__NOTOC__ Dit is een tijdlijn van het geschiedkundig verhaal van het gebied van het huidige Nederland.
→−2000→−1000→−500→0→250→500→750→1000→1100→1200→1300→1400→1500→→1550→1600→1650→1700→1750→1800→1850→1900→1920→1940→1960→1980→2000→
Tijdlijn ~250.000 v.Chr. Resten van kamp van jager-verzamelaars in de Belvédère-groeve bij Maastricht; oudste menselijke (Homo heidelbergensis) sporen in Nederland bestaande uit stenen werktuigen en dierenbotten.
~200.000 v.Chr. Bij Rhenen zijn stenen gevonden die bewerkt zijn volgens de Levalloistechniek.
~150.000 v.Chr. Tijdens het Saalien, het op een na laatste glaciaal, wordt in Nederland een toendraklimaat regelmatig afgewisseld met een ijsklimaat, waardoor bewoning vaak niet mogelijk is.
~12.000 v.Chr. De temperatuur begint te stijgen, waardoor bewoning tijdens het Holoceen weer mogelijk wordt. Sporen van de Hamburgcultuur zijn gevonden in Friesland en Drenthe.
~10.000 v.Chr. In de buurt van Sint Odiliënberg is de oudste tekening van Nederland gevonden.
~9500 v.Chr. De zeespiegel staat in het begin van het Holoceen nog zo laag dat een groot deel van het Noordzeebekken droog ligt, waarbij de kustlijn noordelijk ligt van de huidige Doggersbank en Engeland nog verbonden is met het vasteland.
~9000 v.Chr. Sporen van de Ahrensburgcultuur zijn in Noord-Brabant gevonden, de eerste die pijl-en-boog gebruikte.
~7900 v.Chr. In 1955 wordt de Kano van Pesse gevonden, een uitgeholde boomstam, die zich thans in het Drents Museum in Assen bevindt.
~7000 v.Chr. In het Vroeg-Atlanticum staat de zeespiegel op ca. −20 m NAP en komt de kustlijn in de buurt van de huidige. De stuwwallen van het Texel-IJsselmeer Hoog en het Groningen Hoog steken uit als landtongen.
thumb|Reconstructie van Trijntje in het Rijksmuseum van Oudheden, Leiden (ca. 5500 v.Chr.)
~5500 v.Chr. Trijntje is de naam die gegeven werd aan het oudste menselijke skelet dat in Nederland is aangetroffen te Hardinxveld-Giessendam. De restanten uit de Swifterbantcultuur en een reconstructie bevinden zich in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.
~5300 v.Chr. De volkeren van de bandkeramische cultuur vestigen zich op de hogere, vruchtbare lössgronden van Zuid-Limburg en vormen daarmee de eerste landbouwers in Nederland, waarmee hier het Neolithicum begint. Vooral in Elsloo zijn veel vondsten uit deze periode gedaan. Na zo'n 700 jaar verdwijnt deze cultuur om nog niet bekende redenen.
~4900 v.Chr. Boven de rivieren is een cultuur van jager-verzamelaars te vinden, waaruit zich de Swifterbantcultuur ontwikkelt.
~4450 v.Chr. In 1968 wordt bij de aanleg van de Deltawerken in een veenlaag op 8 meter diepte het Mannetje van Willemstad gevonden.
~4250 v.Chr. In Zuid-Nederland worden sporen gevonden van de Michelsbergcultuur.
~4000 v.Chr. Tijdens het Subboreaal sluit de westkust zich steeds meer, met als gevolg dat de achterliggende lagune verzoet, wat grootschalige veenvorming in de hand werkt.
thumb|Vuursteenmijnen van Rijckholt (ca. 3950-2650 v.Chr.)
~3900 v.Chr. In het Savelsbos bij het Limburgse dorp Rijckholt worden de vuursteenmijnen van Rijckholt in gebruik genomen, de oudste bekende mijnen van Europa. In een groot aantal kleinschalige mijnen wordt gedurende een periode van meer dan 1000 jaar zo'n 40.000 ton vuursteen gewonnen, dat naar grote delen van Europa wordt geëxporteerd. Enkele eeuwen jonger zijn de vuursteenmijnen van Valkenburg.
thumb|Hunebed D14 te Eext, Drenthe (ca. 3450-3250 v.Chr.)
~3450 v.Chr. In Drenthe en andere delen van Nederland zijn de hunebedden indrukwekkende overblijfselen van de Trechterbekercultuur; in Friesland vindt terpbewoning plaats; in de duingebieden van West-Nederland zijn overblijfselen gevonden van de Vlaardingencultuur.
~3250 v.Chr. De leden van de standvoetbekercultuur maken gebruik van karren.
thumb|Grafkelder van Stein (ca. 3000 v.Chr.)
