Duitse Rijk (Duits: Deutsches Reich, Latijn: Regnum Teutonicum) is de naam die in verschillende perioden is gegeven aan een verzameling grondgebieden in Centraal-Europa, die onder het hoogste bestuur stonden van één heerser. De kern komt in zeer grote lijnen overeen met het huidige Duitsland, vandaar de naam.Officieel, vanaf 1990, Bondsrepubliek Duitsland Bij zijn grootste uitbreiding besloeg het Duitse Rijk ook het noorden van het huidige Italië en Corsica.
De naam werd staatsrechtelijk officieel gebruikt van 1871 tot 1945. Tot 1806 werd er het Heilige Roomse Rijk mee aangeduid. Dit rijk omvatte in de late middeleeuwen ruim 350 vorstendommen, waaronder de Nederlanden, het koninkrijk Bohemen, delen van het huidige Italië en van Bourgondië.
De federale staat die de revolutie binnen de Duitse Bond in de jaren 1848 en 1849 tot stand probeerde te brengen, staat bekend als het Duitse Rijk 1848/1849.
Korte tijdlijn Sinds Karel de Grote, die sinds 768 koning der Franken was, zich in 800 tot 'Romeins keizer' liet kronen, bleven zijn opvolgers die titel voeren. Dit benadrukten zij in latere eeuwen door hun gebieden, oorspronkelijk het Frankische Rijk, het 'Heilige Roomse Rijk' te gaan noemen.
Deze benaming "Roomse Rijk" verwees naar het vroegere Romeinse Rijk, waarvan de Frankische machthebbers meenden dat zij dit hadden voortgezet. De aanvullende benaming 'Heilige' verwees naar het christelijke karakter ervan, daarover waren afspraken gemaakt met de heerser van de Rooms-Katholieke Kerk. Hierin lag de pretentie dat de keizer de evenwaardige seculiere vorst van de hele christenheid zou zijn, naast de paus als kerkvorst.
Lange tijd hoorden tot dit Rijk ook de Nederlanden, Bohemen, Noord-Italië en delen van Bourgondië. Echter, in het Franse en Engelse deel trokken de plaatselijke heersers zich gaandeweg steeds minder van deze opvatting aan en splitsten zich af, waardoor het overgebleven grondgebied steeds meer een 'Duits' Rijk werd. Sinds de 15e eeuw werd de naam van het rijk daarom vaak aangevuld met de begrenzende toevoeging "van de Duitse Natie": Heiliges Römisches Reich deutscher Nation. In 1806 ging onder de militaire druk van Napoleon Bonaparte de toenmalige en laatste keizer Frans II over tot ontbinding van het keizerrijk.
In april 1848 werd de Nationale Vergadering te Frankfurt, gekozen, een voorlopig parlement. Zijn taak was het opstellen van een nieuwe grondwet. De bestaande Duitse Bond werd revolutionair hervormd in het Duitse Rijk, een federale staat met een centraal bewind, dat wil zeggen een provisorisch staatshoofd en een rijksregering.Ernst Rudolf Huber: Deutsche Verfassungsgeschichte seit 1789. Deel II: Der Kampf um Einheit und Freiheit 1830 bis 1850. 3e druk, Verlag W. Kohlhammer, Stuttgart [et al.] 1988, p. 634/635. Na de Pruisische staatsgreep kwam er in mei/juni 1849 een eind aan de nationale vergadering; de rijksregering onder Reichsverweser Erzherzog Johann bleef tot 20 december 1849 bestaan.
De economische samenhang tussen de verschillende Duitse staten werd in de loop van de 19e eeuw steeds groter. In 1867 richtten zij onder leiding van Otto von Bismarck, de Pruisische minister-president, een Noord-Duitse Bond op. Het parlement van deze federale staat heette Reichstag. Tijdens de oorlog tegen Frankrijk traden in 1870/71 de Zuid-Duitse staten ook tot de bond toe, die nu Deutsches Reich heette (zie Duitse Keizerrijk). De Pruisische koning werd Deutscher Kaiser. Oostenrijk bleef buiten het nieuwe rijk.
De in 1867 opgerichte staat werd in 1918/1919 door een nieuwe grondwet een republiek. Voor de tijd van 1919-1933 spreekt men van de Weimarrepubliek, voor de tijd vanaf 1933 van het nationaalsocialistische Duitsland (nazi-Duitsland) of ook wel Drittes Reich. Staatsrechtelijk veranderde de benaming voor Duitsland in 1943 in Groot-Duitse Rijk.
