thumb|300px| USS Enterprise (CV-6) thumb|300px|1942
De USS Enterprise (CV-6) was een vliegdekschip van de Amerikaanse Marine tijdens de oorlog in de Grote Oceaan. Het schip werd ook de "Big E" genoemd en was het meest gedecoreerde schip van de Amerikaanse Marine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze voerde de meeste missies uit gedurende de Tweede Wereldoorlog in de Grote Oceaan, en werd bijzonder beroemd door de zee- en luchtslagen in de oorlog in de Grote Oceaan. De Enterprise behoorde tot de Yorktown-klasse. De Enterprise was het 6e vliegdekschip van de United States Navy en het 7e US Navy schip met deze naam.
Geschiedenis thumb|De USS Enterprise (links) samen met de USS Yorktown in aanbouw in Newport News De kiel van de Enterprise werd op 16 juli 1934 gelegd. Ze liep van stapel op 3 oktober 1936 te Newport News Shipbuilding, gedoopt door Lulie Swanson, echtgenote van de marine secretaris Claude A. Swanson. De Enterprise werd overgedragen aan de Amerikaanse marine op 12 mei 1938. Het vliegkampschip nam aan vrijwel alle zeeslagen tegen Japan in de Tweede Wereldoorlog deel, onder meer aan de Slag bij Midway, de Zeeslag bij de Oostelijke Salomonseilanden; de Zeeslag bij de Santa Cruz-eilanden. Ook was ze aanwezig gedurende de Slag bij Guadalcanal, de Slag in de Filipijnenzee en de Slag in de Golf van Leyte, alsook voordien het bombardement op Tokio, met de Doolittle Raid. Driemaal werd zij getroffen, het laatst door een kamikaze-vliegtuig bij de verovering van het eiland Okinawa in april 1945, waarna zij naar de V.S. terugkeerde. Ze overleefde de oorlog evenals de Saratoga en de Ranger.
Eigenlijk is de Enterprise het resultaat van de ontwapeningsonderhandelingen, die in 1921 tussen de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Japan, Frankrijk en Italië gevoerd werden. Dat Akkoord van Washington stond toe, dat de Verenigde Staten 135.000 ton voor de gezamenlijke vliegdekschepenvloot mocht bouwen. De eerste drie vliegdekschepen die werden gebouwd waren de Langley, de Lexington en de Saratoga. Dit waren omgebouwde schepen van andere klassen. De Ranger was het eerste vliegdekschip, dat ook als zodanig gepland en gebouwd werd. Toen Franklin D. Roosevelt in 1933 de "New Deal" verkondigde, was in de begroting voor de verdediging ook 40.000.000 dollar, voor twee nieuwe vliegdekschepen voorzien. Van het zusterschip Yorktown werd op 21 mei 1934 haar kiel gelegd en de Enterprise volgde twee maanden later.
De eerste proefvaart van de beide vliegdekschepen Yorktown en Enterprise, was in mei 1938 naar Rio de Janeiro, Brazilië. De toenmalige viceadmiraal William F. Halsey Jr. voerde hierbij het opperbevel en kapitein-ter-Zee Newton H. White had het eerste commando over de Enterprise. Na haar terugkeer opereerde ze langs de oostkust van de Antillen in april 1939. Doch in november werd Newton White door kapitein-ter-Zee Charles A. Pownall vervangen en afgelost, en deze bracht het schip in 1939 naar de Grote Oceaan waar ze eerst op haar eerste thuisbasis San Diego aanlegde. In mei 1940 werd de Task Force-vloot voor Japanse afdreiging naar Pearl Harbor verlegd. Er was tegen Japan een olie-embargo uitgevaardigd omdat het China in 1938 was binnengevallen en daar oorlogsmisdaden beging tegen de Chinese burgerbevolking. Dit Amerikaans embargo zat de Japanners dwars.
Tweede Wereldoorlog Pearl Harbor Op 28 november 1941 vertrok Task Force 8, met de Enterprise, uit Oahu om het Marine Corps Fighter Squadron 211 naar Wake eiland te transporteren. Op 4 december werden de vliegtuigen afgeleverd en tegen 6 december werd het eskader terug in Pearl Harbor verwacht. Door slecht weer liep het eskader vertraging op waardoor de Enterprise niet in de haven lag tijdens de Japanse aanval op Pearl Harbor. Toen de Japanners aanvielen, was het vliegdekschip slechts 200 mijl van Oahu verwijderd. De Enterprise stuurde achttien vliegtuigen op verkenning uit op zoek naar de Japanse vloot. De vliegtuigen moesten doorvliegen naar Pearl Harbor en kwamen vlak na de Japanse aanval aan.Rohwer, p. 122 Zes toestellen werden neergehaald door zenuwachtige Amerikaanse schutters, die dachten dat het nog Japanse vliegtuigen waren. Acht bemanningsleden werden gedood. In de namiddag werd een aanval gelanceerd met 30 toestellen op basis van een foutief rapport van een onderzeeër. Zes Grumman F4F Wildcats konden niet naar de Enterprise terugkeren en vlogen naar Pearl Harbor. De toestellen werden voor een Japanse aanval aanzien en drie van de zes toestellen werden door eigen luchtafweer neergeschoten bij de landing.
