De zaak-Schallenberg heeft betrekking op de mogelijke moord op de Nederlandse Duitser Fritz Schallenberg in 1949. Op woensdagmorgen 14 september 1949 werd het stoffelijk overschot van de 44-jarige Schallenberg in Den Haag gevonden. Zijn lijk lag in een ondiep gedeelte van de vijver aan de Groot Hertoginnelaan. Op dat moment begon de zaak-Schallenberg.

Het slachtoffer Friedrich Schallenberg (Keulen, 30 juni 1905 - Den Haag, 14 september 1949) was een Duitse tennisleraar en winkelier in sportartikelen. Hij raakte betrokken bij een operatie van de Haagse politie om zwart geld te achterhalen en in beslag te nemen. Hij werd bij die operatie in een ondiepe vijver vermoord, waarna de politie bleef volhouden dat het zelfmoord was.“Zelfmoord” zegt Haagse politie, recherche denkt anders, Het Vrije Volk, 30-9-1949.

Zijn vader was bloemist. Het gezin vestigde zich na zijn geboorte in Villeneuve-Saint-Georges bij Parijs. In 1914 kwam het gezin in Roosendaal en in 1919 in Den Haag wonen. In 1930 ging Schallenberg zelfstandig wonen.

Carrière voor de oorlog Schallenberg verkeerde door zijn uitgavenpatroon voortdurend in geldnood. Hij werkte als kantoorbediende, waarbij hij met de politie in contact kwam, omdat hij van diefstal werd beschuldigd. Hij werd echter nooit veroordeeld, omdat het bewijs niet rond kwam. Hij werd er ook van beschuldigd iemand opgelicht te hebben. Daarbij beweerde hij eigenlijk Von Wirtz te heten, van Russische adel te zijn, naar Nederland gevlucht te zijn en een grote erfenis te verwachten. Op die manier zou hij veel geld van de ouders van een vriend geleend te hebben gekregen. Bij andere gelegenheden gebruikte hij het alias Von Koelitz. Vervolgens werd hij gymnastiekleraar en oefenmeester van een tennisclub. Tegelijkertijd begon hij een winkel in sportartikelen. De zaken gingen niet goed en hij werd er meerdere keren van beschuldigd goederen, die in consignatie waren gegeven, verkocht te hebben zonder de eigenaren schadeloos te stellen. Hij ging in 1931 failliet en werd van faillissementsfraude beschuldigd.Failliet verklaard, De Tijd, 30 december 1931. In 1935 begon hij opnieuw een winkel in sportartikelen, die al spoedig failliet ging.Faillissementen, De Gooi- en Eemlander, 13 december 1935. Hij startte opnieuw een winkel, waarbij zijn zakenpartner op papier de eigenaar werd. Hij huwde in hetzelfde jaar buiten gemeenschap van goederen met Karolina Trautmann, kreeg een dochter en later een doof zoontje. Zijn voornoemde partner kwam spoedig daarop bij het echtpaar inwonen en bleef daar tot de dood van Schallenberg.

Tijdens de oorlog Alhoewel hij in de voorgaande jaren voortdurend op de rand van faillissement verkeerde, kon Schallenberg in 1941 twee huizen in Apeldoorn kopen; ze werden op naam van zijn vrouw gezet. De bronnen van zijn nieuwe vermogen zijn onbekend. In 1943 kocht hij nog een pand in Gorssel, maar dat moest hij na de oorlog in kader van het Rechtsherstel aan de oorspronkelijke eigenaren teruggeven. Volgens een lid van zijn bridgeclub waren Schallenberg en zijn partner aan het begin van de oorlog erg pro-Duits, maar dat zou in 1943 veranderd zijn. Schallenberg was lid van de Duitse Hitler-partij NSDAP. In 1943 werd hij als Duitser verplicht om in dienst van de Wehrmacht te treden. Eerst diende hij in Den Haag. In januari 1944 was hij betrokken bij een operatie van enkele Sicherheitsdienst-mannen en drie leden van de Haagse politie aan het Oranjeplein in Den Haag. Een passant werd aangeroepen, die vluchtte, werd neergeschoten en overleed enige dagen later. In 1944 werd hij naar Utrecht overgeplaatst. Volgens naoorlogse krantenberichten zou hij daar het verzet geholpen hebben. Een van de beweringen was afkomstig van de collaborateur Nico Jongerius.Spionnagediensten tieren welig in het na-oorlogse Nederland, De Waarheid, 1 maart 1950. Hij liet een kennis van de collaborateur vrij. Hij had die moeten arresteren, omdat die aangegeven was te zijn ondergedoken om niet opnieuw in krijgsgevangenschap te gaan. Hij bleek geen militair te zijn geweest. Verder kneep hij op verzoek van zijn meerdere bij de Sicherheitsdienst Helmuth Pröbsting een oogje dicht om de collaborateur Jongerius, die tevens zwarthandelaar was, zijn gang te laten gaan. Pröbsting kreeg een deel van de buit. Schallenberg werkte met de landwachter Fenno Meems samen om op boerenerven verborgen auto´s en motoren op te sporen en in beslag te nemen. Schallenberg liet zich soms met voedsel omkopen om zaken niet in beslag te nemen.

