thumb|Vickers Valiant was operationeel van 1951-1965 thumb|Handley Page Victor was operationeel van 1956 - 1993 thumb|Avro Vulcan was operationeel van 1956-1984 V-Force of V-Bomber Force was een benaming voor de strategische nucleaire bommenwerpers van de Britse luchtmacht (Royal Air Force) in de jaren 50 en jaren 60.
De Vickers Valiant, Handley Page Victor en de Avro Vulcan vormden de V-Force en de drie types bommenwerpers stonden bekend als V-Bombers. Zij waren verantwoordelijk voor de Britse strategische nucleaire vergelding gedurende de eerste jaren van de Koude Oorlog.
De V-Force werd gevormd in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. De Royal Air Force had vervangers nodig voor de verouderde bommenwerpers met zuigermotoren en zocht die in straalaangedreven bommenwerpers. Deze moesten een snelheid van minstens 500 knopen (knots; kts) kunnen ontwikkelen op 50.000 voet (feet; ft)hoogte en minimaal 3000 mijl actieradius hebben. Ook moesten ze atoombommen kunnen vervoeren.
De eerste afgeleverde toestellen waren zilverkleurig maar al snel werd dit vervangen door witte antiflashverf. Dit moest de bemanning beschermen tegen de hitte en de stralingseffecten bij eventuele atoomexplosies.
Onder het Quick Reaction Alertsysteem (QRA-systeem), konden vliegtuigen van de V-Force binnen enkele minuten worden gescrambled (in de lucht gestuurd) om een gepast antwoord te geven op een mogelijke aanval vanuit de Sovjet-Unie.
De V-Bombers waren bewapend met de eerste Britse atoombom, Blue Danube, al snel opgevolgd door een sterkere kleinere versie, de Yellow Sun. Vanaf 1961 werden ze ook bewapend met de Blue Steel, een raket met atoomkop die circa honderd mijl vanaf het doel kon worden afgevuurd.
De toestellen konden ook een gewone bommenlast van 10.000 kg meenemen. Toen de nucleaire vergeldingsrol aan de Royal Navy werd overgedragen, werden sommige squadrons uitgerust met de tactische WE.177B-atoombom; deze had een veel kleinere springlading.
Toen de toestellen op lage hoogte moesten gaan vliegen onder vijandelijke radar, werd de witte antiflashverf vervangen door een grijs-groen camouflagepatroon.
Bemanning
V-Bomberbemanningen waren op continue alarmeringsbasis aanwezig bij hun toestellen die startklaar op Operational Readiness Platforms (ORP) aan het begin van de startbaan geparkeerd stonden. De QRA werd tot 1969 gehandhaafd en verviel toen de vergeldingsrol van de V-Force overging naar de marine die de nieuwe Polarisonderzeeboten operationeel in gebruik nam.
Een V-bomberbemanning had uiteenlopende taken: Vluchtcommandant Dit was altijd de meest ervaren officier vlieger en dat hoefde beslist niet de oudste of hoogste in rang te zijn. Er zijn missies geweest met een relatief jonge Captain als vluchtcommandant en een Squadronleader (majoor) als Navigator en een Wingcommander (kolonel) als Air Electronics Officer. De vluchtcommandant was de eindverantwoordelijke voor de missie en diende er voor te zorgen dat zijn bemanning alle opgedragen taken uitvoerde. Hij diende na verloop van tijd ook zijn vlieger op het niveau van vluchtcommandant te krijgen. Hiervoor stond een periode van circa drie jaar ter beschikking.
Vlieger De eigenlijke uitvoerder van de missie. Dit was altijd een recent opgeleide jonge vlieger. Hij diende capabel genoeg te zijn om het toestel onder alle mogelijke oorlogs-, nood- en schadesituaties bestuurbaar te houden om de bommen af te kunnen laten werpen. De vlieger was altijd degene van de bemanning die het snelste ervaring opdeed.