Op 8 december kwam TF8 in Pearl Harbour aan. Na een snelle bevoorrading vertrok de Task Force terug op patrouille. Op 10 december vonden vliegtuigen van de Enterprise de Japanse onderzeeër I-70 en brachtten deze tot zinken.Rohwer, p. 123
Wake Nadat het Amerikaanss garnizoen op Wake een Japanse landing kon afslaan, werd besloten het eiland te versterken. Task Force 14 met het vliegkampschip Saratoga moest achttien Brewster F2A Buffalo jachtvleigtuigen naar het eiland brengen, Task Force 11 met het vliegkampschip Lexington moest een afleidingsaanval op Jaluit uitvoeren en Task Force 8 met de Enterprise moest dekking te geven aan beide andere task forces. De operatie werd afgelast wanneer de Japanners op 22 december een succesvolle landing uitvoeren op Wake eiland vooraleer de Amerikaanse task forces konden ingrijpen.Rohwer, p. 126thumb|Jachtvliegtuigen op de USS Enterprise (CV-6) Marshall eilanden Task Force 8, met de Enterprise vertrok op 11 januari 1942 vanuit Pearl Harrbour ter bescherming van een konvooi met bestemming Samoa.Rohwer, p. 133 Op 25 januari voegen TF8 en TF17 met de Yorktown zich bij elkaar voor een aanval op de Marshall en Gilbert eilanden. Op 1 februari vallen 64 vliegtuigen van de Enterprise Japanse schepen aan bij Kwajalein, Wotje en Maloelap op de Marshalleilanden. Voor het verlies van zes vliegtuigen konden ze enkel een kleine kanonneerboot tot zinken brengen en een mijnenlegger, een lichte kruiser en vijf andere schepen beschadigen. Bij een tegenaanval van Japanse vliegtuigen loopt de Enterprise lichte schade op.Rohwer, p. 139 Na de slag stoomde de Task Force terug naar Pearl Harbor.
Wake en Marcus Op 14 februari verlaat TF8 met de Enterprise Pearl Harbour en voert op 24 februari een bombardement uit op Wake met 42 toestellen. Twee kruisers en twee torpedobootjager svan TF8 voeren ook bombardementen op het eiland uit.Rohwer, p. 147 Op 4 maart wordt Marcus island gebombardeerd. Bij beide raids gaat een vliegtuig verloren.Rohwer, p. 144 Op de terugreis naar Pearl Harbour wordt de TF8 verkend door de Japanse onderzeeër I-15, maar deze onderzeeër kan niet aanvallen noch andere boten naar het doel leiden.Rohwer, p. 142
Doolittle Raid miniatuur|Doolittle Raid Map Op 8 april 1942 vertrok de Enterprise uit Pearl Harbour met haar escorte van twee kruisers en vier torpedobootjagers. Op 13 april voegt dit eskader zich bij de Hornet en haar escorte van eveneens twee kruisers en vier torpedobootjagers. Samen vormden ze de nieuwe Task Force 16. De Hornet had op 2 april San Francisco verlaten, waar ze zestien B-25 Mitchell-bommenwerpers aan boord genomen had. De bedoeling was om deze bommenwerpers op een afstand van 900 km van Japan te lanceren om Tokyo te bombarderen en dan door te vliegen naar China terwijl de TF16 zo snel mogelijk rechtsomkeer zou maken. Doordat een Japanse patrouilleboot het Amerikaans eskader voortijdig ontdekte moesten de vliegtuigen vroegtijdig op een afstand van 1200 km gelanceerd worden, zodat de vliegtuigen geen brandstof genoeg hadden om de Chinese vliegvelden te bereiken en allemaal verloren gingen. Maar de Doolittle Raid op Tokyo was een grote propaganda overwinning voor de Amerikanen. Vliegtuigen van de Enterprise brachten twee kleine Japanse patrouilleboten tot zinken, en beschadigden twee andere. De Japanners probeerden nog de Amerikaanse vliegdekschepen te onderscheppen met hun eerste vliegkampschipvloot, maar die bevond zich ten Oosten van Formosa, op terugweg van aanvallen in de Indische Oceaan en was te veraf en moest de achtervolging al snel opgeven. Ook dertien Japanse onderzeeërs probeerden TF16 vruchteloos te onderscheppen. Task Force 16 was terug in Pearl Harbor op 25 april.Rohwer, p. 157
Door het breken van de Japanse Navy Codes kregen de Amerikanen in april 1942 een gedeeltelijk inzicht in de Japanse plannen. Het was duidelijk dat een invasiestrijdmacht samengesteld werd in het zuiden van de Stille Oceaan. Het doel van deze invasie was niet duidelijk maar Port Moresby leek het meest waarschijnlijk.Stephen, p. 139 De TF16 verliet Pearl Harbour op 1 mei richting Australië, maar kwam te laat om deel te kunnen nemen in de resulterende Slag in de Koraalzee. Op 8 mei werden de TF16 teruggeroepen naar Pearl Harbour,Stephen, p. 156 waar ze op 26 mei aankwamen.
