Willem Leonard Oltmans (Huizen, 10 juni 1925 – Amsterdam, 30 september 2004) was een Nederlands journalist, auteur en pamflettist. Hij werd vooral bekend om zijn moeizame relatie met de Nederlandse autoriteiten en zijn jarenlange juridische strijd met de Nederlandse overheid om compensatie vanwege de decennialange tegenwerking die hij ondervond na een interview in 1956 met de Indonesische president Soekarno, met wie hij bevriend raakte. Door deze vriendschap ontwikkelde hij zich tot Indonesië-kenner, maar ook blijvend tot een felle criticus van het Nederlands buitenlandbeleid.

Jeugd Oltmans werd geboren in een gefortuneerd gezin met koloniale wortels, als zoon van jurist en scheikundig ingenieur Antonie Cornelis Oltmans en Alexandrine van der Woude. Zijn ouders waren neef en nicht: zijn moeder was de dochter van Lucie Eléonore Oltmans en Hendrik van der Woude. Grootvader Van der Woude ontwikkelde als eerste zuivere witte kinine en was mede-oprichter van 's werelds grootste fabrikant daarvan, de Nederlandsche Kininefabriek (N.K.F.) in Maarssen, het latere ACF-concern na samenvoeging met de Amsterdamse kininefabriek. Oltmans heeft deze grootvader van moeders kant nooit gekend, door een echtscheiding van deze grootouders en diens vroegtijdig overlijden op 54-jarige leeftijd.Memoires, deel 1 (1925-1953), pag. 15 Oltmans' vader en grootvader hadden in Nederlands-Indië gewoond. Zij waren beiden te Semarang op Java geboren. Zijn overgrootvader Alexander Oltmans was ‘president comité’ van de Nederlands-Indische Spoorweg Maatschappij.

Hij groeide op met twee broers in landhuis De Horst in Bosch en Duin tussen Bilthoven en Zeist en kreeg bijlessen Duits van Gertrude Büringh Boekhoudt, die haar hele leven lang Oltmans' belangrijkste vertrouwelinge was. In de jaren 50 werd Büringh Boekhoudt door de koninklijke familie aangesteld als begeleidster van Beatrix en de andere prinsessen.

Opleiding Oltmans volgde zijn middelbareschoolopleiding gedurende de bezettingsjaren (HBS-A en HBS-B) aan Het Baarnsch Lyceum. Na de Bevrijding van Nederland meldde hij zich in juni 1945 als vrijwilliger bij het Korps Mariniers "om Indië te bevrijden", om daarvan naar eigen zeggen "weer afscheid te nemen" na de capitulatie van Japan en het uitroepen van de Indonesische onafhankelijkheid.Oltmans in ingezonden stuk in de Volkskrant, 8 juli 1995; in zijn Memoires schreef hij "Op 26 juli meldde ik me reeds voor de medische keuring van het Korps Mariniers. Ik werd onmiddellijk goedgekeurd en we zouden kortelings voor training naar de V.S. vertrekken. Onverwachts capituleerde Japan medio augustus 1945 als gevolg van de beide atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Toevallig had ik op dat moment een lichte longontsteking en lag te bed. De eerste groep Mariniers vertrok (...) zonder mij. Nu de oorlog voorbij was en Nederlands-Indië bevrijd (...), was voor mij een geheel andere situatie ontstaan. (...) 13 november 1945 werd ik eindelijk opgeroepen voor dienstneming bij de Mariniers. Ik vroeg op de plaats rust herkeuring aan. Ik werd op 4 december afgekeurd en kon naar huis vertrekken." Memoires, deel 1 (1925-1953), pag. 80

In 1946 werd hij op voordracht van oud-diplomaat W.L.F.C. (Willem) ridder van Rappard toegelaten op Nijenrode, dat toen nog Stichting Nijenrode, Instituut voor Bedrijfskunde heette en tevens een Nederlands Opleidings Instituut voor het Buitenland (NOIB) kende en gold als opleiding voor toekomstige diplomaten. Van Rappard was lid van de Raad van Bestuur van dit instituut. Omdat het kasteel Nijenrode nog niet gereed was, begon de opleiding in een noodvestiging op de Paasheuvel te Vierhouten.Memoires, deel 1 (1925-1953), pag. 95 Vervolgens studeerde hij van 1948 tot 1950 Political Science and International Relations aan de Yale-universiteit in de Verenigde Staten. Dit was ten tijde van de door Nederland als 'politionele acties' betitelde Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Zich discussies daarover herinnerend schreef hij later: "In Yale begon ik in te zien dat ik deel uitmaakte van een club van westerse onderdrukkers". In 1950 keerde hij terug naar Nederland.In het land der blinden (2001), pag. 8

