thumb|Nyai Loro Kidul Nyai Loro Kidul wordt ook Nyi Roro Kidul en Ratu Kidul genoemd; meerdere namen worden haar toegeschreven en zij wordt beschouwd als de meest belangrijke godin van Java in Indonesië. Haar karakter is van een zeer complexe aard die onder het fenomeen godin geplaatst kan worden. De vertaling van haar naam luidt Koningin van het Zuiden of de Zuidzee Godin; de Zuidzee is (de Indische Oceaan of Samudra Kidul) in de Javaanse en Soendanese mythologie. Er is hoewel weinig over haar bekend, ook daar de overleveringen veelal mondeling zijn doorgegeven op Java.
Namen Koningin Der Zuidzee De verschillende namen van Nyai Loro Kidul geven de diversiteit aan van haar oorsprong in verschillende overleveringen, sagen, legenden en mythen. Zoals Ratu Laut Selatan (Koningin der Zuiderzee, waarmee de Indische Oceaan mee wordt aangeduid) en Dewi Pantai Selatan (Godin van het Zuiderstrand).Robson, Stuart. The Kraton, KITLV Press 2003, Leiden Nederland, , p. 77
Ratu Kidul Vele Javanen geloven in het aanroepen van haar door verschillende eretitels te gebruiken, zoals Gusti (Vrouwe/Heer voor hoog adellijken) en Kangjeng (hoogedele). Derhalve wordt met eerbied geschreven over de Gusti Kangjeng Ratu Kidul. Het meer populaire nyai betrof oorspronkelijk een eretitel voor een oudere en fatsoenlijke vrouw (zoals in nyai ageng of nyai nenek). Veel later verkreeg de nyai de vertaling voor een bijvrouw. De nyai werd een populaire uitdrukking gedurende de Nederlandse overheersing in het voormalige Nederlands-Indië. Zij was de inheemse huishoudster van menig Nederlander die haar als een bijvrouw in huis nam en zijn levensgezelling werd. Intimi of zij die intiem met haar zijn noemen haar ook Eyang, wat "grootmoeder" betekent. In het algemeen wordt er over de Ratu (koningin) gepraat die uit het Zuiden (kidul in het Javaans of selatan in het Bahasa Indonesia) komt.Jansz, P. Ant. Practisch Javaansch-Nederlandsch Woordenboek, N.V. Boekhandel en Drukkerij v/h G.C.T. Van Dorp & Co. Semarang, Soerabaja, Bandoeng, 's-Gravenhage 1906
Nyi Roro & Nyai Loro De naam loro betekent letterlijk twee - 2, en is lang geleden in de naam van de mythen over de Spirit-Koningin geslopen die geboren werd als een hemelschoon meisje of een maagdelijk wezen. Het Oud-Javaanse woord hiervoor is rara (maagd), geschreven als rårå, (later verbasterd tot roro). In de loop der tijden veranderde het Oud-Javaanse rara op onbegrijpelijke wijze in het Nieuw-Javaanse lara, geschreven als lårå (met de betekenis van ziek, ook hartzeer of lijden en door de Nederlanders geschreven als loro). Een "ziekte" bleek debet aan het bestaan van de nyai, die naast de Oud-Javaanse Nyi Rara het Nieuw-Javaanse Nyai Lara (Njai Loro) erbij kreeg.Jordaan, Roy E. Tara and Nyai Lara Kidul - Asian Folklore Studies, Volume 56, 1997: pp 303
Ratu Gelang Kencana In Soenda, West-Java, wordt de naam Ratu Gelang Kencana nog steeds gebruikt. Dat is meer symbolisch voor de Koningin die Gouden Armbanden (Gelang Kencana) draagt en door deze ringen of armbanden vastgeklonken is aan iets. Legenden verhalen over de zeespiegel die haar gevangen houdt in de oceaan.Bayan, Inten aka Adeboi, Rene. Njai Loro Kidoel. Moesson, The Hague 1967
Beschrijving thumb|250px|Groepjes mannen brengen klerenoffers aan de godin van de Zuidzee op de kroondag van de Sultan van Djogja, Wereldmuseum Amsterdam
Zeemeermin Nyai Loro Kidul wordt wel uitgebeeld als een zeemeermin die ofwel een zeemeerminstaart heeft, of het onderlichaam van een slang vertoont. Deze mythische wezens nemen de ziel wanneer er materiële zaken worden verlangd. Het mythische zeewezen Nyai Blorong (die lijkt op een zeeslang met het bovenlichaam van een vrouw) sleurt iedereen mee naar de diepten van de oceaan, alwaar haar paleis gebouwd is uit de beenderen van deze meestal uit mannen bestaande slachtoffers. Zij wordt vaak de "dochter van Nyai Loro Kidul" genoemd.Becker, Judith. Die Meereskönigin des Südens, Ratu Kidul. pp 142, Nyi Blorong, die Schlangenfrau -