Slag bij Midway links|miniatuur|Dorie Miller Op 27 mei kregen menige officieren en matrozen, aan boord van de Enterprise, die plichtbewust hadden opgetreden tijdens de Japanse aanval op Pearl Harbor, persoonlijk of postuum een ereteken opgespeld. Vele kregen de Medal of Honor. Voor de eerste maal in de Amerikaanse geschiedenis, kreeg een kleurling, een kok, Doris "Dorie" Miller genaamd, een medaille uitgereikt, door de Vloot-admiraal Chester Nimitz, de plaatsvervanger van admiraal Husband Kimmel. Matroos-Tweede-klas Miller kreeg "maar" het Navy Cross.
Opnieuw kregen de Amerikanen via ontcijferde berichten op tijd waarschuwingen voor een grote Japanse aanval op het eiland Midway. Nu de Japanse marine nog een overwicht had, zicht zij een confrontatie op met de Amerikaanse marine en wilde met deze aanval de Amerikaanse vliegdekschepen uitschakelen. Een landing op Midway dicht bij Pearl Harbour zou de Amerikanen tot de strijd dwingen. Op 28 mei 1942 werd de Enterprise het vlaggenschip van viceadmiraal Raymond Spruance. Deze voormalige kruisercommandant werd voorgedragen door de zieke admiraal William Halsey aan Vlootadmiraal Chester Nimitz tot zijn leidinggevende opvolger voor de strijd. Task Force 16, met de Hornet en Enterprise, 6 kruisers en 9 torpedobootjagers stoomde naar een positie 200 mijl ten noorden van Midway om de Japanse aanval af te wachten. Op 30 mei vervoegde Task Force 17, onder leiding van viceadmiraal Fletcher met de Yorktown, 2 kruisers en 6 torpedojagers, de TF16. Fletcher was de leidinggevende admiraal voor de luchtaanvallen en had de titel van "Officer in Tactical Command".Stephen, p. 164-165Rohwer, p. 169 miniatuur|De brandende Hiryu De Slag bij Midway begon in de morgen van 4 juni 1942, wanneer vier Japanse vliegdekschepen, de Akagi, Kaga, Soryu en Hiryu de aanval inzetten door Midway te bombarderen. De Japanse luchtverkenning ontdekte de Amerikaanse task forces niet op tijd en vliegtuigen van de Enterprise en Yorktown konden de Akagi, Kaga en Soryu in brand bombarderen zodat die alle drie enkele uren later zonken. Vliegtuigen van de Hiryu konden de Yorktown buiten gevecht stellen met bommen en torpedo's maar daana werd het laatste Japans vliegdekschip door toestellen van de Enterprise en Hornet ook in brand gebombardeerd en de Hiryu zonk de volgende dag. De Yorktown werd uiteindelijk door de Japanse duikboot I-168 tot zinken gebracht. Daarna achtervolgde TF16 de terugtrekkende Japanse vloot en kon nog een zware kruiser tot zinken brengen en een andere zwaar beschadigen.Stephen, pp. 167-177Rohwer, pp. 170-171
Task Force 16 en 17 verloren in totaal 113 vliegtuigen, de Japanse verliezen waren 272 vliegtuigen. De Enterprise zelf kwam onbeschadigd uit de slag en keerde op 13 juni 1942 terug naar Pearl Harbor.
Operatie Watchtower thumb|De USS Enterprise (CV-6) brandt na de Zeeslag bij de Oostelijke Salomonseilanden