Wolder ligt in het zuidwesten van de gemeente Maastricht aan de verbindingsweg tussen Tongeren en Maastricht, de Tongerseweg, juist voor de grens met Vroenhoven (gemeente Riemst) in België. De voormalige verbindingsweg tussen beide steden, de Romeinsebaan, ligt noordelijk van Wolder en doorkruist thans de wijk Daalhof. De huidige Tongerseweg is aangelegd tussen 1804 en 1813. Wolder ligt op een kleine hoogte, met in het zuidoosten de Louwberg en Cannerberg.
Prehistorie en Romeinse tijd Het plateau van Wolder kende al bewoners aan het einde van de eerste ijstijd, circa 250.000 jaar geleden. Sporen van kampplaatsen en vuurstenen heeft men aangetroffen, die erop wijzen dat er in die jaren hier mensen zijn geweest die leefden van de jacht. Hun voedsel bestond verder uit vruchten, noten en paddenstoelen. De kleding die ze droegen, bestond vermoedelijk uit dierenvellen. Ook werktuigen die gebruikt werden om dierenvellen mee schoon te maken zijn gevonden.
In het begin van de jaartelling werden door de Romeinen wegen aangelegd (heerbanen) voor het verplaatsen van de legioenen (troepen). Een van deze wegen is de Romeinsebaan die liep van Tongeren via Maastricht en Heerlen naar Keulen. Langs de Romeinsebaan werden later villa’s en landhuizen gebouwd, waarvan er in de buurt van Wolder een aantal is teruggevonden (zie bijv. Romeinse villa Maastricht-Louwberg). De naam Wolder, ook wel Wilre of Wijlre, is afgeleid van het Latijnse villare, wat villa of landgoed betekent.
Middeleeuwen De naam Vroenhof is gekomen toen Frankische machthebbers de door de Romeinen verlaten gebieden in bezit namen. Ze stichtten er hoven, waaruit ze in naam van de landheer het gebied bestuurden en recht spraken. Zo is het graafschap van de Vroenhof ontstaan. Executies werden in die tijd, omstreeks 1200, voltrokken op de Dousberg. In de nabijheid van de huidige hoeve 'Hazendans' stond een galg. Zo werd de benaming Goudenweg (Goldenweg) wel in verband gebracht met Galgenweg.
In 1204 werd Hertog Hendrik I van Brabant beleend, zoals dat in de stukken staat, met Maastricht en al zijn rechten en toebehoren binnen en buiten de stad. Deze omschrijving bevat drie kernen ten westen van de eerste stadsmuur: Montenaeken, Wolder en Lenculen. Het graafschap werd bestuurd vanuit een grote hoeve “de Hof van Lenculen” die was gelegen aan de huidige Tongersestraat. De schepenen van de Vroenhof bezochten eens per jaar in vol ornaat de dorpen en informeerden of er nog misdaden of overtredingen waren geweest. Door de stadsuitbreidingen tussen 1300 en 1550 was de Hof van Lenculen binnen de stadsmuren komen te liggen. De grenzen van de Vroenhof en de tweeherigheid van Maastricht liep dus nu binnen de stadsmuren.
De Vroenhof strekte zich uit vanaf het huidige Smeermaas in het noorden tot aan Kanne en de Jeker in het zuidwesten. Het was een dunbevolkt gebied dat zich centreerde in een drietal kernen, Heukelom, Montenaken (het huidige Vroenhoven) en Wolder. Wolder, waartoe ook de kleinere woonkernen Oud-Caberg en Biesland en enige belangrijke hoeven als Hazendans, Panhuis, Apostelhoeve en Nekum behoorden, was het voornaamste dorp in de Vroenhof. De landbouwgronden in de Vroenhof waren in handen van kerken of kloosters.
De kerk was altijd al het natuurlijke middelpunt van het dorp, en werd al genoemd voor 1200. De kerk was gewijd aan St Marcus, maar dit gebouw is door verval en gebrek aan onderhoud vervangen door een nieuw gebouw dat in 1896 in gebruik is genomen. De nieuwe kerk is 'over' de oude heen gebouwd, en gewijd aan St.Petrus en Paulus. De kerk ligt op het hoogste deel van het dorp. Eromheen ligt het kerkhof.
