Het Chrysler Building is een wolkenkrabber in de Amerikaanse stad New York, die in de periode van 1928 tot en met 1930 gebouwd werd. Het is door William van Alen ontworpen voor de projectontwikkelaar William H. Reynolds, de bedenker van Dreamland. Het ontwerp werd later door Reynolds verkocht aan Walter Chrysler als een toekomstig hoofdkantoor voor zijn autoconcern. Sinds 2008 is het gebouw voor 90% eigendom van de Abu Dhabi Investment Council en voor 10% van Tishman Speyer Properties.
Het Chrysler Building is 319 meter hoog en telt 77 verdiepingen. Hiermee was dit het hoogste gebouw ter wereld vanaf de opening in 1930 tot aan de oplevering van de Empire State Building in 1931. In september 2019 stond het nog op de elfde plaats van de lijst van hoogste gebouwen van New York en 31ste op de lijst van hoogste gebouwen ter wereld. Het staat onder andere bekend om zijn ontwerp in art-decostijl, zijn spits en de door auto's geïnspireerde ornamenten. Judith Dupré (2005): Wolkenkrabbers, Könemann, blz.36-37,
Geschiedenis Ontwerp thumb|left|Het Chrysler Building, 1932 Nadat zijn pretpark Dreamland op 27 mei 1911 afbrandde, doordat een werker tijdens reparaties een emmer hete teer omgooide, keerde projectontwikkelaar William H. Reynolds zich tot Manhattan, waar hij voorstelde het hoogste gebouw ter wereld te realiseren. Ondanks de voltooiing van de Woolworth Building in 1913, toen het hoogste gebouw ter wereld, en vertraging door de Eerste Wereldoorlog zette Reynolds door. Aan het einde van de jaren twintig had hij een stuk land gevonden nabij Grand Central Station en architect William van Alen aangenomen voor het ontwerp.
Het eerste ontwerp van Van Alen bevatte een basis met grote etalageruiten, waarboven zich 12 verdiepingen met glazen hoeken bevonden. Met die constructie beoogde hij de illusie te wekken dat de toren boven op deze glazen basis op lucht leek te zweven. In totaal zou volgens dit plan het gebouw 246 meter hoog worden en 67 verdiepingen tellen. Reynolds wees het plan echter af en in augustus 1928 publiceerde Alen zijn officiële ontwerp voor het Reynolds Building. Het omvatte een veritaliaanste koepel en speciaal metselwerk op de bovenste verdiepingen, geschikt in een patroon dat hoekramen nabootste. Dit ontwerp bevatte al de basiskenmerken van het huidige Chrysler Building, zoals de toren, terugsprongen en zijvleugels. Het ontwerp werd uiteindelijk verkocht aan Walter Chrysler, voor een bedrag van naar verluidt 2.000.000 dollar. Chrysler gebruikte hiervoor zijn eigen geld en niet dat van zijn bedrijf, zodat zijn zoon het gebouw later kon erven.
Bouw Het werk begon met een ceremonie op 19 september 1928. De sloop van het gebouw dat op de plek van de toekomstige Chrysler Building stond, ving aan op 15 oktober 1928. Op 9 november was de sloop bijna gereed, zodat op 11 november de graafwerkzaamheden konden beginnen. Het gewicht van het uitgegraven zand en steen, dat hierbij werd uitgegraven, was gelijk aan 63% van het gewicht van het voltooide gebouw. De fundering, waarvoor het beton tot een diepte van 21 meter onder Lexington Avenue moest worden gestort, werd voltooid op 25 maart 1929.
Het oprichten van de stalen structuur begon op 27 maart 1929. Het staal dat hiervoor nodig was, werd in delen naar boven gehesen, zodat het niet over een te grote hoogte moest worden opgetakeld. Daarnaast werden sommige kranen alleen gebruikt om staal op te hijsen en andere om het staal te plaatsen. Zodoende was het staal altijd in beweging, totdat het zijn uiteindelijke plek bereikt had. Hierdoor groeide het gebouw met vier verdiepingen per week, totdat de laatste balk werd geplaatst op 28 september 1929.
