De Hollandse identiteit is een geschiedkundig, cultuursociologisch en etnologisch vraagstuk dat behandelt in hoeverre aan de bewoners van het gewest Holland een gemeenschappelijke identiteit kan worden toegeschreven. Dit vraagstuk is mede van belang voor dat van de etnogenese van de Nederlanders.

Prehistorie, Romeinse tijd en vroege Middeleeuwen Het is problematisch hoever men terug moet gaan om een eerste gemeenschappelijke Hollandse identiteit te kunnen vinden.Thimo de Nijs en Eelco Beukers (red.), 2002, Geschiedenis van Holland, Deel 1, p. 22 Er is geen culturele continuïteit geweest die zich duizenden jaren uitstrekt.De Nijs, 2002, Deel 1, p.22: "Er is op geen enkele wijze sprake geweest van een onontvreemdbare Hollandse identiteit die millennialang van generatie op generatie is overgedragen" De bewoning van voor de Romeinse periode is van weinig belang voor de vraag naar de historische achtergrond van de Hollandse identiteit.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 19

Uit de Romeinse tijd, de eerste periode waaruit wij geschreven bronnen hebben, worden verschillende Germaanse stammen vermeld: de Frisii Maiores ("Grote Friezen"), de Frisii Minores ("Kleine Friezen") vlak ten noorden van de Rijn, de Civitas Cananefatium (Kaninefaten) ten zuiden daarvan en (wellicht nog zuidelijker) de Frisiavones.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 33 Er was wellicht sprake van een vestiging van mensen uit andere delen van het Romeinse Rijk;De Nijs, 2002, Deel 1, p. 41 ook de Kaninefaten vestigden zich in die tijd in het gebied; hun bestuurscentrum Forum Hadriani kreeg in 150 of 151 stadsrechten. De Bataven hadden kennelijk weinig met het kustgebied te doen: zij vestigden zich in het oostelijke rivierengebied bij Nijmegen. In een gebied dat tegenwoordig ongeveer met Noord-Brabant samenvalt, worden in de 4e eeuw door de Romeinen de eerste Franken als foederati binnengelaten.

In de late keizertijd raakte het gebied in de 3e en 4e eeuw grotendeels ontvolkt;De Nijs, 2002, Deel 1, p. 44 na 260 valt de Romeinse militaire bescherming weg; grote groepen Franken houden er plundertochten.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 292 Tijdens en na de Grote Volksverhuizing worden in de 5e en 6e eeuw Warnen, Herulen, Juten en Zwaben als inwoners genoemd, maar geen Friezen. In de 7e eeuw worden weer, en nu als enige bevolkingsgroep, Friezen vermeld. Door de ontvolking is het problematisch of het hier om dezelfde groep gaat. Een immigratie van Angelsaksen lijkt gezien archeologische vondsten waarschijnlijk.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 48 Wellicht waren dit de "Nieuwe Friezen".

In de traditionele historiografie beweerde men dat het gebied in de 7e eeuw deel zou uitmaken van een Groot-Fries koninkrijk, maar het is de vraag of hiervan echt sprake was.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 31 Al vanaf dezelfde eeuw vindt er een Frankische expansie plaats vanuit Utrecht, die een politiek karakter draagt — het Frankische rijk breidt zich naar het noorden uit en onderwerpt het gebied in de 9e eeuw nominaal — maar waarbij het problematisch is in hoeverre dit samenvalt met een etnische tegenstelling en Frankische immigratie, zoals dit traditioneel beschreven wordt.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 49