~3000 v.Chr. In het Archeologiemuseum Stein in Stein (Limburg) bevindt zich de neolithische grafkelder van Stein van de Seine-Oise-Marnecultuur met crematieresten van ongeveer 35 mensen, potscherven en vuurstenen pijlpunten.
~2600 v.Chr. Naast en uit de standvoetbekercultuur ontstaat de klokbekercultuur. Hiermee begint een tijd van intensieve contacten overzee, wat verklaart waarom de prehistorische culturen van Nederland en Engeland aan weerszijden van de Noordzee altijd zoveel met elkaar gemeen hebben. Ze bereiken zelfs Noord-Afrika.
~2100 v.Chr. De Bronstijd zorgt in Nederland niet direct voor nieuwe culturen, maar wel voor meer specialisatie. De handel wordt in deze tijd belangrijker. Bij Wageningen zijn uit deze tijd een stafdolk, bijl, mes en armband gevonden.
~1900 v.Chr. In 1953 wordt in het veen de bronzen dolk van Barger-Oosterveld gevonden.
~1800 v.Chr. De Hilversumcultuur verspreidt zich van Midden-Nederland tot Calais en duurt tot ca. 1200 v.Chr. Het bronzen zwaard van Jutphaas is een van de vijf bijna identieke zwaarden die in Bretagne, Bourgondië, Zuid-Engeland en Nederland zijn gevonden. Deze dienden niet voor de strijd, maar om de status van de eigenaar te benadrukken.
~1300 v.Chr. In heel Europa ontstaat vrij plotseling de urnenveldencultuur doordat men overstapt op crematie, mogelijk door nieuwe religieuze inzichten. Op de Boshoverheide bevindt zich het grootste teruggevonden urnenveld. In het skelet van de Krabbeplasman is het oudste menselijke DNA aangetroffen dat ooit in Nederland is gevonden.
thumb|Replica van het tempeltje van Barger-Oosterveld in het Drents Museum (ca. 1250 v.Chr.)
~1250 v.Chr. Het tempeltje van Barger-Oosterveld speelt een rol bij rituelen in het veen.
~1200 v.Chr. In 1938 wordt bij Emmer-Erfscheidenveen het oudste veenlijk van Nederland gevonden, waarschijnlijk een mensenoffer.
~1150 v.Chr. In 1961 wordt bij Barger-Oosterveld een ijzeren pennetje van vier centimeter gevonden. Het zal echter nog lang duren voordat ijzer op grote schaal gebruikt wordt.
thumb|Hallstatt-armbanden.
~750 v.Chr. Bij Wijchen zijn resten gevonden van een vierwielige pronkwagen. In Zuid-Nederland neemt de vroeg-Keltische Hallstattcultuur de plaats in van de urnenveldencultuur.
~700 v.Chr. In Friesland en Groningen worden de eerste wierden aangelegd, in Friesland terpen genoemd.
~650 v.Chr. Het zuiden van Nederland komt onder de invloed van de La Tène-periode. Krijgsgeweld neemt toe.
~450 v.Chr. De munt doet geleidelijk zijn intrede.
~350 v.Chr. In 1818 wordt de Valtherbrug gevonden, een veenweg tussen Ter Apel en Valthe.
~150 v.Chr. De Germanen dringen op en verdrijven langzaam de Kelten.55 v.Chr. Julius Caesar komt min of meer door toeval in Nederland terecht tijdens de Gallische Oorlog, waarbij hij de Usipetes en Tencteren vrijwel uitroeit. Met zijn Commentarii Rerum in Gallia Gestarum maakt hij een einde aan de prehistorie in Nederland, al zijn geschreven bronnen na de Romeinen schaars en zou een deel van de Middeleeuwen in Nederland in die zin als prehistorie opgevat kunnen worden.
27 v.Chr. Octavianus wordt princeps. De Bataven wonen in het rivierengebied, terwijl de Cananefaten zich westelijk van hen hebben gevestigd. In Overijssel bevinden zich de Chamaven, in het noorden de Frisii. Zij worden beschreven door Tacitus in zijn Germania.
12 v.Chr. Drusus sluit een verdrag met de Bataven en de Cananefaten, zodat hun gebied deel uitmaakt van Gallia Belgica. Op het Insula Batavorum (Bataveneiland) wordt een groot legerkamp gebouwd. Later zal hier vlak bij een aantal nederzettingen gesticht worden die bij elkaar Oppidum Batavorum genoemd worden, mogelijk het latere Noviomagus (Nijmegen).