Wedstrijd Aan het eind van de jaren twintig heerste er een wedstrijd in de stad New York om het hoogste gebouw ter wereld neer te zetten. Het Chrysler Building streed samen met het door H. Craig Severance ontworpen 40 Wall Street, nu de Trump Building geheten. Toen Severance ontdekte dat het Chrysler Building 281,94 meter hoog zou worden, voegde hij een lantaarn en vlaggenmast toe, zodat het gebouw op 12 november 1929 zijn hoogste punt bereikte van 282,55 meter.
thumb|Een monteur werkt aan het Empire State Building, met op de achtergrond Chrysler Building. Om toch het hoogste gebouw ter wereld te realiseren, werden er in het geheim vijf segmenten naar de bouwplaats gebracht, die de spits van het gebouw zouden gaan vormen. Het onderste segment werd omhoog getakeld door een kraan, die geplaatst was op een van de vier platforms bij de top van de toren. Het segment werd daarna in de brandkoker geladen ter hoogte van de 65ste verdieping. De overige delen werden op volgorde in het gebouw geplaatst en vastgemaakt aan het eerste segment. Het duurde in totaal 90 minuten om in oktober 1929 de segmenten aan elkaar te zetten en de gehele spits met een gewicht van 27 ton en een lengte van 56,4 meter op zijn plaats te hijsen.
Op 1 april 1930, nog voordat Walter Chrysler het gebouw officieel opende op 27 mei 1930, waren de eerste huurders al in het gebouw getrokken. Bij de openingsceremonie werd een bronzen gedenkplaat in de lobby geplaatst, met het opschrift "in recognition of Mr. Chrysler's contribution to civic advancement". In augustus 1930, toen het gebouw als voltooid werd beschouwd, was dit het hoogste gebouw ter wereld, het versloeg ook de 300 meter hoge Eiffeltoren. In 1931 nam het Empire State Building de titel van hoogste gebouw ter wereld weer over. Hiervoor moesten de architecten William F. Lamb en John J. Raskob echter wel een extra top van 61 meter aan het Empire State Building toevoegen. De onverwachte plaatsing van de spits op het Chrysler Building maakte het gebouw namelijk net iets hoger dan de geplande hoogte van het Empire State Building. De plannen waren toen al zo ver, dat een nieuw ontwerp om Chrysler te verslaan niet mogelijk was. Met de toegevoegde top konden zij uiteindelijk toch het hoogste gebouw ter wereld neerzetten.
Daar Van Alen nooit een contract met Chrysler had afgesloten, vroeg hij juni 1930 om zijn loon, maar Chrysler weigerde hem te betalen. Van Alen klaagde Chrysler aan met het gebouw als onderpand. En hoewel Chrysler hem ervan beschuldigde steekpenningen te hebben aangenomen van onderaannemers, won Van Alen de zaak toch en kreeg hij zijn geld. Op 8 december 1976 werd dit gebouw een National Historic Landmark. In datzelfde jaar werd het ook toegevoegd aan het National Register of Historic Places.
Eigendom Het land waarop nu het Chrysler Building staat, werd in 1902 gedoneerd aan de Cooper Union. Nadat Chrysler het gebouw verkocht had in 1953, werd het in 1955 gekocht door Sol Goldman en Alex DiLorenzo. Na eigendom te zijn geweest van de Massachusetts Mutual Life Insurance Company, kwam het gebouw in handen van Jack Kent Cooke. In 1998 kochten Tishman Speyer Properties en de Travelers Group het Chrysler Building met de aangrenzende Kent Building en vier kleinere tussenliggende gebouwen voor een bedrag van ongeveer $225.000.000. In 2001 werd 75% van het gebouw aan TMW verkocht voor $300.000.000. In 2008 kocht de Abu Dhabi Investment Council voor een bedrag van $800.000.000 90% van het gebouw. Tegenwoordig bezit Tishman Speyer Properties naast de overige 10%, ook de grond waarop het gebouw staat, middels een huurcontract van 150 jaar met de Cooper Union. De bezettingsgraad van het gebouw was bij de opening meer dan 70%, na door meerdere eigenaren te zijn verwaarloosd was dit in het midden van de jaren zeventig echter gedaald naar 50%. Dit percentage steeg van 75% in 1998, naar 95% in 2005.
