Fivelingo of Fivelgo is een streek (Ommeland) in het midden van de Nederlandse provincie Groningen. De belangrijkste plaats van deze streek is vanouds Appingedam, dat in de Middeleeuwen als enige plaats in de regio, naast de stad Groningen, volledige stadsrechten had.
De naam Fivelgo betekent streek (go of gouw) van de Fivel, een voormalig riviertje in de streek. Sinds de 16e eeuw sprak men - onder invloed van de naam Hunsingo - gewoonlijk van Fivelingo, hoewel de oude naam Fivelgo ook in gebruik bleef.
Hoewel Fivelingo in de Middeleeuwen een relatief invloedrijk gebied was, is het tegenwoordig, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Oldambt, voornamelijk een historische eenheid. De naam wordt tegenwoordig nog maar weinig gebruikt en ook kunnen we niet meer spreken van een typisch Fivelgoër identiteit. De geografie van het gebied draagt hieraan bij. Het centrale laagland is altijd al een barrière geweest tussen oost en west en het Eemskanaal heeft deze scheiding versterkt. Daarnaast zorgt de bereikbaarheid van grote plaatsen buiten Fivelingo, zoals Groningen en Hoogezand-Sappemeer en Uithuizen ervoor gezorgd dat men in de grensstreken meer op die plaatsen is gericht, dan op de eigen streek.
Begrenzing De westgrens van Fivelingo was het Maarvliet, terwijl de oostgrens ongeveer overeenkomt met de oostgrens van de voormalige gemeente Slochteren (de Siepsloot). Het grenst in het westen aan Hunsingo, in het oosten aan het Oldambt en de Eemsmonding en in het zuiden aan het Gorecht.
De streek omvat delen van de gemeenten Eemsdelta, Midden-Groningen, Groningen en Het Hogeland; meer precies het grondgebied van de voormalige gemeenten (van na 1990) Appingedam, Loppersum (zonder Middelstum), Slochteren en Ten Boer, alsmede het grootste deel van de voormalige gemeente Delfzijl (zonder Termunten).
De landbouwstatistiek van 1912 rekende de noordelijke helft van Fivelgo tot het Hogeland, de overige delen tot de Centrale Bouwstreek, de Woldstreek en Klein-Oldambt. De voormalige gemeenten Appingedam, Delfzijl en Termunten werden in 1957 samengevoegd tot een nieuw landbouwgebied, Oost-Fivelgo. Sinds 1991 worden hier de landbouwgebieden Hogeland, Centraal Weidegebied en Oostelijke Bouwstreek onderscheiden.
Geschiedenis thumb|Fivelingo over hedendaagse topografische kaart met de zeedijk en waterlopen ca. 1100 n.Chr., bedijkingsgeschiedenis, de grenzen van de onderkwartieren ca. 1500 n.Chr. en voormalige kloosters. Bronnen: o.a. JWvanAalst, O. Knottnerus, J. van den Broek thumb|De 13e-eeuwse Kerk van Garmerwolde, overblijfsel van een kruiskerk. thumb|Garsthuizermaar, overblijfsel van de Fivel.
Net als Hunsingo was Fivelingo (Fivelgo) van oorsprong een Friese gouw. In de 15e eeuw werd het een van de Groninger Ommelanden.
Bestuurlijke indeling De gouw bestond uit twee of drie onderkwartieren die samenvielen met de belangrijkste seenddistricten of moederparochies. Daarvan was Loppersum vermoedelijk de oudste. Het Oldambt vormde vermoedelijk een eigen onderkwartier of ambt, maar ging in de loop van de twaalfde eeuw een zelfstandig landschap vormen. Westerambt (hoofdplaats Loppersum) Oosterambt (hoofdplaats Appingedam) In de veengebieden of woldstreken ontstonden in de vijftiende eeuw twee nieuwe onderkwartieren: Duurswold (hoofdplaats Slochteren) Vierendeel (hoofdplaats Ten Boer)
Over het algemeen traden de verschillende delen van Fivelingo gezamenlijk op, waarbij men samenkwam in Appingedam. De bewaarde zegelafdrukken van Fivelgo uit 1317, 1405 en 1427/'28 beelden twee heiligen uit; één daarvan stelt Maria voor.Haio van Lengen, 'De Friese landen tussen Eems en Lauwers in de middeleeuwen. Een bijdrage tot de indeling van de landen en de betekenis van hun zegels', in: Historisch Jaarboek Groningen (2004), p. 7-24. In 1579 koos men voor een wapen met een adelaar, dat echter maar korte tijd gebruikt werd.
