thumb|Hunebed Borger vanuit de lucht thumb|De poortstenen aan de zuidkant thumb|Het hunebed in 2000 Hunebed D27 ligt aan de noordoostzijde van Borger in de Nederlandse provincie Drenthe. Het ganggraf is het grootste hunebed van Nederland.Mythische stenen, Hendrik Gommer,
Vlak bij dit hunebed ligt het, door Aldo van Eyck ontworpen en in 2005 gereedgekomen hunebedcentrum.
Bouw Het hunebed D27 bevat negen dekstenen op 26 draagstenen en twee sluitstenen en een complete poort met vier poortstenen en een deksteen. Twee keien in de buurt zijn mogelijk kransstenen geweest.
Het hunebed is 22,6 meter lang en 4,1 meter breed.De hunebedden in Drenthe en Groningen
Tussen Borger en Buinen liggen ook de hunebedden D28 en D29.
Geschiedenis In 1809 heeft Lodewijk Napoleon het monument bezocht.Een paleis voor de doden, over hunebedden, dolmens en menhirs, Herman Clerinx, 2017,
R. Westerhoff vermeldt in 1835 een steenkrans.https://web.archive.org/web/20171004034751/http://www.hunebeddeninfo.nl/d27borger/beschrijving
In 1903 is een dennenbosje nabij het hunebed gekapt; op deze plek werd een Engelse tuin aangelegd.Delpher; Hunebed bij Borger
In 1907 wordt een subsidie toegekend voor verbetering (egalisering) en verfraaiing (beplanten met kastanjes) van de weg naar het hunebed.Nieuwsblad van het Noorden, 28-03-1908; subsidie voor verbetering van de weg naar het hunebed
In 1908 wordt bekend dat er bordjes in het dorp geplaatst zullen worden, die samen met de opgeknapte weg moeten zorgen voor meer bezoekers.Provinciale Drentsche en Asser courant, 24-04-1908: er zullen bordjes worden geplaatst in het dorp
Van Giffen vermeldt dat dekstenen 5 en 6 twee helften van één steen zijn.De Hunebedden in Nederland, dr.A.E.van Giffen, 1925
De bodem van het hunebed is in opdracht van het Hunebedcentrum gescand om te bezien of er zich nog archeologische voorwerpen in de bodem bevinden. Scannen heeft als voordeel, dat het bodemarchief niet wordt verstoord.Grond onder grootste hunebed in kaart gebrachtGrond onder hunebed onderzocht De scan brengt veel nieuwe zaken aan het licht, het hunebed zal daarom nog verder worden onderzocht.Hunebedscan Borger brengt veel aan het licht Het toont aan dat er dertig of veertig centimeter onder het hunebed een keienvloer is met daaronder structuren.
In 2018 werden napjes op het hunebed ontdekt van der Merwe, Mette, (maart). Op zoektocht naar cup marks op de Nederlandse hunebedden. Archeologie in Nederland 2020
Society of AntiquariesIn het spoor van Lukis en Dryden; Twee Engelse oudheidkundigen tekenen Drentse hunebedden in 1878, Wijnand van der Sanden, 2015 In Engeland ontstond in de jaren zeventig van de 19e eeuw bezorgdheid over de wijze waarop in Nederland hunebedden werden gerestaureerd. In die kringen was men vooral bezorgd dat met de restauraties het oorspronkelijk beeld van de situatie verloren zou gaan. De directeur van de Society of Antiquaries in Londen verzocht de oudheidkundigen William Collings Lukis en sir Henry Dryden om de staat waarin de hunebedden zich op dat moment bevonden nauwkeurig vast te leggen. Zij bezochten in juli 1878 Drenthe en brachten veertig hunebedden op de Hondsrug in kaart. Ze hebben opmetingen verricht en beschreven de aangetroffen situatie, die zij tevens vastlegden in een serie aquarellen. Hun rapportage aan de Society of Antiquaries verscheen echter niet in druk. Hun materiaal werd bewaard bij de Society of Antiquaries, het Guernsey Museum & Art Gallery en het Drents Museum. Het Ashmolean Museum in Oxford bezit kopieën van hun werk. In 2015 publiceerde de Drentse archeoloog dr. Wijnand van der Sanden alsnog hun werk. Hij voorzag hun materiaal van een uitgebreide inleiding. Ook schetste hij de ontwikkelingen met betrekking tot het archeologisch onderzoek van de hunebedden na hun onderzoek tot 2015. Hij gaf als oordeel dat het werk van Lukis en Dryden van hoge kwaliteit was.Van der Sanden 2015:9 In het Drents Museum was in 2015 een tentoonstelling over het werk.Hoge heren en hunebedden - Lukis en Dryden in Drenthe 1878
Hunebed D27 is weergegeven op Plan XXIV:Van der Sanden 2015:124/125 Het hunebed had vijfentwintig draagstenen en negen dekstenen. De ingang lag op het zuiden. Er waren waarschijnlijk oorspronkelijk tien dekstenen. De drie dekstenen aan de oostkant waren van de draagstenen gegleden, de vierde lag op de grond. De zevende en achtste deksteen lagen nog in positie. Aan de noordoostelijke kant van het hunebed was nog een deel van de dekheuvel aanwezig. Er werden enkele fragmenten van urnen, zowel onversierd als met ornamenten, gevonden. In 1874 werd een complete urn gevonden op een veld vlak bij dit hunebed.Een beker met touwversiering, waarschijnlijk uit een vlakgraf uit 2550-2400 v.Chr. Lukis vermeldde dat verteld werd dat Titia Brongersma het hunebed in 1685 zou hebben onderzocht en enkele urnen gevonden zou hebben.