Oorlogen en veldslagen
Aangezien Wolder dicht bij Maastricht ligt, heeft het veel te lijden gehad van de vele belegeringen van die stad, vooral in de 16e en 17e eeuw. In het jaar 1632 werd Maastricht belegerd door prins Frederik Hendrik. Het hoofdkwartier van de prins was gelegerd op de Dousberg. Van hieruit had hij een directe verbinding met de op de Caberg gelegerde cavalerietroepen. De versterkingen die opgebouwd waren liepen van Sint Pieter langs de molen van Nekum naar Wolder en vanaf Caestert langs de Maasoever. De Maastrichtse bevolking wilde niet, zoals dat wel in 1576 en 1579 door de Spanjaarden was gebeurd, beroofd en uitgemoord worden. Ze dwongen de Spaanse bevelhebber om aan de Dousberg met prins Fredrik Hendrik te gaan onderhandelen. Op 23 augustus 1632 trokken de Spanjaarden de stad uit en hun plaats werd ingenomen door de Staatse troepen.
In 1673 werd de vesting Maastricht belegerd door de Fransen. Lodewijk XIV vestigde zijn hoofdkwartier in Wolder. Waar precies is ons nog altijd niet bekend, omdat de tekeningen uit die tijd een vertekend beeld geven. De Franse troepen schoten vanaf de Sint-Pietersberg op de stadsmuur. De Franse vestingdeskundige Vauban schijnt geweten te hebben dat daar, waar nu het Aldenhofpark is, een zwakke plek in de stadsmuur was. Er werd een grote bres geschoten in de muur en daardoor konden de Franse troepen de stad binnentrekken. Na de bezetting van Maastricht bleven er in Wolder troepen gelegerd. Op 7 november 1678 werden de stad en de omliggende gebieden weer met de Noordelijke Nederlanden herenigd.
Tijdens de Spaanse Successieoorlog (1701 tot 1714) waren in de omgeving van Maastricht veel militairen ingezet om de stad tegen een aanval van de Fransen te beschermen. De militairen hadden in 1703 in Wolder een schuur als theater ingericht. In deze schuur brachten Engelse gezelschappen opera en theatervoorstellingen. Telkens als er weer een belegering op komst was, begon de bevolking van Wolder haar kostbaarheden zoals goud, zilver en linnengoed naar een veiligere plaats in de stad onder te brengen. De meubels, het vee en ook de mensen zochten hun toevlucht in de onderaardse gangen van de Cannerberg. Ook bij de slag bij Lafelt (1747) had Wolder veel te lijden.
Rond 1750 was Wolder een dorp van betekenis, maar hoe het er precies uitzag, kunnen we alleen maar raden. Vermoedelijk werd het dorp gevormd door de huidige Kesselterweg, Lammergierstraat, Dorpsstraat (de huidige Pletzersstraat), de Dalingsweg en de Susserweg. Er zijn vermoedelijk twee verbindingswegen met de vesting Maastricht geweest. De Romeinsebaan liep langs Wolder tot aan de Brusselsepoort, aan de huidige Brusselsestraat. De Winterslag liep over in de Oude Wolderweg en zo tot aan de Tongersepoort aan de Tongersestraat.
Franse tijd In 1794 werd Maastricht ingenomen door de Fransen. Dit betekende ook het einde van de tweeherigheid van de stad Maastricht en omliggende gebieden, die eeuwenlang geduurd had. Het graafschap van de Vroenhof werd opgeheven en er kwam een Franse troepenmacht onder generaal Bernadotte die de scepter zwaaide. Op 1 oktober 1795 annexeerde Frankrijk het gebied. In die Franse tijd kenden deze streken bloei en welvaart.
De goede contacten die de Wolderse bevolking altijd met de Fransen had gehad, kwam nu ook tot uiting. Heel veel veranderde, zelfs de relatie met de bevolking op het platteland kon niet aan die modernere tijd ontkomen. Voorheen waren het de kapittels en kloosters die meestal eigenaar waren van de landbouwgronden, maar deze vielen nu aan de staat. De pachters konden nu eigenaar worden van de grond die ze soms jarenlang hadden bewerkt. Maar ook rijke Maastrichtse burgers kregen nu de kans grond te kopen en deden dat volop.
In 1804 begint de aanleg van de straatweg Tongeren–Maastricht. De weg werd gemaakt door Spaanse krijgsgevangenen, soms onder erbarmelijke omstandigheden. In het jaar 1810 werd op last van de Franse overheid buiten de Tongersepoort, nauwkeuriger aan de Tongerseweg, een begraafplaats aangelegd. De Fransen wilden geen doden meer binnen de stadsmuren begraven. Op 27 januari 1812 kwam de begraafplaats aan de Tongerseweg gereed en werd ze ingewijd.