Zee-aspect Nyai Loro Kidul of Ratu Kidul is de heerseres over de enorme golvenzee van de Indische Oceaan. Zij wordt beschouwd als de spirituele koningin of gade van de Soesoehoenan van Solo/Surakarta en de Sultan van Jogjakarta, wat overeenkomt met de meridiaan of aslijn van de Indische Oceaan met de vulkaan Merapi en de Sultanaten Solo/Surakarta en Jogjakarta. Zij is het zee-aspect die met de vulkaan en de 2 sultanaten in directe verbinding staat.Robson, Stuart. The Kraton, KITLV Press 2003, Leiden Nederland,
Naga Soms wordt Nyai Loro Kidul letterlijk als een "naga" beschouwd, ofwel een mythische slang. Zij wordt met slangen geassocieerd hoewel dit idee vermoedelijk ontwikkeld werd doordat enkele overleveringen gaan over een prinses van het Pajajaran Koninkrijk op West-Java. Deze prinses leed aan lepra dat leek op een wittige huid als van een slang. Het ligt voor de hand dat dit gegeven over de Nyai Loro Kidul in de meeste mythen worden gelinkt met het verwisselen van een slangenhuid.Jordaan, Roy E. Tara and Nyai Lara Kidul - Asian Folklore Studies, Volume 56, 1997: 285-312
Schoonheid Doch het is bovenal de schoonheid van de Javaanse Godin die overal populair werd en waardoor vooral Soendanese en Javaanse prinsessen zich vergeleken met de Godin door de mogelijkheid om zich een paar keer per dag van uiterlijk te veranderen. Nyai Loro Kidul spant de kroon door zich negen keer per dag te kunnen veranderen, wat in oude mythen, sagen en legenden een absolute top is. Dat verklaart het schoonheidsmotief op Java.Bogaerts, Els. Scription Van sunans, sultans en sultanes; Ratu Kidul in the Panitik Sultan Agungan - M.A. Thesis, Rijskuniversiteit Leiden, Holland
De legende Prinses Dewi Kadita
Eens, lang geleden, was de Koningin van de Zuidelijke Oceaan een lief en innemend meisje. Zij was de dochter van Praboe Moending Wangi, de lieveling van de koninklijke hofhouding en de lokale bevolking. Haar koninklijke vader was zeer gesteld op zijn dochter. Zelfs de vogeltjes hielden van haar. Haar naam was Dewi Kadita, maar velen noemden haar Dewi Srengege of Prinses van de Zon. Zij was als een zonnestraaltje.
Praboe Moending Wangi verlangde naar een troonopvolger. Helaas kon de moeder van Dewi Kadita niet aan deze wens voldoen. De koning nam daarom een tweede vrouw, die heel jaloers was op het lieftallige prinsesje en haar moeder. Zij heette Poetri Moentiara en drong er bij de koning op aan om haar beide rivalen van het hof te verwijderen. Maar Praboe Moending Wangi voelde daar niets voor. Hij hield van zijn eerste vrouw en zijn dochtertje. Zijn tweede vrouw schonk hem weliswaar een gezonde troonopvolger, maar de vorst hield voet bij stuk.
Toen liet Poetri Moentiara de beroemde heks Djahil bij zich komen. De heks zou vorstelijk beloond worden indien Dewi Kadita en haar moeder zouden worden verbannen. Djahil concentreerde zich en sprak toen de Rapal (toverspreuk) uit: "Jullie beiden zullen door melaatsheid worden getroffen". Niet lang daarna openbaarde deze vreselijke ziekte zich bij moeder en dochter. Volgens de wet van het rijk moesten beiden worden verbannen naar de woeste bossen op de hoge bergen. Met bloedend hart voldeed vorst Moendang Wangi aan deze wet. En daar gingen beide mensen overdekt met vreselijke zweren op weg naar het woeste woud. In het hele land heerste grote verslagenheid, behalve bij de tweede echtgenote van de koning, Poetri Moentiara, die haar doel had bereikt.
Er braken zware tijden aan voor ons prinsesje. Zelfs de vogeltjes wilden niet meer bij haar komen. In het woud woonde een tap (kluizenaar), die zich over moeder en dochter ontfermde. De vorstin kon de schande van de verbanning en de pijn van de kwaal niet verwerken en gaf na enige dagen de geest. Toen was Dewi Kadita moederziel alleen. Echter de kluizenaar hielp haar, zorgde voor voedsel en huisvesting in een tempelgrot. Hij verzorgde haar etterende wonden, maar kon haar geestelijk lijden niet verzachten. Dewi Kadita raakte steeds meer verbitterd en verliet de kluizenaar. Zij trok van dorp naar dorp in de richting van het Zuiderstrand. Zij bedelde om voedsel, maar werd meestal weggejaagd vanwege haar melaatsheid. Dewi Kadita ging de mensen haten. Overal hoorde het meisje boze woorden: "Ga weg van ons, onreine, je mag ons niet besmetten. Scheer je weg vies mens!".
