thumb|Pierre Mendès France, 1968 Pierre Isaac Isidore Mendès France (Parijs, 11 januari 1907 – aldaar, 18 oktober 1982) was een Frans links-liberaal, later socialistisch politicus. In 1954-1955 was hij premier van Frankrijk.

Achtergrond en opleiding Pierre Mendès France stamde uit een oud Portugees-Joods (Sefardisch) geslacht, dat al reeds eeuwen geleden in Frankrijk , o.a. in de steden Parijs, Rochefort (Charente-Maritime), Bordeaux en Louviers, (in ieder geval vóór de Franse Revolutie van 1789Winkler Prins Jaarboek 1955, door: red. Winkler Prins, blz. 306) neerstreek en de naam "Mendès de França", later Mendès France aannam.

Mendès France werd op 11 januari 1907 geboren in Parijs en studeerde rechten aan de universiteit van Parijs en politicologie aan de prestigieuze École Libre des Sciences Politiques (Parijs). In 1928 sloot hij zijn studies af en verwierf de doctorstitel in de rechten en werd op 22-jarige leeftijd de jongste advocaat van Frankrijk. Hij bleef advocaat tot 1932.Winkler Prins Encyclopedie, door: red. Winkler Prins, 7de druk, deel 16 (1976), blz. 43 In 1928 trad Mendès-France toe tot de Parijse loge van de vrijmetselarij.

Politieke carrière Mendès France was reeds op jonge leeftijd politiek actief. Tijdens zijn studententijd was hij voorzitter van de Ligue d'Action Universitaire Républicaine et Socialiste (Universitaire Actie Liga van Republikeinen en Socialisten), een gemengd socialistisch/links-liberale studentenvereniging die fel gekant was tegen de opkomende extreemrechtse organisaties. De Ligue d'Action was vooral actief in het Quartier Latin in Parijs. In 1924 sloot hij zich aan bij de liberale Parti Radical-Socialiste (PRS, Radicaal-Socialistische Partij). De PRS was een typische partij voor de centrumlinks-georiënteerde middenklasse, ofschoon zij ook meer behoudende figuren onder haar leden telde. Ondanks de naam doet vermoeden was de PRS geen socialistische partij en mag niet worden verward met de socialistische SFIO.

Zeer geïnteresseerd in economische en financiële vraagstukken, was hij voorstander van de economische herstelpolitiek van premier Raymond Poincaré, die in 1926 aan de macht was gekomen, nadat de linkse Cartel des Gauches-coalitie het veld moest ruimen. Hij uitte wel scherpe kritiek op de sociale misstanden die als gevolg van de bezuinigingspolitiek van Poincaré ontstonden. Zijn dissertatie, die hij in 1927-1928 schreef, was getiteld Le redressement financier français handelde over de economische politiek van Poincaré.Onze Jaren, dl. 2, blz. 991 (1972/1973), red. prof. dr. A.F. Manning, artikel geschr. door: Max Richard

Samen met Jacques Kayser, Gaston Bergery, Pierre Cot, Jean Zaay en Bertrand de Jouvenel behoorde Mendès France tot de "Jeunes Turcs" ("Jonge Turken"), hervormingsgezinde democraten die vonden dat de Parti Radical-Socialiste een linkse koers moest gaan varen en moest aandringen op een nieuwe coalitie met de Section Française de l'Internationale Ouvrière (SFIO, Franse Sectie van de Arbeiders Internationale). Zij gingen hierbij in tegen de gangbare partijlijn van de PRS onder partijleider Édouard Herriot, die voorstander was van coalities met de centrum- en centrumrechtse partijen.

In 1935 werd Mendès France tot burgemeester van Louviers gekozen. In 1932 was hij al bij de parlementsverkiezingen voor het departement Eure in de Kamer van Afgevaardigden (Chambre des Députés) gekozen. Hij was pas 25 jaar en was de jongste afgevaardigde die namens het departement Eure, tot dan toe, zitting nam in de Kamer van Afgevaardigden. Als Kamerlid was hij lid van de Kamercommissie Douanezaken.