9 v.Chr. De Romeinse veldheer Drusus verslaat, volgens de latere geschiedschrijver Cassius Dio met behulp van de Friezen, de Chauken bij de Eemsmonding. Hij laat de Drususgracht en Drususdam aanleggen en heeft zijn hoofdkwartier op het Kops Plateau ten oosten van het huidige Nijmegen. Drusus overlijdt na een succesvolle veldtocht ergens langs de Lippe ten gevolge van een val van zijn paard.
thumb|Model Romeinse brug van Maastricht en wegprofiel Via Belgica (Thermenmuseum, Heerlen)
~0 De Romeinen leggen de belangrijke oost-westverbinding tussen Colonia Claudia Ara Agrippinensium (Keulen) en Gesoriacum (Boulogne-sur-Mer) aan, de latere Via Belgica. Bij de Romeinse brug over de Maas ontstaat de nederzetting Mosa Trajectum (Maastricht) met onder andere een tempel- en badhuiscomplex. Het is niet duidelijk of veenlijken, zoals het meisje van Yde en het paar van Weerdinge, het gevolg zijn van mensenoffers of van de Germaanse rechtspraak.
4 Princeps Augustus zegt toe dat Tiberius, de oudere broer van Drusus, zijn opvolger is. Deze heeft de veldtochten van zijn broer voortgezet, waardoor het gebied tussen de Rijn en de Elbe nu in handen is van de Romeinen. In 1996 wordt bij Vlaardingen een boemerang gevonden, waarschijnlijk van een Cananefaat.
8 Tiberius verslaat een stam Sugambren en deporteert ze gedeeltelijk naar de noordelijke Rijnoever.
9 De Frisii, Bataven en Cananefaten komen niet in opstand na de Romeinse nederlaag in de Slag bij het Teutoburgerwoud tegen Arminius.
14 Nadat Augustus overlijdt, breken er onlusten uit onder de Romeinse troepen. Germanicus weet deze te bezweren en de twee jaar daarna besteedt hij aan veldtochten tegen Arminius, geholpen door zijn Bataafse cohorten. Keizer Tiberius geeft Germanicus uiteindelijk in 16 opdracht de strijd in Germanië op te geven. De Bataven dienen ook als de lijfwacht, corporis custos van onder andere Tiberius en de latere Nero.
thumb|De Nijmeegse godenpijler in Museum Het Valkhof
~15 De oprichting van de Nijmeegse godenpijler markeert de pacificatie van Germanië en het begin van de Pax Romana ("Romeinse vrede") in een groot deel van Nederland.
28 Nadat Olennius onredelijke belastingen eist, komen de Friezen in Noord-Nederland in opstand. Tijdens de Slag in het Baduhennawoud lijden de Romeinen een nederlaag, waarna Olennius zich terugtrekt in het castellum Flevum. De opstand veroorzaakt paniek tot in Noviomagus. Dat weten we omdat iemand zijn geld in allerijl begroef en het nooit weer heeft gevonden.
29 De Tolsumer Akte is de oudste bewaarde geschreven tekst van Nederland.
47 Corbulo brengt de vloot van de Chauken tot zinken. Dezen plunderen onder de Cananefatische oud-legionair Gannascus de kust van Germania Inferior en Gallia Belgica. De Rijn wordt door Claudius als limes vastgesteld, hoewel de Frisii onder Romeins bestuur blijven. De rivier geldt zowel als scheidingslijn tussen de gebieden, als bindend element, doordat deze transport en communicatie vereenvoudigt. Claudius verbiedt verdere veldtochten tegen de Germanen, omdat hij de prioriteit geeft aan de invasie van Britannia. Corbulo laat dan maar het kanaal van Corbulo graven, een verbinding van het huidige Naaldwijk en het huidige Leiden tussen de toenmalige Maas en de toenmalige Rijn (de huidige Oude Rijn).
58 De Friese aanvoerders Malorix en Verritus worden Romeins staatsburger, maar moeten het stuk grond ten zuiden van de Rijn dat zij bezet hebben verlaten.
69 Door het machtsvacuüm van het Vierkeizerjaar na de dood van Nero wordt de Bataafse Opstand mogelijk onder leiding van Julius Civilis. Alle Romeinse vestingen en vestigingen in Germania Inferior en Gallia Belgica gaan in vlammen op, inclusief Oppidum Batavorum en Tongeren. Het jaar daarop wordt de opstand neergeslagen. Na de Batavenopstand onder Julius Claudius Civilis verblijft te Noviomagus (Nijmegen) een legioen Romeinen bestaande uit tussen 4200 en 6000 militairen waaronder 300 ruiters.
78 Onder Gnaeus Julius Agricola dienen Bataven in Britannia met eigen bevelhebbers, maar ook in Noricum en Raetia.
80 Het Germaanse gebied van het Romeinse Rijk wordt in 2 deelgebieden georganiseerd (z.g. provinciae): "Germania superior" (Oost-Europa & Nabije Oosten) en "Germania inferior" (De Lage Landen, Frankrijk & Duitsland).
thumb|Romeins badhuis te Coriovallum (Heerlen)
~100