thumb|Callier bij een misvoering in Het Stadion tijdens het Internationaal Eucharistisch Congres in juli 1924 Augustinus Josephus Callier (Vlissingen, 29 mei 1849 – Haarlem, 28 april 1928) was bisschop van het bisdom Haarlem in de periode 1903–1928. Zijn grootste bekendheid kreeg hij als bouwheer van de Kathedrale basiliek Sint Bavo vanaf 1893 tot zijn overlijden in 1928.
Loopbaan Na zijn opleiding aan de bisschoppelijke seminaries Hageveld en Warmond werd Callier in augustus 1872 tot priester gewijd in Utrecht. Tot augustus 1875 was hij kapelaan in Volendam ( Sint-Vincentiuskerk), Amsterdam (Posthoornkerk) en Den Haag (Parkstraatkerk).De nieuwe Bavo te Haarlem, hoofdstuk 'acte de présence'
Van 1875-1892 was hij leraar in de klassieke letteren aan het Kleinseminarie Hageveld in Voorhout. Hij was een groot kenner van Joost van den Vondel en liet vele toneelstukken van deze schrijver opvoeren, waaronder Joseph in Dothan, Peter en Pauwels, Noah en Lucifer.
In maar 1892 benoemde bisschop Bottemanne Callier tot vicaris-generaal van het bisdom Haarlem. Hij werd opvolger van Bottemanne en bleef van 1903 tot zijn dood bisschop van Haarlem. In zijn vijfentwintig jaar als bisschop toonde hij zich een geduchte, meer dan een beminde bestuurder. Zijn wapenspreuk luidde: In fide nihil haesitans (In het geloof nooit weifelend; Niet aarzelen in geloofszaken), een citaat uit Jacobus 1: 6.Zie Linkerpagina met latijnse lijfspreuk, rechterpagina met foto.
Bouwheer In 1893, toen Callier pas vicaris-generaal was, kreeg Joseph Cuypers de opdracht voor het ontwerp van een nieuwe kathedraal voor het bisdom Haarlem. Callier was hiervan in feite de bouwheer.
Ze hadden elkaar in 1891 ontmoet bij de inwijding van de Sint-Urbanuskerk in Nes aan de Amstel. Een ex-collega in Hageveld was daarvan de bouwpastoor. Deze kerk was het eerste zelfstandige bouwproject van Jos Cuypers. Callier was zeer onder de indruk van dit prachtige sacrale gebouw.
In 1906, bij de afsluiting van de tweede fase van de bouw van de nieuwe Bavo gaf Cuypers, als vice voorzitter van kunstkring De Violier, een lezing voor dit gezelschap over de kathedraal, welke afgesloten werd met een bezoek. Tijdens deze lezing werd Callier met naam en toenaam gehuldigd omdat hij: het algemeen plan der symboliek ontwikkeld en doorgewerkt had voor elk onderdeel der versiering..
In 1920, toen Callier al 17 jaar bisschop was, kocht hij landgoed 't Groot Clooster bij Heemstede. Het Voorhoutse gebouw van Hageveld was te krap geworden. Callier gaf aan Jan Stuyt, voormalig partner van Jos Cuypers, de opdracht voor de nieuwbouw.
Categorie:Bisschop van Haarlem-Amsterdam Categorie:20e-eeuws bisschop