thumb|Reconstructie mottekasteel in Lütjenburg thumb|Arundel Castle Een mottekasteel is een hoogmiddeleeuws, veelal torenvormige versterking op een motte, een afgeplatte aangelegde aarden heuvel. De toren op de kunstmatige heuvel werd aanvankelijk in hout opgetrokken en later in steen gebouwd. Vaak is van dit burchttype alleen nog de heuvel overgebleven.

Benaming en verspreiding thumb|Luchtvideo van 'Tomen y Rhodwydd' uit Wales (2022) Een motte is een geheel of gedeeltelijk kunstmatige heuvel met een regelmatige vorm en steile zijden. De heuvel werd gewoonlijk met muren of palissades en brede droge of natte grachten omgeven. De constructie had tot doel de op zijn afgeplatte top staande versterkingen beter te verdedigen en de omgeving te beheersen. Bij dit opperhof sloot meestal nog een neerhof aan waar zich het eigenlijke leven voltrok.

In Vlaanderen is vooral de term motte courant, hoewel ook de termen mot, en motteken voorkomen. In Nederland komen naast deze termen meerdere andere voor, namelijk werf, bergh, barch, borg, huus, stins, casteel, die alle op een motteversterking betrekking kunnen hebben. In de eigentijdse Latijnse teksten worden de termen mota, castrum, castellum (verkleinwoord) of poypia (in het oosten van Frankrijk) gebruikt.

Opbouw van een mottekasteel De meest voorkomende verschijningsvorm van een mottekasteel bestond uit twee gedeelten: een opperhof of hoofdburcht, met een specifiek militair doel en een neerhof of voorburcht waar zich de meer economische aspecten van het dagelijks leven afspeelden. Beide waren gebouwd op verhogingen in het landschap en omgeven door grachten en wallen en houten pallisades of stenen muren.De Meulemeester J.: Castrale motten in België; in: Archaeologia Belgica 255; 1983. Gearchiveerd op 14 augustus 2025. Op de hoogste motteheuvel (de opperhof) werd een donjon, een kasteel, een burcht of een ander verdedigingswerk gebouwd in hout of steen. De motteheuvel met zijn toren vertegenwoordigde het residentiële (adellijke) en militaire karakter van de plaats.M. Bur, Le château, Brepols, Turnhout, 1999, p. 23. Verder bestond het mottekasteel uit een of meer lager gelegen voorburchten (de neerhof). Hier stonden de nutsgebouwen, zoals stallen en schuren, met soms een kapel of het eigenlijke woonhuis van de heer, in het geval dat de donjon alleen als noodverblijf werd gebruikt. De neerhof vertegenwoordigde dan het dagelijkse leven.

De afmetingen van de motteheuvel varieerden gemiddeld tussen 20 en 100 meter diameter; de hoogte kon tussen 3 en 20 meter bedragen.

De opbouw van de motheuvel werd bepaald door zijn natuurlijke omgeving. In vlakke gebieden is het een kunstmatige heuvel met aarde uit een uitgegraven gracht rond het bouwwerk en grond aangevoerd van buitenaf om meer hoogte te creëren. In heuvelachtige gebieden zijn het half-kunstmatige verhogingen van een verhevenheid in het landschap en in bergachtige gebieden wordt gebruik gemaakt van het strategisch reliëf van het landschap.COLLECTIF, Les fortifications de terre en Europe occidentale du X° au XII° siècles, Colloque de Caen, 1980, Archéologie médiévale, XI

Een zeldzame variant van het mottekasteel is de abschnittsmotte waarbij de motteheuvel gecreëerd is door gedeeltelijke afgraving van een heuvelrug. Een andere zeldzame verschijningsvorm is de dubbelmotte waarbij op het terrein twee opperhoven gelegen zijn. Een voorbeeld hiervan is Eriksvold op Lolland in Denemarken. Soms werd het mottekasteel bovenop een oudere structuur gebouwd, zoals het kasteel van het Franse Doué-la-Fontaine (Maine-et-Loire), dat boven een Karolingische aula werd gebouwd.

De shell keep Een speciaal type van motteversterking is de shell keep. Met deze, uit het Engels overgenomen term wordt in de castellologie verwezen naar mottekastelen waarbij de houten palissade die de heuvel bekroont, vervangen is door een stenen omheiningsmuur die de plateaurand van de heuvel volgt. De toren neemt hierbij geen centrale plaats in, maar is tegen de muur aan gebouwd. Indien van toepassing worden ook de nutsgebouwen verwerkt in deze stenen omheiningsmuur, waardoor een cirkelvormige binnenplaats ontstaat. Voorbeelden van dit type vinden we zowel in de Lage Landen (Leiden, Kessel), Groot-Brittannië (Restormel, Arundel) als in Frankrijk (Gisors).

