thumb|Het schip Mauritius. Detail uit een schilderij van Hendrick Cornelisz Vroom (datering circa 1600 - 1630). Rijksmuseum Amsterdam thumb| Cornelis de Houtman. Het portret, naar een sapverftekening, bevindt zich in Gouda.

De Eerste Schipvaart was de eerste Nederlandse expeditie naar Indië, georganiseerd door de Compagnie van Verre uit Amsterdam. Hoofddoel was de inkoop van specerijen in de plaats Bantam op Java. De vloot van vier schepen vertrok op 2 april 1595 vanaf Texel. Drie schepen kwamen in augustus 1597 terug.

Voorgeschiedenis

Portugese concurrentie Portugal was al honderd jaar actief in Zuidoost-Azië en had vanwege het Verdrag van Tordesillas het monopolie op de Indische specerijenhandel. Antwerpen was een belangrijke doorvoerplaats voor specerijen, maar na de Val van Antwerpen in 1585 en de havenblokkade trokken veel Antwerpse kooplui naar Zeeland en Holland. Sinds 1580 maakte Spanje de dienst uit in Portugal, De Nederlanders, die in oorlog waren met Spanje, zagen zich genoodzaakt een route naar Oost-Indië te zoeken toen de havens op het Iberische schiereiland voor hen gesloten werden.

Cornelis Claesz. thumb|De 'Eerste Schipvaart' op weg naar de Oost. De Amsterdamse boekdrukker en uitgever Cornelis Claesz. wendde zich op 12 april 1592 tot de Staten-Generaal met de mededeling dat hij door bemiddeling van de cartograaf Petrus Plancius, "doch tot zijne kosten bekomen had van Bartholomeo de Lasso,Zijn naam wordt momenteel geschreven als Bartolomeu Lasso cosmograaf en meester van de zeevaert des Konings van Spanje, vijf en twintig particuliere zeekaarten, bevattende alle de zeekusten van de gansche eertbodem, eensamentlyck alle diepten en de ondiepten, drooghten, steenclippen, capen, voergeberchten, haffen en de haven, alle liggende onder hare behoorlijke elevatien des poli ofte graden der breedte distantien en de streken der winden, hebbende daarenboven bij claren gescrifte in Spaenscher taele, oyck gecregen de secreten van der zeevaert van Oost- ende Westindien, Africa, China ende andere diergelyke landen, inhoudende aanwysinghe van de eygenschappen der volken, vruchten ende waren of koopmanschappen". De Opkomst van het Nederlandsch Gezag in Oost-Indië. Volume I (1862), pagina 92 Zijn verzoek om de zeekaarten te mogen publiceren werd meteen ingewilligd. Die waren overigens Portugees staatsgeheim en op het smokkelen ervan stond de doodstraf. (1862), pagina's 92-93

Dezelfde dag gaven de Staten-Generaal ook toestemming voor de uitgave van "een Asiatische chaerte gemaeckt door een expert mr. der zeevaert tot Goa in Oost-Indie". (1862), pagina 92Volgens historicus Jhr. mr. J.K.J. de Jonge was die kaart niet afkomstig van Jan Huygen van Linschoten, want die kwam volgens hem pas een half jaar later in Holland aan. bron: (1862), pagina 92. De bekende cartograaf Cor Koeman schrijft in zijn boek over Jan Huygen van Linschoten, dat hij pas op 3 september 1595 vanuit de Azoren in Enkhuizen aankwam. bron: , Jan Huygen van Linschoten (1985), pagina 35

Omstreeks dezelfde tijd werden Cornelis de Houtman en zijn broer Frederick, als deel van een groep Amsterdamse kooplieden, door de cartograaf Petrus Plancius naar Lissabon gestuurd om meer informatie in te winnen over de Portugese handelsroute naar Oost-Indië via Kaap de Goede Hoop.De benaming in Holland voor deze kaap was indertijd de Spaanse; Cabo de Bona Asperanca. De betekenis is bijna hetzelfde: Kaap van de Goede Hoop. Voor deze operatie kregen ze twee jaar de tijd. Ze werden betrapt op spionage en de broers werden gearresteerd. Enkele Amsterdamse kooplieden kochten hen vrij en begin 1594 waren de broers terug in Holland.Tussenbroek, G. (2009) Amsterdam in 1597, pagina 31 (1862), pagina 93

