thumb|350px|Titelblad van het pamflet Oproeping van het Bataafsche volk uit 1806 Maria Aletta Hulshoff, bijgenaamd Mietje (Amsterdam, 30 juli 1781 – aldaar, 10 februari 1846), was een Nederlands patriotte, feministe en pamflettiste. Zij keerde zich in pamfletten tegen Napoleon en Lodewijk Napoleon en werd daarvoor gevangengezet als politiek gevangene.Prof. dr. J.P. Presser noemt in zijn "Napoleon" (1946) de censuur en de politieke gevangenen van Napoleon.
Zij nam de democratische, patriottistische en antiorangistische standpunten van haar vader Allard Hulshoff over en hield er haar leven lang aan vast. Deze opvattingen waren in de doopsgezinde gemeente wijdverbreid en Hulshoff kon tijdens haar ballingschap in Engeland en de Verenigde Staten terugvallen op een hecht netwerk van verwanten en geloofsgenoten.
Hulshoff vergeleek zichzelf graag met Jeanne d'ArcA.J.C.M. Gabriëls: Maria Aletta Hulshoff (1781-1846), politiek activiste en publiciste, in het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, 2004, zie hier en trok zich, net als de jonge Française, noch van de rol die haar was opgedrongen, noch van de gevaren die haar stellingname met zich meebracht, iets aan. Tijdgenoten noemden haar echter "geëxalteerd", "dweepzuchtig" of "hysterisch", maar daarbij moet men bedenken dat een vrouw geacht werd steeds haar mond te houden over al wat tot het door mannen beheerste domein van wetenschap, zeden en politiek behoorde.
Biografie Jeugdjaren thumb|Portret van Allard Hulshoff, de vader van Maria Aletta Hulshoff was de dochter van de doopsgezinde predikant Allard Hulshoff (1734-1795) en Anna Debora van Oosterwijk (1745-1812). Uit haar jeugdjaren is ook een familieportret bekend, vervaardigd door Rienk Jelgerhuis, waarop Hulshoff als vijfjarige te zien is met haar ouders en broer Willem.Dit familieportret is beschreven in de collectie van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie en komt oorspronkelijk uit de collectie Allard Hulshoff, huis "Vest en Veld" (1786). De beschrijving van het portret luidt "man en vrouw zittend achter een tafel waarop serviesgoed; zoontje staande naast zijn ouders; zusje zittend in kinderstoel.", zie .Zie ook: I.H. van Eeghen, Meniste vrijage, p.57-58. 1969. Op de dag van haar 14e verjaardag overleed haar vader. Slechts tien weken eerder was haar broer reeds overleden.Ronald de Graaf, "Mietje Hulshoff, de dolende domineesdochter", zie hierDe Bie en Loosjes, Biographisch Woordenboek van Protestantsche Godgeleerden in Nederland, Deel IV Heyden-Klerk (1931), blz. 415
Eerste pamfletten Hulshoff zocht in mei 1804 schriftelijk contact met de vooraanstaande patriot Samuel Wiselius. Toen in diezelfde zomer een reeks pamfletten onder de titel "Verzameling van brieven, gewisseld tusschen Valerius Publicola te Amsterdam en Caius Manlius te Utrecht" verscheen, arresteerde de politie niet Wiselius, maar Hulshoff. In de Bataafse Republiek heerste geen persvrijheid of vrijheid van meningsuiting en pamfletten, boeken en kranten werden gecensureerd.
Dit pamflet was waarschijnlijk een door Wiselius geschreven verhandeling over de democratie. Het is mogelijk dat Hulshoff slechts haar naam heeft 'geleend' om Wiselius te beschermen. In mei 1804 schreef zij namelijk een brief aan Wiselius waarin zij voorstelde om de door hen beiden aangehangen radicaaldemocratische denkbeelden in een pamflet uiteen te zetten. Hulshoff schreef verder te hopen door dit pamflet onder haar naam uit te brengen dat zowel Wiselius als de drukker buiten schot zouden kunnen blijven.
Hulshoff werd in hechtenis genomen, maar omdat de autoriteiten begrepen dat de jonge vrouw niet de werkelijke auteur was en het bewijs tegen Wiselius niet toereikend was, werd de zaak geseponeerd.