Plotternavigator Deze zorgde dat het toestel door gebruik van elektronische instrumenten (doppler navigatie systeem, TACAN, H2S radar en radiokompas) en handmatige berekeningen op de uitgezette koers bleef. Hij diende in noodgevallen echter ook te kunnen navigeren op de sterren met alleen een sextant en een kompas. Dit werd veel geoefend omdat men verwachtte dat alle elektronische navigatiemiddelen in oorlogstijd gestoord zouden worden door de vijand en later uitgeschakeld zouden worden door atoomexplosies. Hij werd hierbij geassisteerd door de radarnavigator. De plotternavigator was het bemanningslid dat bij een vlucht altijd het meeste werk kreeg. Gewoonlijk was hij uren voor de vlucht bezig met het voorbereiden van het vluchtplan en hij diende snel te reageren op plotselinge koersaanpassingen. Plotternavigators op een Blue Steelmissie gebruikten vaak het nauwkeurige interne navigatiesysteem van de Blue Steelraket als hulpmiddel.
Radarnavigator Deze was verantwoordelijk voor blind bombing, een essentieel onderdeel bij een atoomaanval. Ter beveiliging van de ogen van de bemanning waren alle toestellen voorzien van een blinderingssysteem dat vlak voor een atoomaanval gebruikt werd. De radarnavigator controleerde de radar en het Nav Bombing System dat de toestellen de mogelijkheid gaf om blind te bombarderen vanaf een hoogte van 57.000 tot 250 voet. De radarnavigator wierp ook de bommen af. Een ander deel van zijn functie was het assisteren van de plotternavigator tijdens de vlucht.
Air Electronics Officer Deze was verantwoordelijk voor de langeafstands-HF-radiocommunicatie; dit kon gaan door gebruik van morse (tijdens elektronische storingen) of via het gesproken woord. Ook bewaakte hij de elektrische systemen van het toestel tijdens de vlucht. Zijn hoofdtaak was de elektronische oorlogvoering (electronic warfare, EW) en het geven van advies aan de vliegers bij ontwijkacties.
Kwetsbaarheid Door de wijzigingen in het Russische luchtafweersysteem en de kracht van de verwachte atoomexplosies werden verliezen ingecalculeerd en werd verwacht dat 80% van de ingezette V-Forcetoestellen zou worden uitgeschakeld.
De dreiging voor de V-Force was zeker gelijk aan die voor een formatie bommenwerpers in de Tweede Wereldoorlog; onderscheppingsjagers, luchtafweer en radar.
V-Forcebommenwerpers hadden zo goed als geen defensieve middelen en werden geacht voor het grootste deel alleen te opereren. Laagvliegen werd daarom als de enige echte verdediging voor de V-Forcebommenwerpers beschouwd. Een vlucht vlak boven de grond werd gekoppeld aan elektronische tegenmaatregelen (ECM) die voor het grootste deel bestonden uit een aantal radarstoorzenders en veel window. Deze zouden de Russische radar voor een groot deel verblinden en verwarren maar het gebruik zou de Russische luchtverdediging wel attent maken dat de vliegtuigen naderden, dus ECM zouden spaarzaam moeten worden gebruikt.
In de jaren zeventig wisten de V-Forcebemanningen dat als de oorlog uitbrak, er een kleine kans bestond om terug te keren na hun inzet. Die wetenschap was gebaseerd op de locatie van de doelen en op het feit dat er gevlogen werd in een zo goed als onverdedigd groot vliegtuig. Dit werd ook al in de jaren 50 door de Britse luchtmachtstaf aangegeven.
De door de Britse luchtmachtstaf verwachte ‘oorlogsduur’ sprak dit echter tegen. De V-Force werd geacht in de eerste oorlogsweek ten minste drie aanvalsmissies uit te voeren. Doordat men verwachtte dat de V-Forcevliegbases snel door een Russische aanval zouden worden uitgeschakeld, rekende men er op dat het grootste deel van de V-Force in het NAVO-antwoord op een Russische aanval werd ingezet. Als ze op de basis bleven, zouden ze immers worden vernietigd. Deze wetenschap, gekoppeld aan ‘minstens drie aanvalsmissies in de eerste oorlogsweek’ betekende dat een groot deel op de basis bleef en de Russische aanvallen overleefde of dat er meer toestellen van hun missie terug werden verwacht dan men zou denken.