Poëzie De geoloog Hartogh Heys van Zouteveen maakte het volgende gedicht op het hunebed van Borger:
Hermanus Hartogh Heys van Zouteveen (1841-1891)Uit: Drenthe door dichtersogen, Zeist, 2004
Titia Brongersma thumb|Gravure van de opgraving van "opgestapelde stenen" in Borger door Titia Brongersma (op 11 juni 1685). Gravure van J. Schijnvoet, 1711 Met Pinksteren 1685 bracht de Friese dichteres Titia Brongersma een bezoek aan Jan Laurens (Lentinck), schulte van Borger. Dit bezoek was aanleiding voor Titia om het hunebed te laten opgraven. Dit was het eerste archeologisch onderzoek van Nederland.Hunebedden, Maarten Westmaas, 2009,
Ze vond veel kiezelstenen die straatgewijs naast elkaar waren gelegd. Daaronder trof ze vele ronde potten met een bruinblauwe of donkerrode kleur. Enkele hadden twee en andere hadden vier oren. Deze potten vielen uiteen en er kwamen doodsbeenderen en as tevoorschijn. De Groningse dichter en oudheidkundige Ludolph Smids maakte naar aanleiding van deze opgraving een gedicht over een lijkbus die deze jonge vrouw aansprak.De Drentse geschiedenis in meer dan 100 verhalen, Henk Nijkeuter en Paul Brood,
Tot haar grote verbazing bleek het een oude begraafplaats te zijn en niet een door reuzen "opeengestapelde steenhoop". Het inspireerde haar tot het gedicht Loflied op 't hunebed (1686) ’k Sta als verbaasd deez’ steenmijt aan te schouwen. ’t Schijnt dat weleer het dappere Hunnenschap daar heeft gewild een denk-plaats op te bouwen om zo te streven op de eretrap. Neen, ’t is gestapel waar een drom van reuzen door wraak gehitst het godendom bestreed, doch die men zag tot mortel zelfs verkneuzen door ’t bliksemvuur van Mulciber gesmeed. Of ’t zijn alleen getorste piramiden, of tomben, want dit grove berggewas besluit in haar gewelfsel van voortijden nog, als bewijs, geheiligde offer-as. Neen, ’t is veeleer Natura’s marmeren tempel, waarin zij wil dat men haar godheid eert, en aan de voet haars negentallige drempels niets anders dan een lofgezang begeert. Laat Thebe vrij nog pochen op haar muren, die schier in ’t hoog bereikten ’t wolkgespan, dit rotsgevaart zal langer kunnen duren. Geen kracht, hoe groot, haar force kwetsen kan. Kom nimfjes, en gij Drentse herderreien! Bepronk met loof dit Borger steenpaleis! Wil top en kruin met bloemen overspreien. Schenk aan Natuur daarvan haar deel en eis. Ik neurie dan met hese en schorre tonen (’t zij wat het wil) tot roem der wondre grot een loflied en bereid de eiken kronen, waarmee ’k bepruik het grote keienslot.
Categorie:Hunebed in Drenthe Categorie:Rijksmonument in Borger-Odoorn