De grens tussen het Wester- en Oosterambt viel waarschijnlijk samen met die tussen de decanaten of proosdijen Loppersum en Farmsum. Hij komt ook ter sprake in 1303, als het onderhoud van de dijken wordt geregeld. Het gebied ten westen van de Heekt wordt dan Godlinzeranesse (het schiereiland van Godlinze) genoemd. Het Oldeklooster met de dorp Katmis en Nes werd daar later kennelijk aan toegevoegd. De grens tussen de beide decanaten liep verder door tussen Appingedam en Tjamsweer en vandaar naar Duurswold, waar hij samenviel met de kerspelgrens tussen Hellum en Schildwolde.
De rechters van het Westerambt kwamen vermoedelijk bijeen in Loppersum, later ook in Leermens; hier werden ze in hun ambt bevestigd. De seend (kerkelijke rechtspraak) werd echter gehouden in Loppersum, Bierum, Slochteren en mogelijk ook Stedum. Het Westerambt viel in de vijftiende eeuw uiteen in een Westerdeel (rond Loppersum) en een Oosterdeel (rond Leermens). Van het Westerambt is een zegelafdruk uit 1482 overgeleverd, dat de Maria uitbeeldt met het kindje Jezus op de arm, geflankeerd door twee engelen.
Het Oosterambt omvatte de seendstoelen Holwierde en Farmsum. Het onderkwartier trad vermoedelijk niet meer als zelfstandig orgaan op nadat het rond 1400 in handen kwam van de hoofdelingenfamilie Ripperda, die de proosdij Farmsum beheerste. In 1435 traden Holwiede en Marsum nog zelfstandig toe tot het grote landvredeverbond dat de stad Groningen had afgekondigd.
Duurswold wordt voor het eerst als zelfstandige eenheid genoemd in 1406.
Het Vierendeel of Verndell was tevens een waterstaatkundige eenheid, namelijk een schepperij binnen het Winsumer- en Schaphalsterzijlvest. Als zodanig wordt het in 1408 voor het eerst vermeld. De rechtstoel van dit onderdistrict Vierendeel omvatte echter een groter gebied, met delen van de kerspelen Ten Boer, Garmerwolde en Heidenschap die binnen het Scharmerzijlvest lagen. Ten Boer werd echter nog in 1465 bij het Westerdeel gerekend.
In de 1659 werd een nieuwe indeling ingevoerd, die in 1749 weer werd afgeschaft. Bij die gelegenheid werden drie districten met ieder vijftien dorpen gevormd:A.J. de Sitter, Tegenwoordige staat de Vereenigde Nederlanden, dl. 21: Vervattende het vervolg der beschrijving van Stad en Lande, Amsterdam 1794, p. 340. Hogelandsteradeel Oosteradeel of Oostera Duurswolderadeel
De (nogal willekeurige) grenzen van deze districten staan afgebeeld op de provinciekaart van Theodorus Beckeringh uit 1781.
Fivelgoër Landrecht Het Fivelgoër Landrecht behoort tot de overgeleverde Oudfriese rechtsteksten. Ook nadat het Oudfries als geschreven rechtstaal geleidelijk plaatsmaakte voor het Middelnedersaksisch, bleef Fivelgoër rechtsstof in vertaling en bewerking overgeleverd. Tot deze latere teksttraditie behoort de vijftiende-eeuwse Codex Sickinghe, die onder meer de Willekeuren van Fivelgo, de Willekeuren van Fivelgo en Hunsingo en het Erfrecht van Fivelgo en Hunsingo bevat.Redmer H. Alma, 'Codex Sickinghe. Het oudste Ommelander rechtshandschrift', Us Wurk. Tydskrift foar frisistyk 48 (1999), p. 132–135. Jan Hallebeek, Layci erant coiudices. Over de rol van leken in de Westerlauwerse seendprocedure (afscheidsrede), Amsterdam: Vrije Universiteit, 2019, p. 6.