Wat later in de 9e eeuw vinden invallen van de Noormannen plaats waardoor het gebied deel uit gaat maken van het kustrijk van de Deen Rorik. Er schijnt echter geen kolonisatie van Vikingen te zijn geweest zoals in Engeland.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 65 Wel komt hieruit het Graafschap Holland voort, als onderdeel van het Oost-Frankische Rijk, met als eerste graaf Dirk I, wellicht de zoon van de Fries Gerulf. Dit begin van politieke eenheid leidt echter nog niet meteen tot een gemeenschappelijke identiteit; pas vanaf de 11e eeuw wordt "Holland" een betekenisvol begrip voor de bewoners;De Nijs, 2002, Deel 1, p. 22 dan pas duikt dat woord in de bronnen op. Tot die tijd worden de bewoners "Friezen" genoemd en hun taal het "Fries".De Nijs, 2002, Deel 1, p. 296 De graven bleven zich na 1196 "Heer van Friesland" noemen. In een gedeelte van het gebied was Fries zeker de spreektaal, maar daarvoor bestaan sterkere aanwijzingen voor het gebied dat nu Noord-Holland heet dan voor de zuidelijker strekenDe Nijs, 2002, Deel 1, p. 71: de eerste geschriften van het Middelnederlands uit dit gebied in de 13e eeuw laten een stedelijke taal zien, het Hollands,De Nijs, 2002, Deel 1, p. 209 die Nederfrankisch is. Of dit komt doordat de Friezen of "Nieuwe Friezen" weer verdreven zijn dan wel geassimileerd door een Frankische immigratie vanuit het zuiden, of dat alleen de stedelijke elite die taal gebruikt, is onbekend. In ieder geval is West-Friesland in die tijd nog zuiver Fries. Wanneer in de negentiende eeuw het moderne dialectonderzoek begint, tonen vele dialecten aan de kust en ten noorden van het IJ de duidelijke resten van een eerdere Friese taal.

Late Middeleeuwen en vroege 16e eeuw In de late Middeleeuwen was er een geleidelijke expansie en consolidatie van het graafschap. In de 12e en 13e eeuw worden er campagnes gevoerd om West-Friesland maar ook de gebieden ten oosten van de Vlie te onderwerpen. Vanaf 1396 doet Willem IV van Holland zelfs een poging heel Friesland te onderwerpen. De tegenstellingen met dat gewest zijn dan al zo groot dat het als "erfvijand" kan worden omschreven.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 101 Vanaf de 13e eeuw wordt het graafschap gelegitimeerd door een eigen geschiedschrijving in het Hollands.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 201 Zo ontstond aan het eind van deze periode een Hollandse identiteit, hoewel de Hollander vele banden en identiteiten bezat, waarvan vooral die van zijn dorp of stad duidelijk geuit wordt.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 228: "De Hollander had aan het eind van de Middeleeuwen verscheidene identiteiten tegelijk: hij was lid van zijn familie, maar ook dorps- of stadsbewoner, Hollander, Habsburgs onderdaan en christen"

In de 15e eeuw wordt Filips de Goede graaf van Holland en gaat het graafschap deel uitmaken van het Bourgondische Rijk. Voor de Bourgondiërs en hun opvolgers de Habsburgers was vooral de sterke Hollandse vloot belangrijk in de strijd tegen Gelre en Friesland.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 271 Het conflict met deze gewesten leidde tot een hechter Hollands gemeenschapsgevoel.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 290 In een poging de efficiëntie van het bestuur te vergroten, werden er speciale gewestelijke instellingen gecreëerd, overigens voor Holland en het veel kleinere Zeeland samen: de Hoge Raad van Holland, Zeeland en West-Friesland (Vanaf 1473 was de Grote Raad van Mechelen het hoogste rechtscollege van het graafschap Zeeland. Na 1587, voor het gewest Zeeland, de Hoge Raad in Den Haag) en de Rekenkamer van Holland en Zeeland (na 1596 kreeg Zeeland een eigen Rekenkamer); dit leidde dus juist tot een gewestelijke integratie en een grotere eenheid van Holland zelf.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 263 Zo voerde de Raad van Holland tussen 1438 en 1441 zelfstandig een oorlog tegen de Hanze. In de 15e eeuw vindt er ook een sterke verstedelijking van het gebied plaats.