Mendès France was groot voorstander van het in 1935 gevormde Volksfront (Front Populaire) van SFIO, PRS, de Parti Communiste Français en andere linkse partijen en groepen. Het Volksfront won de parlementsverkiezingen van 1936 en Mendès France was staatssecretaris van Financiën in het tweede Volksfrontkabinet-Blum (13 maart – 8 april 1938). Samen met de directeur van het kabinet, Georges Boris, ontwikkelde hij een economisch herstelprogramma, gebaseerd op het Britse hervormingsprogramma van John Maynard Keynes. Dit gewaagde plan werd echter door de Senaat verworpen, hetgeen de val van het Volksfrontkabinet versnelde.

Tweede Wereldoorlog Mendès France was een fel tegenstander van het fascisme en nationaalsocialisme, zowel in eigen land als in het buitenland (Duitsland, Italië). Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd hij gevechtsvlieger en te Syrië gedetacheerd. Toen de Franse nederlaag tegen nazi-Duitsland in juni 1940, Mendès France was op dat moment met verlof in Frankrijk, vrijwel zeker was, vluchtten 27 parlementariërs, onder wie Mendès France, en anderen met het schip Massilia van Marseille naar Casablanca (Marokko). Mendès France was net als generaal Charles de Gaulle ervan overtuigd dat de oorlog vanuit de Franse koloniën moest worden voortgezet. Het in juli 1940 geïnstalleerde Vichy-regime van maarschalk Philippe Pétain veroordeelde de actie van de vluchtelingen als "desertie". Op last van Pétain arresteerde de Franse resident in Marokko Mendès France en werd hij gevangengezet. In 1941 wist Mendès France te ontsnappen en naar Londen te ontkomen en sloot hij zich aan bij de Vrije Fransen van generaal De Gaulle. Hij nam dienst bij de luchtmacht van de Vrije Fransen (Forces Aériennes Françaises Libres). Hij nam als piloot actief deel aan gevechten en aan het Bombardement van Lotharingen. In oktober 1943 coördineerde hij bombardementen op Parijse voorsteden. In 1943 benoemde De Gaulle hem tot commissaris van Financiën van het Comité Français de la Libération Nationale, gevestigd in Algiers (Algerije). Hij nam in 1944 deel aan de onderhandelingen over het systeem van Bretton Woods, waar een overeenkomst werd gesloten die leidde tot de oprichting van het IMF, de Wereldbank en het opnieuw invoeren van de gouden standaard.

Van 3 juni 1944 tot 6 april 1945 was hij minister van Economische Zaken in de Voorlopige Regering onder premier De Gaulle. Hij streefde naar uitgebreide hervormingen, maar stuitte op verzet van de minister van Financiën René Pleven en kreeg te weinig steun van generaal De Gaulle. Terwijl Pleven voorstander is van een markteconomie, zag Mendès France een grote rol weggelegd voor de Staat. Na zijn aftreden als minister was hij lid van de administratieve raad van de Wereldbank en Frans vertegenwoordiger bij de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties (ECOSOC).

Naoorlogse carrière In 1946 vertegenwoordigde Mendès France de PRS in de Grondwetgevende Vergadering (Constituante). Bij de parlementsverkiezingen van 1946 werd hij voor het departement Eure in de Franse Nationale Vergadering (Assemblée Nationale).

In juni 1953 werd Mendès France door president Vincent Auriol aangewezen tot formateur. Hij slaagde er echter niet in om een kabinet te vormen.Winkler Prins Jaarboek 1954, door: red. Winkler Prins, blz. 233

Van 1953 tot 1958 was hij opnieuw burgemeester van Louviers.