In 1945 werd het rijk handelingsonbekwaam omdat de vier overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog de regeringsmacht overnamen. Afgevaardigden van de Duitse staten die door de VS, het VK en Frankrijk bezet waren richtten in 1949 met het Grundgesetz de Bundesrepublik Deutschland op. Volgens de Duitse rechtswetenschap en het grondwettelijk hof is de Bondsrepubliek identiek met de Duitse staat die in 1867 werd opgericht, geen opvolger. Wetten en internationale verdragen uit de tijd van 1867-1949 zijn nog steeds geldig (voorconstitutioneel recht, art. 123 Grundgesetz ).Holtkotten, in: Wolfgang Kahl, Christian Waldhoff, Christian Walter (ed.): Bonner Kommentar zum Grundgesetz, Loseblattsammlung seit 1950, C.F. Müller, Heidelberg. 52. Lieferung, Zweitbearbeitung Art 81. / November 1986, Rn. 1.
Heilige Roomse Rijk (800-1806)
De voorgeschiedenis van het Heilige Roomse Rijk ligt in de opkomst van Frankische koningsgeslachten die tussen 500 en 800 na Chr. vanuit Noord-Frankrijk de overige Germaanse vorstendommen van West- en Midden-Europa onder hun gezag wisten te brengen. In 800 liet de Frankische koning Karel de Grote zich kronen tot keizer van een 'hersteld' West-Romeinse Rijk. Dit 'westelijke keizerschap' werd door het Byzantijnse Rijk (het overlevende oostelijke deel van het vroegere Romeinse Rijk) niet formeel als zodanig erkend maar omdat de Byzantijnen hun eigen problemen hadden konden ze daartegen niet veel doen. Heilig werd het rijk pas veel later genoemd. Dit rijk zou bij het Verdrag van Verdun in 843, in drieën worden gedeeld. Het westelijke deel werd het koninkrijk Frankrijk, het middendeel Lotharingen onder Lotharius die tevens de keizerstitel kreeg. In het oostelijk deel werd de kiem voor het latere Duitse rijk gelegd met als eerste koning Karloman de Beier. Lotharingen zou verzwakken en verdeeld raken tussen het sterkere Oost-Frankische en West-Frankische Rijk waarbij de keizerstitel uiteindelijk in het Oost-Frankische rijk belandde.
Dit Oost-Frankische keizerrijk bleef een gedecentraliseerde staat, waarin de afzonderlijke vorstendommen steeds meer autonomie verwierven en het gekozen keizerschap door de machtige vorsten werd gebruikt om hun belangen veilig te stellen. In het begin namen zij de titel zelf op zich zoals de Saksische Ottonen. Later overheerste de onderlinge wedijver en kozen zij vaak een zwakke zetbaas. In de 16de eeuw wisten de Oostenrijkse Habsburgers de titel te verwerven en sindsdien was er bijna altijd een Habsburger op de Keizerlijke troon. Karel V was de laatste krachtige keizer die in het hele rijk gezag had. Hij en zijn opvolgers waren voorvechters van de Rooms-Katholieke Kerk en daardoor taande hun gezag in de lutherse vorstendommen en steden, vooral toen hun greep naar de macht uitmondde in de Dertigjarige Oorlog. Die oorlog betekende de verwoesting van Duitsland en een eeuwenlange patstelling tussen de twee rivaliserende kerken. Het verloren gezag van de keizer gaf delen van het rijk de mogelijkheid zich af te scheiden, zoals de Noordelijke Nederlanden bij het Verdrag van Münster in 1648.
Onder druk van de Franse machthebber Napoleon Bonaparte legde in 1806 Frans II, die zich al sinds 1804 keizer van Oostenrijk noemde, de Rooms-Duitse keizerskroon neer.
Duitse rijk van de revolutie (1848/1849) thumb|Intocht van de nieuwe Reichsverweser Aartshertog Johann in de stad Frankfurt, juli 1848
De Duitse Bond was een statenbond die in 1815 werd opgericht en in principe alleen was bedoeld voor de militaire verdediging en voor het bestrijden van binnenlandse opstanden. Vooral sinds de tijd van de Vormärz (vanaf 1830 en nog sterker vanaf 1840) kwam de eis op dat de statenbond in een bondsstaat, een federalistische staat moest veranderen. Volksopstanden in maart 1848 dwongen de regeringen van de Duitse staten om aan de eisen van het volk toe te geven.
