Sergeant), bediening TTR range TTR Azimuth-operator (Korporaal), bediening TTR Azimuth TTR Elevation-operator (Korporaal), bediening TTR Elevatie De operators waren verantwoordelijk voor de bediening en de juiste werking van de apparatuur. Voor het trainen van de operationele vaardigheid werden regelmatig, ook op onverwachte momenten, zogenaamde drills uitgevoerd. Voor controle van de juiste werking van de apparatuur werden op regelmatige tijden controles en kleine afstellingen door hen uitgevoerd. Naast de operationele crew waren ook een aantal (ca. zes) radar/computer-onderhoudsmonteurs (Sergeant, Sergeant-majoor) op de IFC tewerkgesteld (in de wandelgang 226 genoemd, naar aanleiding van hun opleidingscode).

LA Launching Control Trailer (LCT) Launching Control Officer (LCO, Sergeant-Majoor, Adjudant), leiding LA Launching Control Console-operator (LCCO, Sergeant), bediening Launching Control Console (LCC) Switchboard-operator Launching Sections (3 stuks) Section Chief (SC, Sergeant), leiding sectie, meewerkend launching crew Section Panel-operator (Soldaat, Korporaal), bediening Section Control Group, meewerkend launching crew 3 Launching crew medewerkers (Soldaat, Korporaal), gereedmaken en oprichten raketten 1 Launching crew medewerker (Soldaat crewmember nr. 4), dieselgenerator op de sectie Voor het onderhoud van de Nikeapparatuur op de LA en het assembleren of testen van raketten waren op de LA een aantal onderhoudsmonteurs tewerkgesteld (in de wandelgang 225 genoemd). In geval van de aanwezigheid van raketten met nucleaire lading was ook personeel tewerkgesteld op de LA. Zij hielden toezicht en voerden bewakingstaken uit.

Naast het bovengenoemde operationele/technische personeel werd ook beschikt over bewakingspersoneel (Soldaat, Sergeant), onderhoudspersoneel (Korporaal, Sergeant) voor onderhoud generatoren en dergelijke en onderhoudspersoneel (Sergeant) voor de verbindingen (straalzenders). Op het zogenaamde kampement was al het overige ondersteunend personeel tewerkgesteld (zoals administratie, medische dienst, brandweer, materieel transport, staf, materieelvoorziening, sport, huisvesting, enz.).

Paraatheid Een Nike Hercules-eenheid kende binnen de NAVO-verdedigingsgordel een aantal niveaus van paraatheid ('status' genoemd) welke doorlopend (24/7) tijdens de Koude Oorlog werd nagestreefd. Hoogste niveau. In oorlogstijd 'battle stations' en in vredestijd 'blazing skies' genoemd. Tijdens dit niveau bevond het personeel zich op hun bedieningsplaatsen en was al de apparatuur gecontroleerd en was men in staat om direct na detectie van een vijandelijk doel, een raket te lanceren. 15-minutenstatus. Het operationele personeel bevond zich in de directe omgeving van de apparatuur en kon na het uitvoeren van een aantal systeemcontroles naar het hogere paraatheidsniveau overschakelen. Doorlopend had één squadron van een geleide wapengroep deze status. 3-uursstatus. Het personeel diende binnen een korte tijd beschikbaar te zijn om naar het volgende paraatheidsniveau te kunnen overschakelen. Indien nodig werd aan de apparatuur klein onderhoud uitgevoerd of periodieke testen uitgevoerd. Doorlopend hadden twee squadrons van een groep deze status. 12-uursstatus. Personeel volgde cursussen of had verlof (met eventueel consignatiediensten). Ook werden grotere klachten aan het systeem verholpen. Doorlopend had één squadron van een groep deze status. Non-Ops. Indien het systeem door klachten of gepland groot onderhoud niet inzetbaar was, dan verloor het de operationele status.

In geval van klachten tijdens de hogere statusniveaus waarbij ingeschat werd dat de klacht niet snel gerepareerd kon worden, dan verloor een eenheid zijn originele status. Een andere eenheid diende deze status dan over te nemen.

Eenmaal per jaar ging een squadron met een crew naar een oefenterrein op Kreta in Griekenland (NATO Missile Firing Installation, NAMFI), waar een echte raket op een doel werd gelanceerd. Aanvankelijk was dit op de McGreggorrange in Texas. Dit was de zogenaamde Annual Service Practice (ASP).

Checks Om de juiste technische inzetbaarheid van de systemen te waarborgen, werden op regelmatige tijden systeemcontroles of checks uitgevoerd en zo nodig zaken afgeregeld. Bij de hoogste paraatheid werd om de zes uur een aantal checks uitgevoerd. Verder werden dagelijks, wekelijks, maandelijkse, (half)jaarlijks en tweejaarlijks bepaalde controles uitgevoerd en/of onderdelen schoongemaakt of verwisseld. De 6-uurs-, dagelijkse en wekelijkse controles werden door de operators uitgevoerd, waarbij zij ook afregelingen uitvoerden. De overige controles werden veelal uitgevoerd door de monteurs (226's).

Geschiedenis De Western Electric MIM-14 Nike Hercules was de enige nucleair bewapende grond-luchtraket. De ontwikkeling begon in 1952 met het doel een raket te ontwikkelen die beter presteerde dan de tot dan toe gebruikte voorganger, de MIM-3 Nike Ajax.

Nadat gebleken was dat de Nike Ajax niet met een atoomkop kon worden uitgerust, werd besloten dat de te ontwikkelen opvolger ook op dit punt diende te voldoen. De firma's Western Electric (voor de gehele raket) en Douglas Aircraft Company (voor het airframe) kregen ten slotte de order; dit resulteerde in de Nike B, die in december 1956 officieel werd omgedoopt in Nike Hercules.

Voor de Nike Hercules werden diverse onderdelen van zijn voorganger de Nike Ajax gebruikt; zo bestond de boostertrap van de raket uit vier Nike Ajax-boosters. Deze waren echter, in tegenstelling tot de Nike Ajax, voorzien van vaste brandstof in plaats van de gevaarlijke vloeibare hydrazine die in de Nike Ajax was gebruikt. Ook gebruikte de Nike Hercules dezelfde geleidingsmodule als die van de Ajax en waren de meeste grondcomponenten voor beide typen bruikbaar.