Wolder na de Franse tijd Toen de Franse invloed in de streek was afgelopen bleef het een tijd lang rustig. Om hen te beletten weer een oorlog te beginnen had men een sterke bufferstaat gemaakt, dat wil zeggen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden samengevoegd tot één sterk koninkrijk. Dit gebeurde door de grote mogendheden (Engeland, Pruisen, Rusland en Oostenrijk) in het jaar 1815. Koning Willem I werd de heerser over dit koninkrijk. In de Zuidelijke Nederlanden was men niet zo gelukkig met deze koning. Hij was erg streng en niet flexibel, weinig plooibaar zoals het genoemd werd. De tijd van rust is relatief erg kort geweest. Op 25 augustus 1830 breekt in Brussel de Belgische opstand uit. In feite waren dit slechts kleine relletjes maar de volgende dagen sloeg de vlam in de pan. In de steden Brussel en Luik werden fabrieken bestormd en alle machines die er stonden vernietigd. Deze machines die door het beleid van Koning Willem I waren geplaatst in de industrie, veroorzaakten volgens de Zuidelijke Nederlanders de hoge werkloosheid. De opstand waait ook over naar Limburg en de afscheidingsoorlog is een feit. Limburg werd in die tijd verdedigd door generaal Dibbets.
Nieuwe grens Door de standvastigheid van Dibbets kon in Maastricht de Maas niet als grens worden aangemerkt, dus moest dit op een andere manier gebeuren. Vanaf de Tongersepoort werd een kanonschot gelost richting België. Een stuk verder dan de plaats waar de kogel neerkwam, werd de grens bepaald en zo kon men vanuit Maastricht het Belgische grondgebied niet beschieten en andersom konden de Belgen vanaf hun grondgebied de vesting Maastricht niet raken. Deze nieuwe grens had grote gevolgen voor Wolder en zijn omgeving. De overeengekomen land– en provinciegrenzen sneden het oude Graafschap Vroenhof in twee delen. De kernen Heukelom en Montenaken werden de gemeente Vroenhoven en behoorden tot het Belgisch–Limburgs grondgebied. Wolder, met het dorp Caberg, het gehucht Biesland en afscheidingen van de dorpen Kanne en Smeermaas, kwamen bij het Hertogdom Limburg en werd lid van de Duitse bond tot 1867. In 1839 kreeg dit gedeelte van het Graafschap Vroenhof dat op Nederlandse bodem lag de naam Oud-Vroenhoven.
Koning Leopold I van België was niet tevreden en hij wilde met een bliksemactie Nederlands Limburg bezetten. Van de Grote Mogendheden kreeg hij hiervoor echter geen toestemming. Na de Eerste Wereldoorlog in 1919 bij het vredesoverleg in Versailles, vraagt de Belgische Staat weer om Nederlands Limburg bij België te voegen. Ook nu weer houden de geallieerden dit tegen.
Smokkelen De Belgische afscheidingsoorlog en de grens in dit gebied brachten natuurlijk ook de smokkelhandel op gang. Als in België de boter goedkoper was, werd natuurlijk daar de boter door de Woldernaren gekocht. Andersom, als in Nederland een ander product goedkoper was dan in België werd dit product door de Belgen hier gekocht. Er waren mensen die hiervan hun werk gingen maken en eigenlijk gebeurt het tot op de dag van vandaag, ondanks het verdrag van Schengen.
Moderne tijd Zo rond 1830 ontstonden in de stad Maastricht bedrijven voor het produceren van glas, aardewerk en een spijkerfabriek. Deze industrie was in handen van de familie Regout. In die tijd was het ook dat veel kleinere boeren of boerenknechten uit Wolder in deze industrie gingen werken. Er was in de fabrieken meer te verdienen dan in de landbouw.
In 1901 werd de Woningwet aangenomen en de Bouwvereniging Sint Servatius, die in 1902 werd opgericht, kon toen beginnen met de bouw van arbeiderswoningen in Maastricht. In het Proosdijveld, dat altijd grondgebied van de Vroenhof was geweest, begon men aan de bouw van het Blauwdorp. Tussen 1910 en 1930 werd het Blauwdorp geheel voltooid. Opmerkelijk was dat ondanks de zeer rooms-katholieke inslag van het toenmalige Maastricht, ook de Socialistische Bouwvereniging Beter Wonen mocht bouwen.