Geografie thumb|Het Schildmeer in het midden van de streek. thumb|Zicht op de Jacobuskerk in Zeerijp. thumb|Het Damsterdiep, van oudsher de levensader van Fivelingo.
Geografisch en cultureel kan Fivelingo grofweg in vier gebieden worden verdeeld, die ongeveer overeenkomen met de vroegere onderkwartieren: Het zuidelijke laagveengebied en de dorpen langs het Damsterdiep Het Hogeland en de bedijkte Fivelboezem de lintdorpen van het Duurswold het stedelijke gebied van Appingedam en Delfzijl
Zuidelijk laagveengebied (Woldstreek) Het zuidelijke en centrale deel van Fivelingo was laagland (laagveen) dat menigmaal overstroomde. Hier ligt o.a. het visrijke Schildmeer. Het laagveengebied, dat doorliep tot in Innersdijken, is ontgonnen vanaf uit het noorden en oosten, door het veen via de Fivel en de Delf te ontwateren. In dit veengebied zijn dorpen ontstaan als Thesinge, Ten Boer en Garmerwolde. Het midden van Fivelingo, het laagstgelegen gedeelte, is altijd zeer dun bevolk gebleven, vanwege de lage ligging en bodemdaling door turfafgravingen. In recent jaren is door de aardgaswinning het gebied nog lager komen te liggen en is in de streek ten zuidwesten van het Schildmeer het zogenaamde Roegwold ontwikkeld, waarbij de natte gronden terug zijn gebracht. Door dit natte laagland stroomt ook de bovenloop van de Fivel (de Slochter Ae) die de afwatering van zowel het lokale laagveen, als het zuidelijker gelegen hoogveen regelde. Waarschijnlijk was de Fivel oorspronkelijk een vertakking van de Hunze was bij Foxhol.
Noordelijke kleistreek (Hogeland) De Fivel stroomde naar het noorden en hoe dichter bij de monding, hoe krommer de meanders. Tegenwoordig is de Fivel grotendeels verzand, hoewel er nog wel restanten zichtbaar zijn in het landschap. Overblijfselen van de Fivel zijn de Woltersumer Ae, de Ten Poster Ae, een deel van het Damsterdiep, de Westeremdermaar en de Zemsloot. In de vroege Middeleeuwen mondde de Fivel uit tussen Westeremden en Loppersum. Grofweg de driehoek Westeremden, Spijk, Uithuizermeeden vormde een inham (de Fivelboezem), die sinds de 12e eeuw stukje bij beetje werd ingepolderd. Het hele noordelijke deel van Fivelingo, grofweg het gebied ten noorden van het Damsterdiep en de oude gemeentegrens van Ten Boer bestaat uit zeekleigrond. Het is het oudst bewoonde deel van Fivelingo en sluit aan bij de kleistreken van Friesland, Hunsingo en Oost-Friesland. Hier liggen veel maren en wierdendorpen, doordat het land hier, voor de aanleg van dijken, regelmatig overstroomde. Dorpen als Stedum, Loppersum, Zeerijp, Godlinze, Losdorp, Bierum, Holwierde en Leermens liggen allemaal op wierden en hebben goed bewaarde romano-gotische kerkjes. De hoeveelheid wierdendorpen langs de Fivel en de Eems en de rijkelijk versierde kerkjes aldaar, wijzen erop dat het voor die tijd een dichtbevolkt en welvarend gebied is geweest. Op de jonge zeekleipolders van de Fivelboezem en de latere bedijkte landen wordt vooral akkerbouw bedreven, terwijl er op de oude zeekleigronden vooral grasland met veeteelt is.
Appingedam en Delfzijl thumb|Hangende keukens boven het Damsterdiep thumb|Havengebied van Delfzijl