Pröbsting kreeg in 1944 opdracht om een Nederlandse tak van het Jagdverband Nord-West op te richten, dat een onderdeel was van de SS-Sondereinsatzabteilung 502. De activiteiten van het Jagdverband zouden na de oorlog plaats moeten vinden en zouden later operatie Wehrwolf worden genoemd. Schallenberg was in het kader daarvan als lid van de Abwehr (contraspionage) aanwezig bij besprekingen tussen Duitse, Britse en Nederlandse geheime diensten in Amsterdam.

Na de oorlog Na de oorlog zocht Schallenberg contact met de Utrechtse rijksrechercheur Van Wijk en werd informant voor hem. Hij vertelde hem van het bestaan van een geheime Duitse organisatie Wehrwolf. Op vermoedelijk valse verklaringen dat hij het verzet zou hebben geholpen, kreeg hij een zogenoemde non-enemy-verklaring. Hij werd ook informant voor Van der Spek van de Haagse Politie Inlichtingendienst. Hij deed zakelijke transacties met Van der Spek met goederen die wederzijds tijdens de oorlog oneerlijk verkregen leken te zijn. Schallenberg kreeg omstreeks 1948 ruzie met twee leden van de particuliere inlichtingendienst de Stichting Opleiding Arbeidskrachten Nederland (SOAN) over de verdeling van 50.000 gulden die verdiend waren met de smokkel van geld. Een van die leden werd gearresteerd in verband met de smokkel van geld door burgemeester Visser van Den Haag. Schallenberg bracht regelmatig grote sommen geld naar Utrecht en hij betaalde ook veel geld aan Van der Spek.

Effecten De Duitse zwarthandelaar Mucke van Nieuwaal had tijdens de oorlog een vermogen vergaard dat op meer dan twee miljoen gulden werd geschat.Op zoek naar Mucke’s vermogen, De Telegraaf, 4-10-1949. Het vermogen was belegd in effecten. Omdat hij inkoper voor de Wehrmacht was geweest werd hij tot ongewenst vreemdeling verklaard. Hij zou over de grens worden gezet, terwijl zijn vermogen in beslag zou worden genomen. Mucke had zijn vermogen in twee koffers opgeborgen en bij burgemeester Visser van Zeist, later van Den Haag, gestald. Vandaar moesten de effecten in veiligheid worden gebracht. Hoe dit gebeurde is onbekend, maar een van de koffers is zoek geraakt. Op een gegeven moment werd Schallenberg benaderd door de zwarthandelaar Jongerius die beweerde de aandelen in handen had, om de verkoop van de effecten te regelen. Schallenberg wilde het verkrijgen van het Nederlanderschap niet in gevaar brengen en stapte naar rechercheur Van Wijk. Er werd een transactie met de pauselijke internuntius voorgesteld. De overdracht zou op de internuntiatuur plaatsvinden; de bedoeling was dat de politie met toestemming van de internuntius zou ingrijpen.Schallenbergs laatste uur sloeg toen hij zijn slag wilde slaan, Het Vrije Volk, 3-10-1949. Maar op het afgesproken tijdstip kwam niemand opdagen. Een half uur later werd Schallenberg dood in een vijver gevonden. Hij was verdronken. De politie concludeerde dat het zelfmoord was, hoewel de vijver ondiep was.

Zijn dood Een week voor zijn dood was Schallenberg nog met een grote som geld naar Jongerius in Utrecht geweest. De laatste avond was Schallenberg thuis geweest. Hij verliet iets na middernacht zijn huis. Hij ging naar Gerrit Dumont die in het pand van de SOAN aan de Groot Hertoginnelaan in Den Haag woonde.Mysterie-Schallenberg na 20 jaar nog niet opgelost, Leeuwarder Courant, 17-9-1963.B. de Graaff en C. Wiebes, Gladio der vrije jongens. Een particuliere geheime dienst in de Koude Oorlogstijd, Amsterdam/Rotterdam, 1992, blz. 67-68. Over wat daarna gebeurde zijn er twee lezingen. De eerste is dat hij ’s-nachts door twee leden van de SOAN vermoord is. De andere is dat hij ’s morgens naar de internuntiatuur gegaan is en naar de SOAN terugkeerde toen er niemand kwam opdagen en vervolgens vermoord werd. Bij dat laatst past dat zijn kapper heeft verklaard hem die ochtend nog geschoren te hebben.Wist Schallenberg te veel?, Het Vrije Volk, 20-9-1949.

