Spanje, officieel het Koninkrijk Spanje (Spaans: Reino de España), is een land in het zuidwesten van Europa met inwoners (INE 2025), een oppervlakte van en met hoofdstad Madrid. Het land beslaat grofweg 80% van het Iberisch Schiereiland. Buiten dat horen ook de eilandengroep Balearen in de Middellandse Zee, de Canarische Eilanden in de Atlantische Oceaan en de Spaanse exclaves in Noord-Afrika bij het land.
In het noordoosten grenst Spanje aan Frankrijk en Andorra, over de gehele lengte van de Pyreneeën, in het westen aan Portugal, in het zuiden aan de Britse kolonie Gibraltar en via de exclaves Melilla en Ceuta aan Marokko. De hoofdstad van Spanje is Madrid, een stad met meer dan 3 miljoen inwoners gelegen in het midden van het land.
Het grondgebied van Iberiërs, Kelten, Feniciërs, Basken en andere volkeren werd omstreeks 200 door de Romeinen veroverd en Hispania gedoopt. Na de Val van het West-Romeinse Rijk en de Grote Volksverhuizing werd dit gebied door de Visigoten veroverd, alvorens de islamitische Moren het Visigotische Rijk in de 8e eeuw binnenvielen. Aan hun heerschappij, die zich over bijna heel Spanje uitstrekte, kwam pas met de voltooiing van de Reconquista in 1492 een einde. In haastig tempo en in navolging van Portugal ontstond vervolgens een uitgestrekt wereldrijk. Ondanks grote rijkdommen uit voornamelijk Latijns-Amerika zakte Spanje vanaf de 17e eeuw door vele Europese oorlogen verder en verder terug. De 19e eeuw werd gekenmerkt door binnenlandse conflicten die Spanje teisterden en na de Spaanse Burgeroorlog (1936–1939) werd het land onder Francisco Franco een fascistische dictatuur. Na Franco's dood in 1975 werden de constitutionele monarchie en de parlementaire democratie hersteld. Spanje werd lid van de NAVO in 1982 en is lid van de Europese Unie sinds 1986.
Spanje is een divers land met uiteenlopende culturen, talen, eetgewoonten en klimaten. Het land varieert van de vissersdorpen in Galicië tot het nachtleven van Madrid, van de toeristische kusten aan de Middellandse Zee tot het flamencodansen van Andalusië en van het traditionele stierenvechten tot het moderne Barcelona in Catalonië. Naast Spaans (Castiliaans) zijn Catalaans, Baskisch en Galicisch zogenaamde 'co-officiële' talen van het land. De euro is sinds 2002 de Spaanse munteenheid, als opvolger van de peseta.
Etymologie De naam Spanje (Spaans: España) is afgeleid van Hispania, dat door de Romeinen werd gebruikt voor het hele Iberisch Schiereiland. Taalkundig gezien stamt deze naam echter niet af van het Latijn en ook met andere Indo-Europese talen is geen duidelijk verband aan te wijzen. Er bestaan dan ook verschillende theorieën over de herkomst van het woord Hispania. Een van die theorieën is dat de naam uit het Grieks komt. De Grieken zouden de naam "Hesperia" aan het huidige Italië en Spanje hebben gegeven, omdat beide landen zich, gezien vanuit Griekenland, ten westen van een bepaalde ster (genaamd esperos) bevonden. Het woord Hesperia zou later zijn kunnen verbasterd tot Hispania. Volgens de meest geaccepteerde theorie is de naam afgeleid uit de taal van de Feniciërs, een volk dat ooit het huidige Spanje bewoonde. De Fenicische taal was nauw verwant aan het Hebreeuws en in die taal sprak men over Spanje als I-sphanim, dat letterlijk 'klipdassen' betekent. De klipdas was een veelvoorkomend dier in Libanon, het land van herkomst der Feniciërs. Toen de Feniciërs in Spanje geconfronteerd werden met een groot aantal konijnen, een voor hen onbekend dier maar dat uiterlijk wel een beetje op een klipdas lijkt, werden deze met dezelfde naam aangeduid. Daarom verwezen zij later naar Spanje als I-sphanim (vrij vertaald: 'het land van de klipdassen'), waarvan het Latijnse Hispania zou zijn afgeleid.
