Een batterij bij het spel schaken wordt gevormd wanneer twee stukken (meestal torens) met elkaar in dezelfde lijn van beweegrichting staan. Het ene schaakstuk verdedigt daarmee het andere stuk.

Een batterij kan ook worden gevormd door een toren en een dame of door een loper en een dame.

Daarnaast kunnen de dame en de twee torens samen een drievoudige batterij vormen.

Een batterij kan alleen maar door twee of meer zogenoemde baanstukken worden gevormd. Die hebben bereik over de langst mogelijke afstand over het bord: dame, toren en loper. Ook een pion kan deel uitmaken van een batterij.

In het diagram heeft wit een batterij van een pion, twee torens en een dame waarmee hij mat achter de paaltjes kan geven. Zwart heeft een batterij van twee stukken (dame en loper) en nog een paard, samen onvoldoende voor de verdediging. De vier witte stukken bedreigen veld d8 (hoewel niet tegelijk), terwijl d8 door slechts drie zwarte stukken gedekt wordt. Wit speelt eerst 1. d8D†. De gepromoveerde pion wordt geslagen (met het paard of de dame). Daarna volgt 2. T×d8†. De toren wordt geslagen. Daarna volgt 3. D×d8†. Tegen het derde stuk heeft zwart geen verweer: 4. T×d8#.

Categorie:Schaakterminologie