Loopbaan Op 10 augustus 1953 begon zijn journalistieke carrière, op de buitenlandredactie van het Algemeen Handelsblad onder Anton Constandse, aan wie hij was aanbevolen door Henk Hofland, die hij op Nijenrode had leren kennen.Anton Koene, "Willem L. Oltmans, vreemde vogel in de journalistiek", De Tijd, 22 januari 1972 Op de redactie in Amsterdam schreef hij stukken aan de hand van persberichten over onder meer de Slag bij Điện Biên Phủ in Vietnam en het uitbreken van de Korea-oorlog.Mijn vriend Sukarno (1995), pag. 18 In 1954 ging hij voor United Press werken, om een jaar later over te stappen naar De Telegraaf, als correspondent in Rome.

Gedurende zijn carrière schuwde Oltmans controverses en affaires niet. Collega's zagen met de nodige argwaan hoe hij zich beroemde om zijn internationale contacten, pretenderend op goede voet te staan met bijvoorbeeld de Indonesische (ex-)president Soekarno; en later in de jaren 80 met de Surinaamse legerleider Desi Bouterse, als wiens "adviseur" hij zou optreden. Zelf benadrukte hij dat een journalist de moed moest betonen onderzoek te doen naar de feiten en daarbij ook over voldoende parate kennis van de geschiedenis moest beschikken: de dagbladjournalist die zijn geschiedenis niet kent, zal lapwerk leveren.In het land der blinden (2001) pag. 165 Naar eigen zeggen beging hij het pad van de "stille diplomatie", "in de coulissen van de politieke macht", doordat hij als journalist toegang had tot hooggeplaatste personen.Mijn vriend Sukarno (1995), pag. 61

Rob Meines schreef in december 1992 in NRC Handelsblad: "(...) want met zijn voortreffelijke kennis van het diplomaten-lingo, met de juiste dosis geaffecteerdheid in zijn spraak en met de habitus van een heer van stand, gecombineerd met een rotsvast geloof in het eigen gelijk, verschafte Oltmans zich toegang tot de werk- en huiskamers van een behoorlijke reeks presidenten en premiers." Carel Enkelaar, van 1955 tot 1963 hoofdredacteur van het NTS-journaal, stelde dat Oltmans met zijn primeurs "tien jaar te vroeg was".Carel Enkelaar, Ooggetuige: Achterkanten van de media, 1992

Kritiek Als journalist die zelf vaak onderwerp werd van het nieuws, bleef Oltmans niet onomstreden. Hofland schreef in 1972 Tegels lichten over zijn oude studiegenoot "Oltmans kwam terecht in de oudhollandse molen waar de reputaties vermalen worden."H.J.A. Hofland (1972), Tegels Lichten: of Ware verhalen over de autoriteiten in het land van de voldongen feiten, pag. 57-58

Nadat Oltmans in 1957 zelf de initiatiefnemer bleek te zijn geweest van de Petitie Drost (waarin de Tweede Kamer door Nederlanders in Indonesië opgeroepen werd besprekingen met Indonesië aan te gaan) ontpopte hij zich als een "contactman" die buiten de diplomatieke kanalen openingen zocht voor een normalisering van de betrekkingen tussen Nederland en Indonesië, onder meer tussen de Indonesische autoriteiten en de Groep Rijkens – een lobby vanuit het Nederlandse bedrijfsleven onder aanvoering van Paul Rijkens (grondlegger van Unilever) die positief stond tegenover een afdracht van Nieuw-Guinea 'onder economische voorwaarden'."Journalist Oltmans in Vrij Nederland: Soekarno welwillend tegenover informeel contact met Nederland", Het Vrije Volk, 1 juli 1961 Begin jaren 70 werd hij mede wegens zijn aanklachten tegen het beleid van minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns inzake Nieuw-Guinea in het toenmalige dagblad De Tijd als het enfant terrible van de Nederlandse journalistiek betiteld"Geen persoonlijke vendetta tegen Luns – Oltmans wil onderzoek naar beleid Nieuw Guinea", De Tijd, 8 juni 1973 en een "veel besproken en beschreven journalist" die zich telkens "gewild of ongewild in de publiciteit werkte".Anton Koene, "Journalist Willem L. Oltmans weer in het nieuws – Waren Soekarno´s brieven wel of niet zoek?", De Tijd, 29 september 1973