Al verder en verder ging Dewi Kadita, tot zij ten slotte het strand van de Zuidelijke Oceaan bereikte. Zij ging op een hoge rots staan en keek naar de wijde zee. Het diepgroene en soms blauwe water nodigde haar uit naar beneden te springen. In de koelte van het water zou zij haar zorgen en pijnen kunnen vergeten. En plotseling sprong het prinsesje van de rots af in de koude armen van de diepe oceaan.
De goden hadden haar moeilijke levenspad gevolgd en werden vervuld van diep medelijden. Daarom veranderden zij Dewi Kadita in de machtige Ratu Kidul, die nog steeds woont in haar prachtige onderzeese paleis.
(literatuur J.C. Lamster - Droste Album - deel 1 - 1934, bewerkt door Ruud Greve)Greve, Ruud. Kanjeng Ratu Kidul, beschouwingen en verhalen over de Vorstin van de Zuidelijke Oceaan - Uitgeverij Zevenster, Terschuur 2002 -
Een uitgebreide versie van deze legende is te vinden in "Javaansche Sagen Mythen en Legenden" van Jos. Meijboom-Italiaander.Meijboom - Italiaander, Jos. Javaansche Sagen Mythen en Legenden, Zutphen - W.J. Thieme & Cie - 1924,
Geschiedenis Nyai Loro Kidul wordt voor zover bekend niet in historische berichten vernoemd, hetzij als de "onzichtbare gade van de Javaanse Vorsten". Het was Panembahan Senopati Ingalaga (1586-1601 AD), de stichter van het Mataram Rijk, en zijn kleinzoon Sultan Agung (1613-1645 AD) die de Kanjeng Ratu Kidul vernoemen als hun bruid in de Babad Tanah Jawi, een Javaans geschreven kroniek.Babad Tanah Jawi by Dr. J.J. Ras - (34:100 - 36:1)
Een van de oorspronkelijk Soendanese volksverhalen gaat over Dewi Kadita van het Pajajaran Rijk op West-Java, die wanhopig de Zuiderzee (Indische Oceaan) zoekt nadat zij bewerkt is geworden door zwarte magie. Het verhaal gaat verder dat zij vertwijfeld in de woedende golven van de Indische Oceaan springt alwaar de geesten, demonen en duistere creaturen haar kronen tot de legendarische Godin der Zuiderzee.Meijboom, Jos - Javaansche sagen mythen en legenden, Zutphen - W.J. Thieme & Cie, 1924 pp 204 - 243,
Terwijl een andere Sundanese volksvertelling toont hoe Banyoe Bening (wat helder water betekent) de Koningin van het Djojo Koelon Rijk wordt, en, getroffen door melaatsheid, reist naar het Zuiden waar zij wordt opgenomen door een enorme golf en verdwijnt in de Zuiderzee (Indische Oceaan). Dit wordt gade geslagen door Noeng, haar toeverlaat en min die alles opschrijft in het zand.Njai Loro Kidoel by Inten Bayan aka Rene Adeboi, Moesson, The Hague 1967
Een nogal gecompliceerd verhaal gaat over de Ajar Cemara Tunggal (Adjar Tjemara Toenggal) die woont op de berg van Kombang in het Pajajaran Koninkrijk. Hij is een voorspellende priester die eigenlijk de hemelschone oudtante van Raden Joko Susuruh is. Zij vertelt hem om naar Oost-Java te reizen en een koninkrijk te stichten op de plek waar een maja-boom staat; er zal één vrucht groeien die heel erg bitter (pahit) smaakt, en op die manier kreeg het nieuwe koninkrijk de naam van Majapahit. De waarzeggende priester (of priesteres) zou de stichter van Majapahit huwen om hem bij te staan in allerlei zaken, en elke nazaat in zijn lijn van de eerste graad ook huwen. Doch zij zou eerst de "spirit-koningin van het zuiden" worden die heersen zal over de spirits, demonen en elke duistere creatuur uit de Onderwereld. Door deze traditionele overlevering verkreeg de mythe over Nayi Loro Kidul een Soendanese, West-Javaanse oorsprong. Deze is bewerkt door Prof. Dr. J.J. Hans Ras.Ras, J.J. Babad Tanah Jawi FORIS Publications, Dordrecht-Holland/Providence U.S.A. KITLV 1987 - (7:16 - 9:1)
Specialiteit Sarang Burung De Javaanse eetbare vogelnestjes heten Sarang Burung.