Geschiedenis
thumb|Spanje in de Romeinse tijd thumb|Het Iberisch Schiereiland omstreeks 750 onder Moorse heerschappij Al sinds het vroegpaleolithicum is Spanje bewoond zoals vondsten van restanten van neanderthalers bewijzen. De eerste beschaving waarvan gegevens bekend zijn is de in het huidige Andalusië gelegen legendarische stadstaat Tartessos, die in de Bijbel bekend is onder de naam Tarsis. De Feniciërs uit Libanon stichtten onder andere de stadstaat Gades (nu Cádiz) en werden later vervangen door de Carthagers. Vervolgens namen de Romeinen Spanje in en bleven bijna 600 jaar.
Vooraleer de Moren in het begin van de 8e eeuw het Iberisch Schiereiland bezetten, was Spanje in handen van de Visigoten die Spanje bezet hadden tijdens de Grote Volksverhuizing die het West-Romeinse Rijk fataal werd. Het bestuur door de Moren duurde bijna 7 eeuwen. Zij voerden de islam in en er ontwikkelde zich een Moors-Spaanse cultuur van hoog niveau. De herovering (Spaans: Reconquista) door christelijke (konink)rijken was een langdurig proces dat eindigde met de val van Granada in 1492. Deze datum wordt beschouwd als de eigenlijke vereniging van Spanje.
Spanje werd vanaf dan een wereldmacht onder de Habsburgers (1504-1700). Het Spaanse Rijk strekte zich over de hele wereld uit. Met de Vrede van Münster (1648) en de erkenning van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden verloor het definitief het noordelijke deel van de Habsburgse Nederlanden, tijdens de Vrede van Nijmegen (1678) verloor Spanje het vrijgraafschap Bourgondië aan het koninkrijk Frankrijk en in 1686, met de Vrede van Lissabon, scheidde het koninkrijk Portugal zich af.
De komst van het Franse vorstenhuis Bourbon (1700-1868) leidde tot de Spaanse Successieoorlog (1701-1713) om een personele unie tussen Frankrijk en Spanje te voorkomen. Deze resulteerde met de Vrede van Utrecht in een gecentraliseerde staat met aan het hoofd het huis Bourbon, het verlies van de Habsburgse Nederlanden (Zuidelijke Nederlanden), Hertogdom Milaan, Koninkrijk Napels en Sardinië aan de Oostenrijkse tak van het huis Habsburg en het verlies van het koninkrijk Sicilië aan het hertogdom Savoye. Spanje was tot de Nueva Planta decreten, een personele unie van de middeleeuwse koninkrijken Castillië en de Aragon. Na 1716 werden die voltooid en werd Spanje dus formeel één land.
Tijdens de napoleontische oorlogen, rond 1800, werd ook Spanje door Napoleon bezet. Tijdens deze periode kwamen in Amerika de Spaanse kolonie Nieuw-Spanje en het onderkoninkrijk Peru in opstand en verklaarden zich onafhankelijk van het moederland en de Spaanse kroon. Daarmee verloor Spanje in één klap het verreweg grootste deel van zijn koloniale rijk.
De Spaans-Amerikaanse Oorlog in de tweede helft van de 19e eeuw leidde in 1898 tot het verlies van het laatste restant van de Spaanse koloniën: op het westelijk halfrond Cuba en Puerto Rico en in Azië de Filipijnen (Spaans-Oost-Indië).
In 1931 werd Spanje een republiek (Spaanse Republiek), nadat koning Alfons XIII gedwongen werd af te treden. Voortdurende politieke instabiliteit leidde uiteindelijk tot de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Die begon als een nationalistische opstand tegen de wettige republikeinse regering, maar was, met alle buitenlandse bemoeienissen, feitelijk een conflict tussen het communisme en het fascisme. Generaal Franco, leider van de nationalisten, kreeg steun van nazi-Duitsland en Italië, terwijl de regering werd geholpen door de toenmalige Sovjet-Unie. De nationalisten overwonnen en generaal Franco bleef als dictator aan de macht tot zijn dood in 1975.
Na de dood van Franco werd de monarchie hersteld. Juan Carlos, de kleinzoon van Alfons XIII, werd de nieuwe koning. In 1978 kwam een democratische grondwet tot stand die de sterk gecentraliseerde staatsvorm onder Franco wijzigde in een gedecentraliseerde structuur met autonome regio's of gemeenschappen. Op 19 juni 2014 werd Juan Carlos opgevolgd door zijn zoon Felipe.
Geografie thumb|Pyreneeën in Aragón thumb|Las Médulas in León thumb|El Teide op Tenerife Landschapskenmerken Het landschap van Spanje bestaat voornamelijk uit plateaus, zoals de Spaanse Hoogvlakte, en bergketens zoals de Pyreneeën en de Sierra Nevada. De langste rivieren van het land zijn de Taag, de Ebro, de Duero, de Guadiana en de Guadalquivir. Spanje grenst in het oosten en zuiden aan de Middellandse Zee, in het noorden aan de Cantabrische Zee (het zuidelijk deel van de Golf van Biskaje) en in het westen aan de Atlantische Oceaan.
