Willy Corsari (pseudoniem van Wilhelmina Angela Douwes-Schmidt) (Sint-Pieters-Jette, Brussel, 26 december 1897 – Amstelveen, 11 mei 1998) was een Nederlandse cabaretière en schrijfster van romans, detectives, korte verhalen en toneelstukken. Ze was een van de productiefste en populairste Nederlandstalige auteurs van de twintigste eeuw. Haar (detective)romans bezorgden haar bijnamen als 'Nederlandse Vicki Baum' en 'Agatha Christie van Holland'.Van Boven 2010, p. 87

Biografie Jonge jaren Willy Corsari werd geboren als Wilhelmina Angela Schmidt in het dorp Sint-Pieters-Jette, nabij Brussel. Haar vader, voormalig diamantbewerker Cornelis Nicolaas Schmidt, had zich toegelegd op een carrière als amateurzanger en beeldhouwer onder het pseudoniem 'Corsari'. Haar moeder, Elisabeth Christina Benit, was pianiste. De jonge Willy kreeg als gevolg van kinds af aan zang- en pianoles, en betoonde zich al snel muzikaal begaafd. Van 1902 tot 1906 verbleef het gezin in Den Haag, waarna zij naar Nederlands-Indië vertrokken. Toen haar vader na twee jaar ernstig ziek werd, keerden ze terug naar Europa.Corsari 1972, p. 18 Van haar tiende tot haar twaalfde verbleef Corsari enige tijd in Berlijn.

Cabarettijd thumb|links|Het Cabaret Artistique van Jean Pisuisse, in het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen te Utrecht, 1917. Eerste rij, zittend links Willy Corsari thumb|Willy Corsari krijgt plaat in Bellevue, omringd door zangeressen, 31 oktober 1972. Foto door Rob C. Kroes Teruggekeerd van haar reizen, begon Corsari haar studie aan de Toneelschool van Amsterdam, waar zij les kreeg van o.a. Betty Holtrop-van Gelder en Jan Musch.Corsari 1972, p. 22 Tot grote spijt van haar vader bleek haar stem ongeschikt voor opera, maar toneeldocent Jan C. de Vos bracht Corsari in contact met zijn bovenbuurman, Jean-Louis Pisuisse. Corsari debuteerde bij diens cabaretgezelschap 'De Kattebel', waar zij artiesten als Fie Carelsen en Lola Cornero leerde kennen, en al snel naam maakte als zangeres van zelfgeschreven liedjes.Vermij 1993, p. 14 Na de moord op Pisuisse en Jenny Gilliams trad Corsari bij verschillende gezelschappen op, o.a. in Duitsland bij het cabaret van Rudolf Nelson, en maakte een solotournee door Nederlands-Indië. Ook speelde zij in de vroege jaren '20 enige tijd samen met Louis Davids in operettes als Phi-Phi en Die Scheidungsreise. Zodra zij kon leven van haar werk als auteur, stopte Corsari met optreden. In 1932 vierde zij voor korte tijd nog een comeback.Vermij 1993, p. 16 Haar toneelervaringen zou zij later optekenen in het boek Liedjes en herinneringen (1972).

Schrijverschap

Corsari was al vroeg begonnen met schrijven; zij was nog maar tien jaar oud toen een eerste verhaal van haar gepubliceerd werd in het Het Volk. Toen zij negenentwintig was schreef zij haar eerste roman.Vermij 1993, p. 18

Bekendheid bij het grote publiek verwierf Corsari vooral met haar detectiveromans. Al kort na haar debuut schreef zij De moord op No. 17 (1929), De onbekende medespeler (1931) en, samen met Jan Campert, Klokslag twaalf (1933). In Het mysterie van de Mondscheinsonate (1934), de detectiveroman waarmee zij de prijs voor 'beste en boeiendste feuilleton' van de Haagsche Post binnensleepte, Drie detective-romans, De Telegraaf, 24 juni 1934, introduceerde ze de sympathieke inspecteur Lund. Deze zou het hoofdpersonage worden in de meeste van haar detectives, tot en met haar laatste, Spelen met de dood (1983). Mondscheinsonate was een groot succes en werd in 1935 verfilmd (Het mysterie van de Mondscheinsonate) door Kurt Gerron, met Louis de Bree in de rol van Lund. Vooral wegens haar Lund-romans kreeg Corsari de bijnaam ‘Hollandse Agatha Christie’.