Geschiedenis thumb|Het tapijt van Bayeux Deze versterkingsvorm wordt traditioneel een ontstaan toegedicht ergens aan het eind van de 10e eeuw, in de gebieden tussen de Rijn en de Loire. De oudste afbeelding van een mottekasteel vinden we op het 11e-eeuwse Tapijt van Bayeux. In de loop van de 11e en de 12e eeuw kent deze versterkingsvorm vervolgens een hoogtepunt en een grote verspreiding: tegen de 13e eeuw vinden we ze van Denemarken tot Italië en van de Atlantische kust tot Polen. Het bouwen van mottekastelen hangt samen met de groei van de bevolking en van het areaal van het bewerkte land, samen met het opkomen van een lokale aristocratie na de periode van centralisatie onder de Karolingen.

Het succes van deze versterkingsvorm valt te verklaren door: de relatief makkelijk te verkrijgen bouwmaterialen: hout en aarde zijn immers makkelijk verkrijgbaar, terwijl steen in deze periode duur is, en de relatieve snelheid waarmee een motteheuvel opgeworpen en een mottekasteel gebouwd kon worden: de bouwtijd kon variëren van enkele dagen tot enkele weken.

Na de 13e eeuw neemt het mottekasteel in belang af door de opkomst van de artillerie en aangepaste militaire versterkingsvormen. Vanaf het einde van de 13e eeuw worden er heel wat versterkte kastelen gebouwd in steen, veelal in vierkante vorm met torens op de hoekenDe Meulemeester J.: Les châteaux à motte en Wallonie, in: Domaines et châteaux, Hier, aujourd'hui, demain; in Les cahiers de l'urbanisme n° 45-46, 2003.. Toch zijn er nadien nog mottekastelen met toren gebouwd, maar het betreft dan vooral constructies met een symbolische functie (als statussymbool) en niet langer met een dominante militaire functie.

Functie Er kunnen verschillende soorten mottekastelen worden onderscheiden naargelang hun doel: aanvalsmottes, verdedigingsmottes en mottekastelen met een residentiële functie. Vaak is een mottekasteel niet louter in één categorie onder te brengen, maar cumuleert ze meerdere van deze functies tegelijk. Wat de verdediging betreft onderscheiden we publieke functies (het verdedigen van een grondgebied; verdedigingsmottes), private functies (verdedigen van het huis van de heer, samenlopend met het residentiële aspect), actieve verdedigende functies (het veroveren en onderwerpen van een gebied) en passieve verdedigende functies (het beschermen van een gebied; de publieke functie). Naast dit defensieve aspect had het mottekasteel ook vaak een residentiële functie, als de residentie van een adellijke figuur. Verder had het mottekasteel ook een niet te onderschatten sociale functie als statussymbool, dat wil zeggen als symbool van de heerlijke macht. Het optrekken van een kasteel was immers niet iedereen gegund.

België thumb|Motte van Geetbets thumb|Motte te Zoutleeuw

Op meerdere plaatsen in België zijn nog overblijfselen van de middeleeuwse mottekastelen zichtbaar in het landschap

Nog zichtbare motteheuvels waarvan het kasteel verdwenen is Antwerpen Poederlee, de Ouden Hofberg in het natuurgebied Den Haert.

Vlaams-Brabant De Motte in Geetbets. In het gehucht Borgt bij Grimbergen staat de Senecaberg. In Landen is er een dubbele motte bij Sinte-Gitter, een motte in Wange en een motte in Rumsdorp Zoutleeuw, de Castelberg, vlak bij het natuurreservaat Het Vinne. In Bever, de Burcht van Bever. In Bellingen, Le Wannake.

Limburg Alken (Terkoest), de Mot (Blekkenbergstraat) Bilzen (Beverst), de Schuylenborg. Hasselt (Stevoort), de Asberg, op de grens met Wijer. Heers (Horpmaal), de Motheuvel . Hoeselt, De Motte bij het centrum van Hoeselt. Kinrooi (Kessenich), motteheuvel Den Berg Riemst (Millen), Motheuvel bij de Peperstraat . Wellen, De Mot, in de Houtstraat.