De vijf grote bergketens van Spanje zijn de Pyreneeën, de Betische cordillera met de Sierra Nevada, het Castiliaans Scheidingsgebergte, de Cantabrisch Gebergte en het Iberisch Randgebergte. De Pyreneeën, die in het westen uitlopen tot in Galicië, zijn ontstaan als gevolg van het botsen van het Iberische subcontinent tegen het Europese continent.
De hoogste bergtoppen van het Spaanse vasteland zijn de 3482 meter hoge Mulhacén in de Sierra Nevada, de 3404 meter hoge Pico de Aneto in de Pyreneeën en de 2648 meter hoge Picos de Europa in het westen. De hoogste berg van heel Spanje is de 3718 meter hoge Pico del Teide op het Canarische eiland Tenerife. Andere prominente bergen in Spanje zijn Bola del Mundo, Circo de la Safor, El Yelmo, Monte Hacho, Montserrat, Monte Perdido, Pica d'Estats, Pozo de las Nieves, Turbón en de Zuilen van Hercules. Geologie miniatuur|Lithotheek van Francesco Sabatini. Spanje is gekend voor zijn grote variëteit aan natuurlijke gesteenten: deze zijn gevormd door miljoenen jaren aan tektonische botsingen. Het landschap varieert van de uitgestrekte kalksteenplateaus (de Meseta) en de alpine Pyreneeën in het noorden, tot de vulkanische formaties in het zuidoosten en op de Canarische Eilanden.https://www.google.be/books/edition/Geology_of_the_Igneous_Rocks_of_the_Span/NZuRAoFfEDMC?hl=nl&gbpv=1&dq=spaanse+geologie&pg=SL7-PA38&printsec=frontcover Deze natuurlijke rijkdom is van belang voor de ontwikkeling van de spaanse architectuur, zo legde Francesco Sabatini in de 18e eeuw een lithoteek aan met verschillende stalen Spaanse marmer, Waaronder het Rode marmer van Sevilla en het rode marmer van Pamplona.
Klimaat De geografische ligging van Spanje zorgt ervoor dat het noordwesten (Galicië, Asturië, Cantabrië en Baskenland) onder invloed ligt van de zogenaamde straalstromen. Verder heeft Spanje een zeer onregelmatig landschap en is het na Zwitserland het meest bergachtige land van het Europese continent. Dit alles maakt dat men zeer verschillende klimaten (en microklimaten) kan onderscheiden. Grofweg kan het land worden verdeeld in de volgende klimaatzones: Noordoost, Middellandse Zeekust (Catalaanse kust, Balearen en de noordelijke helft van het Valenciaanse land): mediterraan klimaat. Warme en soms hete zomers en milde winters, ongeveer 600 millimeter neerslag per jaar in een klein aantal geconcentreerde dagen, zogenaamde Mediterrane buien. Zuidoost, Middellandse Zeekust (Alicante, Murcia en Almería): mediterraan klimaat. Hete zomers en milde winters. Erg droog, en bijna woestijnachtig, op sommige plekken slechts 150 millimeter neerslag per jaar, oftewel de droogste plek van Europa. Zuid, Middellandse Zeekust (Málaga en de kusten van Granada): subtropisch klimaat. Warme en soms hete zomers, extreem zachte en milde winters. Een gemiddelde jaartemperatuur van bijna 20 graden Celsius, ongekend hoog voor Europese begrippen. Vallei van Guadalquivir (Sevilla en Córdoba): lange zomers met extreme hitte en droogte, zachte winters, vrijwel zonder neerslag. Bijna een woestijnklimaat. Zuidwest, Atlantische kust (Cádiz en Huelva): warme, maar niet extreem hete zomers, zeer milde winters, relatief (voor dit deel van Europa) veel neerslag. Spaanse Hoogvlakte (Madrid, Castilië-La Mancha en Castilië en León): mediterraan klimaat met sterke invloeden van een landklimaat. Lange en hete zomers en koude winters, weinig neerslag. Vallei van de Ebro (Zaragoza en het binnenland van Catalonië): zeer hete zomers, koude winters, weinig neerslag. Bijna een landklimaat Noord, Atlantische kust (Galicië, Asturië, Cantabrië, Baskenland): zeeklimaat met milde zomers en milde winters, erg veel neerslag (1000-1200 millimeter per jaar)