Willemsoord is een museumhaven en uitgaanscentrum in Den Helder. Het is een voormalige rijkswerf van de Koninklijke Marine en daarom wordt het ook wel Oude Rijkswerf genoemd. Het is gelegen in het noordoosten van de stad, met ten noorden de zeedijk, ten westen het stadscentrum, ten zuiden de Visbuurt en ten oosten het Nieuwediep en de Nieuwe Haven.

Het gebied werd vanaf 1812 door ingenieur Jan Blanken ontwikkeld en groeide uit tot belangrijkste rijkswerf van Nederland. Na vertrek van de marine naar de Nieuwe Haven werd een groot deel van het gebied in de jaren 1990 omgevormd tot een uitgaanscentrum en openluchtmuseum. Het complex als geheel en ook vele gebouwen afzonderlijk werden in 1998 aangewezen als rijksmonument. Het terrein bevat naast nautisch (historische) bezienswaardigheden ook horeca, musea, bedrijfspanden, een bioscoop, een theater en het stadhuis van gemeente Den Helder.

Historie Ontstaan Rijkswerf thumb|Kaart van het dorp de Helder in 1793 met rechts Het Nieuwe Diep en de kielplaats In 1781 was besloten om het Nieuwediep bij Helder, zoals de plaats tot 1928 officieel heette, geschikt te maken voor zeeschepen. Ter hoogte van het huidige Fort Oostoever werd kielplaats Het Nieuwe Werk aangelegd waar schepen kleine reparaties konden ondergaan. In 1796 werd deze kielplaats in goede staat, maar ook te klein en te ver van de monding bevonden. In de Franse Tijd na de Bataafse Republiek werd Lodewijk Napoleon koning van Nederland. In 1807 bezocht hij het dorp Helder en sprak zich hierbij uit over de toekomstplannen. Helder zou het mooiste en grootste etablissement van het koninkrijk worden.

Enkele jaren later kwam zijn broer, keizer Napoleon Bonaparte, aan de macht. In 1811 bracht ook hij een bezoek aan Helder en hij had daarbij ingineur Jan Blanken meegenomen. Napoleon was gecharmeerd van de strategische ligging en in 1812 werd officieel besloten om een grote rijkswerf aan te leggen. Blanken was degene die het plan uit mocht voeren en er werd datzelfde jaar nog begonnen. Nadat Napoleon in 1813 was verslagen kwam koning Willem I aan de macht in Nederland. Hij gaf Blanken de opdracht om de werkzaamheden door te zetten. De nieuwe werf zou naast de nieuwbouwwerf van Amsterdam komen te staan met als functies uitrusting en herstelling. In deze tijd waren er verder nog rijkswerven in Vlissingen, Rotterdam, Hellevoetsluis en Medemblik.

De werkzaamheden werden in gedeelten aanbesteed. In de jaren die volgden werden onder andere het droge dok (Dok I) met pompgebouw, het Natte Dok, de Zeedoksluis en diverse gebouwen zoals het Arsenaal voltooid. In de zomer van 1822 werd het droogdok voor het eerst leeggepompt. Op 20 september 1822 werd maritiem etablissement der Marine te Willemsoord en het Nieuwediep door het departement van Binnenlandse Zaken en Waterstaat overgedragen aan de Koninklijke Nederlandse Zeemacht. In 1815 was het Jan Blanken die de naam Willemsoord gebruikte, een naam die vanaf 1819 ook door de regering werd gebruikt.

thumb|Willemsoord aan het begin van de 19e eeuw Na voltooiing van de waterbouwkundige werken kreeg Jacob Valk in 1822 de opdracht om een plan voor het terrein en de bebouwing te vervaardigen. In februari 1823 werd dit plan door de koning goedgekeurd. In de jaren daarna werden bestrating, bruggen en gebouwen aanbesteed. Onder deze gebouwen waren onder andere het Commandementsgebouw en 't Torentje. In 1827 verhuisden personeel en goederen van Het Nieuwe Werk naar Willemsoord. Tussen 1818 en 1840 verdrievoudigde het inwonersaantal van Helder tot negenduizend en werd het dorp een stad. Mede door de aanleg van het Helders Kanaal ontstond er een lintvormige bebouwing vanaf het oude dorp om Willemsoord heen richting het zuidoosten. Net buiten de westelijke ingang van Willemsoord werd de Nieuwe Kerk gebouwd.