In juni 1956 werd in een regeringsnota bevestigd dat er gerekend werd met een verliesfactor. De theoretische schatting gaf de V-Force een verliesfactor van 5% per afgelegde 100 zeemijl per nacht. Een penetratiemissie naar Moskou zou circa 55% van de aanvallende toestellen kosten. Deze schatting gekoppeld aan de vliegtuigoverblijfselen op de basis na de eerste Russische aanvallen zou niet veel overlaten voor een tweede inzetgolf. Dit maakte de Polarisraketten in de 'onzichtbare' atoomonderzeeboten meteen een geloofwaardiger afschrikmiddel.
Planning De koude oorlog is nu voorbij maar was destijds akelig dichtbij. Oost en West hadden uitgebreid gepland welke doelen als eerste moeten worden aangevallen als de oorlog uitbrak. Voor de luchtstrijdkrachten van Groot-Brittannië betekende dit plannen voor een interventie samen met de NAVO-strijdkrachten maar ook plannen voor een mogelijke oorlog zonder de NAVO en de Verenigde Staten.
Voordat de Polarisraketten de voornaamste nucleaire afschrikkingsrol overnamen, bestond een van de inzetmogelijkheden van de V-Force uit de Quick Reaction Alert. Hiervoor werd een aantal reeds van bewapening voorziene vliegtuigen en hun bemanning gereed gehouden voor een alarmstart binnen enkele minuten. Meestal bestond zo’n QRA-sectie op een vliegbasis uit vier startklare Avro Vulcans die op de Operational Ready Pan (ORP) aan het begin van de startbaan stonden opgesteld. De ORP werd vaak gebruikt voor oefeningen waarbij de vier toestellen een scramble of alarmstart maakten.
Hoewel de rol van de V-Force door de jaren veranderde, was de strijdmacht nog steeds bestemd om een belangrijke rol te spelen bij een NAVO- of nationaal conflict in Europa; speciaal tegen de Sovjet-Unie dat toen nog als 'de vijand' werd beschouwd. Als de oorlog uitbrak, zou de V-Force strategische nucleaire aanvallen uitvoeren. Dit zou onder NAVO-supervisie gebeuren bij een NAVO-conflict of onder een Brits nationaal plan als het Verenigd Koninkrijk alleen tegen het Oostblok zou strijden. Dit laatste scenario was niet erg waarschijnlijk maar er bestonden wel degelijk plannen voor.
Een speciale plangroep binnen de Britse ministeries van Luchtvaart en van Defensie bepaalde continu welke doelen er aangevallen zouden worden en welke aanvlieg en uitbraakroutes moesten worden gebruikt. In tegenstelling met de huidige planning en doelaanwijzing, zo kort mogelijk voor een aanval, werden de eerste aanvallen vroeger al maanden van tevoren gepland en besproken. Dit gebeurde om twee redenen.
Men ging uit van een onverwachte plotselinge aanval na een verslechterende politieke situatie gevolgd door Sovjet ICBM-lanceringen. Vanaf dat moment moest de tegenaanval zo snel mogelijk worden uitgevoerd. Er was geen tijd voor een kleinschalig gepast antwoord; de enige mogelijkheid bestond uit een massale nucleaire vergelding. Toestellen die op de grond bleven, zouden bij de eerste aanval uitgeschakeld zijn dus er was geen andere optie dan in zeer korte tijd zo veel mogelijk toestellen de lucht in te krijgen. Bovendien was er voor de toestellen vermoedelijk geen weg terug omdat de vliegbases de eerste Sovjetdoelen waren. In de jaren 50 en 60 kon nog geen gebruikgemaakt worden van computers. De toestellen van de V-Force waren niet uitgerust met computers en alle navigatie en de berekeningen voor het afwerpen van de bommen werden op een mechanische analoge manier uitgevoerd. De voorbereiding hiervan kostte enorm veel tijd.
De missies, routes, doelen en weergegevens werden door een plangroep op papier gezet en waren bestemd voor een vooraf bepaald steunpunt van de Royal Air Force en toegewezen aan een vooraf bepaald squadron. Binnen het squadron werden de aangewezen doelen onder de beschikbare bemanningen verdeeld.