In de jaren dertig en veertig kon Corsari - als een van slechts weinig Nederlandse schrijvers - leven van haar pen. Haar populariteit bereikte een hoogtepunt in 1958, toen uitgeverij de Arbeiderspers de Willy Corsari Omnibus uitbracht. Met een verkoop van meer dan tweehonderdduizend in één jaar brak dit boek alle verkooprecords. De meeste herdrukken kregen De man zonder uniform (1933), Schip zonder haven (1938) en Die van ons (1945). Die van ons verscheen na de oorlog bij de in 1944 opgerichte uitgeverij De Bezige Bij en de winst die dit boek opleverde vormde de basis waarop de nieuwe uitgeverij zich kon ontwikkelen.Erica van Boven, De bestsellermachine (2025), p. 119. Corsari vertaalde ook werk van anderen, zoals van Louis Bromfield en Albert Camus. Haar eigen werk werd vertaald in het Afrikaans, Deens, Duits, Engels, Frans, Fries, Hebreeuws, Hongaars, Noors, Spaans, Tsjechisch en Zweeds.

Begin jaren tachtig kwam er wegens ouderdomskwalen een einde aan haar loopbaan.

Privéleven Corsari trouwde op 1 mei 1919 met Antoni Ewoud Sichterman, met wie zij een zoon kreeg. Toen Sichterman na hun scheiding hertrouwde en dreigde hun kind mee naar Nederlands-Indië te nemen, trouwde Corsari met bevriend journalist Hendrik Willem Cornelis Douwens, om de voogdij niet te verliezen.Vermij 1993, p. 37-38 Toen Douwens in 1931 overleed trouwde ze niet meer. Wel had ze verhoudingen met onder meer Jan CampertRenders 2004, p. 163 en Godfried Bomans. In 1952 trad ze toe tot de katholieke kerk.Luykz 2007, p. 109

Thematiek thumb|links| Willy Corsari als Oosterse prinses op het 'Münchener Fashing Ball' in 1923 Artiestenbestaan Veel van Corsari's - vooral vooroorlogse - romans zijn gesitueerd in het cabaret-, film- en kunstenaarsmilieu; Nummers (1932) speelt zich af in de cabaretwereld van Berlijn en München, Jij en ik (1928) en Alleen maar Peter (1935) in de toneelwereld en De onbekende medespeler (1931) in een Berlijnse filmstudio. Ook in Het mysterie van de Mondscheinsonate (1934) speelt het artiestenleven een kleine maar belangrijke rol.

Psychologie Een analyse van de drijfveren van haar personages staat in Corsari's detectives, maar ook in haar literaire romans - bijvoorbeeld Gestalten in een spiegel (1930), De schorpioen (1948), Geliefde dwaas (1949) en Door een noodlottig ongeval (1963) - centraal. Door middel van associatieketens, angsten en complexen schetst zij de werking van het onderbewuste. Er zijn meer overeenkomsten tussen de twee genres: in haar romans zitten vaak een duidelijke spanningsopbouw en te onthullen geheimen, terwijl haar detectives deels algemenere, literaire thema's en motieven bevatten.

Zwartwitschema's van goed en slecht vermijdt Corsari in haar analyses. Zij legt het vertelperspectief bij wisselende personages, zodat de lezer hen op verschillende manieren belicht ziet. Personages die 'goed' willen leven slagen hier doorgaans niet in, terwijl egocentrische of gewetenloze personages iets sympathieks meekrijgen.Vogel 1999, p. 4

Maatschappelijke thema's Corsari's romans getuigen vaak van een negatieve visie op maatschappelijke normen en de mogelijkheid tot geluk, waarmee zij aansluit bij de desillusie die werd uitgedragen door schrijvende tijdgenoten als Anna Blaman en Willem Frederik Hermans. Ook in haar latere roman De bittere wijn (1966), die zich afspeelt ten tijde van de apartheid in Zuid-Afrika, speelt de onbereikbaarheid van geluk een rol.

In de nadagen van de eerste feministische golf wees Corsari het langzaam maar zeker groeiende conservatisme af. Zij hield vast aan haar kritiek op de conventionele seksuele moraal en het huwelijk, met romans als Nummers en Alleen maar Peter, waarin zelfstandige vrouwen optreden in een wereld van zaken, cabaret en film, en Terugkeer tot Thera (1934), een van haar meest expliciete pleidooien voor de behoeften van de vrouw.Vogel 1999, p. 6 Als een van de enige Nederlandstalige auteurs in die tijd thematiseerde Corsari al tijdens het interbellum het thema van homoseksualiteit in meerdere romans.Vogel 1999, p.7

Haar meest herdrukte roman De man zonder uniform (1933) draait om de euthanasieproblematiek, en was nadrukkelijk geïnspireerd op het ziekbed en de dood van haar tweede echtgenoot. Lund-detective Oude mensen hebben geheimen behandelt thema's als eenzaamheid en ouderdom. Ook schreef Corsari twee succesvolle romans over respectievelijk de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, Schip zonder haven (1938) en Die van ons (1945).