Ontwerp Architectuur thumb|left|De top van het gebouw, met drie van de acht adelaars zichtbaar Tot aan de torenpunt gemeten heeft het gebouw een hoogte van 319 meter, en de hoogste verdieping bevindt zich 274 meter boven de grond. De 77 verdiepingen zijn bereikbaar via 30 personenliften en 2 goederenliften, geleverd door Otis. Het heeft een oppervlakte van 111.201 vierkante meter en een totale inhoud van 404.931 kubieke meter. Verder bevat het bouwwerk 3.862 ramen, 2.788 deuren, 10.405 vierkante meter aan marmeren lambrisering en 297.290 vierkante meter aan beschilderde oppervlakken. De gevel van graniet, 4.831 vierkante meter Georgia-marmer en ongeveer 3.826.000 bakstenen, maakt dit tot het hoogste met bakstenen beklede gebouw ter wereld.
Voor de eerste vier verdiepingen beslaat het gebouw het gehele perceel van 3.489 vierkante meter. Hierboven wijkt de gevel in het oosten en westen terug, waardoor een H-vormige plattegrond aangenomen wordt. Door een aantal keren terug te springen, bereiken uiteindelijk ook de noord- en zuidfaçade de schacht van de toren. Totdat deze gevels voor het eerst terugwijken, boven de 16e etage, zijn zij bekleed met witte baksteen en zowel horizontale, als verticale strepen van wit marmer. Hierdoor wekt de gevel de indruk van een gevlochten mand.
Boven deze verdieping wordt de verticaliteit benadrukt door de afwisseling van stroken van witte bakstenen met rijen ramen. Tussen de 19e en de 22ste zijn aluminium zwikken geplaatst met gepolijste, abstracte reliëfs, die bijdragen aan het verticale effect. Boven de 23ste etage, waar de noord- en zuidgevel opnieuw terugwijken, vindt men op de hoeken metalen Ananassen van ongeveer 2,7 meter hoog. De volgende drie verdiepingen, die weer terugspringen, contrasteren met de verticaliteit van de vorige verdiepingen door horizontale banden en zigzagmotieven in zwarte en grijze bakstenen. Ook de vier etages hierboven wijken iets terug. Op de 31ste verdieping, waar deze gevels voor het laatst terugspringen, beelden witte en grijze bakstenen wielen af, compleet met spatborden en echte wieldoppen uit 1929. Vlak hierboven lopen de hoeken iets naar buiten. Zij worden ieder bekroond door een naar Chryslers radiatordoppen ontworpen waterspuwer, die moest voorkomen dat de schacht aan de bovenkant breder leek dan aan de basis.
Bij de schacht worden zowel de verticale als de horizontale aspecten benadrukt. Zo zijn de ramen in het midden geordend in drie rijen, die over de gehele lengte van de schacht lopen. Daarnaast lopen er banden van afwisselend grijze en witte baksten over de gehele lengte. De hoekramen bevatten daarentegen horizontale banden van zwarte baksteen. Op de 59ste etage springen de hoeken in. Twee verdiepingen hoger, 61 etages boven straatniveau bevinden zich acht adelaars. De holte die zich achter het hoofd van iedere adelaar bevindt was ontworpen om de lichten te huizen die de top moesten verlichten. Nog boven de adelaars eindigen de drie rijen ramen, die aan iedere zijde omhoog liepen, in een boog. Deze boog-vorm is terug te vinden in de met metaal beklede top.
Lobby thumb|De lobby van het Chrysler Building Het Chrysler Building heeft twee hoofdingangen van drie verdiepingen hoog, aan Lexington Avenue en 42nd Street die, versierd met zwart graniet en metaal, ieder een scharnierdeur omgeven door twee draaideuren bevatten. De hoekige nissen waarin de ingangen zich bevonden maakten volgens critici een begrafenisachtige indruk en hadden bijna de vorm van een doodskist. Aan 43rd Street, vindt men nog een ingang van één verdieping hoog. Achter ieder van de drie ingangen bevindt zich een aankomsthal. De hallen komen samen in een lobby in de vorm van een rechthoekige driehoek. In de lobby staan twee achthoekige pilaren, die samen met de vorm van lobby helpen om de stroom van mensen efficiënt naar de liften te leiden. Deze liften zijn in vier groepen verdeelde personenliften, waarbij iedere groep naar een ander deel van het gebouw leidt. De twee goederenliften gaan door het hele gebouw. De lobby bevat ook twee trappen naar de kelder, waar een tunnel onder Lexington Avenue leidt naar de metro en Grand Central Terminal. thumb|left|230px|Het interieur van een lift