Tweede bouwcampagne Willemsoord was een onderhouds- en reparatiewerf, nieuwbouw van marinevaartuigen gebeurde in principe in Amsterdam. Het uitrusten van de in Amsterdam gebouwde marinevaartuigen gebeurde volledig op Willemsoord. Onder andere vanwege de steeds groter wordende stoomschepen werd in 1857 begonnen met de tweede bouwcampagne. In deze periode werd het Natte Dok, ook wel bassin genoemd, uitgediept en vergroot en werd Dok I vernieuwd. In het zuidwestelijke kwadrant werd Dok II gebouwd met een nieuw pomphuis. De Zeedoksluis en kades werden vernieuwd en er kwamen nieuwe bruggen.

Ondertussen was in 1854 het Koninklijk Instituut voor de Marine van Medemblik naar Helder verhuisd. In 1869 vestigde dit instituut zich in een nieuw statig gebouw in de noordoostelijke kwadrant met zicht op de Buitenhaven en gelegen naast het Commandementsgebouw.

Groei en scheepsbouw De rijkswerf in Vlissingen sloot in de tweede helft van de negentiende eeuw en personeel kwam onder andere op Willemsoord te werken. In de laatste decennia van de negentiende eeuw was Willemsoord een belangrijke werkgever voor de stad. Helder verloor in die tijd inkomsten vanwege de aanleg van het Noordzeekanaal en een nieuwe visserijhaven in IJmuiden. Toen de rijkswerf in Amsterdam in 1914 sloot werd Willemsoord de belangrijkste rijkswerf, verder was alleen de rijkswerf in Hellevoetsluis nog over. Personeel en werfonderdelen kwamen vanuit Amsterdam naar Willemsoord. Op een handvol schepen na vond er geen nieuwbouw plaats op Willemsoord. Vanaf 1923 kwam daar verandering na de bouw van een scheepmakersafdeling en scheepshellingen. Na de sluiting van de rijkswerf in Hellevoetsluis in 1933 kwam dit personeel ook naar Den Helder.

Tweede Wereldoorlog thumb|Willemsoord in vol bedrijf, 1920-1940 Den Helder, dat in 1928 een lidwoord in de naam had gekregen, had het tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar te verduren. De stad werd eerst gebombardeerd door Duitse vliegtuigen en later door de geallieerden en werd daarmee de vaakst gebombardeerde stad van Nederland. Willemsoord, dat gebruikt werd door de Duitse bezetter, was een van de belangrijkste doelwitten. Bij een groot bombardement in 1943 kwamen 38 Wervianen, zoals werknemers van de rijkswerf werden genoemd, om het leven. In het zuidoostelijke kwadrant stonden de magazijnen, deze werden herhaaldelijk bestookt met bombardementen en werden verwoest.

Naoorlogse werf Na de oorlog was de stad Den Helder zwaar gehavend. Het gehele oude centrum en veel bebouwing langs de dijk was gesloopt voor de bouw van de Atlantikwall en op veel plekken was bombardementsschade. De vreugde was dan ook groot toen in 1947 werd besloten dat de marine in Den Helder zou blijven en de stad de hoofdbasis van de Koninklijke Marine zou worden. Er werd een plan gemaakt voor een nieuwe moderne marinehaven. In 1953 werden in het zuidoostelijke kwadrant nieuwe bewapeningswerkplaatsen in gebruik genomen. De Nieuwe Haven werd in 1954 in gebruik genomen. Voor huisvesting van het nieuwe personeel dat werd aangetrokken werden nieuwe woonwijken zoals Nieuw-Den Helder en De Schooten gebouwd.

Restauratie en herontwikkeling thumb|Een deel van Willemsoord tijdens de restauratiewerkzaamheden in 2003 Na het einde van de Koude Oorlog werd er bezuinigd op Defensie. De Koninklijke Marine besloot de werkzaamheden van de rijkswerf te verhuizen naar de Nieuwe Haven en de laatste onderdelen vertrokken in 1994. Grofweg het westelijke deel van Willemsoord werd, gedeeltelijk in 1995 en gedeeltelijk in 2000, overgedaan aan gemeente Den Helder. Het terrein stond destijds vol met grote en kleine gebouwen, de gemeente begon meteen met de sloop van een aantal niet-monumentale gebouwen. Er werden plannen gemaakt voor ontwikkeling tot woningbouw, winkels, horeca en musea in de maritiem en nautische sfeer. Voor woningbouw bleek niet genoeg vraag en voordat duidelijk was wat de invulling zou worden werd wel de rijksmonumentenstatus aangevraagd, die in 1998 werd verleend.