Vondst van het lijk Het lijk werd om kwart over elf door een politieman drijvende in het water gevonden. Hij had een opschrijfboekje op zak en had een oproep van het Bijzonder Gerechtshof in Utrecht op zak om de volgende dag te komen getuigen in een rechtszaak tegen Meems. Schallenberg zou onder geleide naar Utrecht worden gebracht, omdat hij op een eerdere zittingsdag niet verschenen was. Waar het lijk werd gevonden is, is niet nauwkeurig vastgelegd. Er werd snel geconstateerd dat het om zelfmoord ging. Het dagblad De Telegraaf kwam vijf dagen later met het bericht dat het niet om zelfmoord ging, maar dat het moord was.Raadselen rond de dood van een Duitser, De Telegraaf, 19 september 1949. Verder wist het via bronnen bij de politie te melden dat het lijk bij de bioscoop Metropole was gevonden. Het Vrije Volk kwam drie weken later met foto’s van die vindplek, maar verwees naar het Zwarte Paadje dat op een paar honderd meter afstand aan de andere kant van de vijver lag.Recherche schijnt te gaan geloven dat Schallenberg vermoord is, Het Vrije Volk, 5 oktober 1949. De vijver was bij Metropole aan de oever 30 cm diep en in het midden 130 cm. Bij het Zwarte Paadje was de vijver een tot anderhalve meter diep. Het ondiepe water riep bij de kranten veel wantrouwen over de verklaring ‘’zelfmoord’’ op, vooral omdat op kortere afstand van Schallenbergs woning dieper water beschikbaar was. De politie nam alsnog het lijk in beslag om lijkschouwing te doen. Er werd geconstateerd dat het om verdrinking ging. De politie verklaarde vervolgens dat het lijk bij het Zwarte Paadje gevonden was. De weduwe beweerde dat een notitieboekje, dat Schallenberg altijd bij zich droeg, weg was.

Onderzoek Het onderzoek werd opgedragen aan commissaris Hanken, die geassisteerd werd door Van der Spek van de Haagse Politie Inlichtingendienst. Hanken bleef bij de conclusie dat het zelfmoord was. Aan het eind van het onderzoek werd een verzamelproces-verbaal opgesteld uit de reeks eerder opgestelde processen-verbaal. De oorspronkelijke processen-verbaal zijn vernietigd. In het nieuwe proces-verbaal ontbreekt een verklaring over de plek waar het lijk werd gevonden. Wel was er een verklaring van een vrouw die vertelde dat ze voor negen uur die ochtend het lijk had zien drijven. Ze had er kleine steentjes van het pad naar geworpen om te kijken of het lijk zich zou omdraaien. Vervolgens ging ze naar huis zonder de politie of een ambulance te waarschuwen. Het nieuwe proces-verbaal werd door hoofdcommissaris Gerard Valken geheim verklaard en opgeborgen in een kluis van de Haagse Politie Inlichtingendienst.

Moordtheorieën Er rezen twijfels over de interpretatie 'zelfmoord' die de dood van Schallenberg kreeg van het ministerie van Justitie en de Haagse politie.Moord of zelfmoord?, Leeuwarder Courant, 29 september 2008. Omdat niet werd ingegaan op kritische vragen, legden de media allerlei verbanden met bijvoorbeeld de Velser Affaire, het Englandspiel, de affaire rond Mr. Visser (de Haagse burgemeester) en later de zaak-Menten in 1977. Er bleken verschillende officiële versies te zijn over de plaats en tijdstip waarop het lijk is gevonden. Daarnaast was er onduidelijkheid over een portefeuille en een opschrijfboekje van Schallenberg die nooit gevonden zouden zijn.

Het lijk werd vrij snel voor de begrafenis afgegeven en de zaak was voor de politie afgedaan. De procureur-generaal van Den Haag, Mr. J. Versteeg, beval echter alsnog tot sectie op het lichaam. De Leidse patholoog-anatoom Van Hulst uit Leiden concludeerde dat er geen sporen van moord waren.