Jan Huygen van Linschoten

In september 1592 kwam de Enkhuizenaar Jan Huygen van Linschoten terug van een jarenlang verblijf in Goa. (1862), pagina 94, Jan Huygen van Linschoten (1985) pagina 35 Hij publiceerde vlak voor het vertrek van de Eerste Schipvaart zijn kennis over de Portugese handelswegen naar Oost-Indië in zijn Reys-gheschrift vande navigatien der Portugaloysers in Orienten. Een exemplaar kon nog net aan de vloot worden meegegeven. Het boek verruimde de culturele kennis over Oost-Indië en zou een jaar later verwerkt worden in wat zijn bekendste werk werd: Itinerario; Voyage ofte schipvaert van Jan Huyghen van Linschoten naer Oost ofte Portugaels Indien, 1579-1592. (1985), pagina 35

In zijn Itinerario suggereerde Van Linschoten op weg naar Java niet zoals gebruikelijk door de Straat van Malakka te varen, maar de route via de westkant van Sumatra te nemen en vervolgens door de Soenda Straat te zeilen.Indertijd was de benaming Soenda Straat onbekend. In werkelijkheid schreef Jan Huygen van Linschoten, dat men via de westkust van Sumatra naar Sunda Calapa moest varen. Daarmee wordt het latere Batavia bedoeld dat iets ten oosten van Bantam lag. Als men Sunda Calapa (later geschreven als Soenda Kelapa) via de westkust van Sumatra wil bereiken, komt men automatisch door de Soenda Straat. bron: (1915) Op die manier zou men de Portugezen in Malakka vermijden en onopvallend handel kunnen drijven. (1915), Het verheven en verdorven Azië. In: Boek op zicht. Rubriek over de UB-tentoonstellingen. Het boek bevatte overigens geen navigatie hoe in de Molukken te geraken. (1985), pagina 38

Naar de Oost Compagnie van Verre thumb|200px|Portret van Dirck van Os, een van de belangrijkste oprichters van de Compagnie van Verre.

In 1594 richtten negen kooplieden uit Amsterdam de Compagnie van Verre op om via Kaap de Goede Hoop naar Oost-Indië te varen en er handel te drijven. Hun gezamenlijke inleg was 290.000 gulden. Een deel werd bestemd voor de bouw en uitrusting van vier schepen. Een bedrag van 120.000 gulden was bestemd voor de inkoop van specerijen. Hiervoor waren Spaanse zilveren dukaten aangeschaft, diverse soorten textiel, metaalwaren en andere koopmanschappen., De geschiedenis van de VOC. Fibula-van Dishoeck (1982)

De requesten aan de regering voor materiële steun werden mede-ondertekend door Cornelis de Houtman, wat aangeeft dat hij een belangrijk onderdeel van de organisatie uitmaakte., Verslag van een lezing gehouden door J.C. Rogge op 28 januari 1895 In: Jaarverslag 1895 van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap te Amsterdam. Ten Brink & De Vries, Amsterdam (1895), blz. 10-12. Gearchiveerd op 11 december 2022.

Hoofddoel werd Bantam, de grootste handelsplaats in de regio, aan de punt van de noordwestkust van Java. Er waren expliciet geen plannen om naar de Molukken te varen., De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost Indië onder Cornelis de Houtman, 1595-1597, journalen, documenten en andere bescheiden, uitgegeven en toegelicht, Martinus Nijhoff (1915)

Vertrek Op 2 april 1595 vertrokken de schepen Amsterdam,Beschrijving volgens de VOCsite. Hollandia,Beschrijving volgens de VOCsite. MauritiusBeschrijving volgens de VOCsite. en het veel kleinere maar snellere jacht Duyfkenhttp://www.vocsite.nl/schepen/detail.html?id=11577 Beschrijving volgens de VOCsite. van Texel zuidwaarts.Er werd specifiek gekozen voor vertrek in april, aangezien dit de maand was waarop ook de Portugese schepen naar Indië vertrokken. bron: , Geschiedenis der stichting van de Vereenigde O.I. Compagnie en der maatregelen van de Nederlandsche regering betreffende de vaart op Oost-Indie, welke aan deze stichting voorafgingen P. Engels, Leiden, tweede herziene druk (1857), pagina 44 Aan boord bevonden zich 249 bemanningsleden, onder wie Cornelis de Houtman, zijn broer Frederick, Paulus van Caerden en Pieter Keyser. De laatste was door Plancius voorzien van zeekaarten en astronomische instrumenten. Gerrit van Beuningen, Jan Jansz. Kaerel en Aernoudt Lintgens waren enkele van de kooplui die meegingen., Lambert Biesman (1573–1601) of the Company of Trader Adventurers, the Dutch Route to the East Indies, and Olivier van Noort’s Circumnavigation of the Globe (2007)