Einde aan de oorlog in Indochina Sinds 1950 was Mendès France een verklaard tegenstander van het Franse kolonialisme, vooral nu de Franse koloniën om onafhankelijkheid schreeuwden en het Franse leger met militair geweld de Franse overzeese macht wilde behouden. Vooral in Frans Indochina woedde een heftige strijd tussen de Vietnamese Vietminh en het Franse leger. Maar ook in Noord-Afrika probeerde Frankrijk door middel van wapengeweld haar "bezittingen" te behouden. Toen de Franse troepen in mei 1954 bij Dien Bien Phu een verpletterende nederlaag leden tegen de Vietminh van generaal Võ Nguyên Giáp trad het kabinet van premier Joseph Laniel af (12 juni 1954). De grote criticus van de oorlog, Mendès France, werd door president René Coty benoemd tot formateur. Op 19 juni 1954 werd Mendès France premier van een kabinet bestaande uit de PRS, de conservatief-liberale CNIP, de christendemocratische MRP,De MRP'ers waren op eigen gezag – dus zonder toestemming van hun partij – tot de coalitie toegetreden de Gaullistische URAS en de UDSR. De jonge François Mitterrand (UDSR) was minister van Binnenlandse Zaken in dit kabinet. Tijdens de Conferentie van Genève onderhandelde Mendès France, in zijn functie van minister van Buitenlandse Zaken, met Hồ Chí Minh, de Vietnamese communistenleider. Volgens Mendès France zat er niets anders in dan dat Frankrijk zich volledig uit Indochina zou terugtrekken. De Nationale Vergadering keurde het terugtrekkingsplan van Mendès France met 471 tegen 14 stemmen goed. Van nationalistische zijde (Poujadisten) kwam scherpe kritiek, zij vonden terugtrekken een nederlaag voor Frankrijk. Hoe dan ook, het kabinet-Mendès France zorgde ervoor dat Vietnam onafhankelijk werd en dat er aan Franse zijde geen doden meer vielen in Vietnam.

Onder Mendès France regering werd ook de autonomie voor Tunesië voorbereid. Uiteindelijk werd dit proces onder Mendès France opvolger als premier, Edgar Faure, voltooid (3 juni 1955). Ook gaf Mendès France het groene licht voor onderhandelingen met Marokkaanse nationalisten.

In 1954 ratificeerden het kabinet en de Nationale Vergadering de Verdragen van Parijs, waarna de Bondsrepubliek Duitsland kon toetreden tot de West-Europese Unie.

Hoewel Mendès France het liefst Frankrijk economisch wilde hervormen, kwam hij hier nooit toe: hij werd te veel in beslag genomen door het verdrag betreffende de Europese Defensie Gemeenschap (EDG). Binnen het kabinet waren voor- (MRP, CNIP, een deel der PRS en UDSR) en tegenstanders (URAS, een deel der PRS en UDSR) van een Europees leger. Mendès France – zelf niet bijzonder enthousiast over de EDG (Duitse deelname!), maar ook weer geen verklaard tegenstander – legde het EDG-verdrag voor aan de Nationale Vergadering die het met 319 tegen 264 stemmen verwierp, waarna pro-EDG ministers en staatssecretarissen uit het kabinet traden.Winkler Prins Jaarboek 1955, door: red. Winkler Prins, blz. 236-237

Uiteindelijk kwam Mendès France' kabinet in februari 1955 ten val, nadat zijn plannen voor onderhandelingen met Algerijnse nationalisten door de Nationale Vergadering waren afgewezen.Winkler Prins Jaarboek 1955, door: red. Winkler Prins, blz. 337

Front Républicain In de loop van 1955 ontstonden er spanningen binnen de PRS tussen de behoudende groep rondom premier Edgar Faure en de vooruitstrevende groep rondom Mendès France (Mendès-France was vicevoorzitter van de PRS). Mendès France wilde de PRS hervormen en van haar een echte volkspartij maken die de SFIO (socialistische partij) voorbij zou streven en zich sterk zou maken voor Europese integratie. De groep rondom Mendès France won het pleit en premier Faure werd in december 1955 uit de partij gezet. Ook aanhangers van Faure traden vrijwillig uit de partij. Faure nam korte tijd hierop het leiderschap van de centrumrechtse Rassemblement des Gauches Républicaines (RGR, Groepering van Linkse Republikeinen) op zich. Op 8 december 1955 vormden de PRS, SFIO, UDSR en de links-Gaullistische Républicains-Sociaux (RS, Sociale Republikeinen) het centrumlinkse Front Républicain (Republikeins Front). Mendès France werd lijsttrekker van het Front Républicain.