thumb|Mogelijke reconstructie van de gouwen Doornik (Tornacensis) en Pévèle (Pabulensis)

De Doornikgouw (in Latijnse bronnen vermeld als pagus Turnacensis en pagus Tornacensis) was een gouw in het Frankische Rijk.

Doornik was achtereenvolgens de hoofdplaats van de civitas Turnacensium (van ±375 tot ±460), het vroege Frankische Rijk (van ±460 tot 486) en mogelijk ook het hertogdom van Dentelinus (van na 486 tot ±650). Toen dit hertogdom uiteenviel in gouwen, werd de streek van Doornik in leen gegeven aan de bisschop van Doornik en zijn seculier kapittel.Paul Rolland (1927). À quels baillis ont ressorti Tournai et le Tournaisis durant le XIIIe siècle? – in La Revue du Nord 52, p. 273-274.

Het Verdrag van Verdun (843) koos onder andere de Schelde als rijksgrens, maar de bisschop had bezittingen op beide oevers. Aangezien de hoofdplaats Doornik op de westelijke oever lag, werd de volledige gouw toegewezen aan West-Francië. Hetzelfde principe vindt men terug bij de Kamerijkgouw, ditmaal ten gunste van Midden-Francië.

Koning Karel de Kale verhief de bisschop tot zendgraaf over alle graven in het bisdom Doornik, het bisdom Noyon en het latere bisdom Atrecht. Volgens reconstructies van het Capitularium van Servaas (853) betrof het ongeveer dertien gouwen.Léon Vanderkindere (1897). Le Capitulaire de Servais et les origines du comté de Flandre – in Compte-rendu des séances de la commission royale d'histoire.

De koning vertrouwde de militaire bescherming (of "voogdij") toe aan een edelman, mogelijk de graaf van Pévèle. Binnen Doornik beschikte de voogd over een burcht, het château de Bruille.Paul Rolland (1926). Le Tournaisis, châtellenie flamande – in Revue du Nord mei 1926, p. 120-122. Rond 895 vielen Pévèle en de voogdij aan het graafschap Vlaanderen (zie het Doornikse).

Categorie:Gouw in de Nederlanden Categorie:Geschiedenis van Doornik Categorie:Geschiedenis van Henegouwen Categorie:Geschiedenis van Vlaanderen