Stijl De literatuurkritiek van voor de Tweede Wereldoorlog interpreteerde Corsari vrij serieus en prees haar werken vooral om de knappe compositie. In de jaren vijftig werd zij echter veelal afgedaan als 'verteller'. Lange tijd werd haar een theatrale, melodramatische stijl verweten. Hoewel deze karakterisering voor vroege romans als De zonden van Laurian Ostar (1931) verdedigbaar is, wordt in latere romans als Geliefde dwaas, Door een noodlottig ongeval, Oude mensen hebben geheimen (1968) en Isabelle (1971) veel soberder taalgebruik gehanteerd.Vogel 1999, p. 5 Haar boeken werden vanaf de jaren zestig weer aanzienlijk beter ontvangen - Oude mensen hebben geheimen werd door enkele recensenten zelfs vergeleken met Louis Couperus' Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan... - maar toch staat Corsari in literatuurgeschiedenissen nog altijd als 'verteller' te boek.Vogel 1999, p.7

Bibliografie Romans De misdaad zonder fouten. Roman van Willy Corsari en H.W. Cédée (Digitale versie) Chimaera (1927) (Digitale versie) Gestalten in den spiegel (1930) De zonden van Laurian Ostar (1931) (Digitale versie) Nummers. Roman uit het cabaret-leven (1932) e-book, 2013 De man zonder uniform (1933) (Digitale versie) Terugkeer tot Thera (1934) (Digitale versie) e-book, 2013 Circuskind (1934) Alleen maar Peter (1935) (Digitale versie) De weg naar Scutari (1936) (Digitale versie); later herdrukt als De jeugd van Florence Nightingale (Digitale versie) e-book, 2013 Voetstappen op de trap (1937) Met grote letter gedrukt, 1983 Schip zonder haven (1938) (Digitale versie) e-book, 2013 Die van ons (1945) (Digitale versie) e-book, 2016 De man die niet mocht terugkeren (1947) (Digitale versie) Schorpioen (1948) (Digitale versie) Geliefde Dwaas. Roman (1949) (Digitale versie) Deze ene voorstelling (1951) Illusies. Roman. Eerder verschenen o.d.t.: Chimavera (1953) Charles en Charlotte. Roman (1956) e-book, 1913 De man die er niet was (1959) e-book, 2013 Kinderen en minnaars (1961) Door een noodlottig ongeval. Bevat ook: De schorpioen (1963) Met grote letter gedrukt, 1993 De bittere wijn. Roman (1966) Oude mensen hebben geheimen (1968) e-book, met grote letter gedrukt, 2013 Isabelle (1971) Liedjes en herinneringen (1972)

Detectives De moord op no.17 (1929) De onbekende medespeler. Het mysterie van het filmatelier (1931) (Digitale versie) Klokslag Twaalf (1933); met Jan Campert Het Mysterie van de Mondscheinsonate (1934); Lund-serie, Winnaar Haagse Post Prijs, verfilmd in 1935. Met grote letter gedrukt, 1982. E-book, 2013 Binnen drie dagen. Detective-roman (1935) (Digitale versie) Lund-serie Voetstappen op de trap. Een nieuw avontuur van inspecteur Lund (1937) (Digitale versie) Een expres stopte. Een nieuw avontuur van inspecteur Lund (1938) (Digitale versie) Met grote letter gedrukt, 1977 Dooden dansen niet. Een nieuw avontuur van inspecteur Lund (1939) (Digitale versie) De weddenschap van Inspecteur Lund (1941) Moorden en marionetten. Een inspecteur Lund roman (1955) Oude mensen hebben geheimen (1968); Lund-serie Spelen met de dood (1983); Lund-serie. Met grote letter gedrukt, 1986 Een gast in uw huis (1940) (Digitale versie) Binnen drie dagen (1953) De man die er niet was (1959)

Verhalenbundels Post voor de Nimbus en andere verhalen (1957) De demon in de spiegel en andere verhalen (1960)

Toneel Klokslag 10 (1924) Een reuze idee (1928) Het gegeven (1932); eenakter Het diner (1932); eenakter Levenskunst (1932); eenakter Het kind (1932); eenakter In den schemer (1932) Krontjong (1933) Het mysterie van de vrouw die terugkeerde (1937) De winnende kaart (1937); eenakter Spooksels (1938)

Zang Liedjes van liefde (1928) (Digitale versie)

Jeugd Bobbed en shingled (1927) (Digitale versie) Kameleon (1927-1937) Jij en ik (1928) (Digitale versie)