In de 16e eeuw publiceert de Hollandse kanunnik Cornelius Aurelius de Divisiekroniek waarmee hij de "Batavenlegende" creëert, die de Hollanders een mythische gemeenschappelijke afkomst van de Batavieren uit de Romeinse tijd verschaft,De Nijs, 2002, Deel 1, p. 281: "Mogelijk als reactie op de inlijving van Holland bij Bourgondië groeide de behoefte aan het formuleren van een specifiek Hollandse identiteit" in navolging van Erasmus van Rotterdam. Anders dan de eerdere geschiedschrijving die het graafschap als zodanig wilde legitimeren, werd de bevolking nu als een natie van Hollanders voorgesteld.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 281: "(...) als een land en natie van Hollanders, met een eigen identiteit, een eigen taal en een eigen verleden." Aurelius schiep dus een eigen patria-concept;De Nijs, 2002, Deel 1, p. 281 de gewestelijke eenheid komt tot uitdrukking in een Holland voorgesteld als vaderland van een Hollands volk.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 281: "De elitaire Trojaanse mythe die aanvankelijk uitsluitend was gebruikt om het Hollandse gravenhuis luister bij te zetten, werd door Aurelius vervangen door de Bataafse mythe waarin het Hollandse volk als geheel historische betekenis kreeg" Deze voorstelling van zaken vond in zijn eigen tijd weinig weerklank; de Geldenaar Gerard Geldenhouwer, die de Bataven voorstelde als grondleggers van een gemeenschappelijke Nederlandse identiteit, kreeg veel meer navolging.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 282

In 1548 wordt Holland toegevoegd aan de Bourgondische Kreis van het Heilige Roomse Rijk.

Holland als kerngewest van de Republiek In het begin van de opstand tegen de Habsburgers, de Tachtigjarige Oorlog, werd de provincie Holland in 1572 de machtsbasis van de opstandelingen. Binnen de Unie van Utrecht van 23 januari 1579 vormde zij het dominante gewest en de unie kan mede gezien worden als een militaire alliantie ter verdediging van Holland.Thimo de Nijs en Eelco Beukers (red.), 2002, Geschiedenis van Holland, Deel 2, p. 21 Holland is tussen 1590 en 1650 economisch en politiek bijzonder succesvol en dit leidt zowel in binnen- als buitenland tot een krachtige beeldvorming over het gewest, dat voor externe en interne waarnemers een typische eigenheid lijkt te bezitten.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 12 De 17e-eeuwse Hollanders omhelzen de Batavenmythe en identificeren zich met de Batavieren.De Nijs, 2002, Deel 2, p. 376 De krachtige beeldvorming over Holland is tot op heden blijven bestaan maar gaat tegenwoordig gepaard aan een zwak gevoelde identiteit.De Nijs, 2002, Deel 1, p. 10 Deze paradoxale combinatie roept de vraag op hoe zij verklaard kan wordenDe Nijs, 2002, Deel 1, p. 14

In het Interbellum van de 20e eeuw was de Groot-Nederlandse beweging invloedrijk waartoe ook de historicus Pieter Geyl behoorde.Hans Knippenberg en Ben de Pater (red), 1988, De eenwording van Nederland, p. 20 Geyl plaatste deze problematiek in het kader van de ontwikkeling van de Nederlandse identiteit: deze zou allereerst voortkomen uit de gedeelde Nederfrankische afkomst van Vlamingen, Brabanders en Hollanders die in tegenstelling gezien werd met de Saksische etniciteit van de oostelijke provincies, die meer gericht waren op hun stamverwanten in het oosten, het tegenwoordige (Noord-)Duitsland. Pas na de val van Antwerpen in 1585, toen tienduizenden zuidelijke vluchtelingen zich in de Hollandse steden vestigden, verschoof het Nederlandse cultuurcentrum naar het noorden. Daar veranderde de Groot-Nederlandse identiteit in een Noord-Nederlandse gebaseerd op Holland die zich geleidelijk naar de oostelijke gewesten uitbreidde, terwijl de tegenstellingen met het zuiden toenamen.P. Geyl, 1946, Eenheid en tweeheid in de Nederlanden

Later in de 20e eeuw wordt een interpretatie populairder als die van Jonathan Israel: Israël stelt dat een algemeen-Nederlandse identiteit in de 16e eeuw slechts door een heel kleine elite gevoeld werd maar dat Holland toen al eeuwenlang bezig was zijn macht over Friesland en het Oversticht te vergroten. De zogenaamde Bourgondische machtsuitbreiding daar zou in feite een Hollandse zijn.Jonathan Israel, 1995, The Dutch Republic, p. 72 De Opstand vormde geen cesuur maar een voortzetting van dit proces en pas hierdoor werd een Nederlandse identiteit geschapen die samenviel met de Hollandse.Jonathan Israel, 1995, The Dutch Republic, p. 57