Een tweede pamflet, Oproeping van het Bataafsche volk uit 1806, was wel van haar hand en daarin keert zij zich tegen de opgedrongen koning Lodewijk Napoleon van Holland. Zij schreef het pamflet toen haar ter ore was gekomen dat men in Parijs overwoog om een van de broers van Napoleon koning van Holland te maken. Zij noemt de patriot Johan Valckenaer als haar keuze voor de leiding van de Bataafse Republiek en deed in de inleiding een waarheid geworden voorspelling:
Het boekwerkje werd als "vuilaardig" door de politie opgekocht of zelfs in beslag genomen en de Hollandse autoriteiten wilden de schrijfster vervolgen. Op vijf na werden alle exemplaren van dit pamflet door de autoriteiten vernietigd. Hulshoffs familie ontvoerde haar daarom en bracht de tegenstribbelende scribente naar Bad Bentheim in Duitsland.
Strafproces Hulshoff ontsnapte daar aan de greep van haar familie en keerde terug naar Holland. Zij zocht de publiciteit die een proces met zich mee zou brengen en eiste in een brief aan de schepenen dat zij onmiddellijk zou worden gearresteerd. De strategie van de door haar moeder aangestelde strafpleiters Valckenaer en Willem Bilderdijk beviel haar niet. Hun verdediging was gebaseerd op ontoerekeningsvatbaarheid ten gevolge van een geestelijke stoornis. Hun letterlijke tekst was dat zij "zodanig een aandoenlijk en door aandoenlijkheid buiten de natuurlijke staat van geestbedaardheid geworpen juffer" was.De stukken van de rechtbank, geciteerd door Wiersma op p. 78 en 80. De achtergrond van dit verweer is de 19e-eeuwse opvatting dat een onbevredigde en opspelende baarmoeder, in het Grieks betekent "hustera" baarmoeder, vrouwen hysterisch maakt. Dit verweer zou de ongehuwde Hulshoff als politica ongeloofwaardig maken en zij ontsloeg de beide heren.
Tijdens het proces waarbij zij zichzelf wenste te verdedigen, kreeg Hulshoff een zenuwinzinking. Toen de rechters haar het woord gaven ter harer verdediging, kon zij dientengevolge geen woord uitbrengen. Zonder verweer werd zij daarop op 18 juli 1806 veroordeeld tot twee jaarDe Bie en Loosjes spreken van slechts één jaar verbeterhuis, p. 415, 1931. opsluiting op eigen kosten in het stadsverbeterhuis, oftewel spinhuis. De vrome domineesdochter doodde de tijd met het zingen van "schone godsdienstige en ook republikeinse gezangen"."Beschrijving van het geslacht Hulshoff", p. 157, 1942.
Buitenlandse periode Eenmaal weer in vrijheid gesteld, publiceerde zij een pamflet tegen de napoleontische dienstplicht, die zij als een "verfoeilijke hatelijke requisitie"In haar pamflet "Waarschouwing tegen de requisitie", april 1809 kenschetste. Deze aanval op de ruggengraat van de militaire dictatuur van de Bonapartes bracht haar op de lijst van regime-tegenstanders die moesten worden opgesloten in het Kasteel van Woerden, een van de gevangenissen voor politieke tegenstanders van het regime van Napoleon. Zij wist als man verkleed te ontsnappen voordat zij van Amsterdam naar Woerden kon worden overgebracht. Haar geestverwant Wiselius en de naaister van haar moeder – deze vrouw nam haar plaats in de gevangenis in – waren haar daarbij behulpzaam. Hulshoff vestigde zich daarop in Londen, waar zij door haar doopsgezinde relaties werd onderhouden.
