Onderstaand volgt een lijst van zoetwatermollusken in Nederland, België en Luxemburg.

Deze lijst geeft een overzicht van alle soorten zoetwater-mollusken die uit Nederland, België en Luxemburg bekend zijn. Van elke soort wordt tevens een globaal overzicht van het fossiele voorkomen in afzettingen van pleistocene en holocene ouderdom gegeven.

Voor de landmollusken: zie Lijst van landmollusken in Nederland, België en Luxemburg. Voor de mariene soorten: zie Lijst van mariene mollusken in België en Nederland.

Legenda Verklaring van de kolommen Taxon. Soorten en ondersoorten, soms is alleen duidelijk tot welk genus een taxon behoort en wordt de soortnaam aangeduid als: sp. VP: Vroeg Pleistoceen. Dit is de periode die het Pretiglien tot en met het Bavelien omvat, dit komt ongeveer overeen met 2,588 - 0,85 Ma MP: Midden-Pleistoceen. Dit is de periode die het Cromerien tot en met het Saalien omvat, dit komt ongeveer overeen met 0,85 - 0,128 Ma LP: Laat Pleistoceen. Dit zijn het warme Eemien en het voornamelijk koude Weichselien, ongeveer van 0,128 - 0,0115 Ma. H: Holoceen. Dit is het interglaciaal waarin wij nu leven. Het begon 0,0115 Ma geleden. Huidige fauna. Deze bestrijkt de tijd waaruit waarnemingen van mollusken bekend zijn en in publicaties vastgelegd. I/G: ofwel (I) de soort is alleen uit interglacialen bekend (gematigd warm klimaat), ofwel (G) glaciale soort (koel tot koud klimaat). Er zijn ook soorten die zowel in koude als in warme perioden voorkwamen: dit is aangegeven met IG. Niet inheems. Hier zijn dit alle soorten die onder invloed van activiteiten van de mens, of door direct ingrijpen (bewust of onbewust) ooit in een of meer van de drie landen terecht zijn gekomen. Dit hoeven niet alleen soorten van andere continenten te zijn, er vallen ook soorten onder die bijvoorbeeld uit het Mediterrane gebied in Europa hier terecht zijn gekomen. Deze soorten ontberen aanwezigheid in afzettingen die ouder zijn dan de aankomst van de (huidige) mens in een of meer van de drie landen (zowel tijdens het Holoceen als tijdens voorafgaande interglacialen). Lokaal uitgestorven. In een of meer van de drie landen uitgestorven, elders voortlevend. Het gaat hier uitsluitend om fossiele voorkomens. Zie ook de kolom 'Lokaal verdwenen'. Volledig uitgestorven. Soorten die alleen als fossiel bekend zijn en thans dus nergens meer voorkomen. Aangeduid met †. Lokaal verdwenen. Dit zijn soorten die tijdens de periode waaruit (gepubliceerde) waarnemingen bestaan ergens in een of meer van de drie landen bleken te leven, maar later (meestal door het verdwijnen van hun leefomgeving) verdwenen zijn. Hoewel daarvoor vaak de term 'uitgestorven' wordt gebruikt, zijn deze soorten zeker niet uitgestorven want ze leven elders voort. Ook is de term plaatselijk uitgestorven wel in gebruik. Deze term is echter gereserveerd voor fossielen. Als blijkt dat een soort hier tijdens een of meer interglacialen aanwezig was om daarna hier niet meer terug te keren terwijl ze wel elders voortleven dan mogen we over 'plaatselijk uitgestorven' spreken. Een periode van waarneming van slechts 200 jaar of misschien zelfs nog minder, en een afwezigheid daarna van misschien 20 jaar is te weinig bewijs voor het plaatselijk uitgestorven zijn van een soort. Areaal. Per land is aangegeven of de soort in dat land voorkomt (het is dus niet een echte verspreidingskaart).

Gebruikte termen en afkortingen in de tabel In de eerste kolom (onder 'Taxon'): indet. = ondetermineerbaar tot op soortniveau sp. = duidelijk een 'goede' soort, maar onduidelijk welke, uiteindelijk wel determineerbaar bij toegenomen kennis sp. nov. = species novum. Het betreffende taxon behoort niet tot een bekende soort maar heeft nog geen naam gekregen en is slechts als 'sp. nov.' gepubliceerd.

Overige kolommen: B = België L = Luxemburg N = Nederland BLN = België + Luxemburg + Nederland, etc.

Lijst van zoetwatermollusken