De stadhouder en de Staten-Generaal hadden de schepen helpen voorzien van kanonnen.Inventaris van de archieven van de Compagnieën op Oost-Indië, 1594-1603 Nationaal Archief 's-Gravenhage Zo hadden de Staten-Generaal via de Staten van Holland en Zeeland de zeesteden van deze provincies opgedragen om de compagnie kanonnen in bruikleen te geven., De geoctrooieerde compagnie. Kluwer, Deventer (2005) pagina 29 De stad Edam leverde er bijvoorbeeld twee. Aan boord bevonden zich 36 kleine ijzeren kanonnen voor het schieten met schroot, 23 bronzen en 43 ijzeren kanonnen voor het schieten met kanonskogels en 200 musketten.

Schipsraad Met opzet was er geen admiraal van de vloot benoemd. De investeerders gaven de voorkeur aan een schipsraad, waarvan de leden op democratische wijze belangrijke beslissingen zouden nemen. Cornelis de Houtman kreeg de leiding over de koopmannen. Hij had die positie mede te danken aan het feit dat hij verwant was aan de invloedrijke Reinier Pauw, een van de oprichters van de Compagnie van Verre.

Brazilië Onderweg werden de Canarische en Kaapverdische Eilanden aangedaan, om vervolgens koers te zetten in de richting van Brazilië. Er vond een ontmoeting plaats met enkele Portugese boten en de leiding wisselde als geschenk ham en kaas uit tegen marmelade. Bij het vertrek werden saluutschoten afgevuurd. De Hollandse vloot reikte volgens plan tot aan de Abrolhos Archipel, niet ver van de Braziliaanse kust, voordat men koers zette naar de zuidelijkste punt van Afrika. (1862)

Scheurbuik thumb|Khoikhoi bereiden zich voor op een tocht. Op 12 juni werd het eerste geval van scheurbuik geconstateerd. Eind juli was meer dan de helft van de bemanning ziek.

Voor het eerst legde een Hollands schip aan op de zuidkust van Afrika, voorbij Kaap de Goede Hoop. De datum was 4 augustus en aangemeerd werd in een baai die de Portugezen de naam São Bras gegeven hadden.São Bras is Portugees voor Sint Blasius. De bewoners werden door de bemanning Hottentotten genoemd.Inmiddels wordt de benaming Hottentotten in Zuid-Afrika beschouwd als een scheldwoord. De werkelijke naam van de inlanders is Khoikhoi. Men kwam op deze naam omdat men - ten onrechte - dacht dat ze stotterden.

Fruit en groene groente om de scheurbuik tegen te gaan, hadden de inlanders niet. Wel werd in de baai een overvloed aan mossels gevonden. Die kreeg uiteindelijk de naam Mosselbaai.Het is onduidelijk wie de naam Mosselbaai gegeven heeft. Of dat al gebeurd is tijdens de Eerste Schipvaart of pas in 1601 toen Paulus van Caerden (die er overigens bij de Eerste Schipvaart ook bij was) terugkwam met een vloot, waarvan hij de bevelhebber was. Met de inlanders werd vee geruild tegen een mes of een staaf ijzer, maar al snel lieten ze zich niet meer zien. Op 11 augustus staken de schepen weer in zee. Begin september bevonden ze zich in de buurt van Madagaskar. Volgens plan wilden ze via de oostkust naar de Baai van Antongil varen, waar het volgens gegevens van Jan Huygen van Linschoten erg vruchtbaar en goed vertoeven was.

Wegens hevige stormen - tijdens dat jaargetijde normaal - lukte dat niet en noodgedwongen werd het eiland Nosy Manitsa aangedaan, aan de zuidwestkust van Madagaskar. Er werden stoffen en tinnen lepels geruild met de vissers van Anakoa.

'Hollandsche Kerkhof' thumb|Kaart van Madagaskar. Goed te zien is dat de vloot aan de onvruchtbare kant van het eiland strandde; de oostkust is groen, de westkust dor en droog.

De Hollanders bleven er meer dan drie weken en deden niet veel meer dan de zieken verzorgen en de doden begraven. Alleen al tussen 2 en 21 september stierven 31 bemanningsleden. In totaal werden er op Nosy Manitsa zeventig Hollanders begraven. Het eiland stond om die reden eeuwenlang op Nederlandse zeekaarten vermeld als Hollandsche Kerkhof. Jan Dignumsz. van Quadyk, kapitein van de 'Hollandia', was een van de doden. Hij stierf op 29 september.

Arrestatie Van Beuningen