De doopsgezinden, het kerkgenootschap waartoe Hulshoff en haar ouders behoorden, waren in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vanwege hun godsdienst niet benoembaar in functies in het lands- en stadsbestuur. Dat bleef zo tot de inval van de Fransen in 1795 en het uitroepen van de Bataafse Republiek. Tal van doopsgezinden die buiten het bestuur waren gehouden, hadden al voor 1795 gepleit voor staatkundige hervormingen. De stadhouder uit het Huis Oranje-Nassau had zich daartegen verzet. Doopsgezinden waren in de handel en bankwereld goed vertegenwoordigdDr. N. Japikse, "De Geschiedenis van het Huis Oranje-Nassau", s'-Gravenhage 1938, Deel II, Blz. 172. "bepaaldelijk te Amsterdam bleef groote ontevredenheid heerschen, ook in financiële kringen. De doopsgezinden waren in de handel en bankwereld goed vertegenwoordigd. en Hulshoff kon tijdens haar ballingschap in Engeland en de Verenigde Staten terugvallen op een hecht netwerk van verwanten en geloofsgenoten.
Van Hulshoff is buiten het familieportret uit haar jeugd geen ander portret bekend. Wel bestaat er een signalement uit het opsporingsbericht dat na haar ontsnapping werd verspreid:
Van 1811 tot 1820 woonde zij als vrijwillig banneling in New York in de Verenigde Staten, waar zij in maart 1817Het in het Frans gestelde voorwoord is gedateerd 2 maart 1817 in het Engels haar "Handboek voor pacifisten-republikeinen" onder de titel "Peace Republicans Manual" publiceerde. De ondertitel van dit werk is het aan Propertius ontleende Latijnse motto "In magnis volvisse satis", juister zou zijn geweest "sat est",Het Latijn van Mietje was niet onberispelijk. Zij had geen gymnasium bezocht. oftewel "Het volstaat grote doelen nagestreefd te hebben". De vooruitstrevende Hulshoff keerde pas in 1820 terug naar Nederland, waar zij zich van verdere politieke activiteiten onthield. In 1827 propageerde zij in haar laatste pamflet de vaccinatie tegen pokken. Daarvoor voerde zij hygiënische argumenten aan.
Mythe over een aanslag op Napoleon Berichten als dat zij een moordaanslag zou hebben willen plegen op keizer Napoleon, die in 1810 Den Helder en zijn paleizen in Amsterdam en Apeldoorn bezocht, lijken niet gestaafd te kunnen worden door betrouwbare bronnen. Johan Joor spreekt in dit kader van een mystificatie, waarbij de vermeende voorgenomen aanslag op Napoleon gebruikt wordt om de persoon van Hulshoff nog buitengewoner te maken.Johan Joor, "De adelaar en het lam", p. 489 In dit kader kan ook de titel van het boek van Geertje Wiersma beschouwd worden. Wiersma schept een verwachting met de titel "Mietje Hulshoff of De aanslag op Napoleon", zonder in haar boek enig bewijs voor een aanslag, gepland of mislukt, aan te dragen.
De mythe lijkt echter ook heden ten dage niet geheel ontkracht. Zo wordt Hulshoff in een scriptie die in het digitale archief van het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging bewaard wordt, zonder enige kritische noot voorgesteld als vrouw die een aanslag op keizer Napoleon beraamde.Astrid de Beer stelt Maria Hulshoff in haar doctoraalscriptie uit 2003 voor als een vrouw die een aanslag op keizer Napoleon beraamde. De digitaal beschikbare scriptie geeft geen specifieke bronvermelding voor deze bewering.Ook Willeke Los vermeldt in haar dissertatie Opvoeding tot mens en burger, Pedagogiek als Cultuurkritiek in Nederland in de 18e eeuw (Hilversum 2005) deze aanslag zonder commentaar. Op blz 218 staat over Mietje: "Later pleegde zij nog een (mislukte) aanslag op Napoleon Bonaparte zelf. Zij wist dit keer aan vervolging te ontkomen door de wijk te nemen naar Engeland." Bij deze opmerking wordt verwezen naar De Bie en Loosjes, Biographisch Woordenboek van Protestantsche Godgeleerden in Nederland, Deel IV (1931), blz. 415.
De bronnen laten wel zien dat de keizer tijdens zijn bezoek streng werd bewaakt.Elsevier maandschrift uit januari 1895 "De Franse keizer verbleef van 29 tot 31 oktober 1811 op Het Loo". Zie hier
Laatste levensjaren