Ondertussen was de inventarisatie en restauratie van de monumentale gebouwen begonnen. In 1998 tekende de gemeente een intentieovereenkomst met ontwikkelaar Libéma om een maritiem themapark te ontwikkelen op de oude rijkswerf. De gemeenteraad stelde in 2000 het definitieve plan voor restauratie en herbestemming vast. In 2001 werd besloten de ontwikkeling en exploitatie uit te voeren samen met Libéma en daarvoor werd door de gemeente Willemsoord BV opgericht. In 2002 werd door staatssecretaris Gerrit Ybema een laatste steen gelegd en de gerestaureerde zuidwesthoek opgeleverd. In 2003 vestigden Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers en bioscoop Utopolis zich op het terrein. Ook werd Game Kingdom geopend, een arcadehal en casino. Het themapark dat Libéma zou exploiteren zou zich focussen op de nautische geschiedenis van Nederland en de VOC. Replicaschip Prins Willem kwam in Dok II te liggen en het themapark kreeg de naam Cape Holland. Grote bezoekersaantallen bleven echter uit en Willemsoord kwam in financiële problemen, de samenwerking met Libéma werd in 2007 stopgezet. Twee jaar later brandde de Prins Willem af. Willemsoord ontwikkelde echter wel door. In het Natte Dok kwam een jachthaven, er openden restaurants op het terrein en er werden evenementen gehouden. Het gebied werd een openbaar toegankelijke museumhaven met schepen als Hr.Ms. Bonaire en Lichtschip Texel.

thumb|links|Het Reddingmuseum en Theater de Kampanje in 2017 Op het noordelijke deel van het terrein was al sinds 1965 het Marinemuseum gevestigd en dit deel bleef in handen van de Koninklijke Marine. In 1995 werd een nieuw entreegebouw gebouwd nadat enkele jaren eerder onderzeeboot Hr.Ms. Tonijn op het droge was gebracht en onderdeel werd van het museum. De in het Natte Dok gelegen schepen Hr.MS. Abraham Crijnssen en Zr.Ms. Schorpioen werden onderdeel van het museum. Ook het noordoostelijke kwadrant van Willemsoord, met gebouwen Het Paleis, het KIM en 't Klooster, bleef in handen van de Marine. De bewapeningswerkplaatsen in het zuidoostelijk kwadrant werden in 2009 gesloopt. De gemeente onderzocht een mogelijke overname van dit deel van Willemsoord maar na nieuwe veiligheidsdreigingen en investeringen in Defensie in de jaren 2020 besloot de Marine dit gebied te ontwikkelen ten behoeve van huisvesting van marinepersoneel.

Enkele grote gebouwen die leeg achterbleven na het stoppen van Cape Holland werden gebruikt als evenementenhallen. Uiteindelijk vonden deze gebouwen na verbouwingen invulling door Theater de Kampanje die in 2015 vanuit het centrum van Den Helder naar gebouw 60 en 63 verhuisde en gemeente Den Helder die in 2023 verhuisde naar gebouw 66 als stadhuis en gebouw 72 als stadskantoor. In 2025 werd een nieuwe brug aangelegd tussen de aan de zuidkant gelegen Francien de Zeeuwpromenade en het Reddingmuseum in de zuidwesthoek van Willemsoord om het centrum van de stad en Willemsoord beter te verbinden.

Structuur en bouwwerken De rijkswerf is om een nat dok heen gebouwd, dat tussen 1812 en 1823 werd gegraven met hand- en paardenkracht. De grond uit het dok is gebruikt voor het ophogen van het terrein dat destijds uit kreken en wiergronden bestond. In 1857 werd het aan de noordzijde met nog eens 30 meter verlengd. Het natte dok is nu circa 325 meter lang, 135 meter breed en oorspronkelijk circa 8 meter diep. De Zeedoksluis vormt de verbinding tussen de open zee en het natte dok; het was een keer- en schutsluis. De sluis is in 1972 vervangen door een grotere versie en ligt iets ten zuiden van de oude sluis. De oude sluis is gesloopt en niet meer zichtbaar. Om het natte dok liggen diverse historische gebouwen en twee droogdokken.

De gebouwen op het terrein hebben allemaal een getal of letter ter identificatie. Zo is bijvoorbeeld het stoommachinegebouw gebouw 47 en heeft het hoofdgebouw van het Koninklijk Instituut voor de Marine de letter Q.

Bebouwing Stoommachinegebouw thumb|Stoommachinegebouw, 2010