Naast zijn werkzaamheden als journalist liet Oltmans door gebruik te maken van zijn toegang tot diverse wereldleiders zich in met activiteiten die door historicus Hermann von der Dunk in 1988 in een beschouwing over de eerste delen van zijn memoires als semi-diplomatiek zou worden omschreven.H.W. von der Dunk, "Willem Oltmans, moderne uitgave van dandy-avonturier Memoires van een buitenspeler", NRC Handelsblad, 19 maart 1988, n.a.v. de eerste drie delen van Oltmans' memoires, verschenen in 1985, 1986 en 1987. Hans Warren stelde dat Oltmans zijn journalistieke onafhankelijkheid op het spel zette door zich zonder mandaat als diplomaat te gedragen.Hans Warren, "Willem Oltmans: vat vol tegenstrijdigheden", Het Vrije Volk, 5 mei 1988 Willem Breedveld noemde Oltmans "meer een activist, lobbyist en een begaafd toneelspeler met een ruim bemeten ego, dan een journalist".Willem Breedveld, Kuifje in de politiek, Trouw, 22 december 1995

Kritische collega's stelden dat zijn onbescheidenheid over de rol die hij bij diverse politieke gebeurtenissen zou hebben gespeeld groteske vormen aannam.Ger Vaders, "De Nederlandse ezel en de steen des aanstoots", Nieuwsblad van het Noorden, 26 juli 1984

Met name in dagblad De Telegraaf moest hij het jarenlang ontgelden. In 1972 noemde Telegraaf-columnist Jacques Gans hem een "journalistieke diva van de politieke intrige"."Ontevreden exhibitionist", De Telegraaf, 11 februari 1972 In 1993 werd hij door een medewerker onder het pseudoniem Waarnemer neergezet als "een querulant (...) die het bijna niet lukt om met iemand geen ruzie te krijgen".De Telegraaf, 4 maart 1993

Ook andere kranten lieten zich, zij het minder stelselmatig, niet onbetuigd. In 1973 betitelde redacteur Paul van 't Veer van Het Parool Oltmans als "pleitbezorger en public relations officer van Soekarno","Geschiedvervalsing rond Soekarno", Het Parool, 24 september 1973 waarna hij op aandringen van Oltmans in een rectificatie genoopt werd te erkennen dat dit "public relations officer" ironisch bedoeld was en dat hij hem niet als "betaald agent van Soekarno in Nederland" wilde voorstellen."Rectificatie: Oltmans en Soekarno", Het Parool, 26 september 1973 Eveneens in 1973 kreeg Oltmans van Bibeb de gelegenheid in een groot interview voor het weekblad Vrij Nederland uit de doeken te doen wat hem dreef: "Ik heb een talent om relaties te kweken en door te dringen tot plaatsen waar gewone journalisten geen toegang krijgen". In dit interview kondigde hij de publicatie aan van zijn boek Den vaderland getrouwe. Met de titel zou hij hebben willen onderstrepen geen "landverrader" te zijn, maar "iemand die het goed meent met Koningin en Vaderland" en zich hebben willen afzetten tegen hoe hij met name vaak in De Telegraaf werd afgeschilderd.Paul van 't Veer, "Oltmans' Groot N.-Guinea Boek", Het Parool, 13 november 1973 Het eerste exemplaar van dit op zijn dagboekaantekeningen in de periode 1956-1973 gebaseerd boek werd in november 1973 symbolisch overhandigd aan Dewi Soekarno."Sara Dewi hier Willem Oltmans", De Tijd, 10 november 1973 Critici beschouwden het als in wezen een lange aanklacht tegen Luns en een apologie voor Soekarno.Anton Koene, "Willem Oltmans trekt van leer", De Tijd, 13 november 1973J.R. Soetenhorst, "Oltmans heeft steentje aan onze geschiedenis bijgedragen", NRC Handelsblad, 14 november 1973"Vormloze warwinkel toch het lezen waard: Oltmans bepleit opnieuw parlementaire enquête", Trouw, 14 november 1973 Zelf verklaarde Oltmans dat dit boek bedoeld was als "verdediging van de integriteit" in verband met de vele aanvallen en verdachtmakingen in de loop der jaren tegen zijn persoon."Nieuw boek: 'Den Vaderland Getrouwe': OLTMANS CONTRA LUNS", Nieuwsblad van het Noorden, 14 november 1973

miniatuur|Weduwe Dewi Soekarno bij de presentatie van Den vaderland getrouwe (1973)