De Bondsdag, het enige orgaan van de Duitse Bond, gaf aan de staten de opdracht om afgevaardigden naar een vertegenwoordigend orgaan te laten kiezen. Dit gebeurde al gauw zodat op 18 mei 1848 de Deutsche Nationalversammlung in Frankfurt bij elkaar kon komen. Op 28 juni besloot de vergadering met het Zentralgewaltgesetz een voorlopige rijksregering in te stellen. Enkele dagen later benoemde de vergadering de oom van de Oostenrijkse keizer, Aartshertog Johann, tot Reichsverweser: een regent voor de periode tot de vaststelling van een Duitse grondwet en de verkiezing van een definitief staatshoofd. Op 12 juli erkende de Bondsdag deze benoeming en droeg zijn bevoegdheden aan Johann over.Ralf Heikaus: Die ersten Monate der provisorischen Zentralgewalt für Deutschland (Juli bis Dezember 1848). Diss. Frankfurt am Main, Peter Lang, Frankfurt am Main (et al.) 1997, p. 48.
Zo ontstond de Deutscher Bundesstaat (art. 2a, Zentralgewaltgesetz) met de rijksregering van de Reichsverweser en met de nationale vergadering als rijksparlement. Er werden ook rijkswetten vastgesteld. Maar enkele Duitse staten, vooral de grote, probeerden zich aan de maatregelen van de rijksregering te onttrekken. En hoewel de VS, Nederland en een handvol andere landen de rijksregering direct als voortzetting van de Duitse Bond erkenden, verliep deze erkenning in het buitenland meestal moeizaam.
Op 28 maart 1849 besloot de nationale vergadering een grondwet voor geheel Duitsland: de Verfassung für das deutsche Reich, ook Paulskirchenverfassung of Frankfurter Reichsverfassung (FRV) genoemd. De nationale vergadering koos de Pruisische koning Frederik Willem IV tot Duitse keizer. Maar deze wees een keizerskroon uit handen van een parlement af en liet de revolutie met geweld onderdrukken. Aan Pruisen werd verboden om lid van de nationale vergadering te zijn. De regering van de Reichsverweser bleef echter bestaan tot in december 1849.Ernst Rudolf Huber: Deutsche Verfassungsgeschichte seit 1789. Deel II: Der Kampf um Einheit und Freiheit 1830 bis 1850. 3e druk, Verlag W. Kohlhammer, Stuttgart [u. a.] 1988, p. 883/884. Ze werd nooit, ook niet achteraf, voor illegaal verklaard. In 1850 en 1851 werd de Duitse Bond met de Bondsdag hersteld.
Duitse keizerrijk (1871-1918)
thumb|Het Duitse Rijk 1871-1918
Oprichting Pruisen en zijn bondgenoten vochten in de Duitse oorlog van 1866 tegen Oostenrijk en de andere staten van Zuid-Duitsland. Na de overwinning richtte Pruisen met een groot aantal Noord- en Midden-Duitse staten een bondsstaat op, de Noord-Duitse Bond. Ondanks de naam was dit een federale staat met een constitutionele monarchie. Pruisen was wel de dominante macht binnen de federatie, met de Pruisische koning als het Bundespräsidium, feitelijk het staatshoofd.
Tijdens de Frans-Duitse Oorlog van 1870/1871 sloten zich de overgebleven Zuid-Duitse staten bij de Noord-Duitse Bond aan. Baden, Beieren, Württemberg en Hessen-Darmstadt ondertekenden verdragen met de Noord-Duitse Bond, de zogeheten Novemberverträge. Ondanks de retoriek in de verdragen, die een oprichting (Gründung) van een nieuwe Duitse Bond spraken, ging het om een toetreding tot een bestaande federale staat.
Bij deze gelegenheid kreeg de federale staat twee keer een nieuwe grondwet. De grondwet van 1 januari 1870 vermeldde al de toetreding van Baden en Hessen en veranderde de naam van de federale staat in Duitse Rijk. Het Bundespräsidium (de Pruisische koning) kreeg nog een andere titel: Deutscher Kaiser. Deze nieuwe termen werden door de Rijksdag en de Bondsraad, de wetgevende organen van de Noord-Duitse Bond, op 8/9 december 1870 goedgekeurd.
Op 18 januari 1871 kwamen in Versailles, het Duitse hoofdkwartier in Frankrijk, de meeste Duitse vorsten bij elkaar. Ze begroetten koning Wilhelm I van Pruisen als keizer, die nog kort daarvoor die titel niet wilde aannemen. Deze titel had hij echter al sinds 1 januari door de nieuwe grondwet. Ten onrechte werd de Kaiserproklamation von Versailles later gevierd als oprichtingsdatum (Reichsgründungstag) van het Duitse Rijk.