West-Vlaanderen Merkem (Houthulst), de Hoge Motte, gelegen tussen de Noord- en Zuidwallandstraat. Deze motteheuvel werd tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitsers als observatiepost gebruikt. Werken (Kortemark), de Hogen Andjoen. Werken (Kortemark), Vrouw Hille Wal / Rondlopermotte / Onze-Lieve-Vrouwmotte Kanegem, de hoeve Strichtensgoed staat op een oude motte. In Veurne werd de motteheuvel na de Eerste Wereldoorlog aangekocht door het stadsbestuur, zodat het stadspark uitgebreid kon worden. Vichte, het Oud Kasteel staat op een oude motte.

Oost-Vlaanderen In Beveren Waas in de polders bevindt zich de motteheuvel met de naam Singelberg. In Ertvelde bevindt zich een van de best bewaarde motteheuvels van Vlaanderen. In Ressegem bevindt zich achter de pastorij van Ressegem een zeer goed bewaarde motteheuvel met volledig intacte omwalling. De slotgracht doet nu dienst als visvijver. In Oudenaarde bevindt zich het "Hof de Bruwaan" met zijn bewaarde motte. In Erpe bevindt zich de 'Kasteelberg'', een van de best bewaarde mottes van België. Bovenaan bevindt zich een kleine structuur die deels is opgebouwd uit elementen van de vroegere mottenburcht. Het is echter gelegen op een privéterrein. In Moorsel bevindt zich 'Hof te Eksel', een kleine motte die diende als uitvalsbasis ter controle van (een deel van) het Land van Aalst.

Luik In Lamine (deelgemeente van Remicourt).

Henegouwen

In Letteringen bevindt zich de Motte de Brabant.

Nog zichtbare motteheuvels waarop het kasteel (deels) nog aanwezig is thumb|Burchttoren van Brustem Vlaams-Brabant Diest, op de Warandeberg is de fundering van een hoogteburcht te zien. Limburg Brustem, motteheuvel met ruïne van de burchttoren. Motte in Kessenich, ruïnes van de mottetoren op de ca. 10 meter hoge kunstmatige heuvel, op de neerhof staat de huidige Sint-Martinuskerk. Burcht van Kolmont in Overrepen Tongeren, ruïne van tienhoekige donjon op indrukwekkende motte. Burchttoren van Mulken in Tongeren,resten van tienhoekig donjon. Genk, Waterschei, de Mottetoren, gelegen tussen de Herenstraat en de E314.

Nederland Verschillende voormalige mottekastelen zijn geheel verdwenen uit het landschap, zoals in Gouda. In Breust is een motte met een kelder gevonden van een voormalige mottetoren.Unieke kasteelkelder in Eijsden gevonden, de Volkskrant, 26 februari 2009 (Algemeen Nederlands Persbureau)

Op diverse plaatsen zijn echter nog motteheuvels te zien in het Nederlandse landschap (zie ook Lijst van mottes en mottekastelen in Nederland): Nog zichtbare motteheuvels waarvan het kasteel verdwenen is thumb|Vliedberg 't Hof Blaemskinderen thumb|Motte Struyver bij Ten Esschen (Heerlen) thumb|Kasteel Limbricht thumb|De Burcht van Leiden thumb|Hege wier bij Menaldum

Drenthe Het Borgbarchien De Klinkenberg De Wittesheuvel De waterburcht van Eelde

Overijssel Motteheuvels komen in Twente een aantal maal voor in waterrijke en moerassige gebieden. Ypelo, de Koohorst Almelo, de Schuilenborg Zenderen, de De Hondeborg te ZenderenOnline versie

Gelderland Motte te Leur Ubbergen, de Mergelp op de Duivelsberg Zeddam, Motte Montferland, de grootste motteheuvel van Nederland Zoelen, Aldenhaag

Limburg Baexem, de Motte Baexem Dieteren, de Koppelberg Epen, Motte Epen Eys, het mottekasteel, Opt Huys op de Boerenberg Gulpen, Gracht Burggraaf Guttecoven, de Stoel van Swentibold Heerlen, Struyver bij de buurtschap Ten Esschen. Maastricht, op de westflank van de Sint-Pietersberg, vaak de Tombe genoemd. Maria-Hoop, de Bollenberg Merkelbeek, de Vossenberg Oostrum, Kasteel Spraland Posterholt, de Bolberg Schinnen, bij kasteel Terborg Wijnandsrade, de motte Wijnandsrade bij kasteel Wijnandsrade

Noord-Brabant Eindhoven, De motte van het kasteel Ten Hage, nu de locatie van klooster Mariënhage (resten van de funderingen van het kasteel zijn nog aanwezig in de ondergrond van de motte).